MENS EN MAATSCHAPPIJ: RUIMTE
Les 1: KAART – vakkennis en vaardigheden voor de leerkracht
1 CARTOGRAFIE
! Cartografie is de wetenschap die zich bezig houdt met het ‘schrijven’ van kaarten!
1.1 WAT IS EEN KAART?
! Een kaart is een instrument om bepaalde inhouden duidelijk voor de stellen, te interpreteren en te
vergelijken!
! Een kaart is een vereenvoudigde weergave van de werkelijkheid, die we sterk hebben verkleind en
op een plat vlak hebben getekend!
Gebruik
Bepalen waar je bent, of waar bepaalde plaatsen liggen
Toont de samenhang tussen verschillende aspecten
Landen en gebieden met elkaar vergelijken + politiek (wat behoort tot welk land)
Kaart
Bevat altijd een legende en een schaal
Het noorden is meestal aan de bovenkant (zo niet: wordt het vermeld)
Nadeel fysieke kaart: je kunt deze niet actueel houden
Globe (= wereldbol)
Zeer getrouwe weergave MAAR… de afmetingen zijn beperkt
Totaal overzicht niet mogelijk
Het kiezen van een projectiesysteem:
Aangezien de aarde rond is en kaarten plat zijn, moeten cartografen een
projectiesysteem kiezen om de kromming van de aarde om te zetten in een plat
oppervlak.
1.2 HOE WORDT EEN KAART GEMAAKT?
1) Gegevensverzameling (satellietbeelden, GPS-gegevens, LIDAR en luchtfotografie)
2) Data-analyse en verwerken
a. Gegevens moeten w verwerkt, gecorrigeerd en georganiseerd
3) Het kiezen van een projectiesysteem (bv: Mercator, Lambert, Robinson, ..)
4) Kaartontwerp : symbolen en kleuren, schaal, legende
1.3 INDELING VAN KAARTEN
Stads- en Topografische kaarten/ Thematische kaarten
plattegronden stafkaarten
Kenmerken Gedetailleerde Geven gedetailleerde Focus op een specifiek
kaarten van informatie over het thema of onderwerp,
steden, landschap, zoals zoals
inclusief hoogtes, rivieren, bevolkingsdichtheid,
straten, bossen, wegen en klimaat, of
gebouwen, infrastructuur economische activiteit
parken en Veel details, Weinig details
belangrijke Kleinere gebied Groot gebied
locaties.
Schaal / Grotere schaal Kleinere schaal
Gebruik Onmisbaar voor W vaak gebruikt voor W gebruikt in onderwijs,
navigatie in stedelijke wandelen, militaire operaties, onderzoek en planning,
52
, gebieden en voor en geografische studies bijvoorbeeld om
stadsplanning. demografische trends of
landbouwgebieden te
analyseren.
1.4 STUDIE VAN EEN TOPOGRAFISCHE KAART
1.4.1 KAARTNAAM EN -NUMMER, LEGENDE EN SCHAAL
Kaartnaam: hetgeen waarnaar je kijkt (bv: België)
Schaal
Bepaalt hoe groot of klein de kaartkenmerken worden weergegeven Schaalberekening
3 soorten !!!
Lijnschaal
Breukschaal
Schaal in woorden
Legende
Geeft weer wat de symbolen, kleuren,
zijn die op de kaart worden gebruikt
! Een grote schaal is een schaal die een relatief klein gebied weergeeft, met veel detail! (bv: 1:10
000)
! Een kleine schaal is een schaal die een relatief groot gebied weergeeft, met minder detail! (bv: 1 :
250 000)
1.4.2 WERELDGRADENNET
= denkbeeldig net dat men over de aarde
spant
Functie: laat ons toe om plaatsen exact
te lokaliseren adhv coördinaten
Bestaat uit:
Verticale lijnen
= lengtelijnen =
meridianen
Lees je af aan de
linker- rechterzijde
Horizontale lijnen
= breedtecirkels =
parallellen
Lees je af boven-
onderzijde
!!!OPGELET: de lijnen op een topografische kaart zijn géén lengte- of breedtecirkels, dit zijn lijnen voor
een ander coördinatiesysteem
1.4.3 HOOGTELIJNEN
! Hoogtelijnen of isohypsen zijn lijnen die punten met eenzelfde hoogteligging
verbinden!
Dicht bij elkaar steil reliëf
Ver van elkaar niet steil reliëf
! Het gelijkhoogteverschil of equidistantie is het hoogteverschil tussen 2
opeenvolgende hoogtelijnen op een kaart!
