100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4.2 TrustPilot
logo-home
Overig

Franse zinnen met woordenschat + vertaling volledig document

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
41
Geüpload op
19-07-2025
Geschreven in
2024/2025

Op het examen wordt er vaak gevraagd om zinnen te maken met de voc. Dit is een lijst met alle vocabulaire en potentiële franse zinnen met de Nederlandse vertaling. Dit heeft mij zeer veel geholpen op het examen, zo moet je ook zelf niet bij ieder woord zelf een zin make !!!

Meer zien Lees minder











Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Documentinformatie

Geüpload op
19 juli 2025
Aantal pagina's
41
Geschreven in
2024/2025
Type
Overig
Persoon
Onbekend

Onderwerpen

Voorbeeld van de inhoud

Frans woorden/zinnen
 Faire bonne impression : Je veux faire bonne impression lors de
l'entretien.
(Ik wil een goede indruk maken tijdens het gesprek.)

 Une impression : J'ai une impression positive de cette personne.
(Ik heb een positieve indruk van deze persoon.)

 Une personnalité : Elle a une personnalité chaleureuse.
(Ze heeft een warme persoonlijkheid.)

 Un objectif (professionnel) : Mon objectif est d’obtenir un nouveau poste.
(Mijn doel is om een nieuwe functie te krijgen.)

 Être quelqu’un d’ambitieux : Il est quelqu’un d’ambitieux et travaille dur.
(Hij is iemand ambitieus en werkt hard.)

 Être une personne ambitieuse : Elle est une personne ambitieuse qui
veut réussir.
(Ze is een ambitieuze persoon die wil slagen.)

 Disposer d’un esprit critique : Je dispose d’un esprit critique dans mon
travail.
(Ik beschik over een kritisch denkvermogen in mijn werk.)

 Disposer d’un large réseau de connaissances : Il dispose d’un large
réseau de connaissances dans son domaine.
(Hij heeft een breed netwerk van contacten in zijn vakgebied.)

 Être doué(e) pour les langues : Je suis doué(e) pour les
langues étrangères.
(Ik ben goed in vreemde talen.)

 Être doué(e) pour les maths : Elle est douée pour les maths et aime les
chiffres.
(Ze is goed in wiskunde en houdt van cijfers.)

 Avoir du talent pour le marketing : Il a du talent pour le marketing et
crée de bonnes campagnes.
(Hij heeft talent voor marketing en maakt goede campagnes.)

 Avoir le talent de communiquer : Elle a le talent de communiquer avec
les gens facilement.
(Ze heeft het talent om gemakkelijk met mensen te communiceren.)

 Actif, active : Il est très actif dans ses loisirs.
(Hij is erg actief in zijn vrije tijd.)

 Aimable : C’est une personne aimable et toujours souriante.
(Het is een vriendelijke persoon die altijd lacht.)

, Ambitieux, ambitieuse : Elle est ambitieuse et veut atteindre ses rêves.
(Ze is ambitieus en wil haar dromen bereiken.)

 Analytique : Il a une pensée analytique qui l'aide à résoudre des problèmes.
(Hij heeft een analytische denkwijze die hem helpt problemen op te lossen.)

 Attentif, attentive : Soyez attentif pendant la réunion.
(Wees aandachtig tijdens de vergadering.)

 Autonome : Je suis autonome dans mon travail.
(Ik ben zelfstandig in mijn werk.)

 Autoritaire : Il est autoritaire mais juste.
(Hij is autoritair maar rechtvaardig.)

 Avare : Elle est avare et ne partage pas facilement.
(Ze is gierig en deelt niet gemakkelijk.)

 Bavard(e) : Mon ami est bavard et aime parler.
(Mijn vriend is spraakzaam en houdt ervan te praten.)

 Bilingue : Elle est bilingue en français et en anglais.
(Ze is tweetalig in het Frans en Engels.)

 Bruyant(e) : Les enfants sont souvent bruyants dans le parc.
(De kinderen zijn vaak luidruchtig in het park.)

 Calme : Il reste calme même dans des situations difficiles.
(Hij blijft kalm, zelfs in moeilijke situaties.)

 Capricieux, capricieuse : Le temps est capricieux cette semaine.
(Het weer is wispelturig deze week.)

 Centré(e) sur le détail : Elle est centrée sur le détail et fait bien son travail.
(Ze is detailgericht en doet haar werk goed.)

 Chanceux, chanceuse : Je suis chanceuse d'avoir de bons amis.
(Ik ben gelukkig met goede vrienden.)

 Charmant(e) : Ce restaurant est charmant et accueillant.
(Dit restaurant is charmant en gastvrij.)

 Chauvin(e) : Il est chauvin et défend son pays.
(Hij is chauvinistisch en verdedigt zijn land.)

 Communicatif, communicative : Elle est très communicative et aime
échanger.
(Ze is zeer communicatief en houdt van uitwisseling.)

 Compliqué(e) : Ce problème est compliqué, mais je vais essayer de le
résoudre.
(Dit probleem is ingewikkeld, maar ik zal proberen het op te lossen.)

, Compréhensif, compréhensive : Mon professeur est compréhensif avec ses
élèves.
(Mijn leraar is begripvol naar zijn leerlingen.)

