Doel, functie en kenmerken van het burgerlijk procesrecht
Kenmerken
> Burgerlijk procesrecht = publiekrecht en privaatrecht
▪ Publiek: handhaving van het burgerlijk recht is een overheidstaak
▪ Privaat: het regelt processen tussen burgerlijke rechtspersonen
> Burgerlijk procesrecht = vooral formeel recht
▪ Gaat niet om inhoud van verplichtingen en rechten, maar om manier waarop je die
verplichtingen of rechten kunt uitoefenen
> Burgerlijk procesrecht = dwangmatigheid
▪ Een persoon kan iemand anders dwingen tot proces en ten uitvoer leggen van de
uitspraak
▪ Men moet beroep doen op de overheidsrechter om een uitspraak te verkrijgen
▪ Vooral geregeld in Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en Wet op rechterlijke
organisatie
In het burgerlijk procesrecht worden verschillende soorten rechten onderscheiden:
▪ Subjectieve rechten: de materiële rechten die een schuldeiser volgens het BW heeft
▪ Vorderingsrechten: het recht om een subjectief recht af te dwingen via de rechter
▪ Rechtsvorderingen: de handelingen zelf die vereist zijn voor het proces
o Voorbeeld: een persoon dagvaarden voor de rechter
Het burgerlijk procesrecht kent twee soorten procedures
1. De dagvaardingsprocedure
2. De verzoekschriftprocedure (rekestprocedure)
Functie
> Rechtsverschaffing: stappen naar burgerlijke rechter om recht af te dingen, manieren;
▪ De rechter kan bepalen of er een recht of plicht bestaat
▪ De rechter kan een recht of plicht creëren
▪ De rechter kan een recht of plicht wijzigen of beëindigen
▪ De rechter kan een partij veroordelen om zijn plicht na te komen
> Bedreigingsfunctie
▪ Partijen worden gemotiveerd verplichtingen na te komen door eventuele dreiging van
proces
▪ Kan ook nadeel hebben als men de dreiging gaat gebruiken om meer te krijgen dan
waarop ze recht hebben
o Dit is vooral een groot risico als de positie van partijen niet gelijkwaardig is
,> Voorkomen van eigenrichting
▪ Eigenrichting = meestal ongeoorloofd, behalve wanneer je met het procesrecht niet, te
laat of onvoldoende je recht niet kunt afdwingen
▪ Moet in redelijke verhouding staan tot geleden schade als men geen eigenrichting
toepast
o Ontwikkelen van het recht
▪ Door het burgerlijk procesrecht kan de rechter open normen in de wet verduidelijken,
niet in de wet geregelde problemen oplossen en aan de wet een actuele interpretatie
geven
▪ Deze functie is ook van belang voor burgers die niet procederen. Zij kunnen hun
handelen afstemmen op het geldende recht, omdat de lagere rechters zich meestal
houden aan uitspraken van hogere rechters
> Bewaren van rechtseenheid
▪ Wanneer verschillende lagere rechter verschil van inzicht hebben, kan de Hoge Raad één
oplossing kiezen
▪ Zorgt voor rechtszekerheid, omdat uitspraken in sommige gevallen voorspelbaar zijn
Doel = einde maken aan onzekerheid en betwisting van rechtstoestand tussen partijen in een
geschil. Dit wordt gedaan door een vonnis van de rechter
▪ Vaststelling en realisering van materiële rechten van burgers jegens elkaar
▪ Vaststelling van rechten:
o Fase voorafgaand aan procedure
o Procedure
▪ Realisering van rechten:
o Executie en tenuitvoerlegging
▪ Eigenrichting tegengaan: rechter moet een beslissing nemen, burger moet niet zelf het
recht in handen nemen
▪ Contentieuze jurisdictie of eigenlijk rechtspraak:
o Berechting van geschillen
o Hulp van de rechter wordt ingeroepen om geschil te beslechten
▪ Voluntaire (gracieuze) jurisdictie of oneigenlijke rechtspraak:
o Rechtsverhouding vaststellen of wijzigen, ook als partijen het eens zijn
o Voorziening wordt exclusief door de rechter gegeven
Procesbeginselen
Minimumeisen = onmiskenbaar, als hier niet aan is voldaan kan er geen recht worden gesproken
1. Hoor en wederhoor – art. 19 Rv en 6 lid 1 EVRM (“fair hearing/fair trial”)
= recht om kennis te nemen en te reageren op alle gegevens die in het geding naar voren komen
en waarop rechter uitspraak baseert
▪ Rechterlijke gehoord = hoor
▪ Reageren op elkaar stellingen = wederhoor
2. Onafhankelijkheid en onpartijdigheid rechter – art. 117-118 GW en 6 EVRM
= rechter mag niet vooringenomen zijn of zich laten beïnvloeden bij het nemen van besluit
▪ Indien dit wel het geval is > 2 opties:
1) Verschoning – art. 40 Rv
2) Wraking – art. 37 Rv = als partij vindt dat rechter niet meer onpartijdig is of niet
meer de schijn heeft van onpartijdig zijn
,3. Openbaarheid van behandeling en uitspraak – art. 6 EVRM, art. 121 GW en 27-28 Rv
4. Motiveringsbeginsel – art. 121 GW, art 30, 230 en 287 lid 1 Rv
= elke uitspraak van rechter moet deugdelijk gemotiveerd worden (controleerbaarheid)
5. Partijautonomie – art. 23-24, 26 en 149 Rv
= partijen bepalen zelf of er een procedure wordt gestart en waarover (partijen = leidend)
▪ Art. 21 Rv – partijen moet eerlijk, naar waarheid en volledig de bewijsstukken bij de
rechter voorleggen + HR Waarheidsplicht
▪ Art. 22 Rv – rechter kan ten allen tijden en in stand van het geding vragen of partijen
stukken kunnen toelichten en voorleggen
▪ Art. 23 Rv – rechter mag niet meer toewijzen dan is gevorderd + niet slechts gedeeltelijk
uitspraak doen
▪ Art. 24 Rv – rechter moet zich houden aan de feiten die partijen aanbrengen + HR
X./Dexia Nederland B.V.
