Inleiding cos
Hoofdstuk 1: inleiding
1.0 Complexiteit
De mate waarin iets ingewikkeld, moeilijk of
veel is
Niet eenvoudig
Geen absoluut maar ene relatief begrip
Context- en situatieafhankelijk
!! complexiteit in opvoeding
Afstemming en perspectief van ouder/kind
Meerdere lagen en brillen (afhankelijk van
de bril die je ophebt dus referentiekaders)
Meer uitdagingen
2.0 Vanuit verschillende perspectieven
A. Educare
Empirische wetenschappelijk perspectief
Objectiveerbare + controleerbare
doelstelling
Focus op kind en omgeving
Recht op deskundige opvoeders
B. Educere
Kritische emancipatorische denken
Creëren van pedagogische plekken (=
plaatsen waar kinderen samen met
volwassenen de wereld ontdekken)
Opvoeders houden een niet-wetende
houding
Hierdoor ontstaat een spanningsveld:
classificeren of niet (kan zo een vals gevoel
van controle geven)
C. pedagogische tussenkomst
Handelen moet verantwoord worden vanuit
verschillende theorien (als jeugdprofessional)
1. Rechtstreeks (contact met kinderen)
2. Mediërende pedagogische opdracht
(tussenpersoon tussen jongeren en andere)
3. Maatschappelijke opdracht (gericht op
bevorderen van sociale veranderingn
sociale cohesie en welzijn in het algemeen)
1
, Je wilt iets bekomen (bepaald motief/doel)
Handelt en reageert op andere, je weet
nooit wat kind gaat terug geven (kind kiest
hoe reageert, heeft speelruimte), daarna
beslist de volwassene de hoe te reageren
Pedagogisch handelen
met verschillende opties
Reactie is je vrije keuze
Hoofdstuk 1: Pedagogisch
Handelen
!!! pedagogische handelen is:
1.0 Wat verstaan we onder pedagogisch
handelen? 1. Sociaal handelen dat opvoeding mogelijk
maakt
Van kijken naar handelen
2. Begeleiden van mensen in hun leven
Gedrag versus handelen
Leren is een alledaagse dimensie van het leven
o Gedrag: alle waarneembare
activiteiten van mens of dier Ligt in de levenssamenleving
o Handelen: wat mensen doen en het Speelt zich overal af
handelen in opvoeding is bewust en Reflecteren op je handelen
intentioneel (in relatie)
Eenvoudige interventie effect relaties versus B. Juist handelen versus adequaat handelen
de relatie tussen beoogd/bedoeld handelen
Juist handelen: (niet één juist handelen)
van opvoeders en effect op het kind
We kunnen sommige dingen doen of beogen Adequaat handelen: afgestemd handelen op
maar weten niet welk effect dat gaat basis van de situatie
hebben op het kind
o Opvoeding is veranderlijk Dit is zowel op mirconiveau (vb. in gezin geen
o Communicatie: verschillende één juiste tijd vo kinderen klaar te maken) en
interpretaties mogelijk mesoniveau (vb. in alle leefgroepen anders
o Normativiteit (ruis): in opvoeding wil gehandeld)
iedereen iets anders, er is niet 1 doel of
Max van Manen
norm waaraan je moet voldoen (geen
goed of slecht) Pedagogische tact: vermogen van de
opvoeder om op het juiste moment het juiste te
A. Technisch handelen versus sociaal handelen
doen voor het zelijn van het kind
Technische handelen: gericht op verandering,
Gevoeligheid creëren vo behoefte van het
causaal verband (vb. auto binnen brengen dan
kind in bepaalde situaties
auto gemaakt)
(contextgebonden)
Sociaal handelen: wederzijds handelen Krijgt gevoeligheid door wijsheid en
gericht op verandering van mensen en het empathie
handelen van anderen (vb. mama werken wat is Groei is mogelijk en reflectie belangrijkn
effect op kind) Sensitieviteit creëren voor kind en situatie
Niet 1 juiste reactie
Herman Giesecke
Martinus jan langeveld
Handelen is een bewuste intentionele activiteit
van mensen gericht op de vormgeving van de Pedagogie als handelingswetenschap: wet
werkelijkheid, met doelen en motieven gericht op handelen en praktische interventies
in opvoedingspraktijk
(heel bewust handelen om iets te berekenen)
2
, Pedagogische handelen bewust handelen Ideeën die de sl heeft over waar kinderen voor
met een bepaald doel staan, wat ze horen te doen en waarbij ze het
Volwassenen moeten kinderen naar meest gebaat zijn
volwassenheid begeleiden
o Cultuursensitief = contextgebonden Manier van kijken naar kinderen
o Ervaring, intuïtie en reflectie Gestuurd door waarden en normen
Veranderd over jaren heen
Bepaald mee waar opvoeding moet inzetten
Descriptief: beschrijvend, idee over het kind,
waar kind voor staat,..)
