- RICHARD DYER
- AVANT-GARDE EN ART CINEMA
- BÉLA BALAZS EN ANDRÉ BAZIN
- DE FRANKFURTER SCHULE
- AUTEURTHEORIE
- GENRETHEORIE
- GENDER, FÉMINISME EN QUEER STUDIES
- DE #METOO BIOPIC EN DE POSTHUMAN BIOPIC
- POST- EN DEKOLONIALE FILMTHEORIE
- (POST)MODERNISME EN FILM
1
Ella Van Sprengel
,Inleiding
Richard Dyer
Filmstudies: wat en waarom?
Formalistische, esthetische traditie
= film is belangrijk vanwege intrinsieke artistieke waarde (film is kunst!)
- sluit aan bij filmkritiek (wat zijn de verdiensten van film, wat maakt die bijzonder/goed?)
- verdedigen van film als kunst
→ vroegere filmtheoretische teksten beschreven vaak film als kunstvorm (↔ film bij
kermisattracties)
→ vroege auteurs gingen film benadrukken als ultieme representatie van werkelijkheid
(realisme!)
- film en avant-garde (Eisenstein, Epstein)
- film en auteurstheorie (film als kunst met de regisseur als kunstenaar)
→ sinds auteurstheorie 3 brede formalistische tradities:
1: fenomenologie: begrijpen van essentie van verschijnselen via subjectieve, zintuiglijke
ervaringen zonder vooroordelen
2: psychoanalyse: verbindt filmelementen met onbewuste psychische processen; identificatie,
Oedipuscomplex, de (male) gaze
3: neoformalisme
Maatschappelijk-ideologische traditie
= waarde van film ligt in bredere maatschappelijke en ideologische context
- sinds jaren ’50 grote daling bioscoopbezoeken (opkomst TV, …)
- film en moderniteit: film leert ons veel over moderniteit, complexiteit van moderne leven,
wetenschappelijke vooruitgang, automatisering (bv. Modern Times van Chaplin); film als
machine
- cultural studies: onderzoekt film binnen maatschappelijk kader, impact van film op mens en
maatschappij via culturele discoursen
2
Ella Van Sprengel
,Avant-Garde en Art Cinema
Het ontstaan van film en de andere kunsten
Vanaf begin nauw met elkaar verweven (cineasten experimenteren met beeldende kunsten en
vice versa)
Zelfde thema’s komen centraal te staan in
film (bv. hier treinen)
→ filmmakers (impressionisten) kunnen die
dynamiek/bewegingen natuurlijk beter
vastleggen dan schilders
Vroege filmmakers werden als ‘nieuwe
impressionisten’ gezien (net iets sterker, beter
die dat dynamische konden weergeven)
Modernisme in de kunsten
Dus grote link film - schilderkunst, maar anderzijds valt ontstaan film ook samen met nieuwe
stroming modernisme (kwam voort uit het tonen van die realistische filmbeelden)
→ film heeft dus modernisme in de beeldende kunsten versterkt!
Dus beeldende kunst, schilderkunst, fotografie etc. → willen zichzelf heruitvinden, bijna soort
identiteitscrisis en vele experimenten om zich proberen te vernieuwen t.o.v. film
bv. heel hard afstappen van het verhalend realisme en regels perspectief overboord gooien (bv.
schilderij Picasso Les Demoiselles d’Avignon)
Modernisme is soort artistiek antwoord op veranderende condities van de moderniteit
→ let op: moderniteit ≠ modernisme
Essay Ezra Pound Make It New: kijken hoe afstappen van realisme en andere vormentaal
hanteren, stelde gangbare betekenisproductie in vraag door kwaliteiten kunst te onderzoeken
Film als artistiek medium?
Film ontstaat als medium dat werkelijkheid realistisch weergeeft maar tegelijkertijd zien we
beeldende kunsten etc. daarvan afstappen → Peter Verstraeten beaamt dit door te zeggen dat
cinema geldt als meest moderne uitvinding maar met een ouderwetse insteek
➔ Vroege film = “aangeboren” realisme ↔ modernisme in de kunsten
Vroege film moest echt nog manier zoeken om met realisme om te gaan terwijl schilderkunst
etc. daar allang nieuwe experimenten in had gedaan → film als kunstvorm in vraag gesteld
➔ Vroege film ook nog erg geassocieerd met massaproductie / massa-entertainment /
commercieel winstbejag ↔ hoge, elitaire kunsten
➔ Film ontstaan door moderne en industriële technologie ↔ rituele oorsprong andere kunsten
➔ Filmwetenschap en kunstgeschiedenis worden los van elkaar beschouwd
➔ Reeds vroeg wel pogingen om artistieke status film te verdedigen
bv. Le Film d’Art: crisis internationale filmproductie, men ging tegen dat commerciële
winstbejag in door productiemaatschappij op te richten Le Film d’Art en acteurs bekende
literaire stukken of opera’s te laten opvoeren → kunstvormen worden verbonden om film zo
meer artistiek imago te geven
3
Ella Van Sprengel
,Film en de kunsten in de vroege filmtheorie
Peter Verstraeten vertrekt van Ansje van Beusekom (studie film als kunst) en zij stelt dat er 2
verschillende tradities zijn (voor en na WOI)
➔ Voor WOI
- esthetische opvatting staat centraal
- artistieke film overwegend gerelateerd aan andere media
- is film respectabel genoeg om zich te meten met andere kunsten?
