Vertrekpunt: bank → bankbalans
- Hoofdtaak bank: intermediatiefunctie
o Fondsen aantrekken van spaarders en hiermee kredieten verlenen aan
ontleners
- Buitenbalansactiviteiten
o Andere activiteiten (vb vermogen)
Deel 1: Renterekenen en de rentedragende
bankproducten
H1: De bankbalans
Bankbalans = balans met bedragen van alle banken
- Belgisch: meer dan 200% van bbp
- Maar totaal: zegt niets over bijdrage financiële sector tot bbp (±5%)
- Actiefzijde: grootste deel bij kredieten
- Passiefzijde: grootste deel bij deposito’s
o Met deposito’s → kredieten verlenen
ACTIEF: waarop bank ingezamelde werkmiddelen besteed
- MVA: vb bankgebouwen, ICT-infrastructuur
o Voor lange tijd in bank aanwezig
- FVA: deelnemingen in andere ondernemingen
- IVA: vb knowhow bankpersoneel, reputatie instelling (= belangrijk voor bank!)
- Effectenportefeuille
= verhandelbaar financieel instrument, uitgegeven door vennootschap of
overheid: als bewijs kapitaalinbreng of lening geld (vb obligaties en aandelen)
, - Kredieten
o Aan particulieren:
▪ Hypothecaire kredieten (krediet met onderpand)
▪ Consumentenkredieten (voor wagen)
▪ Lombardkrediet
o Aan ondernemingen
▪ Kortlopende projecten: vb financiering werkkapitaal
▪ Lange termijn kredieten
▪ Vb investeringskredieten, kaskredieten, roll-over kredieten
o Aan overheid
▪ Via bankleningen (onder kredieten)
▪ Overheidspapier aangekocht door bank: staatsbons,
schatkistcertificaten, OLO’s (onder effectenportefeuille)
- Kasgelden: cash en liquide middelen
o Ook effecten die de bank snel en zonder waardeverlies in cash kan
omzetten
o Om aan onmiddellijke opvraging van deposito’s te voldoen
- Interbankvorderingen: vordering die de bank heeft op andere banken
o Vaak op korte termijn
PASSIEF: overzicht werkingsmiddelen waarover bank beschikt
- Eigenvermogen: buffer om verliezen op te vangen, middelen volledig en
onvoorwaardelijk v/d bank
o Kapitaal, overgedragen winsten & verliezen, reserves
o Verhouding eigenvermogen en balanstotaal: solvabiliteitsratio
= extreem laag
▪ Vooral gefinancierd door deposito’s
➔ Banksector is enorm kwetsbaar
WANT niet veel buffer om verliezen op te vangen
- Achtergestelde schulden: alle andere schuldeisers eerst terugbetaald
- Deposito’s
o Middelen die bank gaat ophalen in verschillende vormen
▪ Zichtdeposito’s, spaardeposito’s, termijndeposito’s
▪ Geen klant van de bank, wel een schuldeiser
- In schuldbewijzen belichaamde schulden
o Door de bank uitgegeven effecten
o Bv kasbons, kapitalisatiebons, obligaties, depositobewijzen
- Interbankschulden: bedragen die bank verschuldigd is aan andere financiële
instellingen
- Overige passiva
Effect = verhandelbaar instrument uitgegeven door vennootschappen of overheid, dat
als bewijs van een kapitaalinbreng of lening geld (vb obligaties, aandelen)
Bankbalans verschilt niet-financiële ondernemingen
- Bestedingen (actief)
o Bank → verlenen van kredieten aan bedrijven, particulieren, overheid
o Gewoon → investeringen VA en werkkapitaal
- Werkingsmiddelen (passief)
o Bank → voornamelijk deposito’s = vreemd vermogen (altijd kunnen