Prescriptief: voorschrijven, wat horen
kinderen te doen?)
Philippe meirieu
!!! zie pedagogen op apart schema in
= pedagogie als manier van denken en doen bijlage🤩
( een wetenschap van en voor de praktijk)
3.0 Courante concepten van pedagogisch
handelen
Niet iedere volwassene is deskundige pedagoog
A. Professioneel pedagogisch handelen
Elke vorm van bemoeienis met jeugdigen, hun
ouders en de opvoedingsomgeving die bedoeld
is om problemen van of met jeugdigen te
voorkomen, te verminderen of op te lossen en
om hun ontwikkeling te stimuleren
3 taken
Axiologie: doel van opvoeding, existentiele
zaak 1. Versterken van opvoedingsomgeving
Praexelogie: aanpak, handelen, praktijk, wat o Opvoedingsmilieus versterken
wil je bekomen? o Alle milieus hangen samen ->
Theorie: waarom werken dingen? Kennis overkoepelende vraagstukken -> overleg
is belangrijk
Deze drie dimensies moeten in evenwicht zijn
o Vb. gezin, onderwijs, vrije tijd
= samenhangend verhaal dat uitlegt waarom 2. Versterken van opvoedingsrelaties
een doel te bereiken is met een bepaalde of o Pedagogische relatie staat centraal
benadering o Kind staat nooit alleen (hellinckx (vraag
en aanbod))
2.0 Kindbeelden o = multtifactorieel afstemmingsproces
o Ouderbegeleiding, netwerkversterking
A. Van praktijk naar perspectief
3. Herstellen van opvoedingsrelaties
De basis van het begrijpen, benaderen en het o Vaste opvoedingsrelaties herstellen door
handelen in opvoedingssituaties (perspectief) middel van specialistisch hulp
o Zo kort en minst ingrijpend mogelijk
Bekende bedenkers hebben elk unieke
perspectieven en benaderingen die mee het B. Ruimten van pedagogisch handelen
pedagogische handelen sturen
Elke pedagen heeft unieke pedagogische peilers bij ruimten van pedagogisch handelen
praktijken ontwikkeld die passen bij hun
1. Situaties
opvoedkundige filosofieën
o Een samenspel van voorwaarden die op
B. Kindbeelden dat moment werkzaam zijn
3
, o Elke situatie is anders, herhaalt zich
nooit meer precies hetzelfde
o Veel factoren die afhankelijk zijn van een
persoon
2. Institutie
o Maatschappelijke instellingen regelen tot
zekere hoogte het menselijk handelen
o Onafhankelijk van personen en dus voor
lange duur
o Vb. school, thuisbegeleiders
3. Veld
o Sociale context waarbinnen je handelen
plaatsvindt
o Vb. dynamieken in groep of gezin, hoe jij
je als begeleider voelt,..
