Vraag 1
a) Welke rechtsregels bevat het economisch recht?
Rechtsregels die in het economisch leven nageleefd worden zowel door ondernemingen als door
consumenten
Bv. regels m.b.t ondernemingen in moeilijkheden
Bv. regels m.b.t. prijsaanduidingen voor goederen
b) Benoem en beschrijf de bronnen van het economisch recht.
1. wetgeving
a. internationaal recht
i. Internationale rechtsregels kunnen gelden op het Belgisch
grondgebied voor Belgische burgers als
1. Belgische staat Verdrag sluit met andere staten
2. Belgische staat lid wordt van een internationale organisatie (bv. EU)
b. de Europese unie
i. Europees parlement
ii. raad van de EU
iii. Europese commissie
iv. het hof van justitie van de Europese unie
v. Europese rekenkamer
c. Nationale wetgeving
i. = wetgeving die uitgevaardigd is in een bepaald land
ii. Voor België is dat de federale wetgeving + de regionale wetgeving.
1. Wetboek van economisch recht (WER)
2. Wetboek van vennootschappen (W.Venn.)
3. Nieuw burgerlijk wetboek (NBW)
2. rechtspraak
a. = vonnissen en arresten uitgesproken door de rechtscolleges
i. Deze uitspraken zijn niet bindend voor andere rechtbanken
b. Soms ‘vaste rechtspraak’
i. Gelijkaardige casussen op een gelijkaardige manier oplossen
c. Vooral arresten van hoven van beroep, en van het Hof van Cassatie
zijn gezaghebbend
3. gewoonterecht
a. = een ongeschreven regel die onafgebroken en over langere tijd wordt gebruikt
regel wordt geaccepteerd als recht of als plicht
b. Algemeen bindend
c. Bv. vermoeden van passieve hoofdelijkheid tussen verschillende ondernemers die
een contract afsloten bij schuldeiser.
4. rechtsleer
a. niet bindend
b. Geschriften van gezaghebbende auteurs, meestal rechtsgeleerden, over recht
c. Verduidelijkingen van en commentaren op wetgeving en rechtspraak
d. In boeken, tijdschriften, verzamelwerken, masterproeven, doctoraatsproefschriften …
,HERHALING
Deelbare verbintenis VS hoofdelijke verbintenis
,Vraag 2: Verdragen zijn een belangrijke bron van internationaal recht.
a) Definieer een ‘verdrag’.
Een internationale overeenkomst in geschrifte, tussen Staten gesloten en beheerst door het
volkenrecht, hetzij nedergelegd in een enkele akte, hetzij in twee of meer samenhangende
akten, en ongeacht haar bijzondere benaming.
o Andere namen: conventie, akkoord, handvest …
o Overeenkomst of contract
Wederkerig
Zelfde voorwerp
Consensus
o Akte
Schriftelijk
Opgesteld als bewijs
o Juridisch bindend voor de opstellers van de overeenkomst
b) Beschrijf grondig de totstandkoming van een verdrag.
1. voorafgaande onderhandelingen
= overleg, wat willen we? Waarom onderhandelen we?
2. Sluiten van het verdrag
= ondertekening van het verdrag door de Belgische ambassadeur/Belgische minister.
3. mededeling aan de wetgevende macht
= het federale parlement of de gemeenschaps- of gewestraden.
4. goedkeuring van het verdrag door de WM
= dit betekent dat het verdrag in België uitwerking zal hebben.
5. bekrachtiging (ratificatie) van het verdrag
= de bevoegde regering (de Koning of gemeenschaps‐ of gewestregering) verklaart
zich akkoord met het bestaan van het verdrag dat is gesloten door zijn
ambassadeur/minister; hierdoor verplicht een staat zich ertoe het verdrag om te
zetten in nationaal recht (door aanpassing van zijn wetgeving).
6. bekendmaken van het verdrag in het Belgisch Staatsblad (BS).
c) Voor wie geldt een verdrag?
Het geldt enkel tussen de verdragsluitende partijen.
Vraag 3
a) Verklaar de EU is een supranationale instelling.
Letterlijk: boven (supra) de staat (nationaal).
Maken afspraken en regels waaraan landen die lid zijn zich moeten houden
o + dragen verschillende bevoegdheden!!
Andere voorbeelden
o Verenigde naties, Wereldhandelsorganisatie …
Tegengestelde : intergouvernementeel
o Landen werken samen maar dragen geen bevoegdheden over aan een internationale instelling
o Bv. NAVO
, b) Beschrijf de bevoegdheden van de EU? Geef meerdere voorbeelden.
Exclusieve bevoegdheid
Gedeelde bevoegdheid
o Wetgeving opstellen en bindende besluiten nemen
Ondersteunende bevoegdheid
o Lidstaten ondersteunen, coördineren en aanvullen
bevoegdheden voorbeelden
Vraag 4
a) Beschrijf grondig de samenstelling van de rol van het Europees Parlement en de Raad van de EU
Europees parlement:
Leden: max. 750 afgevaardigden v/d lidstaten + de voorzitter.
Aantal leden per land is evenredig met de bevolkingsomvang
Om de 5 jaar rechtstreeks gekozen door burgers van de EU
De Raad van de EU:
Leden: 1 (federale) minister van iedere lidstaat, die gemachtigd is om de
regering van de lidstaat die hij vertegenwoordigt, te binden.
Welke minister? afhankelijk van het beleidsterrein
Voorzitter verandert om de 6 maanden (momenteel België voorzitter)
Het Europees parlement en de Raad oefenen samen de wetgevings- en begrotingstaak uit.
Ze moeten hun goedkeuring geven aan elk wetsvoorstel van de Europese Commissie en aan
elke voorgestelde EU-begroting.
b) Beschrijf grondig de samenstelling en de rol van de Europese Commissie, van het Hof van Justitie
van de EU en van de Europese Rekenkamer.
De Europese Commissie:
Leden: 27 eurocommissarissen (één uit elk EU-land) onder leiding van de
Voorbeeld:
voorzitter van de Europese Commissie.
de EC deed een voorstel om o De voorzitter bepaalt wie verantwoordelijk is voor welk
uitzonderlijk hoge gasprijzen in de
toekomst beleidsterrein.
te vermijden door een prijsplafond op
gas in te voeren, nl. €275 per Rol: staat in voor het dagelijks bestuur van de EU.
Megawattuur. Dat moest
goedgekeurd worden door de Raad o kan lidstaten die niet voldoen aan hun verplichtingen dagvaarden
van de EU
(de ministers van Energie v/d
voor het Hof van Justitie van de EU.
lidstaten). Uiteindelijk werd een o kan het initiatief nemen om Europese wetgeving voor te stellen.
akkoord bereikt voor een plafond
van €180/MWh wetsvoorstellen aan de Raad van de EU en het Europees
Parlement die erover moeten beslissen.