Jasmijn Gagroo
ONTWIKKELINGSPSYCHOLOGIE
HOOFDSTUK 1: KENNISMAKING EN HISTORIEK
KENNISMAKING
= Wetenschappelijke studie van patronen van groei, verandering en stabiliteit (vanaf
de conceptie tot de hoge ouderdom
In verschillende onwtikkelingsdomeinen
o Fysiek (= de invloed van de hersenen, zenuwstelsel, spieren, zintuigen
en de behoefte aan eten, drinken en slaap op ons gedrag)
Voorbeeld: wat bepaald de sekse van een kind? Wat zijn de
nadelen van premature geboorte? …
o Cognitief (= intellectuele vermogens, waaronder leervermogen,
geheugen, taalontwikkleling, probleemoplossing en intelligentie)
Voorbeeld: wat zijn onze vroegste herinneringen? Heeft 2
taligheid voordelen? …
o Sociaal -emotioneel + persoonlijkheid (= duurzame gedragingen
en eigenschappen die de ene persoon van de andere onderscheiden)
Voorbeeld: Wat zijn de effecten van verschillende
opvoedingsstijlen op het gedrag van kinderen? Hebben kinderen
die gepest worden bepaalde eigenschappen gemeen? …
Verschillende ontwikkelingsfase
- Prenataal
- Babytijd
- Peuter en kleutertijd
- Schooltijd
- Adolescentie
- Ontluikende volwassenheid
- Volwassenheid
- Ouderdom
Nuancering: sociale constructies veelal gebaseerd op onderzoek in WEIRD1
samenlevingen
o MAAR slechts een klein deel v/d hele wereld
o Er is ook een grote rol weggelegd voor individuele verschillen
HISTORIEK
Ariès : ontdekker van ‘het kind’ als voorwerp van historisch onderzoek
- Deed een cultuurhistorische studie over het kind + kindertijd (sinds de
middeleeuwen) adhv afbeeldingen en dagboeken
o In de middeleeuwen beschouwde men kinderen vaak als mini-
volwassenen (zo afgebeeld)
Vanaf 6/7 jaar werden kinderen als volwassen beschouwd
kindertijd = sociale constructie van vrij recente datum (rond
1600)
Newton : ‘standing on the shoulder of giants’ (= wetenschap boekt vooruitgang door
altijd verder te bouwen op eerdere inzichten)
1
Western Educated Industrialized Rich Democratic
1
,1e bach psychologie
Jasmijn Gagroo
VROEGE DENKERS
Locke (grondlegger empirisme)
- Mens geboren als onbeschreven blad (‘tabula rasa’), zonder aangeboren
tendensen
- Verschillen tussen mensen zijn toe te schrijven aan verschillende omgevingen/
ervaringen
o We zijn identiek geboren dus we kunnen alle kanten uit gaan =>
kinderen kunnen tot gelijk wat ‘gevormd’ worden (‘iedereen kan alles
worden’)
- Beïnvloedde het behaviorisme
- Kind als passieve ontvanger van omgevingsinvloeden (omgeving vormt het kind,
kind heeft zelf weinig invloed op de ontwikkeling stromingen die van een
actieve invloed uitgaan)
- Ervaring staat centraal!!
Rousseau (nativisme : bepaalde kennis is aangeboren en niet alleen door ervaring /
omgeving)
- Kinderen ≠onbeschreven blad
o Nl geboren met inherent potentieel en talenten (‘aangeboren
goedheid’)
- Als kinderen goed verzorgd/beschermd worden, bereiken ze vanzelf hun volle
potentieel
o We ontwikkelen ons als mens tot wat de natuur ons heeft mee gegeven
o Opvoeding mag niet TE opdringerend zijn, als we genoeg vrijheid krijgen
komt het vanzelf wel goed
o Als ze frustratie ervaren bij het proberen ontwikkelen van de aangeboren
goedheid zal ontwikkelingsuitkomst negatief zijn
- Ontwikkeling in afzonderlijke fasen die zich automatisch ontvouwen (maturatie)
- Kern: alles is aanwezig, het moet enkel nog ontwikkeld worden (minimale rol
voor opvoeding)
- kind = actief experimenteel wezen (neemt selectief dingen op uit de omgeving
waaraan er behoefte is)
o ‘kinderen zijn nobele wilden’
START VAN DE WETENSCHAPPELIJKE ONTWIKKELINGSPSYCHOLGIE
Darwin (Evolutietheorie: evolutie vanuit primitieve naar meer complexe
levensvormen)
- Parallel tussen ontwikkeling van individuen (ontogenese) binnen een soort en
hoe de soort zich zelf ontwikkeld heeft (fylogenese)
- Babybiografie over eerste levensjaar van zijn zoon (eerste keer systematische
observatie)
o Was wel een dagboek DUS subjcetief
o Observatie van kinderen krijgt systematisch karakter
- Start wetenschappelijke studie van ontwikkeling
Hall (geïnspireerd door Darwin: ontogenese als herhaling van fylogenese)
- Ontwikkeling als reeks genetisch bepaalde gebeurtenissen die zich automatisch
ontvouwen, zoals een bloem
o Kinderen ontwikkelen zich van zelf van primitieve wezens naar complexe
individuen
- Stichter Child Study Movement
o Beweging waar wetenschappelijk methoden werden toegepast op de
studie van kinderen verder dan enkele biografiën
2
,1e bach psychologie
Jasmijn Gagroo
o Meer normatieve benadering : antwoorden vergelijken met antwoorden
van bv een groep, eerste gebruik van vragenlijsten etc …
- Adolescentie als afzonderlijke ontwikkelingsfase (“storm en stress”)
- ‘Men kan de typsiche wildheid van kinderen maar beter toeaten tot een jaar of
