DEEL 1: INLEIDING
Hoofdstuk 1: De intermediatiefunctie
Hoofdstuk 2: Finaciele instellingen
Hoofdstuk 3: De oprichting vde bank
Hoofdstuk 4: Risico’s & Controles
DEEL 2: RETAILBANKING
Hoofdstuk 5: Wie wil ons zijn geld toevertrouwen?
Hoofdstuk 6: De klant en zijn geld
Hoofdstuk 7: Het verstrekken van kredieten aan particulieren
DEEL 3: CORPORATE BANKING
Hoofdstuk 8: Het verstrekken v kredieten aan bedrijven
DEEL 4 INVESTMENT BANKING
Hoofdstuk 9: De Martenzaal
Hoofdstuk 10: Begeleiden van beursintroducties IPO en kapitaalverhogingen SPO
Hoofdstuk 11: Begeleiden van uitgiftes van schuldpapier
Hoofdstuk 12: Begeleiden van fusies en overnames
Hoofdstuk 13: Private Equity
Hoofdstuk 14: Dealing op de valutamarkt
Hoofdstuk 15: Trading op de goederenmarkt
Hoofdstuk 16: Structured finance
DEEL 5 VERMOGENSBEHEER
Hoofdstuk 17A: De bank als broker op de beurs
Hoofdstuk 17B: Hoe wordt de openingskoers van een aandeel bepaald?
Hoofdstuk 18: Asset Management
Hoofdstuk 19: Private Banking
DEEL 6: BANKMANAGEMENT
Hoofdstuk 20: De tegenpolen risico en rendement
1
,DEEL 1: INLEIDING
Hoofdstuk 1: De intermediatiefunctie
1.1 Waarom zijn financiële instellingen nodig?
Financiële instellingen, zoals banken, spelen een cruciale rol in de economie door als tussenpersoon
(intermediair) op te treden tussen spaarders en ontleners. Zonder deze instellingen zouden transacties
inefficiënter en risicovoller verlopen.
• Waarom zijn financiële instellingen en markten nodig?
De financiële crisis van 2008 heeft geleid tot minder vertrouwen in banken en dus alternatieven zoals Bitcoin
en NewB (een Belgische coöperatieve bank).
• Historische context = Banken werden lange tijd beschouwd als prestigieuze en winstgevende instellingen.
Enkele bekende figuren in de bankwereld:
- John Pierpont Morgan: Oprichter van JP Morgan, een invloedrijke Amerikaanse bank.
- Mayer Amschel Rothschild: Oprichter van de Rothschild-dynastie, lange tijd een van de rijkste families
ter wereld door het gebruik van insider-informatie (waren 1 vde enige in de bankindustrie).
- VDK (volksdepositokas) => meer dan gwn sparen dus naam verandert nr VDK Bank
• Hoe stroomt geld in de economie?
1. Spaarders (gezinnen, bedrijven, overheid) plaatsen geld bij
banken als deposito’s (uitgestelde consumptie).
2. Banken en financiële instellingen gebruiken deze deposito’s
om leningen te geven aan ontleners (gezinnen, bedrijven,
overheid). Dit heet indirecte financiering. De bank neemt hiervoor
een commissie.
3. Financiële markten geeft ook de mogelijkheid om direct te
investeren, zonder tussenpersoon, via obligaties en aandelen.
- Wie aandelen koopt, wordt mede-eigenaar van een bedrijf.
- Hogere potentiële winst, maar ook meer risico (bv. beurscrash).
Examenvragen
- Kun je geld van jezelf lenen? Technisch gezien wel, via de intermediatie- en transformatiefunctie.
- Zijn banken alleen aanwezig bij indirecte financiering? Nee, banken kunnen ook als agent optreden en
verdienen altijd aan transacties.
- Wat is het verschil tussen directe en indirecte financiering?
- Directe financiering: Rechtstreekse investering in aandelen of obligaties.
- Indirecte financiering: Banken verzamelen spaargeld en verstrekken leningen.
1.2 Waarom wil een bank zoveel informatie over ons?
• Redenen voor uitgebreide informatieverzameling:
(1) Wetgeving en compliance: KYC (“Know Your Customer”) verplicht banken om de herkomst van geld te
controleren. Dit kan leiden tot klachten over privacy.
2
,(2) Risicobeheer: Banken willen zekerheid over de terugbetaling van leningen en stellen vragen over opleiding,
loon, financiële situatie, enz.
• Hoe beperken banken risico’s? Dit gebeurt door asymmetrische informatie te vermijden:
Theorie van de ‘Lemons’ (George Akerlof) -> je bent niet zeker of je een lemon of peach koopt DUS asym.info.
