, Cellen – De Vos – Tweede zit | Yara Steurs
LESNOTITIES CELLEN – TWEEDE ZIT
HS01 INTRODUCTIE – LES 1
Dit hoofdstuk geeft een overzicht van heel het vak en al de thema’s die aanbod zullen komen (introductie).
Zowel de powerpoint als de curcustekst zijn te kennen voor het examen.
1. Inleiding
• Eukaryote cel = elementaire bouwsteen
o Gecompartimentaliseerd
o Organellen werken samen
Concepten van deze les:
• Celtheorie
• Celdiversiteit
• Celorganisatie en functie
• Cellulaire dimensies
2. De relevantie van celbiologie
• Inzicht in ziektes:
o Problemen ontdekken à ziekten: mislopen van celprocessen of individuele cellen
o Neurodegeneratie
• Behandelingen:
o Cellen manipuleren à immunotherapie
• Duurzame economie:
o Biofuels: planten omzetten in brandstoffen
§ Bioplastics
• Voeding:
o Producten maken
§ Brood, brouwen (gisten)
3. Celbiologie is een multidisciplinaire wetenschap
• Cytologie: studie van de cel architectuur, vorm
• Biochemie: compositie
• Genetica: programma
4. Cellen zijn te klein om met het oog waar te nemen
• Met blote oog niet waar te nemen, behalve: vrouwelijke eicel (100 𝜇𝑚)
5. De eerste microscopen droegen bij tot de ontdekking van de cel
• Vergrotingselementen: microscopen à al van 17de eeuw
• Robert Hooke: eerste keer het woord ‘cellen’ gebruikt
• Elk organisme (hoe groot of hoe klein) altijd opgebouwd uit elementaire bouwsteen = de cel
1
, Cellen – De Vos – Tweede zit | Yara Steurs
6. De celtheorie (1839)
1. Alle organismen zijn opgebouwd uit cellen
2. De cel is de structurele basisbouwsteen van alle organismen
3. Alle cellen vinden hun oorsprong in reeds bestaande cellen
• Er kan niks kleiner zijn dan een individuele cel dat we als levend beschouwen
o Cel = basisbouwsteen
7. Moderne microscopen bieden meer inzicht
• We gaan verder op deze basisbeginselen (celtheorie 1839)
• Levende cellen in verschillende kleuren bestuderen
• Processen volgen van embryogenese
o Segmentatie
8. Alle cellen hebben dezelfde biochemie
• Alles is opgebouwd uit cellen
• 70% water
• 30% functioneel
o Informatie: nulceotiden, DNA, RNA
o Uitoefenaars: tools = proteinen
o Lipiden / membranen
o Suikergroepen
o Metabolieten (pathways)
• Verschillende samenstellingen in verschillende types van cellen
9. Cellen zijn zeer divers van vorm en functie
• Spiercellen: bijzonder groot / samenstelling door diffusie cellen / meerdere kernen / contractiele vezels
• Fibroblasten: BW maken
• Bacteriën: E. Coli = darmbacterie + staafvormig
• Gist: knopjes; uniek à voortplanting (knopvorming)
• Macrofaag: opname pathogenen
o Aantrekken andere immuuncellen + geven veel moleculen af
• Zenuwcel: uitlopers voor communicatie
• Spermacel: staart (flagel)
• Spirocheten (bacteriën): spiraalvormig
• Vetcel (adipositen): met lipidedruppels
• Trichoom: uitloper plantencel
• Vili: epitheel darm / opp. darm groot maken
2
, Cellen – De Vos – Tweede zit | Yara Steurs
• Eicel
• Bloedcellen: rode bloedcel (afgeplatte donut vorm)
Enorme morfologische diversiteit.
à Vroeger dachten ze dat vorm indicatie was van evolutie: hoe complexer, hoe meer geëvolueerd
• Rangschikking hoe complex een cel is + verwantschappen
• Genoom in kaart brengen
10. Moleculaire criteria tonen evolutionair verwantschap
• Fylogenetische stamboom: schema dat evolutionaire
geschiedenis van bepaalde groep verwante biologische soorten
weergeeft
o Verwantschap doorheen de evolutie
Prokaryoten vs eukaryoten
• Grootste verschil: compartimentalisatie eukaryoten
o Prokaryoten: eencelligen / bacteriën / geen weefselvorming
o Eukaryoten: in groepjes om samen organismen te vormen
= meercelligen
• Prokaryoten: bifurcatie in 2 groepen
o Eubacteriën: vaakst voorkomend; e. Coli (helpen voeding digeren)
§ Symbiotisch: sterkte betrokkenheid en afhankelijkheid
o Archaea: oerbacteriën / extremofielen
§ Sulfolobus: waar veel zwavel is; vulkanen
§ Thermococcus: bij hoge temperaturen
§ Methanobacterien
§ Halococus
11. Pro- en eukaryoten verschillen in complexiteit
• Complexiteit = verschil tussen pro- en eukaryoot
Prokaryoot:
Zakje waarin DNA zit
DNA = circulair à nucleoid in de bacterie
Hebben niet echt een kern
Eukaryoot:
DNA in nucleus à de echte kern
Compartimenten met membranen: organellen
12. Kenmerken van de cel
• Identiteit: afgesloten van de omgeving
3
LESNOTITIES CELLEN – TWEEDE ZIT
HS01 INTRODUCTIE – LES 1
Dit hoofdstuk geeft een overzicht van heel het vak en al de thema’s die aanbod zullen komen (introductie).
