Immunologie 1
Samenvatting: Kuby Immunology, 8th Edition
1
(Hoofdstukken 1, 2, 5, 6, 8 en 20)
Dominique ter Maat
BOVR3 juni 2018
,Hoofdstuk 1 Overzicht van het immuunsysteem
Immuniteit (Immunity) = beschermende toestand bij mens en dier tegen infectieziekten veroorzaakt door
2
bacteriën, virussen, lichaamsvreemde cellen of moleculen.
Immunologie (Immunology) = wetenschap die zich bezighoudt met onderzoek naar de werking van het
immuunsysteem.
Het immuunsysteem doet eigenlijk twee dingen:
1. Herkennen (recognition) en vernietigen (reactie; response) van vreemde elementen (het NIET-ZELF;
nonself)
2. Herken, maar spaar het eigen individu (het ZELF; self-nonself discrimination)
Aangeboren immuunsysteem (innate) = Snel en niet-specifiek, 1e en 2e line of defense
Verworven immuunsysteem (adaptive) = Specifiek! 3e line of defense
First line of defense: eerste verdedigingslinie
Huid en de uitscheiding ervan
Slijmvliezen en de uitscheiding ervan
Huid:
Hoornlaag beschermt tegen uitdroging en tegen binnendringen van micro-organismen. Daarna zijn de
bacteriën al binnen het lichaam.
Slijmvliezen:
Bijv: Luchtwegepitheel is bedekt met ciliën. M.b.v. slijm worden bacteriën, stof, schimmelsporen etc.
afgevoerd.
Second line of defense: tweede verdedigingslinie
Fagocitische witte bloedcellen
Antimicrobiële eiwitten
Ontstekingsreactie
Witte bloedcellen kunnen worden onderverdeeld in 2 categoriën
Granulocyten:
Neutrofielen
o Multolobbige kern met kleine granulen
o fagocytose
Eosinofielen
o Grote rode cytoplasmatische granulen
o fagocytose
Basofielen
o Granulen die histamine bevatten(blauw)
o Geen fagocytose
Neutrofiel Eosinofiel Basofiel
, En Agranulocyten:
Lymfocyten
o Kern vult bijna hele cel
o T,B, NK cellen
Monocyten
3
o Grootsten onder de witte bloedcellen
o Differentiëren tot macrofagen: fagocyten
Monocyten behoren tot het nietspecifieke immuunsysteem. In de weefsels worden het macrofagen (v.b.
osteoclasten, microglial cells, aveolar macrofagen). Monocyten hebben een boonvormige kern.
Macrofaag (vreetcel) eet bacteriën op.
Dendritische cellen (DCs) hebben lange uitstulpingen van de celmembraan.
Er bestaan verschillende typen (diverse population) met mogelijk verschillende functie. Voorbeeld is de
Langerhanscel in de huid en de interdigiterende DC in lymfeklieren en milt.
Dendritische cel
major histocompatibility complex (MHC)
Eiwitten die antigenen kunnen precenteren op het celmembraan
(Bijna) alle kernhoudende cellen brengen MHC I tot expressie, MHC II komt echter alleen voor op
specifieke antigeenpresenterende cellen (APC), zoals macrofagen, dendritische cellen, maar ook B-cellen
(verworven immuunsysteem).
Samenvatting: Kuby Immunology, 8th Edition
1
(Hoofdstukken 1, 2, 5, 6, 8 en 20)
Dominique ter Maat
BOVR3 juni 2018
,Hoofdstuk 1 Overzicht van het immuunsysteem
Immuniteit (Immunity) = beschermende toestand bij mens en dier tegen infectieziekten veroorzaakt door
2
bacteriën, virussen, lichaamsvreemde cellen of moleculen.
Immunologie (Immunology) = wetenschap die zich bezighoudt met onderzoek naar de werking van het
immuunsysteem.
Het immuunsysteem doet eigenlijk twee dingen:
1. Herkennen (recognition) en vernietigen (reactie; response) van vreemde elementen (het NIET-ZELF;
nonself)
2. Herken, maar spaar het eigen individu (het ZELF; self-nonself discrimination)
Aangeboren immuunsysteem (innate) = Snel en niet-specifiek, 1e en 2e line of defense
Verworven immuunsysteem (adaptive) = Specifiek! 3e line of defense
First line of defense: eerste verdedigingslinie
Huid en de uitscheiding ervan
Slijmvliezen en de uitscheiding ervan
Huid:
Hoornlaag beschermt tegen uitdroging en tegen binnendringen van micro-organismen. Daarna zijn de
bacteriën al binnen het lichaam.
Slijmvliezen:
Bijv: Luchtwegepitheel is bedekt met ciliën. M.b.v. slijm worden bacteriën, stof, schimmelsporen etc.
afgevoerd.
Second line of defense: tweede verdedigingslinie
Fagocitische witte bloedcellen
Antimicrobiële eiwitten
Ontstekingsreactie
Witte bloedcellen kunnen worden onderverdeeld in 2 categoriën
Granulocyten:
Neutrofielen
o Multolobbige kern met kleine granulen
o fagocytose
Eosinofielen
o Grote rode cytoplasmatische granulen
o fagocytose
Basofielen
o Granulen die histamine bevatten(blauw)
o Geen fagocytose
Neutrofiel Eosinofiel Basofiel
, En Agranulocyten:
Lymfocyten
o Kern vult bijna hele cel
o T,B, NK cellen
Monocyten
3
o Grootsten onder de witte bloedcellen
o Differentiëren tot macrofagen: fagocyten
Monocyten behoren tot het nietspecifieke immuunsysteem. In de weefsels worden het macrofagen (v.b.
osteoclasten, microglial cells, aveolar macrofagen). Monocyten hebben een boonvormige kern.
Macrofaag (vreetcel) eet bacteriën op.
Dendritische cellen (DCs) hebben lange uitstulpingen van de celmembraan.
Er bestaan verschillende typen (diverse population) met mogelijk verschillende functie. Voorbeeld is de
Langerhanscel in de huid en de interdigiterende DC in lymfeklieren en milt.
Dendritische cel
major histocompatibility complex (MHC)
Eiwitten die antigenen kunnen precenteren op het celmembraan
(Bijna) alle kernhoudende cellen brengen MHC I tot expressie, MHC II komt echter alleen voor op
specifieke antigeenpresenterende cellen (APC), zoals macrofagen, dendritische cellen, maar ook B-cellen
(verworven immuunsysteem).