Bronvermelding
Titel : Praktisch Europees recht
Druk : 1
Auteur : M. Wormsbecher en I.M. Huzen
Uitgever : Noordhoff Uitgevers B.V.
ISBN (boek) : 9789001802394
Aantal hoofdstukken (boek) : 10
Aantal pagina’s (boek) : 248
De inhoud van dit uittreksel is met de grootste zorg samengesteld. Incidentele onjuistheden kunnen niettemin voorkomen. Je
dient niet aan te nemen dat de informatie die Students Only B.V. biedt foutloos is, hoewel Students Only B.V. dat wel nastreeft.
Dit uittreksel is voor persoonlijk gebruik en is bedoeld als wegwijzer bij het originele boek. Wij raden aan altijd het bijbehorende
studieboek te kopen en dit uittreksel als naslagwerk erbij te houden. In dit uittreksel staan diverse verwijzingen naar het studieboek
op basis waarvan dit uittreksel is gemaakt.
Dit uittreksel is een uitgave van Students Only B.V. Copyright © 2012 StudentsOnly B.V. Alle rechten voorbehouden. De uitgever
van het studieboek is op generlei wijze betrokken bij het vervaardigen van dit uittreksel. Voor vragen kun je je per email wenden
tot .
,Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1 Europese Unie 3
Hoofdstuk 2 Instellingen van de Europese Unie 6
Hoofdstuk 3 Wetgeving, directe werking en staatsaansprakelijkheid 9
Hoofdstuk 4 De vier vrijheden 12
Hoofdstuk 5 Vrij verkeer van goederen 16
Hoofdstuk 6 Vrij verkeer van personen 19
Hoofdstuk 7 Vrij verkeer van diensten 23
Hoofdstuk 8 Staatssteun 26
Hoofdstuk 9 Kartelvorming 29
Hoofdstuk 10 Machtspositie 33
© Students Only B.V. – Alle rechten voorbehouden.
Bron : Praktisch Europees recht – M. Wormsbecher e.a.
, Hoofdstuk 1 Europese Unie
1.1 Internationaal recht
1.1.1 Staatssoevereiniteit
De overheid heeft staatssoevereiniteit. Dit houdt in dat de overheid de ultieme
beslissingsbevoegdheid heeft op het grondgebied van de staat. Er zijn twee manieren waarop
staatssoevereiniteit kan worden beperkt. De soevereiniteit kan worden beperkt als een land
onvrijwillig de beslissingsbevoegdheid verliest (1) en de staat kan ervoor kiezen om (een deel van)
de beslissingsbevoegdheden over te dragen aan bijvoorbeeld een internationale organisatie (2).
1.1.2 Internationale organisaties
Er zijn twee soorten internationale organisaties: de gouvernementele organisaties en
non-gouvernementele organisaties. Een gouvernementele organisatie is een samenwerkingsverband
tussen staten. De oprichting geschiedt per verdrag waarin de lidstaten hun doelstellingen en de
middelen waarover zij beschikken vermelden. Door een internationale organisatie wordt het mogelijk
voor staten om op een bepaald gebied samen te werken. Bij de oprichting kunnen de staten bepalen
of en hoeveel soevereiniteit ze willen afstaan. Wanneer lidstaten geen soevereiniteit willen afstaan,
wordt de organisatie een intergouvernementele organisatie genoemd. Staan lidstaten wel
beslissingsbevoegdheden af, dan is er sprake van een supranationale organisatie. Een
supranationale organisatie staat boven de lidstaten. De organisatie stelt regels vast waar de staten
zich aan moeten houden. Het is voor de lidstaten niet mogelijk om zelf de inhoud van deze regels
te bepalen. Staten richten vaak een intergouvernementele organisatie op, zij willen zelf namelijk
zoveel mogelijk macht in handen houden. Zie figuur 2.1, Praktisch Europees recht,
Wormsbecher/Huzen. Een non-gouvernementele organisatie (ngo) is een onafhankelijke organisatie
met een eigen (vaak ideële) doelstelling. Een ngo is niet altijd internationaal. Een voorbeeld van
een Nederlandse ngo is Natuurmonumenten. Amnesty International en het WNF zijn voorbeelden
van internationale ngo's. Ngo's hebben tijdens internationale vergaderingen geen stemrecht. Echter
zij worden wel vaak uitgenodigd om een adviserende bijdrage te leveren.
1.2 De EU en haar doelstellingen
Op dit moment gelden de volgende twee verdragen. Zie tabel 1.1, Praktisch Europees recht,
Wormsbecher/Huzen:
• het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU);
• het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie (VWEU).
Art. 3 VEU somt de doelstellingen op. De belangrijkste worden hierna besproken.
1.2.1 Vrede en welzijn
Dankzij de verregaande samenwerkingen tussen de lidstaten van de EU zijn de economieën van
de Europese staten nauw met elkaar verweven. Dit heeft als gevolg dat het welvaartsniveau is
gestegen. Conflicten die zich voor kunnen doen worden binnen de EU op een diplomatieke wijze
opgelost. Daarnaast zijn de lidstaten economisch van elkaar afhankelijk. Dit heeft ervoor gezorgd
dat er geen oorlog meer heeft plaatsgevonden binnen Europa.
1.2.2 Vrijheid en veiligheid
Over het algemeen mogen burgers van de EU in alle lidstaten verblijven om te studeren, te werken
of van hun pensioen te genieten. Vrij verkeer van personen heeft ook als gevolg dat er vrij verkeer
voor criminaliteit plaats kan vinden. Door de open grenzen wordt het voor criminele organisaties,
zoals vrouwenhandelaren, makkelijker om hun activiteiten uit te oefenen. Dit is de reden dat de
EU ook regels vormt die helpen de grensoverschrijdende criminaliteit te bestrijden.
© Students Only B.V. – Alle rechten voorbehouden. 3
Bron : Praktisch Europees recht – M. Wormsbecher e.a.