terugbetalen)
, ▪ Verhouding EV tov VV is laag
o Gewoon → deels EV, deel schulden aan banken, leveranciers, beleggers
▪ Verhouding EV tov VV veel hoger
- Buitenbalansactiviteiten
o Bank → nieuwe activiteiten ontwikkeld, niet in balans, wel inkomsten
▪ Vb advies inzake beleggingen, effectisering en beheer
beleggingsfondsen
H2: Methoden van renteberekening en diverse financiële producten
Inleiding
Rentevoet: uitgedrukt per kapitaaleenheid en per tijdseenheid
= vergoeding, verschil tussen terugbetaalde bedrag en ontleende kapitaal
Tijdswaarde van geld = waarde van geldsom hangt af van het tijdstip
- €1 vandaag ≠ €1 in de toekomst/het verleden
- €1 is meer waard nu
Redenen voor interest: tijdswaarde van geld
- Inflatie: door prijsstijgingen daalt de koopkracht, belegger vergoeden hiervoor
- Opportuniteitskost:
o Gecompenseerd: niet dadelijk consumeren → uitgestelde consumptie
o Vergoed: derving rendement op alternatieve gebruiksmogelijkheden
▪ Kapitaal dient productief te zijn → aanwending vergoed
→ Gecompenseerd en vergoed = reële interest
➔ (Nominale) interestvoet (= vergoeding inflatie + reële interest) meestal positief
De rentevergoeding die je ontvangt hangt af van
- Grootte uitgeleende kapitaal V0
o De vereiste interestvergoeding is evenredig met de grootte van het kapitaal
- Rentevoet of interestvoet i
o Vergoeding per kapitaaleenheid en per renteperiode
o Verhouding tussen opbrengst kapitaal over periode en kapitaal zelf
- De beleggingsduur of aantal beleggingsperioden n
o Hoe langer beleggingsduur, hoe groter de rentevergoeding
o Consistentie = belangrijk
- Wijze van interestberekening
o Enkelvoudige interestberekening: geen rente op rente
▪ Rentebedrag dat wordt ontvangen, niet rentegevend herbelegd
o Samengestelde-interestberekening: wel rente op rente
▪ Rentebedrag dat wordt ontvangen, onmiddellijk en tegen dezelfde
voorwaarden als kapitaal rentegevend herbelegd
,2 kernvragen
1. Bereken de slotwaarde Vn: oprenten
o Als je vandaal kapitaal V0 belegt aan een periodieke rentevoet i, hoeveel
ontvang ik dan na n perioden?
2. Bereken de actuele waarde V0: actualiseren/ verdisconteren
o Hoeveel moet iemand op dit moment beleggen aan een periodieke
rentevoet i om na n periode een bedrag Vn te bekomen?
Bij beleggingsduur kleiner dan 1 jaar: Vn enkelv. > Vn sameng.
Bij beleggingsduur groter dan 1 jaar: Vn enkelv. < Vn sameng.
Enkelvoudige renteberekening
Algemeen principe van oprenten
- De verworven interestbedragen worden niet rentegevend herbelegd
- Het rentebedrag per periode bedraagt I = V0 * i
- De slotwaarde na n perioden is dan Vn = V0 *(1+i*n)
Algemeen principe van actualiseren
- V0 = Vn/ (1+i * n)
Praktijkvoorbeelden enkelvoudige renteberekening
→ Looptijd kleiner dan 1 jaar
Zichtdeposito
- Overeenkomst waarbij afgehaalde en gestorte bedragen op dezelfde rekening
worden geboekt zodat alleen het saldo bij afsluiting van de rekening opeisbaar
wordt
- Geen RV
- Afgesloten in het kader van kredietfaciliteit: rekening mag in het rood gaan
o Maar: hoge kosten!