Instrumentele ruimte is theorie, kaders en dit is
niet genoeg maar met normatieve
C. methodisch werken professionaliteit naar verantwoordelijkheid ten
op zichte van mensen, zowel moreel en ethisch)
Impliciete theoretische onderbouwing:
ervaring, traditie en intuïtie (voel wat mijn kind
nodig heeft)
B. Normatieve professionaliteit door KUNNEMAN
Expliciete theoretische onderbouwing:
Normatieve professionaliteit is het stilstaan bij
methodisch werken (hoe een professional aan
de morele lading van dagelijkse keuzes
het werk gaat en aan doelen werkt op basis van
kaders/theories Ter discussie stellen van heersende
opvattingen als politieke aspect van
Verantwoorden wat we doen
pedagogisch handelen
Op basis van theorieën
Voortdurende reflectie: maatschappelijke
D. en professionele intuïtie rol, relatie met mensen voor wie ze werken,
morele en politieke werking van vakkenis,
Kort op de bal spelen op onverwachte en de leefwereld van wie om hulp vraagt
nieuwe situaties Vraagt om bewustwording
Waarden, normen, ethische overwegingen
Geheel aan ervaringen en (vaak) impliciete
die professioneel handelen sturen
praktijkkenis
o Intuïtie = snel handelen, door C. Pedagogisch handelen als deel van de wereld
contacten/ervaringen leer je, reflecteren
op ervaring zodat je dit kan verbeteren Wereld/maatschappij invloeden op pedagogisch
o Soms intuief, naast methodisch handelen
Kracht van denken zonder erbij na te
Kinderen deel van toekomst
denken
Kinderen doel = vormgeven
E. zwaartepunt van ingrijpen Geen one-size-fits-all dus geen pasklaar
antwoord (methoden verschillen)
Analytische kaart (micro- meso- macro) waarbij
pedagpogische handelen niet enkel op !! enkele tendezen waar we bewust van moeten
microniveau te liggen, ook op meso en macro zijn (professioneel normatief, maatschappij
leren kennen om zo te kunnen werken)
4.0 Rol van de maatschappij op ons
pedagogisch handelen Individualisering
Risicovermijding
A. Spanningsveld Doelgerichtheid
4
Hoofdstuk 1: inleiding
1.0 Complexiteit
De mate waarin iets ingewikkeld, moeilijk of
veel is
Niet eenvoudig
Geen absoluut maar ene relatief begrip
Context- en situatieafhankelijk
!! complexiteit in opvoeding
Afstemming en perspectief van ouder/kind
Meerdere lagen en brillen (afhankelijk van
de bril die je ophebt dus referentiekaders)
Meer uitdagingen
2.0 Vanuit verschillende perspectieven
A. Educare
Empirische wetenschappelijk perspectief
Objectiveerbare + controleerbare
doelstelling
Focus op kind en omgeving
Recht op deskundige opvoeders
B. Educere
Kritische emancipatorische denken
Creëren van pedagogische plekken (=
plaatsen waar kinderen samen met
volwassenen de wereld ontdekken)
Opvoeders houden een niet-wetende
houding
Hierdoor ontstaat een spanningsveld:
classificeren of niet (kan zo een vals gevoel
van controle geven)
C. pedagogische tussenkomst
Handelen moet verantwoord worden vanuit
verschillende theorien (als jeugdprofessional)
1. Rechtstreeks (contact met kinderen)
2. Mediërende pedagogische opdracht
(tussenpersoon tussen jongeren en andere)
3. Maatschappelijke opdracht (gericht op
bevorderen van sociale veranderingn
