ETHIEK EN DEONTOLOGIE VAN HET
PEDAGOGISCH HANDELEN
LES 1: INLEIDING
1.1. ETHIEK
Ethiek:
o De theorie van de moraal;
o De wetenschappelijke discipline die de moraal bestudeert
Moraal:
o Opvattingen over goed en kwaad, juist of fout, …
o Gaat over waarden en normen; niet neutraal
o Relatief en veranderlijk
Waarde:
o Wat mensen waardevol vinden, waarnaar ze streven
o Idealen over hoe het leven moet zijn: vrijheid, gelijkheid, solidariteit.
o Abstract + op verschillende niveaus:
micro- (individu), meso- (organisatie), macro- (samenleving)
wanneer interveniëren in conflictsituaties, wanneer behandeling starten?,…
Norm:
o Handelingsvoorschriften, concreet, laten je zien hoe je moet handelen
o Dezelfde waarde kan zich vertalen in verschillende normen:
Bv. solidariteit: “da&gelijks bij ouders op bezoek” of “zorgen voor deskundige
hulp”
o Bij conflicten over normen: achterliggende waarden onderzoeken:
Bv. te laat komen op school/in de leefgroep
o Normen evolueren doorheen de tijd (tijdsgeest) + cultureel bepaald
o ≠ soorten normen
Morele normen (bv. geen vlees eten) bewust
Fatsoennormen (ongeschreven regels, bv. smsen tijdens de les, kledij, op tijd
komen)
Juridische normen (bv. Inzage- of hoorrecht); soms moreel juist, maar onwettelijk
(bv. kraakpanden) soms ook afdwingbaar
Waarde ≠ norm: solidariteit VS ‘je laat niemand in de steek, ook geen illegaal”
Deugd:
o = een goede persoonseigenschap (eerder dan een eenmalige keuze) die bepaalt hoe
iemand zal handelen (respectvol, zorgzaam, …)
bv. moedig, respectvol
o Houden verband met waarden, maar zijn gekoppeld aan een persoon + verinnerlijkte
waarden
Descriptieve ethiek:
o feitelijke moraal in een samenleving
o beschrijven hoe mensen zich gedragen in morele kwesties
Normatieve ethiek:
o reflectie over juistheid van morele opvattingen (waarden);
o hoe moreel juist handelen? (cf. ethische theorieën)
Prescriptieve ethiek:
1
, o voorschrijven van morele regels, bv. voor een bepaalde (beroeps)groep (beroepsethiek) =
ideaaltypische beschrijving
Meta-ethiek:
o morele vragen van hoog abstractieniveau (bv. bestaat een universele ethiek, is moraal
cultureel bepaald, zijn mensen vrij in hun handelen,…?) de ethiek over ethiek
1.2. DEONTOLOGIE
Plichtenleer/plichtenethiek (deontos > plicht)
Geheel van gedragsregels (van een beroepsgroep beroepscode) bv in OCMW
Beroepsethiek (ethische theorievorming) aan de basis ervan
Niet louter juridische regelgeving
o Voorschrijvend maar ook als ideaal gevolgd
Toenemende maatschappelijke bewustwording en aandacht voor deontologie:
o Grensoverschrijdend Gedrag (GOG) door hulpverleners en leerkrachten
o Gevallen van (seksueel) misbruik in instellingen voor geplaatste kinderen/kinderen (met
een beperking)
o Extreme gevallen van geweld en mishandeling (geval Jonathan Jacob)
o Maar ook bv. Prof. Diederik Stapel, die onderzoeksdata zelf verzon
Deontologie binnen een evoluerende en steeds complexere hulpverleningscontext:
1. Professionalisering van de hulpverlening: beroepskrachten i.p.v.
vrijwilligers/religieuzen
→ Microniveau: cliënt – hulpverlener
→ Mesoniveau: nood aan een beroepsdeontologie of –organisatie
→ Macroniveau: theorievorming binnen de beroepsgroep; leidt tot maatschappelijke
erkenning en autonomie voor de hulpverlener
→ Belang van discretionaire ruimte
2. Verdwijnen van het ‘colloque singulier’ (persoonlijk gesprek tussen 2 pers)
→ Individuele hulpverleningsrelatie, waarbinnen alles geheim blijft
→ Multidisciplinaire benadering als gevolg van toegenomen complexiteit en
professionalisering
→ Evolutie naar netwerken en zorgcircuits
→ Cliënt en zijn context in behandeling
→ Pedagogische relatie: kind en zijn/haar ouders
3. Emancipatie van cliënten
→ Van paternalistische, bevoogdende houding … naar empowerment, rekening houden
met hulpvraag van de cliënt, zijn/haar mogelijkheden en wensen (alsook in
benamingen bv zorgvragers)
→ Onderhandelingsrelatie, ook in de relatie tussen ouders en kinderen
→ Toenemende juridisering: rechtendiscours (kinderrechten, patiëntenrechten, GDPR,
…)
Doorschieten; bv door tekortdoening v onderwijsinstelling
4. Kwaliteit van zorg: nood aan dossiervorming + informatisering
→ Dossier- en registratieplicht
→ Gebruik van moderne informatietechnologie
→ Risico’s voor privacy
→ Belang van wetenschappelijk onderzoek
5. Impact van sociale media en roep naar openbaarheid en transparantie
1.3. HET PEDAGOGISCH HANDELEN
2
, De pedagogische praktijk = handelingspraktijk:
o Een interventie die intentioneel wordt ondernomen waarbij er naar gestreefd wordt een
bepaald doel te bereiken
o Pedagogisch handelen =
sociaal handelen
geconstrueerd handelen
ambigue handelen
Pedagogisch handelen gebeurt in verschillende opvoedingscontexten, bij uiteenlopende
doelgroepen:
o Onderwijs
o Preventie en hulpverlening (cf. Integrale jeugdhulp)
Zorg voor personen met een beperking
Jeugdhulp
Geestelijke gezondheidszorg
o (Jeugd)welzijnswerk
o Recreatieve sfeer
kan aanleiding geven tot dilemma’s
Ethische dilemma’s: een keuze tussen twee of meer alternatieven, die geen van beide
helemaal wenselijk zijn of conflicteren
In de pedagogische praktijk is er vaak geen eenduidige oplossing voor bepaalde problemen
en moeten we op zoek naar ‘second best’-oplossingen
1.3.1. BEROEPSCODE VOOR PEDAGOGEN
Niet één deontologie of beroepsgroep
Gebonden aan een bepaalde beroepsorganisatie of een beroepsprofiel
o Geen beroepsprofiel of beroepscode voor pedagogen; gevolg van gebrek aan een
overkoepelende beroepsvereniging, wel:
→ Deontologische code van de Vlaamse vereniging van orthopedagogen: https://vvo.be/wp-
content/uploads/2016/11/DEONTOLOGISCHE_CODE_ORTHOPEDAGOOG_v20160912.
pdf
→ “Lerarenverenigingen: http://onderwijs.vlaanderen.be/nl/lerarenverenigingen
→ Beroepsvereniging sociaal werkers ziekenhuizen: http://www.bswz.be
→ Discussie over beroepsvereniging sociaal werkers in Vlaanderen:
https://sociaal.net/verhaal/beroepsvereniging-sociaal-werk/
Specifieke deontologische codes, vooral vanuit bepaalde organisatiestructuren, niet vanuit een
beroepsdiscipline
→ Voor CLB-medewerkers: https://www.go-
clb.be/media/doc/1_Deontologische_Code_Definitief.pdf
→ Voor jeugdwerk met maatschappelijk kwetsbare kinderen en jongeren:
https://www.uitdemarge.be/jeugdwerk/deontologische-code
→ Gemeenschapsinstellingen voor bijzondere jeugdbijstand:
https://www.vlaanderen.be/nl/publicaties/detail/deontologische-code-
gemeenschapsinstellingen-voor-bijzondere-jeugdbijstand
→ Voor straathoekwerkers: intern afgesproken code
→ Voor OCMW-medewerkers
3
, Illustratie: de eed van Hippocrates
= uitdrukking van een zeer verfijnde, hoogstaande moraal
Artsen moeten zich geheel ten dienste stellen van de patiënt:
"Ik zweer bij Apollo, de genezer, bij Asklepios, bij Hygieia, bij Panaceia, en alle goden en
godinnen, hen tot getuigen makend, naar mijn vermogen en oordeel, deze eed, deze
verbintenis ten uitvoer te zullen brengen. Dat ik hem, die mij deze kunst leerde, gelijk zal
stellen met mijn ouders, have en goed met hem zal delen, hem op zijn verlangen in zijn noden
tegemoet zal komen, zijn kinderen op één lijn zal stellen met mijn broeders, hun, als zij dat
onderricht wensen, deze kunst zal leren zonder beloning of schuldbewijs; aan de voorschriften,
voordrachten en aan het overige onderricht zal laten deelnemen: mijn zonen en die van mijn
leermeester, benevens de leerlingen die zich hebben aangesloten, en gehouden zijn aan de
medische wet. De geneeskundige behandeling zal ik aanwenden ten nutte der zieken naar
mijn vermogen en oordeel; van hen houden wat ten verderve of tot letsel kan zijn. Ik zal
aan niemand, ook niet op zijn verzoek, enig dodelijk geneesmiddel toedienen, noch mij
lenen tot enig advies van dien aard: evenmin zal een vrouw een abortief middel van mij
bekomen. Want rein en vroom zal ik mijn leven leiden en mijn kunst uitoefenen. Ik zweer geen
steenlijders te zullen snijden, doch bij die operatie voor deskundigen plaats te zullen ruimen.