- bv. Hugo Münsterberg: Duits psycholoog, was enorm gegrepen door film en diens potentie
→ schreef Why we go to the movies (toont zijn enthousiasme)
→ schreef The Photoplay: A Psychological Study (psychologische effecten film onderzoeken
en zo film als unieke vorm artistieke expressie beschouwen, zag cinema als projectie
menselijke geest, film = close-up, montage, etc. veel mogelijkheden ↔ theater)
- bv. Vachel Lindsay
→ schreef The Art of the Moving Picture (film verdedigen als kunstvorm maar in vgl. met
andere kunstvormen)
Ricciotto Canudo
Schreef La Naissance d’un Sixieme Art
→ beschouwt film als ‘zesde kunst’ (↔ Münsterberg en Lindsay, die gingen kijken in welke
mate film verschilt van andere kunsten)
→ film als kunstvorm in wording!
Schreef Réfléctions sur le Septième Art
→ beschouwt hier film als ‘zevende kunst’ (toevoeging dans)
→ beschrijft hybride gelaagdheid film, “synthesis-tempel” van alle kunsten (cinema had
volgens hem potentieel om elementen verschillende kunsten te combineren)
→ cf. Laocoön
→ film is inmiddels vastgesteld als kunstvorm, maar wat moet het nu zijn?
➔ Na WOI
- filmspecifieke opvatting
- film beschouwd als autonome kunstvorm (niet vergelijken met andere kunsten)
- avant-garde: essentie film blootleggen
- reduceren tot kern en ‘zuiveren’ van tendensen die niet eigen waren aan het medium
- cf. avant-garde theoretici
Na WOI: bloeiperiode historische avant-garde (kubisme, surrealisme, futurisme,
dadaïsme etc.)
→ alle kunstvormen te linken aan die artistieke drang naar vernieuwing t.o.v. film
→ kunst als institutie aanvallen (bv. Fountain van Marcel Duchamp: enkel als kunst
beschouwd omdat het in museum wordt geplaatst)
→ zelfreflectie (wat is nu de essentie van al die kunstvormen?)
4
Ella Van Sprengel
,Sergei M. Eisenstein (1898-1948)
Bekende filmmaker en filmtheoreticus, essentie van medium = montage
Schreef Laocoön
→ kunstdisciplines mogen volgens hem wel vermengd worden (hij zag beeldende kunst en
schilderkunst als model voor cinema / geen scherp contrast schilderkunst – film)
→ cinema is voor hem de rijkste kunstvorm en kunstvorm met meeste “pathos”
1918-1930: Franse avant-garde
Eerste avant-garde of Franse impressionistische film :
- Vroege jaren 1920
- Gance, Epstein, Dulac, L’Herbier
- Narratieve langspeelfilms
- Belang van photogénie (Delluc) en close-up (Epstein)
Tweede avant-garde of Cinema Pur :
- Tweede helft jaren 1920
- Léger, Dulac, Ray
- Niet-narratieve (kort)films
- Gebaseerd op visueel ritme en abstracte visuele kwaliteiten
↔ theatrale of literaire narratie (Dulac)
- Het onbewuste zichtbaar maken d.m.v. cinematografie
Louis Delluc
Schreef Photogénie
→ zei dat film iets zichtbaar maakt wat andere kunstvormen of het oog niet kan waarmaken
→ criterium van kunst: transformeren van levenloze materie
Jean Epstein (1897-1953)
Coeur Fidélé, La Chute de la Maison Usher, etc.
Verhaal ondergeschikt aan emotionele uitdrukkingsvermogen van de filmesthetiek
Schreef Grossissement
→ essentie film zit in close-ups (en de mogelijkheden die close-ups bieden)
Germaine Dulac (1882-1942)
Suffragettebeweging, queer, schrijver feministische magazines
→ thema’s aanwezig in haar films bv. La Souriante Madame Beudet (gebruikt cinematografische
middelen om perspectieven/verlangens te tonen bv. vertraging, vervaging, vervorming,
bewegingen, ritme in montage, visuele effecten)
Schreef Esthetiek, obstakels, integrale cinematografie
→ vertrekt vanuit de vraag of film kunst is (obstakels, bv. overbrengen emoties)
→ zegt dat emotie eigenlijk wordt opgewekt door beweging en filmspecifieke eigenschappen
(kleur, architectuur, muziek)
→ film als “visuele symfonie” (ritme van gecombineerde bewegingen zonder personages,
waarbij de verplaatsing van een lijn of volume in een veranderende cadans de emotie creëert)
bv. scène met de wielen in La Roue
5
Ella Van Sprengel
, Korte samenvatting en wat we nu gaan bespreken:
Art Cinema 1950, 1960, 1970
Naast commerciële Hollywood-circuit: Europese Art Cinema
➔ “modernistische” cinema en stijl:
- verwant aan modernisme in literatuur en beeldende kunsten
- formele complexiteit en diepgang
- modernistische auto-reflectie ↔ oorzaak-gevolg van klassieke verhaalstructuur
- echt een anti-narratieve stijl eigenlijk (zeker bij Bordwell toch)
➔ Invloed latere generatie niet-Westerse regisseurs
Pier Paolo Pasolini
➔ Controversiële films! (sociale en politieke kwesties aanpakken)
➔ Neorealistische benadering film, met aandacht onderklasse van samenleving
➔ Lid Italiaanse literaire avant-garde
➔ Marxist, betrokken bij politieke/culturele debatten (vooral over censuur, seksualiteit en
religie)
Schreef Il Cinema di Poesia
→ over poëzie (= kader om film te begrijpen)
→ poëtische filmtaal verbonden met het “vrije indirecte gezichtspunt”, dat filmmaker in staat
stelt in de eerste persoon te “spreken”
→ bespreekt nuance avant-garde theoretici en naoorlogse art cinema
→ “de camera laten voelen”; filmische stijlfiguren die psychologie personages veruitwendigen
→ stijl > inhoud (bv. door architectuur en ruimte)
→ fundamentele ambigue status van shots
→ film reflecteert (meestal) persoonlijke visie van maker
6
Ella Van Sprengel