Wordt aangegeven met een getal op de kaart getal wijst steeds id richting vh
stijgende reliëf
53
,54
, 1.4.4 ANDERE KAARTELEMENTEN
Jaartal luchtfoto
De gebruikte ellipsoïde
= wiskundige benadering om de vorm van de aarde te benaderen
De gebruikte projectie
Bv: Lambertprojectie, …
De magnetische declinatie
= de hoek tussen het geografische noorden en het magnetische noorden
UTM
= Universele Transversale Mercatorprojectie = coördinatiesysteem
W gebruikt op topografische kaarten (horizontale lijnen en verticale lijnen)
1 km op 1 km
1.5 HOE KUN JE JE ORIËNTEREN?
1.5.1 ZON
De zon komt op in het oosten, Rond de middag is ze in het zuiden, S
’avonds is de zon in het westen
(gaat eig maar voor 2 dagen in het jaar 20 maart, 23 september) Bv:
21 december zon komt op in zuidoosten
1.5.2 KAART
Referentiepunten zoeken ih landschap
Dan de kaart houden op de manier zoals je de referentiepunten ih landschap waarneemt
1.5.3 KOMPAS
Noorden = de rode pijl bij N De magneetnaald wijst nr het magnetische noorden
! belangrijk kompas altijd horizontaal houden + neem afstand van hoogspanningskabels,
schrikdraad, andere elektrische leidingen
1.5.4 STERREN
De Grote Beer vinden (= 6 sterren in een vast patroon) adhv de Grote Beer de Poolster vinden
5 x de afstand tussen de laatste 2 sterren gaat nr de Poolster
De draaiingsas van de aarde wijst naar de Poolster (werkt enkel ih noordelijk halfrond)
Zuidelijkhalfrond heeft het Zuiderkruis
1.5.5 ANALOGE HORLOGE
Houd je horloge horizontaal Laat de uurwijzer (de korte wijzer dus) in de richting van de zon wijzen.
Midden tussen de 12 uur-aanduiding (of 13 uur tijdens zomertijd) en de (korte) uurwijzer ligt het zuiden
(met de klok mee).
1.5.6 NATUURFENOMENEN
1) De overheersende windrichting in België is zuidwestelijk bomen groeien noordoostelijk
2) Zonnepanelen zijn meestal gericht nr het zuiden
3) Beuken en tamme kastanjes hebben vooral zonnebrand aan de zuidkant
4) In veel kerken is het zo dat de plaats vd priester gericht is naar het oosten
55
Les 1: KAART – vakkennis en vaardigheden voor de leerkracht
1 CARTOGRAFIE
! Cartografie is de wetenschap die zich bezig houdt met het ‘schrijven’ van kaarten!
1.1 WAT IS EEN KAART?
! Een kaart is een instrument om bepaalde inhouden duidelijk voor de stellen, te interpreteren en te
vergelijken!
! Een kaart is een vereenvoudigde weergave van de werkelijkheid, die we sterk hebben verkleind en
op een plat vlak hebben getekend!
Gebruik
Bepalen waar je bent, of waar bepaalde plaatsen liggen
Toont de samenhang tussen verschillende aspecten
Landen en gebieden met elkaar vergelijken + politiek (wat behoort tot welk land)
Kaart
Bevat altijd een legende en een schaal
Het noorden is meestal aan de bovenkant (zo niet: wordt het vermeld)
Nadeel fysieke kaart: je kunt deze niet actueel houden
Globe (= wereldbol)
Zeer getrouwe weergave MAAR… de afmetingen zijn beperkt
Totaal overzicht niet mogelijk
Het kiezen van een projectiesysteem:
Aangezien de aarde rond is en kaarten plat zijn, moeten cartografen een
projectiesysteem kiezen om de kromming van de aarde om te zetten in een plat
oppervlak.
1.2 HOE WORDT EEN KAART GEMAAKT?
1) Gegevensverzameling (satellietbeelden, GPS-gegevens, LIDAR en luchtfotografie)
2) Data-analyse en verwerken
a. Gegevens moeten w verwerkt, gecorrigeerd en georganiseerd
3) Het kiezen van een projectiesysteem (bv: Mercator, Lambert, Robinson, ..)
4) Kaartontwerp : symbolen en kleuren, schaal, legende
1.3 INDELING VAN KAARTEN
Stads- en Topografische kaarten/ Thematische kaarten
plattegronden stafkaarten
Kenmerken Gedetailleerde Geven gedetailleerde Focus op een specifiek
kaarten van informatie over het thema of onderwerp,
steden, landschap, zoals zoals
inclusief hoogtes, rivieren, bevolkingsdichtheid,
straten, bossen, wegen en klimaat, of
gebouwen, infrastructuur economische activiteit
parken en Veel details, Weinig details
belangrijke Kleinere gebied Groot gebied
locaties.
