0. inleiding
Geschiedenis ono= geschiedenis van de regio's waar het spijkerschrift werd gebruikt
1. Nabije oosten =/= midden oosten (ruimer)
Centraal= Mesopotamië
2. Bronnen:
- Griffel op klei (spijkerschrift) --> goedkoop en moeilijk breekbaar
- Archeologische vondsten
o Bouwen met klei (weinig bomen en stenen aanwezig) --> veel grote kleien
muren en heuvels met spijkerschrift
→ veel beschikbare en verschillende bronnen
Beschikbaarheid en distributie:
- Meer geschreven bronnen en monumentale architectuur bij opkomst van economie,
politiek, ...
--> opvolging van fasen
1
,- Opkomst – bloei – ondergang - ‘dark ages’
- Korte perioden van centralisatie onder heersers/ dynastien die hun rijk uitbreiden
o Stadstaten – territoriale staten– rijken
3. Geografie
--> zie geografische afbeeldingen pp
4. Chronologie
--> onzekerheid over jaartallen (begint voor start christelijke jaartelling)
- Redelijk zeker over 4de –8ste eeuw v.C.
o 311 vc: Seleucidische rijk in Babylonië
o Canon van Claudius Ptolemaius
= lijst van vorsten met regeringslengtes
o Lijst met astronomische observaties
- Beginnende onzekerheid: 8ste-15de eeuw v.C.
o Fragmentarische lijsten
o Lijsten heersende dynastieën (foutmarges van 10-15 jaar)
- Onzekerheid: 15de eeuw en vroeger
o weinig bronnen
o Venustablet= tablet uit 7de eeuw vc --> somt verschijningen van Venus
chronologisch op (hierop kunnen we ons baseren, maar nog steeds geen
zekerheid)
--> hierop gebasseerd 3 voorstellen voor situering regering Hammurabi van Babylon:
1. 1848-1806 vc.= lange chronologie
2. 1792-1750 vc.= midden chronologie --> gebruiken wij
3. 1728-1686 vc.= korte chronologie
- Zeer lange periode: belangrijkste personen en gebeurtenissen worden besproken
2
, 1. Het Uruk fenomeen (4de millennium vc)
- Culturele processen die leidden tot innovatie
o Eerste steden
o Aardewerk (begin massaproductie --> iedereen had potten enz. nodig)
o Technologie (arbeidsspecialisatie)
o Schrift
o Monumentale architectuur
--> Stedelijke revolutie
Door technologische vernieuwingen in de landbouw meer voedsel geproduceerd:
- Toename aantal en grootte nederzettingen in centraal en zuid Babylonië
- Bevolkingstoename in Uruk
o groei inheemse bevolking
o toename sedentarisatie semi-nomaden (mensen die rondtrokken en in
Uruk bleven)
o komst uitheemse volkeren ? (immigratie)
- Uruk: 70 ha --> 250 ha
o Stad= centraal verzamelpunt van goederen
o Omliggende gebieden= voedselproductie
Wat maakt een stad een stad ?
1. Grootte
2. Mate van arbeidsspecialisatie
o Verschillende ambachten
--> niet zelfvoorziendend (afhankelijk van anderen voor bepaalde
goederen/ diensten)
o Ook binnen landbouw specialisatie
3. Omgeving: landbouwgebied met dorpen en tijdelijke kampen
4. Bemiddelaar: centraal punt van verzamelen en herverdelen
3
, Uruk als eerste stad:
- Bron van voedsel en bornmateriaal,
- Aan Eufraat --> irrigatielandbouw (graangewassen & vruchten)
- Moerasland Perzische golf (vis, pluimvee & waterbuffels)
- Steppe (schapen, geiten & jacht wild)
--> grote differentiatie voedsel
--> arbeidsspecialisatie (in één bepaalde voedselbron)
--> technologische ontwikkelingen (werktuigen en instrumenten --> efficienter)
--> systeem van uitwisselingen tussen verschillende specialisaties
Arbeidsspecialisatie (= in niet agrarische taken):
- Massaproductie aardewerk voor gebruik
o Bv. Beveled rim bowls in mallen (zie afbeelding)
- Kunst (voor het eerst grootschalig)
- Weven
- Metaalsmelterij
- Massaproductie in zegels voor administratie (zie afbeelding)
--> nood aan een autoriteit die zorgt voor de organisatie van ruil in goederen
(boekhouding)
= redistributie
1. Ideologische basis (gedeeld door participanten in het systeem)
2. Administratie
Geen directe ruil, geen onmiddellijke tegenprestatie!!
