Histologie – examen
1. HO Les Histologie JP Bogers Les 1
Celleer – cytologie
Organellen kunnen niet buiten de cel overleven, cellen kunnen niet zonder organellen.
Cellen: kleinste structurele eenheid in het lichaam, die alle basiseigenschappen van levende materie
vertonen
Algemene histologie
Weefsel (tissue): groepering van cellen met gelijkaardige functie + matrix
Epitheel – bindweefsel – spierweefsel – zenuwweefsel
Orgaan: organisatie van weefseltyppen, heeft een unieke vorm, grootte en ligging in het lichaam
en is opgebouwd uit specifiek patroon van weefsels
CYTOLOGIE
Nucleus
- Kern = controlecentrum van alle cellulaire activiteit
- Meeste cellen hebben 1 kern, behalve skeletspiercellen (+) en erythrocyten (0)
- Kern bevat -> chromosomale DNA, systeem voor RNA-synthese
- Variabele morfologie
Aanwezigheid van genetisch materiaal in de kern
Karygogram (vrouw)
- Genetische materiaal = verpakt onder
de vorm van chromosomen
- Chromatine: geheel van chromosomen
in inferfasetoestand (!)
- Humane cel: 46 aparte, maar door
elkaar gelegen chromosoomfibrillen
30nm dik, zéér lang
(langer dan kerndiameter)
, Mitochondriën
- In alle eukarytoe cellen
- Kunnen tot 2/5 van cytoplasmavolume innemen
- Eivormige OF langgerekte structuren, soms vertakt
- Heterogene verdeling over cuytoplasma bij verschillende celtypes, vaak ophoping in gebieden waar
veel energie verbruikt wordt
- Aantal mitochondriën = afhankelijk van energiebehoefte van de cel
(ze kunnen spiltsen en fusioneren)
- Mitochondriale activiteit produceert ongeveer 95% van de
energie die nodig is voor het in stand houden van een cel
- Vormen ATP door de afbraak van organische moleculen in
reactieketen waarbij O2 verbruikt wordt
en CO2 aangemaakt wordt
1. HO Les Histologie JP Bogers Les 1
Celleer – cytologie
Organellen kunnen niet buiten de cel overleven, cellen kunnen niet zonder organellen.
Cellen: kleinste structurele eenheid in het lichaam, die alle basiseigenschappen van levende materie
vertonen
Algemene histologie
Weefsel (tissue): groepering van cellen met gelijkaardige functie + matrix
Epitheel – bindweefsel – spierweefsel – zenuwweefsel
Orgaan: organisatie van weefseltyppen, heeft een unieke vorm, grootte en ligging in het lichaam
en is opgebouwd uit specifiek patroon van weefsels
CYTOLOGIE
Nucleus
- Kern = controlecentrum van alle cellulaire activiteit
- Meeste cellen hebben 1 kern, behalve skeletspiercellen (+) en erythrocyten (0)
- Kern bevat -> chromosomale DNA, systeem voor RNA-synthese
- Variabele morfologie
Aanwezigheid van genetisch materiaal in de kern
Karygogram (vrouw)
- Genetische materiaal = verpakt onder
de vorm van chromosomen
- Chromatine: geheel van chromosomen
in inferfasetoestand (!)
- Humane cel: 46 aparte, maar door
elkaar gelegen chromosoomfibrillen
30nm dik, zéér lang
(langer dan kerndiameter)
, Mitochondriën
- In alle eukarytoe cellen
- Kunnen tot 2/5 van cytoplasmavolume innemen
- Eivormige OF langgerekte structuren, soms vertakt
- Heterogene verdeling over cuytoplasma bij verschillende celtypes, vaak ophoping in gebieden waar
veel energie verbruikt wordt
- Aantal mitochondriën = afhankelijk van energiebehoefte van de cel
(ze kunnen spiltsen en fusioneren)
- Mitochondriale activiteit produceert ongeveer 95% van de
energie die nodig is voor het in stand houden van een cel
- Vormen ATP door de afbraak van organische moleculen in
reactieketen waarbij O2 verbruikt wordt
en CO2 aangemaakt wordt