Schaal / Grotere schaal Kleinere schaal
Gebruik Onmisbaar voor W vaak gebruikt voor W gebruikt in onderwijs,
navigatie in stedelijke wandelen, militaire operaties, onderzoek en planning,
52
, gebieden en voor en geografische studies bijvoorbeeld om
stadsplanning. demografische trends of
landbouwgebieden te
analyseren.
1.4 STUDIE VAN EEN TOPOGRAFISCHE KAART
1.4.1 KAARTNAAM EN -NUMMER, LEGENDE EN SCHAAL
Kaartnaam: hetgeen waarnaar je kijkt (bv: België)
Schaal
Bepaalt hoe groot of klein de kaartkenmerken worden weergegeven Schaalberekening
3 soorten !!!
Lijnschaal
Breukschaal
Schaal in woorden
Legende
Geeft weer wat de symbolen, kleuren,
zijn die op de kaart worden gebruikt
! Een grote schaal is een schaal die een relatief klein gebied weergeeft, met veel detail! (bv: 1:10
000)
! Een kleine schaal is een schaal die een relatief groot gebied weergeeft, met minder detail! (bv: 1 :
250 000)
1.4.2 WERELDGRADENNET
= denkbeeldig net dat men over de aarde
spant
Functie: laat ons toe om plaatsen exact
te lokaliseren adhv coördinaten
Bestaat uit:
Verticale lijnen
= lengtelijnen =
meridianen
Lees je af aan de
linker- rechterzijde
Horizontale lijnen
= breedtecirkels =
parallellen
Lees je af boven-
onderzijde
!!!OPGELET: de lijnen op een topografische kaart zijn géén lengte- of breedtecirkels, dit zijn lijnen voor
een ander coördinatiesysteem
1.4.3 HOOGTELIJNEN
! Hoogtelijnen of isohypsen zijn lijnen die punten met eenzelfde hoogteligging
verbinden!
Dicht bij elkaar steil reliëf
Ver van elkaar niet steil reliëf
! Het gelijkhoogteverschil of equidistantie is het hoogteverschil tussen 2
opeenvolgende hoogtelijnen op een kaart!
Wordt aangegeven met een getal op de kaart getal wijst steeds id richting vh
stijgende reliëf
53
,54
, 1.4.4 ANDERE KAARTELEMENTEN
Jaartal luchtfoto
De gebruikte ellipsoïde
= wiskundige benadering om de vorm van de aarde te benaderen
De gebruikte projectie
Bv: Lambertprojectie, …
De magnetische declinatie
= de hoek tussen het geografische noorden en het magnetische noorden
UTM
= Universele Transversale Mercatorprojectie = coördinatiesysteem
W gebruikt op topografische kaarten (horizontale lijnen en verticale lijnen)
1 km op 1 km
1.5 HOE KUN JE JE ORIËNTEREN?
1.5.1 ZON
De zon komt op in het oosten, Rond de middag is ze in het zuiden, S
’avonds is de zon in het westen
(gaat eig maar voor 2 dagen in het jaar 20 maart, 23 september) Bv:
21 december zon komt op in zuidoosten
1.5.2 KAART
Referentiepunten zoeken ih landschap
Dan de kaart houden op de manier zoals je de referentiepunten ih landschap waarneemt
1.5.3 KOMPAS
Noorden = de rode pijl bij N De magneetnaald wijst nr het magnetische noorden
! belangrijk kompas altijd horizontaal houden + neem afstand van hoogspanningskabels,
schrikdraad, andere elektrische leidingen
1.5.4 STERREN
De Grote Beer vinden (= 6 sterren in een vast patroon) adhv de Grote Beer de Poolster vinden
5 x de afstand tussen de laatste 2 sterren gaat nr de Poolster
De draaiingsas van de aarde wijst naar de Poolster (werkt enkel ih noordelijk halfrond)
Zuidelijkhalfrond heeft het Zuiderkruis
1.5.5 ANALOGE HORLOGE
Houd je horloge horizontaal Laat de uurwijzer (de korte wijzer dus) in de richting van de zon wijzen.
Midden tussen de 12 uur-aanduiding (of 13 uur tijdens zomertijd) en de (korte) uurwijzer ligt het zuiden
(met de klok mee).
1.5.6 NATUURFENOMENEN
1) De overheersende windrichting in België is zuidwestelijk bomen groeien noordoostelijk
2) Zonnepanelen zijn meestal gericht nr het zuiden
3) Beuken en tamme kastanjes hebben vooral zonnebrand aan de zuidkant
4) In veel kerken is het zo dat de plaats vd priester gericht is naar het oosten
55