12’
Gesell (leerling van Hall : zijn ideeën verder uitgewerkt)
- Father of child development genoemd
o Doel: ouders bewust maken van wat er op welke leeftijd verwacht kan
worden
- Grote groepen van kinderen onderzoeken adhv van allerlei methoden (bv
observatie, ouderinterviews …)
o Veel aandacht voor de motorische ontwikkeling
o Sterke focus op maturatie, beperkte rol van ervaring
o Alle kinderen doorlopen zelfde stadia
- Ontwikkeling motorisch gezien van globaal naar specifiek loopt in 2 richtingen
o Cefalo-caudale ontwikkeling: hoofd => voeten
o Proximo- distale ontwikkeling: centrum => buitenkant
- Gesell Developmental Schedules (voorlopers voor huidige ontwikkelingstests,
kijken waar het kind staat in de ontwikkeling)
- ‘Als we effectieve hulpmiddelen gebruiken, onthuld het kind zichzelf aan
iedereen die stopt en luistert naar wat het zegt en die met ziende ogen kijkt
naar wat het doet’
Montessori
- Kinderen leren op een natuurlijke manier door rijpingsprocessen
o Laten leren door het zelf te laten doen
Onderwijsaanpak gebaseerd op zelfraadzaamheid
Eerste montessori kleuterschool in 1907
‘leer het me zelf doen’
Binet (ontwikkelde eerste intelligentietest op vraag v/h minesterie van onderwijs)
- Kinderen moesten naar school ook zij die eerst niet naar school gingen
o Nood aan bijzonder onderwijs
o Stimuleerde interesse in individuele verschillen in ontwikkeling
Terman paste de tests van Binet aan voor de Amerikaanse context + breidde verder
uit
- Oprichter ‘genetic studies of the genius - Stanford university’ (later: Terman
study of the gifted)
o Grootschalig, systematisch, longitudinaal (langst lopende studie)
o Aadacht voor genetische basis en minder aandacht voor omgeving
o Opgepikt door beweging van eugenetica (= selecteren in soort, zorgen
dat mensen met slechte genen zich niet meer kunnen voortplanten
(elimineren), emmigreren)
Hollingworth (bouwt verder op het werk van Terman)
- Studie van intelligentie, met focus op hoogbegaafdheid
- Aandacht voor unieke uitdagingen van congitief sterke lln
- Erkende de genetische basis van verschillen in intelligentie
- Veel aandacht voor schoolpsycholgische praktijk (verschilt hierin van vele
tijdgenoten)
Doel wetenschappers: groei, verandering en stabiltieit in de kindertijd bestuderen
(ligt mee aan de basis van de start van de ontwikkelinspsychologie)
3
,1e bach psychologie
Jasmijn Gagroo
- Genetische psychologie: intieel veel beklemtoning op de erfelijke sturing
- Ontwikkelingspsycholgie: later meer aadacht voor context
- Vooruitgang in methode / manier waarop men bevindingen konden verwerken
o Beter ordenen, analyseren adhv bv statistische analsyes)
o Meer onderbouwde conclusies
- Ook theorievorming kreeg nieuwe impulsen, met meer klemtoon op opvoeding /
ervaring
o Onder invloed v/d pedagogiek (opvoeding) en behavorisme (ervaring) !!
Tot haflweg de 20ste eeuw focus op de kindertijd
- Geleidelijke interesse in andere fasen, initieel vanuit andere disciplines
o Interesse in adolescentie vanuit sociologie
o Interesse in veroudering vanuit geneeskunde (later ook psycho en
sociologie)
o Volwassenheid lang onderbestudeerd (Opvatting dat volwassene nog
nauwelijks evolueren)
- Deeldisciplines aanvankelijk los van elkaar
o Kinderpsychologie
o Adolescentiepsychologie
o (psycho)gerontologie
=> ontwikkelen zich, maar los van elkaar
- Pas recent "levensloopperspectief“
4
, 1e bach psychologie
Jasmijn Gagroo
HOOFDSTUK 2: THEORETISCHE PERSPECTIEVEN
KERNVRAAGSTUKKEN
Continuïteit vs. Discontinuïteit
- Continuïteit
o Geleidelijke ontwikkeling
o Kwantitatieve veranderingen (meer van hetzelfde)
o Nieuwe prestaties bouwen voort op vorige
o Voorbeeld: Een kind leert steeds meer woorden in een vloeiende,
lineaire manier.
- Discontinuïteit
o Stapsgewijze ontwikkeling (in stadia)
o Kwalitatieve veranderingen (iets totaal anders)
o Elk stadium levert nieuw gedrag dat verschilt van het vorige
o Voorbeeld: Een kind doorloopt verschillende fasen van cognitief
denken, die elk fundamenteel anders zijn dan de vorige.
Kritieke Periode vs. Gevoelige Periode
- Kritieke Periode
o Periode waarin blootstelling aan bepaalde stimuli noodzakelijk is
o Onomkeerbare gevolgen als de juiste stimuli niet aanwezig zijn
o Kan leiden tot onomkeerbare schade als blootstelling uitblijft
o Voorbeeld: Het leren van taal in de vroege kindertijd — zonder
blootstelling aan taal kunnen taalvaardigheden zich niet goed
ontwikkelen.
- Gevoelige Periode
o Periode waarin iemand extra ontvankelijk is voor bepaalde stimuli
o Optimale tijd om bepaalde vaardigheden of kennis te leren
o Als de stimuli uitblijven, kan leren moeilijker, maar niet noodzakelijk
onmogelijk zijn
5