Waar ik een woning binnentreed, zal ik dat doen in het belang der zieken, mij onthouden
van elk moedwillig verkeerde handeling, in het bijzonder van lijfsgenot met vrouwen en
mannen of slaven. Al, wat ik tijdens de behandeling zal zien of horen, of ook in de praktijk in
het leven der mensen, voor zover dit nimmer mag worden rondverteld, zal ik verzwijgen,
ervan uitgaand dat zulke dingen geheimen zijn. Moge, indien ik deze eed in vervulling breng
en niet breek, het mij welgaan in leven en kunst en moge ik bij alle mensen ten alle tijde eervol
bekend staan: bij overtreding echter en meineed moge het tegendeel mijn lot zijn."
Kenmerken van beroepscodes
Doelstellingen
o Onaanvaardbaar gedrag regelen (non-maleficence)
o Optimaal gedrag bevorderen (bene-ficence)
Voordelen
o Bescherming voor cliënt en hulpverlener
o Houvast: wat noodzakelijk, wat verboden?
o Stimulans voor hulpverleners: streefdoel waarnaar men zich kan richten
o Klacht- en beroepsprocedures
Basiswaarden (ethische grondprincipes)
o Erkennen + respecteren autonomie van de cliënt (autonomy)
o ‘Weldoen’ (beneficence)
o Geen schade berokkenen (non-maleficence)
o Rechtvaardig handelen (justice)
o Voorbeelden van bovenstaande???
Afdwingbaar?
4
PEDAGOGISCH HANDELEN
LES 1: INLEIDING
1.1. ETHIEK
Ethiek:
o De theorie van de moraal;
o De wetenschappelijke discipline die de moraal bestudeert
Moraal:
o Opvattingen over goed en kwaad, juist of fout, …
o Gaat over waarden en normen; niet neutraal
o Relatief en veranderlijk
Waarde:
o Wat mensen waardevol vinden, waarnaar ze streven
o Idealen over hoe het leven moet zijn: vrijheid, gelijkheid, solidariteit.
o Abstract + op verschillende niveaus:
micro- (individu), meso- (organisatie), macro- (samenleving)
wanneer interveniëren in conflictsituaties, wanneer behandeling starten?,…
Norm:
o Handelingsvoorschriften, concreet, laten je zien hoe je moet handelen
o Dezelfde waarde kan zich vertalen in verschillende normen:
Bv. solidariteit: “da&gelijks bij ouders op bezoek” of “zorgen voor deskundige
hulp”
o Bij conflicten over normen: achterliggende waarden onderzoeken:
Bv. te laat komen op school/in de leefgroep
o Normen evolueren doorheen de tijd (tijdsgeest) + cultureel bepaald
o ≠ soorten normen
Morele normen (bv. geen vlees eten) bewust
Fatsoennormen (ongeschreven regels, bv. smsen tijdens de les, kledij, op tijd
komen)
Juridische normen (bv. Inzage- of hoorrecht); soms moreel juist, maar onwettelijk
(bv. kraakpanden) soms ook afdwingbaar
Waarde ≠ norm: solidariteit VS ‘je laat niemand in de steek, ook geen illegaal”
Deugd:
o = een goede persoonseigenschap (eerder dan een eenmalige keuze) die bepaalt hoe
iemand zal handelen (respectvol, zorgzaam, …)
bv. moedig, respectvol
o Houden verband met waarden, maar zijn gekoppeld aan een persoon + verinnerlijkte
waarden
Descriptieve ethiek:
o feitelijke moraal in een samenleving
o beschrijven hoe mensen zich gedragen in morele kwesties
Normatieve ethiek:
o reflectie over juistheid van morele opvattingen (waarden);
o hoe moreel juist handelen? (cf. ethische theorieën)
Prescriptieve ethiek:
1
, o voorschrijven van morele regels, bv. voor een bepaalde (beroeps)groep (beroepsethiek) =
ideaaltypische beschrijving
Meta-ethiek:
o morele vragen van hoog abstractieniveau (bv. bestaat een universele ethiek, is moraal
cultureel bepaald, zijn mensen vrij in hun handelen,…?) de ethiek over ethiek
1.2. DEONTOLOGIE
