INHOUDSTAFEL
1.1. Wat is menselijke natuurlijke taal?......................................1
1.2. Taalvariatie, taalverandering en taalevolutie.......................7
1.3. Linguïstsche relativiteit en taaluniversalia.........................17
2.1. Fonetiek en fonologie.......................................................19
2.2. Morfologie.......................................................................28
2.3. Syntaxis........................................................................... 32
2.4. Semantiek........................................................................ 38
2.5. Pragmatiek......................................................................47
1.1. WAT IS MENSELIJKE NATUURLIJKE TAAL?
1
,1. Welke kenmerken onderscheiden natuurlijke taal van kunstmatige talen?
Geef voor de verschillende soorten kunstmatige talen aan voor welke
kenmerken ze precies van natuurlijke talen verschillen.
- NT gebruikt voor algemene communicatiedoeleinden, niet enkel om te communiceren
over bepaald domein (bv wetenschappelijke talen)
- NT lange traditie: niet bewust door mensen gecreëerd, precieze ontstaansmoment
moeilijk te bepalen
- NT spontaan door kinderen aangeleerd/verworven
KT bewust gecreëerd, in loop van tijd vertonen wel 1e en 3e kenmerk
2. Waarom is geschreven taal voor de taalkunde secundair t.o.v. gesproken
taal?
- GT niet spontaan door kinderen ontwikkeld, maar aangeleerd bewuste
beslissing/keuze
3. In welke zin is de context waarin gesproken en geschreven taal worden
gebruikt verschillend? Welke gevolgen heeft dat voor de vorm van de
gebruikte taal? Illustreer je antwoord aan de hand van volgend voorbeeld (van
Tannen 2006:175-176):
Gesproken tekst: Gina : Have you ever smelled a magnolia blossom?
Sue: Mmhmm.
Gina: Absolutely gorgeous.
Sue: Yeah, they’re great.
Geschreven tekst: On one particular morning this summer, there was a certain flagrance
that I recognized to be a glorious magnolia.
- Gesproken taal: meestal face-to-face, kan ook in telefoongesprekken mogelijkheid
rekening te houden met elementen uit de context
Adhv taaluitingen/lichaamstaal hoef je niet alles expliciet te zeggen omdat
context al veel duidelijk maakt in geschreven tekst moet dit wel
Vb. turntaking, stuk bij stuk informatie aangebracht, situationele context
(mmhmm)
- Geschreven taal: vind plaats zonder dat lezer in fysieke nabijheid moet zijn van
schrijver
Tijd om mogelijke interpretaties te overdenken bij gesproken taal taaluitingen
op spot bedacht/geformuleerd
Vb. informatie in één lange zin, expliciete informatie: gaat in 1 richting: van
schrijver naar lezer
4. Waarom beschouwt men gebarentalen als natuurlijke talen?
- Kinderen dove ouders verwerven spontaan gebarentaal niet aanleren, gewoon
aanwerven; doorlopen zelfde stadia als kinderen die gesproken NT verwerven
- Gebarentalen ontstaan vanzelf; bv homesign: dove kinderen van niet dove ouders die
niet conventionele gebarentaal aanleren ontwikkelen spontaan een eigen
gebarentaan zonder invloed van buitenaf
- Gebarentaal heeft regionale varianten
- Vertonen belangrijkste structurele kenmerken die ook in gesproken talen terug te
vinden zijn
Tekens zijn niet iconisch: geen direct verband wat ze betekenen en hoe ze
eruitzien (= arbitrair)
Bestaan uit onderdelen die zelf geen betekenis hebben
Gebaren van acties verschillen naargelang de persoon die actie uitvoert (verschil:
ik loop – hij loopt)
Bepaalde tekenvolgorde, soms onderschikking
2
, Gelaatsuitdrukkingen (intonatie)
5. Stel bondig de resultaten voor van de poging om taal aan te leren aan de
bonobo Kanzi. Welke verschillen zijn er tussen de tekenproducties van Kanzi
en menselijke taal en meer in het algemeen tussen menselijke taal en dierlijke
communicatiesystemen?