sociale cohesie en welzijn in het algemeen)
1
, Je wilt iets bekomen (bepaald motief/doel)
Handelt en reageert op andere, je weet
nooit wat kind gaat terug geven (kind kiest
hoe reageert, heeft speelruimte), daarna
beslist de volwassene de hoe te reageren
Pedagogisch handelen
met verschillende opties
Reactie is je vrije keuze
Hoofdstuk 1: Pedagogisch
Handelen
!!! pedagogische handelen is:
1.0 Wat verstaan we onder pedagogisch
handelen? 1. Sociaal handelen dat opvoeding mogelijk
maakt
Van kijken naar handelen
2. Begeleiden van mensen in hun leven
Gedrag versus handelen
Leren is een alledaagse dimensie van het leven
o Gedrag: alle waarneembare
activiteiten van mens of dier Ligt in de levenssamenleving
o Handelen: wat mensen doen en het Speelt zich overal af
handelen in opvoeding is bewust en Reflecteren op je handelen
intentioneel (in relatie)
Eenvoudige interventie effect relaties versus B. Juist handelen versus adequaat handelen
de relatie tussen beoogd/bedoeld handelen
Juist handelen: (niet één juist handelen)
van opvoeders en effect op het kind
We kunnen sommige dingen doen of beogen Adequaat handelen: afgestemd handelen op
maar weten niet welk effect dat gaat basis van de situatie
hebben op het kind
o Opvoeding is veranderlijk Dit is zowel op mirconiveau (vb. in gezin geen
o Communicatie: verschillende één juiste tijd vo kinderen klaar te maken) en
interpretaties mogelijk mesoniveau (vb. in alle leefgroepen anders
o Normativiteit (ruis): in opvoeding wil gehandeld)
iedereen iets anders, er is niet 1 doel of
Max van Manen
norm waaraan je moet voldoen (geen
goed of slecht) Pedagogische tact: vermogen van de
opvoeder om op het juiste moment het juiste te
A. Technisch handelen versus sociaal handelen
doen voor het zelijn van het kind
Technische handelen: gericht op verandering,
Gevoeligheid creëren vo behoefte van het
causaal verband (vb. auto binnen brengen dan
kind in bepaalde situaties
auto gemaakt)
(contextgebonden)
Sociaal handelen: wederzijds handelen Krijgt gevoeligheid door wijsheid en
gericht op verandering van mensen en het empathie
handelen van anderen (vb. mama werken wat is Groei is mogelijk en reflectie belangrijkn
effect op kind) Sensitieviteit creëren voor kind en situatie
Niet 1 juiste reactie
Herman Giesecke
Martinus jan langeveld
Handelen is een bewuste intentionele activiteit
van mensen gericht op de vormgeving van de Pedagogie als handelingswetenschap: wet
werkelijkheid, met doelen en motieven gericht op handelen en praktische interventies
in opvoedingspraktijk
(heel bewust handelen om iets te berekenen)
2
, Pedagogische handelen bewust handelen Ideeën die de sl heeft over waar kinderen voor
met een bepaald doel staan, wat ze horen te doen en waarbij ze het
Volwassenen moeten kinderen naar meest gebaat zijn
volwassenheid begeleiden
o Cultuursensitief = contextgebonden Manier van kijken naar kinderen
o Ervaring, intuïtie en reflectie Gestuurd door waarden en normen
Veranderd over jaren heen
Bepaald mee waar opvoeding moet inzetten
Descriptief: beschrijvend, idee over het kind,
waar kind voor staat,..)
Prescriptief: voorschrijven, wat horen
kinderen te doen?)