- Verschillende soorten:
o Persoonlijke & gemeenschappelijke zichtrekening
o Zichtrekening met volmacht
▪ Titularis kan volmacht geven aan derde om rekening te gebruiken
o Zakelijke betaalrekening
- Elke zichtrekening heeft een uniek International Bank Account Number
o IBAN-nummer vb BExx xxxx xxxx xxxx
Termijndeposito
- Rekening met vaste termijn: het geld wordt vastgelegd voor deze termijn
- Bij aanvang wordt de rentevoet voor de hele duur van de belegging vastgelegd
- De renteverrekening gebeurt jaarlijks of op de vervaldag
- RV (roerende voorheffing) op verworven interesten (30%): inetto = ibruto * (1-RV)
o Bronheffing: klant krijgt gewoon netto-vergoeding
,Spaardeposito
- De spaargelden worden zonder een bepaalde termijn geplaatst, dus altijd
dadelijk opvraagbaar
- 2 soorten: gereglementeerde spaardeposito en hoogrentende spaardeposito
o Gereglementeerd spaardeposito
▪ Geen RV op eerste schijf interesten daarboven slechts 15% RV
• Gaat afgeschaft worden (door Europese Commissie)
WANT te groot voordeel, belemmert vrij verkeer
▪ Minimale en maximale rente ligt vast
• Basisrente verworven ongeacht de spaartermijn
(1x per jaar uitbetaald)
• Getrouwheidspremie voor bedragen die 12 opeenvolgende
maanden op de rekening blijven staan
(driemaandelijks uitbetaald)
o Brengen vanaf dan ook rente op
▪ 3 soorten
• A: gewone gereglementeerde spaarrekeningen
• B: gereglementeerde spaarrekeningen met voorwaarden
o Maximumbedrag per maand storten
o Maximumbedrag totaal op rekening
→ Voorwaarden hoeveelheid sparen
• C: gereglementeerde spaarrekeningen bestemd voor
specifieke doelgroepen
o Vb voor jongeren
o Hoogrentende spaardeposito’s
▪ Geen fiscale vrijstelling, wel RV (30%)
▪ Bruto-interestvoet wel hoger
Samengestelde renteberekening
Je krijgt rente op de rente, rente begint voor jou te werken = meervoudige interest
Algemeen principe oprenten
- De verworven interestbedragen worden tegen dezelfde voorwaarde rentegevend
herbelegd
- De slotwaarde na n periode: Vn = V0 * (1+i)n
Actuele waarde berekenen
- Periode terug: delen door de rentefactor (1+i) = disconteren = vermenigvuldigen
met disconto factor (1/1+i)
- V0 = Vn/(1+i)n
Praktijkvoorbeelden samengestelde renteberekening
→ Looptijd > 1 jaar
, Kasbon en kapitalisatiebonnen
- Schuldvordering op middellange termijn met een vooraf bepaalde looptijd en
rentevoet, uitgegeven door financiële instellingen
- Terugbetaling van nominale waarde op vervaldag
- Instrumenten staan op de effectenrekening, of zijn op naam
- Kasbon en kapitalisatiebon zijn identiek met uitzondering van moment waarom
RV verschuldigd is, waardoor netto rendement verschilt
o Kasbon: tussentijdse RV → i aanpassen
o Kapitalisatiebon: RV op einde looptijd → hoger rendement
Tak 21 spaarverzekering
- Spaarproduct, vorm van levensverzekering, middellange of lange termijn
- Vooraf bepaalde rentevoet, met eventueel jaarlijkse winstdeelname
- Uitgegeven door verzekeringsmaatschappij
- Aanvang: minimuminleg = premie, en eventuele bijkomende stortingen
- Vervaldag: gestorte premies + rendement teruggestort
- Geen RV verschuldigd als tegoeden na 8 jaar worden opgenomen
Varianten: Tak 23 en Tak 26
- Tak 23: geen gegarandeerd rendement
(in lage rente omgeving haalbaarder voor verzekeraars)
- Tak 26: geen verzekerde meer, geen begunstigde, puur spaarproduct
Enkelvoudige vs samengestelde renteberekening
- Vne = V0 (1+i*n) → lineaire functie: beginwaarde = b en i = rico (y=ax+b)
o Enkelvoudig
- Vns = V0 (1+i)n → exponentiële functie:
o Samengesteld
o Punten 0 en 1 zijn gedeeld bij beide functies
o Korter dan 1 periode: meer overhouden bij enkelvoudige renteberekening
o Langer dan 1 periode: samengestelde renteberekening beter
WANT rente-effect gaat werken
Meerdere kapitalisaties per jaar
- Semestriële rentevoet vs maandelijkse rentevoet vs jaarlijkse rentevoet
Algemeen
- Het verband tussen de effectieve jaarlijkse intrestvoet r, de effectieve rentevoet
per renteperiode i en de schijnbare jaarlijkse rentevoet r(m) is:
o 1+r = (1+i) m = (1+ r(m)/m) m
▪ m = aantal kapitalisaties
▪ r = effectieve jaarlijkse rentevoet
▪ r(m)/m = i = rentevoet per renteperiode
▪ r(m) = schijnbare/ nominale rentevoet
Merk op: indien jaarlijks gekapitaliseerd: rentevoet per renteperiode (i) = effectieve
jaarlijkse rentevoet r
Eenzelfde periodiciteit bij berekeningen!!