- Markt van tweedehandsauto’s: ‘Lemon’ (slechte auto) vs. ‘Peach’ (goede auto)
- Kopers durven geen tweedehandsauto kopen uit angst voor een ‘Lemon’, waardoor de markt instort.
- Oplossing: sym. Info. en garanties.
1. Adverse selection (ex ante)
- Probleem: Asymm. Info. voor de transactie -> Banken kunnen niet perfect inschatten wie een slechte betaler
is.
- Oplossing:
- Signalling: Betalers geven signalen uit van hun kredietwaardigheid (bv. via vaste job, hoge inkomsten
en dus dure auto en groot huis).
- Screening: Banken checken of ze het kunnen betalen? Banken analyseren klanten op basis van data
en kredietscores voor de lening uit te geven.
2. Moral hazard (ex post)
- Probleem: Asymm. Info. na de transactie -> Een lener neemt grotere risico’s na het verkrijgen van een lening
(want het lijkt ‘niet van mij’).
- Oplossing:
- Monitoring: Banken houden toezicht op leners (bv. via contractvoorwaarden).
- Free-rider probleem: Monitoring kost geld (dus je zou kunnen denken om sommige bv met veel geld
niet te moniteren), MAAR moet door banken effectief worden uitgevoerd op iedereen.
Symmetrie creëren: Door data-analyse proberen banken asymmetrische informatie te beperken. Dit stelt hen
in staat om te voorspellen wat klanten gaan kopen en hierop in te spelen met gerichte advertenties.
1.3 Wie heeft er voordeel bij financiële instellingen?
Iedereen profiteert van het bestaan van financiële instellingen:
• Gezinnen: Kunnen lenen voor grote aankopen (bv. woning, auto). Lening=krediet
• Bedrijven: Kunnen investeren (in bv machine) en groeien dankzij externe financiering.
• Overheid: Kan fondsen aantrekken via obligaties en belastingheffingen optimaliseren.
Fondsen = geld
Een fonds = mensen investeren samen geld
1.4 Wat zijn de voordelen van intermediatie? Intermediatie door banken heeft meerdere voordelen:
1. Lagere transactiekosten
- Banken genieten van schaalvoordelen en kunnen efficiënt contracten beheren.
2. Risicobeperking
- Banken helpen asymmetrische informatie om te zetten in een symmetrische situatie.
3
, 3. Goedkopere financiering
- Efficiëntie leidt tot lagere kredietkosten voor consumenten en bedrijven.
Transformatiefunctie van de bank: gebruiken van geld om leningen te geven
Wat:
- Omzetten van korte termijn deposito’s naar langlopende leningen.
- Verplaatsen van risico van de spaarder naar de bank (die via expertise risico’s beter beheert).
Voordelen voor verschillende groepen:
Spaarders Ze kunnen snel hun geld terug krijgen (grote liquiditeit),
lopen minder risico, en het kost hen weinig moeite.
Ontleners Ze kunnen meer lenen, voor langere tijd, en vaak tegen
een lagere rente (als bank hen vertrouwt)
Maatschappij Er komt meer geld in de economie, meer jobs, meer
investeringen. Mogelijkheid om risicovollere sectoren te
financieren (horeca, start-ups).
1.5 Waarom hebben we nog banken nodig nu er crowdfunding bestaat?
Crowdfunding is een alternatieve financieringsvorm waarbij geld wordt verzamelt do een grote groep kleine
investeerders, vaak via online platformen zoals:
- Spreds (voorheen MyMicroInvest)
- Look & Fin
- KBC Bolero Crowdfunding
• Soorten crowdfunding (geen banken nodig)
1. Donaties en beloningen Mensen geven geld zonder iets terug
te verwachten
2. Leningen (crowdlending) Mensen lenen geld en krijgen hun
geld terug met rente.
3. Winstdeelname op de omzet (revenu sharing) Investeerders
krijgen een deel van de winst als het bedrijf goed draait.
4. Aandelenparticipatie (equity crowdfunding) Investeerders
kopen een stukje van het bedrijf (ze worden mede-eigenaar).
• Fiscale voordelen in België do overheid als je aan
crowdfunding doet
- Tax shelter: je krijgt 30%-45% minder belastingen als je investeert in jong bedrijven (<4 jaar).
- Je betaalt geen belasting op de rente die je krijgt via een lening aan een bedrijf. (Vrijstelling van roerende
voorheffing op crowdlending)
- Beperkingen: Maximaal €100.000 per jaar, per investeerder max. €5.000 per bedrijf.
• Waarom banken nog steeds nodig zijn?
- Crowdfunding is vooral geschikt voor start-ups en kleine bedrijven.
- Relatief duur: Transactiekosten en platformkosten zijn vaak hoog.
- Hoger risico: Geen garantie op rendement, projecten kunnen mislukken.
- Niet alle bedrijven slagen erin om financiering te krijgen.
4