Inhoudsopgave
H16: de rechterlijke wereld........................................................................................................ 2
1. de selectie van de jury........................................................................................................ 2
1.1 de ondervraging van kandidaat-juryleden.....................................................................2
1.2 de wetenschappelijke selectie van de jury.....................................................................4
2. het proces........................................................................................................................... 6
2.1 bekentenissen................................................................................................................ 6
2.2 de polygraaf................................................................................................................... 9
2.3 getuigenissen............................................................................................................... 11
2.4 niet-toegelaten bewijsmateriaal................................................................................... 15
3. de beraadslaging door de jury........................................................................................... 16
3.1 de groepsdynamica...................................................................................................... 16
3.2 de grootte van de jury.................................................................................................. 16
3.3 de meerderheid beslist................................................................................................ 18
4. het straftoemetingsproces................................................................................................ 18
4.1 straftheorieën.............................................................................................................. 18
4.2 de rechterlijke persoonlijkheid..................................................................................... 19
4.3 gerechtigheid............................................................................................................... 20
1
,H16: DE RECHTERLIJKE WERELD
Rechterlijke dwaling = de situatie waarin iemand veroordeeld wordt voor een misdrijf dat
hij of zij niet begaan heeft, of voor een misdrijf dat nooit heeft plaatsgevonden
- jaren ’90: ‘innocence project’ van Benjamin Cardozo
= DNA profilering geven een waterdicht bewijs voor de schuld of onschuld van een
persoon
351 cases die ten onrechte werden veroordeel werden vrijgesproken ( waren
gemiddeld 14 jaar van hun vrijheid beroofd)
3% van de rechtszaken leiden tot dwalingen
Oorzaken van dwalingen
Valse (afgedwongen) bekentenissen
Fouten van politie 9%
Slecht onderzoek 2%
Overijverigheid 4%
Geheim houden ontlastend bewijs 7%
Fouten openbaar Overijverigheid 3%
ministerie
Onjuiste identificatie 11%
Fouten getuigen = Meineed door getuigen van OM 22%
grote meerderheid van Foutieve verklaringen getuigen OM 4
fouten binnen processen
Misleidend indirect bewijs 6%
Incompetente advocaat vd verdachte 2%
Niet toelaten door rechter van ontlastend
Andere fouten bewijs 1%
Geen aandacht voor alibi 9%
Foutieve vaststelling doodsoorzaak
slachtoffer 3%
Ten onrechte ‘guilty plea’ 3%
Grote publieke druk 13%
1. DE SELECTIE VAN DE JURY
Beklaagden die voor assisen verschijnen worden door een 12-ledige burgerjury beoordeeld.
Het is belangrijk dat zij onbevooroordeeld zijn en neutraal staan tegenover de beklaagde
1.1 DE ONDERVRAGING VAN KANDIDAAT-JURYLEDEN
De selectie van de jury
1. Rechtbank stelt een algemene lijst samen van kandidaat-juryleden
2. Hieruit wordt een aantal personen geselecteerd en opgeroepen
3. Deze personen worden daarna voor het proces aan een ondervraging onderworpen
Selectiecriterium:
- Schrapping van vooringenomenheid = kandidaat juryleden die al een mening
hebben gevormd, worden door de rechter geweerd (bv: persoonlijke relatie met de
beklaagde)
- Wrakingsrecht = het recht van advocaten om zonder toestemming vn de rechter een
beperkt aantal kandidaat-juryleden uit te sluiten, ook al zijn ze onbevooroordeeld
Doen ze obv intuïtie
2
, 3
H16: de rechterlijke wereld........................................................................................................ 2
1. de selectie van de jury........................................................................................................ 2
1.1 de ondervraging van kandidaat-juryleden.....................................................................2
1.2 de wetenschappelijke selectie van de jury.....................................................................4
2. het proces........................................................................................................................... 6
2.1 bekentenissen................................................................................................................ 6
2.2 de polygraaf................................................................................................................... 9
2.3 getuigenissen............................................................................................................... 11
2.4 niet-toegelaten bewijsmateriaal................................................................................... 15
3. de beraadslaging door de jury........................................................................................... 16
3.1 de groepsdynamica...................................................................................................... 16
3.2 de grootte van de jury.................................................................................................. 16
3.3 de meerderheid beslist................................................................................................ 18
4. het straftoemetingsproces................................................................................................ 18
4.1 straftheorieën.............................................................................................................. 18
4.2 de rechterlijke persoonlijkheid..................................................................................... 19
4.3 gerechtigheid............................................................................................................... 20
1
,H16: DE RECHTERLIJKE WERELD
Rechterlijke dwaling = de situatie waarin iemand veroordeeld wordt voor een misdrijf dat
hij of zij niet begaan heeft, of voor een misdrijf dat nooit heeft plaatsgevonden
- jaren ’90: ‘innocence project’ van Benjamin Cardozo
= DNA profilering geven een waterdicht bewijs voor de schuld of onschuld van een
persoon
351 cases die ten onrechte werden veroordeel werden vrijgesproken ( waren
gemiddeld 14 jaar van hun vrijheid beroofd)
3% van de rechtszaken leiden tot dwalingen
Oorzaken van dwalingen
Valse (afgedwongen) bekentenissen
Fouten van politie 9%
Slecht onderzoek 2%
Overijverigheid 4%
Geheim houden ontlastend bewijs 7%
Fouten openbaar Overijverigheid 3%
ministerie
Onjuiste identificatie 11%
Fouten getuigen = Meineed door getuigen van OM 22%
grote meerderheid van Foutieve verklaringen getuigen OM 4
fouten binnen processen
Misleidend indirect bewijs 6%
Incompetente advocaat vd verdachte 2%
Niet toelaten door rechter van ontlastend
Andere fouten bewijs 1%
Geen aandacht voor alibi 9%
Foutieve vaststelling doodsoorzaak
slachtoffer 3%
Ten onrechte ‘guilty plea’ 3%
Grote publieke druk 13%
1. DE SELECTIE VAN DE JURY
Beklaagden die voor assisen verschijnen worden door een 12-ledige burgerjury beoordeeld.
Het is belangrijk dat zij onbevooroordeeld zijn en neutraal staan tegenover de beklaagde
1.1 DE ONDERVRAGING VAN KANDIDAAT-JURYLEDEN
De selectie van de jury
1. Rechtbank stelt een algemene lijst samen van kandidaat-juryleden
2. Hieruit wordt een aantal personen geselecteerd en opgeroepen
3. Deze personen worden daarna voor het proces aan een ondervraging onderworpen
Selectiecriterium:
- Schrapping van vooringenomenheid = kandidaat juryleden die al een mening
hebben gevormd, worden door de rechter geweerd (bv: persoonlijke relatie met de
beklaagde)
- Wrakingsrecht = het recht van advocaten om zonder toestemming vn de rechter een
beperkt aantal kandidaat-juryleden uit te sluiten, ook al zijn ze onbevooroordeeld
Doen ze obv intuïtie
2
, 3