Plichtenleer/plichtenethiek (deontos > plicht)
Geheel van gedragsregels (van een beroepsgroep beroepscode) bv in OCMW
Beroepsethiek (ethische theorievorming) aan de basis ervan
Niet louter juridische regelgeving
o Voorschrijvend maar ook als ideaal gevolgd
Toenemende maatschappelijke bewustwording en aandacht voor deontologie:
o Grensoverschrijdend Gedrag (GOG) door hulpverleners en leerkrachten
o Gevallen van (seksueel) misbruik in instellingen voor geplaatste kinderen/kinderen (met
een beperking)
o Extreme gevallen van geweld en mishandeling (geval Jonathan Jacob)
o Maar ook bv. Prof. Diederik Stapel, die onderzoeksdata zelf verzon
Deontologie binnen een evoluerende en steeds complexere hulpverleningscontext:
1. Professionalisering van de hulpverlening: beroepskrachten i.p.v.
vrijwilligers/religieuzen
→ Microniveau: cliënt – hulpverlener
→ Mesoniveau: nood aan een beroepsdeontologie of –organisatie
→ Macroniveau: theorievorming binnen de beroepsgroep; leidt tot maatschappelijke
erkenning en autonomie voor de hulpverlener
→ Belang van discretionaire ruimte
2. Verdwijnen van het ‘colloque singulier’ (persoonlijk gesprek tussen 2 pers)
→ Individuele hulpverleningsrelatie, waarbinnen alles geheim blijft
→ Multidisciplinaire benadering als gevolg van toegenomen complexiteit en
professionalisering
→ Evolutie naar netwerken en zorgcircuits
→ Cliënt en zijn context in behandeling
→ Pedagogische relatie: kind en zijn/haar ouders
3. Emancipatie van cliënten
→ Van paternalistische, bevoogdende houding … naar empowerment, rekening houden
met hulpvraag van de cliënt, zijn/haar mogelijkheden en wensen (alsook in
benamingen bv zorgvragers)
→ Onderhandelingsrelatie, ook in de relatie tussen ouders en kinderen
→ Toenemende juridisering: rechtendiscours (kinderrechten, patiëntenrechten, GDPR,
…)
Doorschieten; bv door tekortdoening v onderwijsinstelling
4. Kwaliteit van zorg: nood aan dossiervorming + informatisering
→ Dossier- en registratieplicht
→ Gebruik van moderne informatietechnologie
→ Risico’s voor privacy
→ Belang van wetenschappelijk onderzoek
5. Impact van sociale media en roep naar openbaarheid en transparantie
1.3. HET PEDAGOGISCH HANDELEN
2
, De pedagogische praktijk = handelingspraktijk:
o Een interventie die intentioneel wordt ondernomen waarbij er naar gestreefd wordt een
bepaald doel te bereiken
o Pedagogisch handelen =
sociaal handelen
geconstrueerd handelen
ambigue handelen
Pedagogisch handelen gebeurt in verschillende opvoedingscontexten, bij uiteenlopende
doelgroepen:
o Onderwijs
o Preventie en hulpverlening (cf. Integrale jeugdhulp)
Zorg voor personen met een beperking
Jeugdhulp
Geestelijke gezondheidszorg
o (Jeugd)welzijnswerk
o Recreatieve sfeer
kan aanleiding geven tot dilemma’s
Ethische dilemma’s: een keuze tussen twee of meer alternatieven, die geen van beide
helemaal wenselijk zijn of conflicteren
In de pedagogische praktijk is er vaak geen eenduidige oplossing voor bepaalde problemen
en moeten we op zoek naar ‘second best’-oplossingen
1.3.1. BEROEPSCODE VOOR PEDAGOGEN
Niet één deontologie of beroepsgroep
Gebonden aan een bepaalde beroepsorganisatie of een beroepsprofiel
o Geen beroepsprofiel of beroepscode voor pedagogen; gevolg van gebrek aan een
overkoepelende beroepsvereniging, wel:
→ Deontologische code van de Vlaamse vereniging van orthopedagogen: https://vvo.be/wp-
content/uploads/2016/11/DEONTOLOGISCHE_CODE_ORTHOPEDAGOOG_v20160912.
