• De student begrijpt wat de organisatiekunde is en wat wordt verstaan onder een
organisatie, op zodanige wijze dat hij een willekeurige organisatie kan definiëren.
• De student geeft aan wat het doel van organisatiekunde is en hoe het denken over
organiseren zich geschiedkundig in grote lijnen heeft ontwikkeld; op zodanige wijze
dat hij dit in eigen woorden kan reproduceren.
• De student beschrijft wat de strategie, visie, missie en doelstellingen, van een
organisatie inhouden, op zodanige wijze dat hij deze herkent in een beschrijving van
een willekeurige organisatie;
• De student kent het doel van het gebruik en de samenstelling van het 7S model op
zodanige wijze dat hij een willekeurige organisatie kan beschrijven.
• De student benoemt uit welke elementen een organisatiestructuur bestaat op
zodanige wijze dat hij aangeeft hoe deze op elkaar inwerken en wat de samenhang is;
• De student weet wat processen zijn en beschrijft een eenvoudig organisatieproces op
zodanige wijze dat hij dit schematisch inzichtelijk maakt in een willekeurige
organisatie;
• De student geeft aan wat er wordt verstaan onder bedrijfscultuur en de rol van de
manager hierin; op zodanige wijze dat hij hier zijn waardeoordeel over kan geven.
Samenvattingen lessen en PowerPoints
Les 1
Organisatiekunde = een interdisciplinaire wetenschap die zich bezighoudt met
het bestuderen van het gedrag van organisaties alsmede de factoren die het
gedrag bepaalden en de wijze waarop organisaties het meest doeltreffend
bestuurd kunnen worden.
Een sociologische wetenschap die ook kennis uit andere wetenschappen
gebruikt.
Organisatie: ‘een doelgericht samenwerkingsverband’ met de coördinerende
inzet van mensen en middelen. Organisatiekunde bestudeerd dus hoe een groep
mensen zo efficiënt en effectief mogelijk een doel kan bereiken.
Altijd dus met een groep mensen.
Efficiënt = met zo weinig mogelijk middelen je doel bereiken
Effectief = op een goede manier je doel bereiken
Typen organisaties:
- Publiek (non-profit) = doel is geen winst maken. Gemeente
- Privaat (profit) = doel is om winst te maken. Winkel
- Hybride (semi-overheid publiek/privaat) = deels privaat en publiek. School
met avans+
Machiavelli II principe Mensen met macht moeten liegen, je moet drie agenda’s
hebben
Adam Smith Nastreven van het individuele belang resulteert in het grootste
maatschappelijk belang.
Taylorism De mens is een onderdeel van de machine
Frederick Taylor Tijdmetingen en bewegingsstudies van handelingen in het
productieproces. Een organisatie is een gesloten systeem en middels een
wetenschappelijke methode kan die geoptimaliseerd worden.
1
, Henry Fayol Er zijn benodigde vaardigheden nodig om een organisatie te leiden.
Dit door een structurele benadering van plannen, organiseren, opdracht geven,
coördineren en controleren.
Elton Mayo Arbeidsprestaties komen niet alleen tot stand op basis van rationele
overwegingen, maar sociale aspecten spelen ook en rol.
Kenneth Boulding Organisaties moeten worden beschouwd als open systemen.
Problemen worden opgelost door samenwerking. Een open systeem = invloed
van de omgeving heeft invloed op de organisatie.
Boom = organisatie
Bos = directe omgeving
Landschap = indirecte omgeving
Les 2
Visie = een algemeen gedachtebeeld of voorstelling van de toekomst van een
organisatie. Een visie is meestal opgebouwd uit een missies en principes.
Missie = bestaat uit een beschrijving van de productmarktcombinatie en de
manier waarop men hier een structureel concurrentievoordeel realiseert.
Principes = de normen en waarden van de organisatie en deze worden getoetst
aan de maatschappij (bijvoorbeeld de klant is koning, wij zijn integer)
Visie = missie + principes
Organisatiedoelstellingen = geven de relatie aan van de organisatie met haar
omgeving en haar medewerkers. (belangenevenwicht, winstgevendheid,
kwaliteit, imago, gedragsregels)
Strategie = hoe worden de doelstellingen bereikt? Het plan hoe je daar komt.
Doelstellingen zijn geconcretiseerde uitwerkingen van de beleidsuitgangspunten.
Ze zijn concreet en meetbaar. Bijvoorbeeld gericht op een % groei te realiseren
over ene bepaalde periode.
Klassieke benadering:
Strategievorming:
1. Vaststellen van het toekomstbeleid
2. Ontwikkelen van verschillende strategieën
3. Evaluatie en keuze van strategie
Strategisch management = het zorg dragen voor een juiste afstemming op de
omgeving.
Klassieke benadering = strategisch management: strategische planning
Moderne benadering = strategisch management: strategisch denken
Organisatie (boom) heeft partijen (bos) waar de organisatie te maken heeft en de
partijen en de organisatie hebben een omgeving.
Bij een externe analyse kun je kijken naar de omgeving, wat er in de
maatschappij gebeurd.
Klassieke benadering =
2