-
Deel kinesiologie
1
, De schouder
1. Bovenhandse werpbeweging/ strekworp
6fasen: uitgaande v rechtshandige werper linkerzijde nr slagman toe
Wind-upfase: voorbereidende fase waarbij flexie centraal staat
- Optrekken vh linkerbeen met flexie in heup & knie
- Flexie WK
- Beide handen omvatten bal
- Schouder in endorotatie-adductie
- flexie v beide ellebogen
EMG: lage spieractiviteit thv schouder door trage beweging
- UT, serratus anterior & M. deltoideus pars clavicularis => grootste activiteit
Contraheren concentrisch om
scapula opwaarts te roteren & te eleveren
schouder in abductie te brengen
contraheren excentrisch voor:
neerwaartse scapularotatie
adductie vd arm
- rotatorcuffspieren: als glenohumerale compressors & rotators
laagste activiteit tijdens deze fase
weinig tot geen schouderletsels
Stridefase: bal losgelaten door linkerhand
- Rechterarm beweegt van adductie-endoroatie nr abductie-exorotatie
- Opgetrokken been voorwaarts geplaatst in richting vd slagman
- Romp beweegt nr extensie-rotatie rechts & lateroflexie links
EMG: sterke toename v spieractiviteit
- Supraspinatus => grootste activiteit
Zorgt vr abductie
Zorgt vr compressie & stabilisatie vh GH-gewricht
- M. deltoideus: helpt SSspier vr behouden vd abductie
- UT & serratus anterior => matige tot hoge activiteit
Voor positioneren & stabiliseren vd scapula
Arm-cockingfase: neerplanten linkervoet
- Derotatiebeweging v benen & romp ingezet (bijdragen aan versnelling vd bal)
- Arm beweegt nog steeds in dezelfde richting nr horizontale abductie & exorotatie
EMG: kinetische energie OL & romp overgebracht nr arm
2