Invloed godsdienst:
- Goden: ontvangen en herverdelen goederen
- Tempel= centraal instituut voor herverdeling
1. Eanna district (Inana)
o Ommuurd
o Monumentale architectuur
o Gebruikt als opslagplaats + plaats voor workshops
o Grootste uitdaging= arbeid (duur) --> mensen werkten samen in ruil voor
voeding + het gevoel om erbij te horen/ te werken aan een groot geheel
4
Geschiedenis ono= geschiedenis van de regio's waar het spijkerschrift werd gebruikt
1. Nabije oosten =/= midden oosten (ruimer)
Centraal= Mesopotamië
2. Bronnen:
- Griffel op klei (spijkerschrift) --> goedkoop en moeilijk breekbaar
- Archeologische vondsten
o Bouwen met klei (weinig bomen en stenen aanwezig) --> veel grote kleien
muren en heuvels met spijkerschrift
→ veel beschikbare en verschillende bronnen
Beschikbaarheid en distributie:
- Meer geschreven bronnen en monumentale architectuur bij opkomst van economie,
politiek, ...
--> opvolging van fasen
1
,- Opkomst – bloei – ondergang - ‘dark ages’
- Korte perioden van centralisatie onder heersers/ dynastien die hun rijk uitbreiden
o Stadstaten – territoriale staten– rijken
3. Geografie
--> zie geografische afbeeldingen pp
4. Chronologie
--> onzekerheid over jaartallen (begint voor start christelijke jaartelling)
- Redelijk zeker over 4de –8ste eeuw v.C.
o 311 vc: Seleucidische rijk in Babylonië
o Canon van Claudius Ptolemaius
= lijst van vorsten met regeringslengtes
o Lijst met astronomische observaties
- Beginnende onzekerheid: 8ste-15de eeuw v.C.
o Fragmentarische lijsten
o Lijsten heersende dynastieën (foutmarges van 10-15 jaar)
- Onzekerheid: 15de eeuw en vroeger
o weinig bronnen
o Venustablet= tablet uit 7de eeuw vc --> somt verschijningen van Venus
chronologisch op (hierop kunnen we ons baseren, maar nog steeds geen
zekerheid)
--> hierop gebasseerd 3 voorstellen voor situering regering Hammurabi van Babylon:
1. 1848-1806 vc.= lange chronologie
2. 1792-1750 vc.= midden chronologie --> gebruiken wij
3. 1728-1686 vc.= korte chronologie
- Zeer lange periode: belangrijkste personen en gebeurtenissen worden besproken
2
, 1. Het Uruk fenomeen (4de millennium vc)
- Culturele processen die leidden tot innovatie
o Eerste steden
o Aardewerk (begin massaproductie --> iedereen had potten enz. nodig)
o Technologie (arbeidsspecialisatie)
o Schrift
o Monumentale architectuur
--> Stedelijke revolutie
Door technologische vernieuwingen in de landbouw meer voedsel geproduceerd:
- Toename aantal en grootte nederzettingen in centraal en zuid Babylonië
- Bevolkingstoename in Uruk
o groei inheemse bevolking
o toename sedentarisatie semi-nomaden (mensen die rondtrokken en in
Uruk bleven)
o komst uitheemse volkeren ? (immigratie)
- Uruk: 70 ha --> 250 ha
o Stad= centraal verzamelpunt van goederen
o Omliggende gebieden= voedselproductie
Wat maakt een stad een stad ?
1. Grootte
2. Mate van arbeidsspecialisatie
o Verschillende ambachten
--> niet zelfvoorziendend (afhankelijk van anderen voor bepaalde
goederen/ diensten)
o Ook binnen landbouw specialisatie
3. Omgeving: landbouwgebied met dorpen en tijdelijke kampen
4. Bemiddelaar: centraal punt van verzamelen en herverdelen
3
, Uruk als eerste stad:
- Bron van voedsel en bornmateriaal,
- Aan Eufraat --> irrigatielandbouw (graangewassen & vruchten)
- Moerasland Perzische golf (vis, pluimvee & waterbuffels)
- Steppe (schapen, geiten & jacht wild)
--> grote differentiatie voedsel
--> arbeidsspecialisatie (in één bepaalde voedselbron)
--> technologische ontwikkelingen (werktuigen en instrumenten --> efficienter)
--> systeem van uitwisselingen tussen verschillende specialisaties
Arbeidsspecialisatie (= in niet agrarische taken):
- Massaproductie aardewerk voor gebruik
o Bv. Beveled rim bowls in mallen (zie afbeelding)
- Kunst (voor het eerst grootschalig)
- Weven
- Metaalsmelterij
- Massaproductie in zegels voor administratie (zie afbeelding)
--> nood aan een autoriteit die zorgt voor de organisatie van ruil in goederen
(boekhouding)
= redistributie
1. Ideologische basis (gedeeld door participanten in het systeem)
2. Administratie
Geen directe ruil, geen onmiddellijke tegenprestatie!!
Invloed godsdienst:
- Goden: ontvangen en herverdelen goederen
- Tempel= centraal instituut voor herverdeling
1. Eanna district (Inana)
o Ommuurd
o Monumentale architectuur
o Gebruikt als opslagplaats + plaats voor workshops
o Grootste uitdaging= arbeid (duur) --> mensen werkten samen in ruil voor
voeding + het gevoel om erbij te horen/ te werken aan een groot geheel
4