→ “Lerarenverenigingen: http://onderwijs.vlaanderen.be/nl/lerarenverenigingen
→ Beroepsvereniging sociaal werkers ziekenhuizen: http://www.bswz.be
→ Discussie over beroepsvereniging sociaal werkers in Vlaanderen:
https://sociaal.net/verhaal/beroepsvereniging-sociaal-werk/
Specifieke deontologische codes, vooral vanuit bepaalde organisatiestructuren, niet vanuit een
beroepsdiscipline
→ Voor CLB-medewerkers: https://www.go-
clb.be/media/doc/1_Deontologische_Code_Definitief.pdf
→ Voor jeugdwerk met maatschappelijk kwetsbare kinderen en jongeren:
https://www.uitdemarge.be/jeugdwerk/deontologische-code
→ Gemeenschapsinstellingen voor bijzondere jeugdbijstand:
https://www.vlaanderen.be/nl/publicaties/detail/deontologische-code-
gemeenschapsinstellingen-voor-bijzondere-jeugdbijstand
→ Voor straathoekwerkers: intern afgesproken code
→ Voor OCMW-medewerkers
3
, Illustratie: de eed van Hippocrates
= uitdrukking van een zeer verfijnde, hoogstaande moraal
Artsen moeten zich geheel ten dienste stellen van de patiënt:
"Ik zweer bij Apollo, de genezer, bij Asklepios, bij Hygieia, bij Panaceia, en alle goden en
godinnen, hen tot getuigen makend, naar mijn vermogen en oordeel, deze eed, deze
verbintenis ten uitvoer te zullen brengen. Dat ik hem, die mij deze kunst leerde, gelijk zal
stellen met mijn ouders, have en goed met hem zal delen, hem op zijn verlangen in zijn noden
tegemoet zal komen, zijn kinderen op één lijn zal stellen met mijn broeders, hun, als zij dat
onderricht wensen, deze kunst zal leren zonder beloning of schuldbewijs; aan de voorschriften,
voordrachten en aan het overige onderricht zal laten deelnemen: mijn zonen en die van mijn
leermeester, benevens de leerlingen die zich hebben aangesloten, en gehouden zijn aan de
medische wet. De geneeskundige behandeling zal ik aanwenden ten nutte der zieken naar
mijn vermogen en oordeel; van hen houden wat ten verderve of tot letsel kan zijn. Ik zal
aan niemand, ook niet op zijn verzoek, enig dodelijk geneesmiddel toedienen, noch mij
lenen tot enig advies van dien aard: evenmin zal een vrouw een abortief middel van mij
bekomen. Want rein en vroom zal ik mijn leven leiden en mijn kunst uitoefenen. Ik zweer geen
steenlijders te zullen snijden, doch bij die operatie voor deskundigen plaats te zullen ruimen.
Waar ik een woning binnentreed, zal ik dat doen in het belang der zieken, mij onthouden
van elk moedwillig verkeerde handeling, in het bijzonder van lijfsgenot met vrouwen en
mannen of slaven. Al, wat ik tijdens de behandeling zal zien of horen, of ook in de praktijk in
het leven der mensen, voor zover dit nimmer mag worden rondverteld, zal ik verzwijgen,
ervan uitgaand dat zulke dingen geheimen zijn. Moge, indien ik deze eed in vervulling breng
en niet breek, het mij welgaan in leven en kunst en moge ik bij alle mensen ten alle tijde eervol
bekend staan: bij overtreding echter en meineed moge het tegendeel mijn lot zijn."
Kenmerken van beroepscodes
Doelstellingen
o Onaanvaardbaar gedrag regelen (non-maleficence)
o Optimaal gedrag bevorderen (bene-ficence)
Voordelen
o Bescherming voor cliënt en hulpverlener
o Houvast: wat noodzakelijk, wat verboden?
o Stimulans voor hulpverleners: streefdoel waarnaar men zich kan richten
o Klacht- en beroepsprocedures
Basiswaarden (ethische grondprincipes)
o Erkennen + respecteren autonomie van de cliënt (autonomy)
o ‘Weldoen’ (beneficence)
o Geen schade berokkenen (non-maleficence)
o Rechtvaardig handelen (justice)
o Voorbeelden van bovenstaande???
Afdwingbaar?
4