- 1e 18 maanden leerde Kanzi 250 symbolen kon deze combineren
- Kon 13.000 uitingen produceren (10% met +2 elementen), 723 soorten + kon
redelijk complexe bevelen in engels opvolgen
- Keerde vaak volgorde symbolen om, kan niet met voegwoorden/voorzetsels
omgaan
- Combinaties minder complex dan structuur van die van 3jarig kind
- MT productiever: ingewikkelde structuren maken meer taaluitingen mogelijk
- MT creatiever: lijst van tekens steeds uitgebreid
- MT flexibeler: interpretatie afhankelijk van context
- Geen dierensoort heeft vermogen dan vergelijkbaar is met menselijk vermogen
dan kleine betekenisloze delen kan combineren tot grotere gehelen om eindeloos
gedachten te uiten
6. Wat bedoelt Hockett wanneer hij zegt dat taalvormen een semantische
waarde hebben? Leg uit wat in dat opzicht het verschil is tussen menselijke
natuurlijke taal en het communicatiesysteem van de blauwapen dat uit
alarmkreten bestaat (stel dat communicatiesysteem ook bondig voor).
- Betekend dat symbolen in NT betekenis hebben waardoor ze kunnen verwijzen naar
dingen buiten de taal
- Geluiden blauwapen ook semantische waarde
Alarmkreten verwijzen naar verschillende soorten gevaar
Juiste betekenis soms onduidelijk: kreten ‘luipaard’ terwijl zeppelin voorbij
vloog
- Dieren: voorwerp van signaal moet in context aanwezig zijn, bij mensen niet
- Dieren: gesloten lijst van geluiden, mensen: steeds nieuwe woorden toegevoegd aan
lexicon
7. Wat bedoelt men in de taalkunde wanneer men zegt dat menselijke
natuurlijke taal een dubbele articulatie heeft?
- Menselijke taal: 2 niveaus
Fonemen (betekenis onderscheidend): klanken waaruit taal is opgesteld die op
zich geen betekenis hebben
Morfemen (betekenis dragend): betekenisvolle eenheden die uit klanken
kunnen worden opgebouwd
8. Wat zijn wolfskinderen? Welke eigenschap van menselijke taal wordt door
het bestaan van wolfskinderen geïllustreerd?
- Kinderen die in jeugd geen/nauwelijks menselijk contact hebben gehad en taal niet in
dezelfde mate hebben kunnen ontwikkelen/aanleren als anderen
- NT berust op traditie/culturele omgeving
Nurture: taal bepaald door omgeving waarin kind opgroeit
Nature: kind heeft vermogen taal aan te leren
- Problemen om taal aan te leren is gevolg van feit dat algemene leercapaciteiten door
emotionele/sociale redenen is aangetast
3
1.1. Wat is menselijke natuurlijke taal?......................................1
1.2. Taalvariatie, taalverandering en taalevolutie.......................7
1.3. Linguïstsche relativiteit en taaluniversalia.........................17
2.1. Fonetiek en fonologie.......................................................19
2.2. Morfologie.......................................................................28
2.3. Syntaxis........................................................................... 32
2.4. Semantiek........................................................................ 38
2.5. Pragmatiek......................................................................47
1.1. WAT IS MENSELIJKE NATUURLIJKE TAAL?
1
,1. Welke kenmerken onderscheiden natuurlijke taal van kunstmatige talen?
Geef voor de verschillende soorten kunstmatige talen aan voor welke
kenmerken ze precies van natuurlijke talen verschillen.
- NT gebruikt voor algemene communicatiedoeleinden, niet enkel om te communiceren
over bepaald domein (bv wetenschappelijke talen)
- NT lange traditie: niet bewust door mensen gecreëerd, precieze ontstaansmoment
moeilijk te bepalen
- NT spontaan door kinderen aangeleerd/verworven
KT bewust gecreëerd, in loop van tijd vertonen wel 1e en 3e kenmerk
2. Waarom is geschreven taal voor de taalkunde secundair t.o.v. gesproken
taal?
- GT niet spontaan door kinderen ontwikkeld, maar aangeleerd bewuste
beslissing/keuze
3. In welke zin is de context waarin gesproken en geschreven taal worden
gebruikt verschillend? Welke gevolgen heeft dat voor de vorm van de
gebruikte taal? Illustreer je antwoord aan de hand van volgend voorbeeld (van
Tannen 2006:175-176):
Gesproken tekst: Gina : Have you ever smelled a magnolia blossom?
Sue: Mmhmm.
Gina: Absolutely gorgeous.
Sue: Yeah, they’re great.
Geschreven tekst: On one particular morning this summer, there was a certain flagrance
that I recognized to be a glorious magnolia.
- Gesproken taal: meestal face-to-face, kan ook in telefoongesprekken mogelijkheid
rekening te houden met elementen uit de context
Adhv taaluitingen/lichaamstaal hoef je niet alles expliciet te zeggen omdat
context al veel duidelijk maakt in geschreven tekst moet dit wel
Vb. turntaking, stuk bij stuk informatie aangebracht, situationele context
(mmhmm)
- Geschreven taal: vind plaats zonder dat lezer in fysieke nabijheid moet zijn van
schrijver
Tijd om mogelijke interpretaties te overdenken bij gesproken taal taaluitingen
op spot bedacht/geformuleerd
Vb. informatie in één lange zin, expliciete informatie: gaat in 1 richting: van
schrijver naar lezer
4. Waarom beschouwt men gebarentalen als natuurlijke talen?
- Kinderen dove ouders verwerven spontaan gebarentaal niet aanleren, gewoon
aanwerven; doorlopen zelfde stadia als kinderen die gesproken NT verwerven
- Gebarentalen ontstaan vanzelf; bv homesign: dove kinderen van niet dove ouders die
niet conventionele gebarentaal aanleren ontwikkelen spontaan een eigen
gebarentaan zonder invloed van buitenaf
- Gebarentaal heeft regionale varianten
- Vertonen belangrijkste structurele kenmerken die ook in gesproken talen terug te
vinden zijn
Tekens zijn niet iconisch: geen direct verband wat ze betekenen en hoe ze
eruitzien (= arbitrair)
Bestaan uit onderdelen die zelf geen betekenis hebben
Gebaren van acties verschillen naargelang de persoon die actie uitvoert (verschil:
ik loop – hij loopt)
Bepaalde tekenvolgorde, soms onderschikking
2
, Gelaatsuitdrukkingen (intonatie)
5. Stel bondig de resultaten voor van de poging om taal aan te leren aan de
bonobo Kanzi. Welke verschillen zijn er tussen de tekenproducties van Kanzi
en menselijke taal en meer in het algemeen tussen menselijke taal en dierlijke
communicatiesystemen?
- 1e 18 maanden leerde Kanzi 250 symbolen kon deze combineren
- Kon 13.000 uitingen produceren (10% met +2 elementen), 723 soorten + kon
redelijk complexe bevelen in engels opvolgen
- Keerde vaak volgorde symbolen om, kan niet met voegwoorden/voorzetsels
omgaan
- Combinaties minder complex dan structuur van die van 3jarig kind
- MT productiever: ingewikkelde structuren maken meer taaluitingen mogelijk
- MT creatiever: lijst van tekens steeds uitgebreid
- MT flexibeler: interpretatie afhankelijk van context
- Geen dierensoort heeft vermogen dan vergelijkbaar is met menselijk vermogen
dan kleine betekenisloze delen kan combineren tot grotere gehelen om eindeloos
gedachten te uiten
6. Wat bedoelt Hockett wanneer hij zegt dat taalvormen een semantische
waarde hebben? Leg uit wat in dat opzicht het verschil is tussen menselijke
natuurlijke taal en het communicatiesysteem van de blauwapen dat uit
alarmkreten bestaat (stel dat communicatiesysteem ook bondig voor).
- Betekend dat symbolen in NT betekenis hebben waardoor ze kunnen verwijzen naar
dingen buiten de taal
- Geluiden blauwapen ook semantische waarde
Alarmkreten verwijzen naar verschillende soorten gevaar
Juiste betekenis soms onduidelijk: kreten ‘luipaard’ terwijl zeppelin voorbij
vloog
- Dieren: voorwerp van signaal moet in context aanwezig zijn, bij mensen niet
- Dieren: gesloten lijst van geluiden, mensen: steeds nieuwe woorden toegevoegd aan
lexicon
7. Wat bedoelt men in de taalkunde wanneer men zegt dat menselijke
natuurlijke taal een dubbele articulatie heeft?
- Menselijke taal: 2 niveaus
Fonemen (betekenis onderscheidend): klanken waaruit taal is opgesteld die op
zich geen betekenis hebben
Morfemen (betekenis dragend): betekenisvolle eenheden die uit klanken
kunnen worden opgebouwd
8. Wat zijn wolfskinderen? Welke eigenschap van menselijke taal wordt door
het bestaan van wolfskinderen geïllustreerd?
- Kinderen die in jeugd geen/nauwelijks menselijk contact hebben gehad en taal niet in
dezelfde mate hebben kunnen ontwikkelen/aanleren als anderen
- NT berust op traditie/culturele omgeving
Nurture: taal bepaald door omgeving waarin kind opgroeit
Nature: kind heeft vermogen taal aan te leren
- Problemen om taal aan te leren is gevolg van feit dat algemene leercapaciteiten door
emotionele/sociale redenen is aangetast
3