WOORDENLIJST AVAAP
Eigenschappen grotere sensoren - Minder gevoelig voor ruis
- Groter dynamisch bereik
- Gevoeligheid meer opdrijven
- Hogere resolutie (meer detail)
- Korte scherptediepte
Scherptediepte Het bereik waarbinnen objecten scherp in
beeld komen. Een beeld met een grote
scherptediepte, neemt alles scherp waar.
Bij een korte scherptediepte is er sprake
van blur.
4 manieren om je scherptediepte te - Diafragma
beïnvloeden - Focus distance
- Brandpuntsafstand
- Grootte sensor
Focus pulling Bijstellen van de scherpte tijdens een
opname
ISO De gevoeligheid van de sensor
Sluitertijd De tijd dat een film/chip belicht wordt.
Langere sluitertijd zorgt voor
bewegingsonscherpte.
Stroming Schokkende beelden bij een korte
sluitertijd. Dit wordt gebruikt om het
drama te verhogen.
Diafragma Het schijfje in het objectief dat invloed
heeft op een correcte belichting. Het kan
vergeleken worden met de iris van het oog.
1
, Sweet spot De voorlaatste f-stop. Hier is het beeld het
mooiste en de lensfouten grotendeels
verdwenen.
Bokeh De kwaliteit van de onscherpte. Context:
metalen bladen van diafragma; hoe meer -
hoe minder hoekig.
Histogram Een grafische voorstelling van de
hoeveelheid aanwezige pixels per niveau
van helderheid. Rechts zijn de highlights,
links zijn de schadows.
Clipping Als het histogram tegen een uiterste drukt,
met als gevolg dat er beeldinformatie
ontbreekt.
Objectief Het lenzenstelsel voor op je camera. Hierin
zitten niet alleen de lenzen, maar ook het
diafragma, de scherpstelring en de
zoommogelijkheden.
Flares Ongewenste reflecties (vaak door de zon)
Brandpuntsafstand De afstand tussen het centrum van het
objectief, en het brandpunt waar de
lichtstralen elkaar kruisen.
Tele-objecten Nauwe beeldhoek, kleine
brandpuntsafstand
Groothoeklens Brede beeldhoek, grote brandpuntsafstand
Het normaal/standaard objectief Het objectief dat de groothoek van de tele
onderscheidt. De beeldhoek hiervan is
vergelijkbaar met die van het menselijk
oog.
Crop factor Geeft aan hoeveel keer kleiner je sensor is
in verhouding tot een 35mm full frame.
2
Eigenschappen grotere sensoren - Minder gevoelig voor ruis
- Groter dynamisch bereik
- Gevoeligheid meer opdrijven
- Hogere resolutie (meer detail)
- Korte scherptediepte
Scherptediepte Het bereik waarbinnen objecten scherp in
beeld komen. Een beeld met een grote
scherptediepte, neemt alles scherp waar.
Bij een korte scherptediepte is er sprake
van blur.
4 manieren om je scherptediepte te - Diafragma
beïnvloeden - Focus distance
- Brandpuntsafstand
- Grootte sensor
Focus pulling Bijstellen van de scherpte tijdens een
opname
ISO De gevoeligheid van de sensor
Sluitertijd De tijd dat een film/chip belicht wordt.
Langere sluitertijd zorgt voor
bewegingsonscherpte.
Stroming Schokkende beelden bij een korte
sluitertijd. Dit wordt gebruikt om het
drama te verhogen.
Diafragma Het schijfje in het objectief dat invloed
heeft op een correcte belichting. Het kan
vergeleken worden met de iris van het oog.
1
, Sweet spot De voorlaatste f-stop. Hier is het beeld het
mooiste en de lensfouten grotendeels
verdwenen.
Bokeh De kwaliteit van de onscherpte. Context:
metalen bladen van diafragma; hoe meer -
hoe minder hoekig.
Histogram Een grafische voorstelling van de
hoeveelheid aanwezige pixels per niveau
van helderheid. Rechts zijn de highlights,
links zijn de schadows.
Clipping Als het histogram tegen een uiterste drukt,
met als gevolg dat er beeldinformatie
ontbreekt.
Objectief Het lenzenstelsel voor op je camera. Hierin
zitten niet alleen de lenzen, maar ook het
diafragma, de scherpstelring en de
zoommogelijkheden.
Flares Ongewenste reflecties (vaak door de zon)
Brandpuntsafstand De afstand tussen het centrum van het
objectief, en het brandpunt waar de
lichtstralen elkaar kruisen.
Tele-objecten Nauwe beeldhoek, kleine
brandpuntsafstand
Groothoeklens Brede beeldhoek, grote brandpuntsafstand
Het normaal/standaard objectief Het objectief dat de groothoek van de tele
onderscheidt. De beeldhoek hiervan is
vergelijkbaar met die van het menselijk
oog.
Crop factor Geeft aan hoeveel keer kleiner je sensor is
in verhouding tot een 35mm full frame.
2