 Craintif, craintive : Il est craintif face aux nouvelles situations.
(Hij is angstig in nieuwe situaties.)

 Créatif, créative : Elle est créative et propose toujours de nouvelles idées.
(Ze is creatief en komt altijd met nieuwe ideeën.)

 Crédule : C'est un homme crédule, il croit facilement aux rumeurs.
(Hij is een naïeve man die gemakkelijk in geruchten gelooft.)

 Critique : Sa critique était constructive et utile.
(Zijn kritiek was constructief en nuttig.)

 Curieux, curieuse : Je suis curieuse d'en savoir plus sur ce sujet.
(Ik ben nieuwsgierig om meer over dit onderwerp te weten.)

 Débrouillard(e) : Il est débrouillard et trouve toujours une solution.
(Hij is vindingrijk en vindt altijd een oplossing.)

 Déterminé(e) : Elle est déterminée à réussir son projet.
(Ze is vastberaden om haar project te laten slagen.)

 Direct(e) : Je préfère être direct dans mes réponses.
(Ik geef de voorkeur aan directheid in mijn antwoorden.)

 Discipliné(e) : Il est discipliné et suit un emploi du temps.
(Hij is gedisciplineerd en houdt zich aan een schema.)

 Discret, discrète : Elle est discrète et respecte la vie privée des autres.
(Ze is discreet en respecteert de privacy van anderen.)

 Distrait(e) : Il est distrait et oublie souvent ses affaires.
(Hij is afgeleid en vergeet vaak zijn spullen.)

 Docile : Le chien est docile et suit les ordres facilement.
(De hond is gehoorzaam en volgt gemakkelijk de commando's.)

 Drôle : Elle est très drôle et fait rire tout le monde.
(Ze is heel grappig en laat iedereen lachen.)

 Dynamique : L’équipe est dynamique et pleine d'énergie.
(Het team is dynamisch en vol energie.)

 Efficace : Son travail est efficace et bien organisé.
(Haar werk is efficiënt en goed georganiseerd.)

 Émotif, émotive : Il est émotif et pleure facilement.
(Hij is emotioneel en huilt gemakkelijk.)

 Énergique : Elle est énergique et toujours prête à bouger.
(Ze is energiek en altijd klaar om in actie te komen.)

,  Énervé(e) : Je suis énervé(e) à cause du trafic.
(Ik ben geïrriteerd door het verkeer.)

 Exigeant(e) : Mon patron est exigeant, mais juste.
(Mijn baas is veeleisend, maar rechtvaardig.)

 Extraverti(e) : Elle est extravertie et aime rencontrer des gens.
(Ze is extravert en houdt van het ontmoeten van mensen.)

 Fainéant(e) : Il est fainéant et ne fait pas ses devoirs.
(Hij is lui en doet zijn huiswerk niet.)

 Fiable : Elle est fiable et respecte ses engagements.
(Ze is betrouwbaar en houdt zich aan haar afspraken.)

 Flexible : Je suis flexible avec mes horaires.
(Ik ben flexibel met mijn schema.)

 Franc(he) : Il est franc et dit toujours la vérité.
(Hij is eerlijk en zegt altijd de waarheid.)

 Gai(e) : Elle est gai(e) et apporte de la joie autour d'elle.
(Ze is vrolijk en brengt vreugde om zich heen.)

Adroit : Il est très adroit avec ses mains et peut réparer presque tout.
(Maladroit : Elle est un peu maladroite en cuisine et renverse souvent des
choses.
(Ze is een beetje onhandig in de keuken en morst vaak.)Hij is erg handig met zijn
handen en kan bijna alles repareren.)

 Généreux, généreuse : Il est très généreux et partage tout avec ses amis.
(Hij is erg gul en deelt alles met zijn vrienden.)

 La générosité : Sa générosité est appréciée de tous.
(Zijn vrijgevigheid wordt door iedereen gewaardeerd.)

 Gentil(le) : Elle est très gentille avec les enfants.
(Ze is erg vriendelijk voor de kinderen.)

 La gentillesse : Sa gentillesse fait d'elle une personne aimée.
(Haar vriendelijkheid maakt haar tot een geliefd persoon.)

 Grossier, grossière : Son comportement était grossier et inacceptable.
(Zijn gedrag was grof en onacceptabel.)

 Habile : Il est habile dans la réparation de voitures.
(Hij is handig in het repareren van auto’s.)

 Hésitant(e) : Elle était hésitante à prendre une décision.
(Ze was aarzelend om een beslissing te nemen.)

 Honnête : Il est honnête et ne ment jamais.
(Hij is eerlijk en liegt nooit.)
€7,66
Krijg toegang tot het volledige document:

100% tevredenheidsgarantie
Direct beschikbaar na je betaling
Lees online óf als PDF
Geen vaste maandelijkse kosten

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
laurverm03
4,0
(1)

Ook beschikbaar in voordeelbundel

Thumbnail
Voordeelbundel
Samenvattingen 1e jaar bachelor Bedrijfsmanagement Artevelde, gem. 18/20.
-
5 2025
€ 52,60 Meer info

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
laurverm03 Arteveldehogeschool
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
6
Lid sinds
9 maanden
Aantal volgers
0
Documenten
6
Laatst verkocht
1 week geleden

4,0

1 beoordelingen

5
0
4
1
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen