Groep 7: Voorstaande honden (pointing dogs)
1. Continentale voorstaande honden:
- Staande honden:
Braque d'Auvergne, Bracco Italiano, Duitse staande hond, Weimaraner, Vizsla
- Spaniëls (halflangharig) (→ niet verwarren met spaniëls (groep 8) = < 50cm):
Epagneul breton, Drentsche patrijshond, Grote münsterlander, Kleine münsterlander of
heidewachtel, Friese stabij (Stabyhoun)
- Griffons (ruwharig):
Griffon korthals
2. Britse en Ierse pointers en setters:
Pointer, Engelse setter, Gorder setter, Ierse setter
Braque en Bracco: Frans woord voor staande hond (niet verwarren met lopende
honden/brakken (groep 6))
- vaak bont met zware spikkeling
- meestal groot
→ afkomst: verschillende Europese landen, behalve Britse en Ierse rassen (pointer en 3
setters)
de staande honden:
ontwikkeling ervan houdt verband met opkomst vuurwapens vanaf 17e eeuw → jachtritueel
grondig gewijzigd
→ 1ste staande honden: Spaanse origine (‘Hispania’) = basis van moderne staande rassen
→ voorloper: Perdiguero de Burgos
→ van ‘Hispania’ zijn ‘epagneul’ (Frans) en ‘spaniël’ (Engels) in rasnamen afgeleid
→ tegenwoordig: jagers bewandelen jachtterrein → rustige, gedisciplineerde honden bij
jacht met geweer
- “will to please”
- kunnen goed getraind worden
- aangeboren drang om wild op te sporen
- goed afgerichte hond werkt geenszins autonoom, maar gehoorzaamt altijd
onvoorwaardelijk alle bevelen van zijn baas: hij staat onder appel
voorstaan: stilzwijgend aanwijzen van wild door als standbeeld roerloos te blijven staan met
neus opgeheven in richting van wild, soms met opgeheven voorbeen
18e eeuw: (vogels in lucht neerhalen met schietwapens) ontstaan setters
,Groot-Brittanië: staande honden hebben gespecialiseerde taak:
- voorstaan (pointing)
- voorzitten (setting)
apporteren: op bevel zoekt hond aangeschoten wild en brengt het snel naar zijn baas
spaniëltype staande hond vs spaniëls:
staande honden: iets groter en kortere oren
1. Continentale voorstaande honden
Braque d’Auvergne
- Frans (schofhoogte 55-68cm)
- sterk krachtig, maar niet zwaar, edel, met stevige ledematen
- groot, maar heeft geen te zwaar hoofd, met nogal platte tot licht gewelfde schedel
- matige stop en achterhoofdsknobbel
- rechte, massieve snuit met goed hangende lippen
- brede neus
- ogen met aanhankelijke uitdrukking
- oren: hangend, matig lang, op ooghoogte, nogal naar achteren aangezet, licht
gevouwen, afgerond einde
- nogal lange hals
- brede, diepe borst
- soms iets lange rug
- beharing: kort, glad, fijner op hoofd en oren
- kleur: nooit effenkleurig meestal gespikkeld en/of met kleine platen (licht/donker
bruin, zwart, blauw)
, Bracco Italiano
- Italiaans (schofthoogte 55-67cm)
- krachtig met ernstige uitdrukking
- lang hoofd, onder ogen iets ingevallen
- grote neus en neusgaten
- goed ontwikkelde, fijne stevige bovenlippen
- snuit die vooraan gezien vierkant is
- weinig stop
- heel duidelijke achterhoofdsknobbel
- heel duidelijke wenkbrauwbogen
- hoge schoft
- losse schouders
- ronde ribben
- oren: lang, breed, vooraan gevouwen, dicht bij wangen hangend
- krachtige hals met matige keelhuid
- goed ontwikkelde buik
- beharing: kort, dik, glanzend
- kleur: wit met oranje of leverbruine spikkels of aftekeningen
Duitse staande hond
- (schofthoogte 56-67cm)
- edel, gespierd, harmonieus voorkomen
- lange hals
- diepe borst
- goed gewelfde ribben
- licht opgetrokken buik
- korte rug
- breed kruis
- staart: matig lang, hoog aangezet,
versmallend naar achteren toe
- brede, platte schedel
- matige achterhoofdsknobbel
- brede, licht gewelfde neus met zwakke stop
- oren: hoog aangezet, matig lang, plat zonder plooien tegen wangen gedragen
- 3 beharingsvormen:
- korthaar
- draadhaar
- ruwhaar en langhaar
→ foto 1: kortharig met vacht: dik, grof en hard
- kleur: vnl. effen bruin, bruin met kleine witte vlekken en aftekeningen, licht of donker
bruinschimmel met bruin hoofd en bruine vlekken en aftekeningen (altijd bruine
basiskleur); ook zwart maar zeldzamer en met tan kan ook
1. Continentale voorstaande honden:
- Staande honden:
Braque d'Auvergne, Bracco Italiano, Duitse staande hond, Weimaraner, Vizsla
- Spaniëls (halflangharig) (→ niet verwarren met spaniëls (groep 8) = < 50cm):
Epagneul breton, Drentsche patrijshond, Grote münsterlander, Kleine münsterlander of
heidewachtel, Friese stabij (Stabyhoun)
- Griffons (ruwharig):
Griffon korthals
2. Britse en Ierse pointers en setters:
Pointer, Engelse setter, Gorder setter, Ierse setter
Braque en Bracco: Frans woord voor staande hond (niet verwarren met lopende
honden/brakken (groep 6))
- vaak bont met zware spikkeling
- meestal groot
→ afkomst: verschillende Europese landen, behalve Britse en Ierse rassen (pointer en 3
setters)
de staande honden:
ontwikkeling ervan houdt verband met opkomst vuurwapens vanaf 17e eeuw → jachtritueel
grondig gewijzigd
→ 1ste staande honden: Spaanse origine (‘Hispania’) = basis van moderne staande rassen
→ voorloper: Perdiguero de Burgos
→ van ‘Hispania’ zijn ‘epagneul’ (Frans) en ‘spaniël’ (Engels) in rasnamen afgeleid
→ tegenwoordig: jagers bewandelen jachtterrein → rustige, gedisciplineerde honden bij
jacht met geweer
- “will to please”
- kunnen goed getraind worden
- aangeboren drang om wild op te sporen
- goed afgerichte hond werkt geenszins autonoom, maar gehoorzaamt altijd
onvoorwaardelijk alle bevelen van zijn baas: hij staat onder appel
voorstaan: stilzwijgend aanwijzen van wild door als standbeeld roerloos te blijven staan met
neus opgeheven in richting van wild, soms met opgeheven voorbeen
18e eeuw: (vogels in lucht neerhalen met schietwapens) ontstaan setters
,Groot-Brittanië: staande honden hebben gespecialiseerde taak:
- voorstaan (pointing)
- voorzitten (setting)
apporteren: op bevel zoekt hond aangeschoten wild en brengt het snel naar zijn baas
spaniëltype staande hond vs spaniëls:
staande honden: iets groter en kortere oren
1. Continentale voorstaande honden
Braque d’Auvergne
- Frans (schofhoogte 55-68cm)
- sterk krachtig, maar niet zwaar, edel, met stevige ledematen
- groot, maar heeft geen te zwaar hoofd, met nogal platte tot licht gewelfde schedel
- matige stop en achterhoofdsknobbel
- rechte, massieve snuit met goed hangende lippen
- brede neus
- ogen met aanhankelijke uitdrukking
- oren: hangend, matig lang, op ooghoogte, nogal naar achteren aangezet, licht
gevouwen, afgerond einde
- nogal lange hals
- brede, diepe borst
- soms iets lange rug
- beharing: kort, glad, fijner op hoofd en oren
- kleur: nooit effenkleurig meestal gespikkeld en/of met kleine platen (licht/donker
bruin, zwart, blauw)
, Bracco Italiano
- Italiaans (schofthoogte 55-67cm)
- krachtig met ernstige uitdrukking
- lang hoofd, onder ogen iets ingevallen
- grote neus en neusgaten
- goed ontwikkelde, fijne stevige bovenlippen
- snuit die vooraan gezien vierkant is
- weinig stop
- heel duidelijke achterhoofdsknobbel
- heel duidelijke wenkbrauwbogen
- hoge schoft
- losse schouders
- ronde ribben
- oren: lang, breed, vooraan gevouwen, dicht bij wangen hangend
- krachtige hals met matige keelhuid
- goed ontwikkelde buik
- beharing: kort, dik, glanzend
- kleur: wit met oranje of leverbruine spikkels of aftekeningen
Duitse staande hond
- (schofthoogte 56-67cm)
- edel, gespierd, harmonieus voorkomen
- lange hals
- diepe borst
- goed gewelfde ribben
- licht opgetrokken buik
- korte rug
- breed kruis
- staart: matig lang, hoog aangezet,
versmallend naar achteren toe
- brede, platte schedel
- matige achterhoofdsknobbel
- brede, licht gewelfde neus met zwakke stop
- oren: hoog aangezet, matig lang, plat zonder plooien tegen wangen gedragen
- 3 beharingsvormen:
- korthaar
- draadhaar
- ruwhaar en langhaar
→ foto 1: kortharig met vacht: dik, grof en hard
- kleur: vnl. effen bruin, bruin met kleine witte vlekken en aftekeningen, licht of donker
bruinschimmel met bruin hoofd en bruine vlekken en aftekeningen (altijd bruine
basiskleur); ook zwart maar zeldzamer en met tan kan ook