Philippe meirieu
!!! zie pedagogen op apart schema in
= pedagogie als manier van denken en doen bijlage🤩
( een wetenschap van en voor de praktijk)
3.0 Courante concepten van pedagogisch
handelen
Niet iedere volwassene is deskundige pedagoog
A. Professioneel pedagogisch handelen
Elke vorm van bemoeienis met jeugdigen, hun
ouders en de opvoedingsomgeving die bedoeld
is om problemen van of met jeugdigen te
voorkomen, te verminderen of op te lossen en
om hun ontwikkeling te stimuleren
3 taken
Axiologie: doel van opvoeding, existentiele
zaak 1. Versterken van opvoedingsomgeving
Praexelogie: aanpak, handelen, praktijk, wat o Opvoedingsmilieus versterken
wil je bekomen? o Alle milieus hangen samen ->
Theorie: waarom werken dingen? Kennis overkoepelende vraagstukken -> overleg
is belangrijk
Deze drie dimensies moeten in evenwicht zijn
o Vb. gezin, onderwijs, vrije tijd
= samenhangend verhaal dat uitlegt waarom 2. Versterken van opvoedingsrelaties
een doel te bereiken is met een bepaalde of o Pedagogische relatie staat centraal
benadering o Kind staat nooit alleen (hellinckx (vraag
en aanbod))
2.0 Kindbeelden o = multtifactorieel afstemmingsproces
o Ouderbegeleiding, netwerkversterking
A. Van praktijk naar perspectief
3. Herstellen van opvoedingsrelaties
De basis van het begrijpen, benaderen en het o Vaste opvoedingsrelaties herstellen door
handelen in opvoedingssituaties (perspectief) middel van specialistisch hulp
o Zo kort en minst ingrijpend mogelijk
Bekende bedenkers hebben elk unieke
perspectieven en benaderingen die mee het B. Ruimten van pedagogisch handelen
pedagogische handelen sturen
Elke pedagen heeft unieke pedagogische peilers bij ruimten van pedagogisch handelen
praktijken ontwikkeld die passen bij hun
1. Situaties
opvoedkundige filosofieën
o Een samenspel van voorwaarden die op
B. Kindbeelden dat moment werkzaam zijn
3
, o Elke situatie is anders, herhaalt zich
nooit meer precies hetzelfde
o Veel factoren die afhankelijk zijn van een
persoon
2. Institutie
o Maatschappelijke instellingen regelen tot
zekere hoogte het menselijk handelen
o Onafhankelijk van personen en dus voor
lange duur
o Vb. school, thuisbegeleiders
3. Veld
o Sociale context waarbinnen je handelen
plaatsvindt
o Vb. dynamieken in groep of gezin, hoe jij
je als begeleider voelt,..
Instrumentele ruimte is theorie, kaders en dit is
niet genoeg maar met normatieve
C. methodisch werken professionaliteit naar verantwoordelijkheid ten
op zichte van mensen, zowel moreel en ethisch)
Impliciete theoretische onderbouwing:
ervaring, traditie en intuïtie (voel wat mijn kind
nodig heeft)
B. Normatieve professionaliteit door KUNNEMAN
Expliciete theoretische onderbouwing:
Normatieve professionaliteit is het stilstaan bij
methodisch werken (hoe een professional aan
de morele lading van dagelijkse keuzes
het werk gaat en aan doelen werkt op basis van
kaders/theories Ter discussie stellen van heersende
opvattingen als politieke aspect van
Verantwoorden wat we doen
pedagogisch handelen
Op basis van theorieën
Voortdurende reflectie: maatschappelijke
D. en professionele intuïtie rol, relatie met mensen voor wie ze werken,
morele en politieke werking van vakkenis,
Kort op de bal spelen op onverwachte en de leefwereld van wie om hulp vraagt
nieuwe situaties Vraagt om bewustwording
Waarden, normen, ethische overwegingen
Geheel aan ervaringen en (vaak) impliciete
die professioneel handelen sturen
praktijkkenis
o Intuïtie = snel handelen, door C. Pedagogisch handelen als deel van de wereld
contacten/ervaringen leer je, reflecteren
op ervaring zodat je dit kan verbeteren Wereld/maatschappij invloeden op pedagogisch
o Soms intuief, naast methodisch handelen
Kracht van denken zonder erbij na te
Kinderen deel van toekomst
denken
Kinderen doel = vormgeven
E. zwaartepunt van ingrijpen Geen one-size-fits-all dus geen pasklaar
antwoord (methoden verschillen)
Analytische kaart (micro- meso- macro) waarbij
pedagpogische handelen niet enkel op !! enkele tendezen waar we bewust van moeten
microniveau te liggen, ook op meso en macro zijn (professioneel normatief, maatschappij
leren kennen om zo te kunnen werken)
4.0 Rol van de maatschappij op ons
pedagogisch handelen Individualisering
Risicovermijding
A. Spanningsveld Doelgerichtheid
4