Zowel de powerpoint als de curcustekst zijn te kennen voor het examen.
1. Inleiding
• Eukaryote cel = elementaire bouwsteen
o Gecompartimentaliseerd
o Organellen werken samen
Concepten van deze les:
• Celtheorie
• Celdiversiteit
• Celorganisatie en functie
• Cellulaire dimensies
2. De relevantie van celbiologie
• Inzicht in ziektes:
o Problemen ontdekken à ziekten: mislopen van celprocessen of individuele cellen
o Neurodegeneratie
• Behandelingen:
o Cellen manipuleren à immunotherapie
• Duurzame economie:
o Biofuels: planten omzetten in brandstoffen
§ Bioplastics
• Voeding:
o Producten maken
§ Brood, brouwen (gisten)
3. Celbiologie is een multidisciplinaire wetenschap
• Cytologie: studie van de cel architectuur, vorm
• Biochemie: compositie
• Genetica: programma
4. Cellen zijn te klein om met het oog waar te nemen
• Met blote oog niet waar te nemen, behalve: vrouwelijke eicel (100 𝜇𝑚)
5. De eerste microscopen droegen bij tot de ontdekking van de cel
• Vergrotingselementen: microscopen à al van 17de eeuw
• Robert Hooke: eerste keer het woord ‘cellen’ gebruikt
• Elk organisme (hoe groot of hoe klein) altijd opgebouwd uit elementaire bouwsteen = de cel
1
, Cellen – De Vos – Tweede zit | Yara Steurs
6. De celtheorie (1839)
1. Alle organismen zijn opgebouwd uit cellen
2. De cel is de structurele basisbouwsteen van alle organismen
3. Alle cellen vinden hun oorsprong in reeds bestaande cellen
• Er kan niks kleiner zijn dan een individuele cel dat we als levend beschouwen
o Cel = basisbouwsteen
7. Moderne microscopen bieden meer inzicht
• We gaan verder op deze basisbeginselen (celtheorie 1839)
• Levende cellen in verschillende kleuren bestuderen
• Processen volgen van embryogenese
o Segmentatie
8. Alle cellen hebben dezelfde biochemie
• Alles is opgebouwd uit cellen
• 70% water
• 30% functioneel
o Informatie: nulceotiden, DNA, RNA
o Uitoefenaars: tools = proteinen
o Lipiden / membranen
o Suikergroepen
o Metabolieten (pathways)
• Verschillende samenstellingen in verschillende types van cellen
9. Cellen zijn zeer divers van vorm en functie
• Spiercellen: bijzonder groot / samenstelling door diffusie cellen / meerdere kernen / contractiele vezels
• Fibroblasten: BW maken
• Bacteriën: E. Coli = darmbacterie + staafvormig
• Gist: knopjes; uniek à voortplanting (knopvorming)
• Macrofaag: opname pathogenen
o Aantrekken andere immuuncellen + geven veel moleculen af
• Zenuwcel: uitlopers voor communicatie
• Spermacel: staart (flagel)
• Spirocheten (bacteriën): spiraalvormig
• Vetcel (adipositen): met lipidedruppels
• Trichoom: uitloper plantencel
• Vili: epitheel darm / opp. darm groot maken
2
, Cellen – De Vos – Tweede zit | Yara Steurs
• Eicel
• Bloedcellen: rode bloedcel (afgeplatte donut vorm)
Enorme morfologische diversiteit.
à Vroeger dachten ze dat vorm indicatie was van evolutie: hoe complexer, hoe meer geëvolueerd
• Rangschikking hoe complex een cel is + verwantschappen
• Genoom in kaart brengen
10. Moleculaire criteria tonen evolutionair verwantschap
• Fylogenetische stamboom: schema dat evolutionaire
geschiedenis van bepaalde groep verwante biologische soorten
weergeeft
o Verwantschap doorheen de evolutie
Prokaryoten vs eukaryoten
• Grootste verschil: compartimentalisatie eukaryoten
o Prokaryoten: eencelligen / bacteriën / geen weefselvorming
o Eukaryoten: in groepjes om samen organismen te vormen
= meercelligen
• Prokaryoten: bifurcatie in 2 groepen
o Eubacteriën: vaakst voorkomend; e. Coli (helpen voeding digeren)
§ Symbiotisch: sterkte betrokkenheid en afhankelijkheid
o Archaea: oerbacteriën / extremofielen
§ Sulfolobus: waar veel zwavel is; vulkanen
§ Thermococcus: bij hoge temperaturen
§ Methanobacterien
§ Halococus
11. Pro- en eukaryoten verschillen in complexiteit
• Complexiteit = verschil tussen pro- en eukaryoot
Prokaryoot:
Zakje waarin DNA zit
DNA = circulair à nucleoid in de bacterie
Hebben niet echt een kern
Eukaryoot:
DNA in nucleus à de echte kern
Compartimenten met membranen: organellen
12. Kenmerken van de cel
• Identiteit: afgesloten van de omgeving
3