▪ Art. 25 Rv – rechter mag rechtsgronden aanvullen + HR Rijwielzadel
5. Toegang tot rechter – art. 17-18 Rv en 122 GW
▪ Airey/Ierland (ro. 3.4) – elk land dat aangesloten is bij het EVRM moet zorgen voor een
goed stelsel van gefinancierde rechtsbijstand
6. Redelijke termijn – art. 20 Rv
▪ Capuano/Italië (ro. 30, 32, 35 en 37) – waarborgen dat een zaak niet te lang blijft liggen en
dat partijen binnen een redelijke termijn wordt afgerond omwille van de rechtszekerheid
Hoofdkenmerken = niet onmiskenbaar, maar wel van belang voor aard en kwaliteit behoorlijke
procedure
1. Onderzoek en beslissingen in twee instanties
= de mogelijkheid die partijen hebben om na zaak in eerste aanleg te laten herbeoordelen door
een hogere rechter
▪ Hoger beroep = hof kijkt naar feiten
o Rechtbank + hof = feitenrechters
▪ Cassatie = Hoge Raad kijkt naar procedures bij rechtbank en hof
2. Toezicht op der rechtspraak doormiddel van cassatie
= er wordt gekeken of recht juist is toegepast
▪ Doel = toezicht op rechtspraak, eenheid handhaven en rechtszekerheid bevorderen
Verschillende soorten civiele procedures
Overheidsrechter
▪ Dagvaardingsprocedure
▪ Verzoekschriftprocedure
▪ Deelgeschilprocedure
Particuliere rechter = alternatieve vorm van rechtspraak
▪ Arbitrage
▪ Bindend advies, zoals
o Geschillencommissies, KiFID
, Taken overheidsrechter
▪ Uitspraak doen:
o Geschil beslechten – contentieuze jurisdictie
o Voorziening geven – voluntaire jurisdictie
▪ Schikking beproeven
▪ Verwijzen naar mediation of hulpvormen (familierecht)
> Conflictoplossing – in toenemende mate niet alleen aandacht voor juridische aspecten, maar
ook voor onderliggende belangen
Dagvaardingsprocedure = “vorderen”
> In beginsel contentieuze zaken (geschil beslechten)
> Rechtsbetrekkingen die ter vrije bepaling staan van partijen = partijen kiezen zelf of ze wel of
niet willen procederen
> Terminologie: dagvaarding, eiser, gedaagde, vonnis (eerste aanleg) of arrest (hoger beroep en
cassatie)
Verzoekschriftprocedure = “verzoeken”
> Zowel voluntaire als contentieuze zaken
> Ook rechtsbetrekkingen die niet ter vrije bepaling van partijen staan
> Terminologie: verzoekschrift, verzoeker, belanghebbende/verweerder en beschikking
Deelgeschilprocedure = voor letselschade of overlijdenszaken
> Vaak verzekeringsmaatschappijen die tijdens onderhandelingen vastlopen op een specifiek
punt
> Buitengerechtelijke geschilafdoening verweven met de gang naar overheidsrechter
Arbitrage, bindend advies en mediation
= alternatieve rechter
Arbitrage = methode waarbij onpartijdige rechter in geschil bindende uitspraak geeft
Bindend advies = door middel van elektronisch formulier worden geschillencommissies
verzocht te voorzien in geschil
> Vindt grondslag in overeenkomst tussen partijen
Mediation = partijen zoeken samen op vrijwillige basis een oplossing onder begeleiding van een
onpartijdige/neutrale derde
> Mediator doet zelf geen uitspraak
Hoofdrolspelers
Partijen, rechter, griffier, gerechtsdeurwaarder, advocaten of andere rechtshulpverleners en
onafhankelijke raadgevers aan rechter
▪ OM
▪ Internationaal Juridisch Instituut of instantie in ander land
▪ Raad voor de Kinderbescherming
Partijen
> Materiële partij = degene wie de zaak aangaat
> Formele partij = degene op wiens naam geprocedeerd wordt
→ Doorgaans vallen materiële en formele partij samen