BA4 (tweede graad)
“Beter voorkomen dan genezen”
Basis
Werk of handeling die gevaarlijk is voor jou of een ander mogen NOOIT uitgevoerd worden. Zelfs als
zorgt dit voor materiële schade of langere werktijd.
Gevaren
Overstroom
Als elektrische stroom in een geleider te groot wordt, warmt deze op en smelt de isolatie, met brand
als gevolg. Wanneer stroomsterkte (in geleider) groter wordt dan toegelaten, noemen we dit
overstroom. Dit kan komen door een overbelasting of kortsluiting.
Overbelasting
Als er teveel gebruikers op een leiding aangesloten zijn (door inwendige fout of te grote vraag naar
vermogen van een toestel) noemen we dit overbelasting.
Kortsluiting
Wanneer er (on)bewust 2 spanning dragende geleiders zonder verbruiker ertussen tegen elkaar
komen, geeft dit kortsluiting. Hierbij ontstaan een vlamboog die erg gevaarlijk is.
Elektrocutie
Als we in aanraking komen met onder spanning staande toestellen of naakte geleiders, kan ons
lichaam een elektrische schok krijgen.
Er zijn verschillende mogelijkheden:
Rechtstreekse aanraking
Aanraking met 2 actieve geleiders of met een actieve geleider en de grond.
Op de afbeelding hiernaast; rode mannetjes staan in contact met
spanning voerende geleiders en gaan er mogelijk het leven bij
inschieten. De groene mannetjes staan in contact met geleiders
op nul-potentiaal en dus ‘veilig’.
Als er een onregelmatigheid in het net optreedt, kan zelfs hier
onverwacht gevaar schuilen, DUS met nodige voorzichtigheid
benaderen.
Onrechtstreekse aanraking
Toevallige en onbewuste aanraking met onder spanning staande massa. (bv omhulsel van
wasmachine).
Het rood mannetje realiseert zelf de verbinding indien de
equipotentiaalverbinding (aarding) ontbreekt. Daardoor
gaat de foutstroom door zijn lichaam vloeien.
Als de verbinding er wel is, dan wordt de foutstroom
afgeleid naar de aarding, zo is het mannetje veilig en de
verliesstroomschakelaar kan de stroomlek detecteren en
gepast reageren door de kring af te schakelen.
, Cynthia00
Een massa
Massa is het aanraakbaar geleidend deel van een toestel dat normaal geen actief deel is (niet onder
spanning), bij een fout kan dit wel onder spanning komen staan = isolatiefout.
De gevolgen van de elektrische schok zijn afhankelijk van de stroomsterkte, de weg door het lichaam,
de omstandigheden waarin de persoon zich bevindt en de duur van blootstelling aan de
stroomdoorgang.
Het risicogebied is hiernaast hetzelfde, de hartstreek. In elk van de afbeeldingen is de in- en uitgang
verschillend. De vochtigheid is eveneens een belangrijke factor, er zijn 3 groepen.
BB3
BB1
BB2
Bij droge huid of vochtig door Bij natte huis Ondergedompeld in water
transpiratie
Hierbij kunnen in het lichaam een paar ontwikkelingen verschijnen die dodelijke gevolgen kunnen
hebben.
< 0,5mA 0,5 – 10mA 10 – 30mA 30 – 200mA 200 – 500mA >500mA
Geen Stroom wordt
merkbaar gevoeld, geen
effect gevaar
< 0,5mA Geen merkbaar effect
0,5 – 10mA Stroom wordt gevoeld, geen gevaar
10 – 30mA Krampverschijnselen, ademhalingsproblemen en stijgende bloeddruk
30 – 200mA Hartfibrilatie omkeerbaar
200 – 500mA Hartfibrilatie, bewusteloosheid, snelle dood mogelijk
>500mA Inwendige brandwonden, hartstilstand, onmiddellijke dood mogelijk
De spanning die een mens maximum continu kan verdragen zonder letsel (absolute conventionele
grensspanning = UL) is afhankelijk van zijn toestand.
Toestand BB1 Toestand BB2 Toestand BB3
< 50V < 25V < 12V
In een werkplaats elektriciteit mag men dus, in droge toestand, maximum aan 50V wisselspanning
blootgesteld worden.