INTELLECTUELE RECHTEN
Examen:
- 1/3de van de punten
- Enkel open vragen
o Zowel Toepassing als theorie
o Ja of neen vragen
laatste deel ng afprinten!!!
Hoofdstuk 1: Inleiding tot de
intellectuele rechten
kadert binnen het economisch recht
AFDELING 1: WAT ZIJN IER-RECHTEN?
Private subjectieve rechten (= rights ( objectieve rechten = law))
- Extra-patrimoniale rechten (verdwijnen na de dood, worden niet
vererft)
o Familierechten
o Persoonlijkheidsrechten
Stellen een stukje van uw persoonlijkheid vast: bv recht
op afbeelding, recht op fysieke integriteit, recht op naam
Dus speelt wel een rol voor IErechten
Hebben niet allemaal dezelfde sterkte: bv de naam coca
cola zal veel sterker zijn dan een naam van een KMO
Als je de naam cola hergebruikt of iets in die trant
zal je meer schade moeten betalen
Vaak gecreëerd obv 1382 dus meestal geen eigen
grondslag
Sommige intellectuele rechten gaan die
persoonrechten veiligstellen bv recht op
afbeelding
Ook niet ononbegrentst rechtspraak creeert er soms
bij: bv recht op stemgeluid
1
, - Patrimoniale rechten (maakt deel uit van vermogen dus kan worden
vererfd, kan je over contracteren, …)
Geven u een bepaalde heerschappij
o Zakelijke rechten
Heerschappij over een zaak
o Vorderingsrechten
Heerschappij over een “verlangen van een persoon”
o I.E.-rechten
Heerschappij over een creatie van de geest: je maakt
een liedje, schrijft een tekst, maakt een foto, …
Jij bent de enige die die mag exploiteren
je hebt ook ng publieke subjectieve rechten: bv vrijheid van
meningsuiting, verkiezingen, …
AFDELING 2: DE INDELING VAN DE I.E.R.
Industriële eigendomsrechten Auteursrecht s.l.
Merkenrecht Auteursrecht s.s.
Tekeningen- en modellenrecht Naburige rechten
Octrooirecht Bescherming computer-
programma’s
Kwekersrecht Databanken
chipsrecht
Benamingen oorsprong/
geografische aanduidingen/
herkomstaanduidingen
Handelsnaam
Gebruiksmodellen
PAS OP: geen IER:
– Bedrijfsgeheimen (=
know how)
– Domeinnamen (bv: .be/
.com)
want geven u geen exclusiviteit
(zie hieronder)
2
, Sl = sensu lato = in de brede zin
ss = sensu stricto = in de enge zin van woord
Als hij dit later niet meer uitlegt, kijk die eerste les dan terug!!!
- Wss zal hij dat wel doen
AFDELING 3: KENMERKEN VAN DE I.E.R.
- Monopolierechten of exclusieve rechten ( verbodsrechten)
o = je bent de enige die beslist wat ermee gebeurt
o Voor een ander is dat dan een verbodsrecht want die mag er
niks mee doen
- Aan éénieder tegenstelbaar
o = iedereen moet intellectuele rechten erkennen ook al weet je
niet af van het bestaan
o Bv: foto van internet op website gezet daar zit auteursrecht
op, die stuurt bericht met kosten als verdediging: hoe kon
die nu weten dat die foto auteursrechtelijk was? Maakt niet
uit
- Begrensde rechten
= het systeem vertrekt vanuit vrije mededinging = vrijheid van
kopie, je moet vrij zijn om het resultaat van een ander te kopiëren
bv een uitvinding namaken, een foto namaken is problematisch
als daar geen beperkingen op zijn (want dan zal er niemand meer
investeren in onderzoek) en die grenzen zijn de IER, die
beschermen uw inspanning, concurrenten kunnen dat niet zomaar
kopiëren maar dat doet afbreuk aan het beginsel van vrijheid, dus
daarom zijn de IER begrenst:
o Territoriale begrenzing
Bv uitvinding octrooi aanvragen in belgie geldt
enkel in belgie, dus de rest van de wereld mag uw
uitvinding kopieren dus je moet het overal aanvragen
als je overal bescherming wil
o Duur
Bv bij octrooi is dat 20 jaar, auteursrecht is tot 70 jaar na
overleiden, …
3
, o Beschermingsvoorwaarden
Hier zit de begrenzing in het feit dat je enkel een IER
krijgt als je aan Vw voldoet
Bv vr een octrooi heb je originaliteit nodig, …
- Voorwerp: ze beschermen een creatie van de geest
- Grote economische waarde
o Zijn zeer waardevol vr een onderneming
- Zijn ook grondrechten (art. 17, lid 2 Handvest grondrechten EU) (wel
geen absolute bescherming – afweging t.o.v. andere grondrechten
(bijv. vrijheid ondernemerschap, recht op persoonlijke levenssfeer))
Pas op
– Bestaan via optreden wetgever
– Geen begrensde categorie
Er zullen later nog nieuwe IER bijkomen
AFDELING 4: VERSCHILPUNTEN TUSSEN
AUTEURSRECHT EN INDUSTRIËLE
EIGENDOMSRECHTEN
wrm verschil maken? Omdat er verschilpunten zijn tussen de twee
opm.: de verschilpunten zijn relatief geworden
- Formaliteiten
- Nrml: bij auteursrechten moet je niks doen, gwn tekst
schrijven en je krijgt automatisch auteursrechten, bij bv
octrooien moet je dat aanvragen, … wel nuanceren want bv
de handelsnaam krijg je het ook automatisch, geen formaliteit
- Duur
- Auteursrecht vr een lange periode: 70 jaar na de dood
- Industrieel: korter
ook relativeren want soms oneindig verlengbaar
- De toegekende rechten
4
Examen:
- 1/3de van de punten
- Enkel open vragen
o Zowel Toepassing als theorie
o Ja of neen vragen
laatste deel ng afprinten!!!
Hoofdstuk 1: Inleiding tot de
intellectuele rechten
kadert binnen het economisch recht
AFDELING 1: WAT ZIJN IER-RECHTEN?
Private subjectieve rechten (= rights ( objectieve rechten = law))
- Extra-patrimoniale rechten (verdwijnen na de dood, worden niet
vererft)
o Familierechten
o Persoonlijkheidsrechten
Stellen een stukje van uw persoonlijkheid vast: bv recht
op afbeelding, recht op fysieke integriteit, recht op naam
Dus speelt wel een rol voor IErechten
Hebben niet allemaal dezelfde sterkte: bv de naam coca
cola zal veel sterker zijn dan een naam van een KMO
Als je de naam cola hergebruikt of iets in die trant
zal je meer schade moeten betalen
Vaak gecreëerd obv 1382 dus meestal geen eigen
grondslag
Sommige intellectuele rechten gaan die
persoonrechten veiligstellen bv recht op
afbeelding
Ook niet ononbegrentst rechtspraak creeert er soms
bij: bv recht op stemgeluid
1
, - Patrimoniale rechten (maakt deel uit van vermogen dus kan worden
vererfd, kan je over contracteren, …)
Geven u een bepaalde heerschappij
o Zakelijke rechten
Heerschappij over een zaak
o Vorderingsrechten
Heerschappij over een “verlangen van een persoon”
o I.E.-rechten
Heerschappij over een creatie van de geest: je maakt
een liedje, schrijft een tekst, maakt een foto, …
Jij bent de enige die die mag exploiteren
je hebt ook ng publieke subjectieve rechten: bv vrijheid van
meningsuiting, verkiezingen, …
AFDELING 2: DE INDELING VAN DE I.E.R.
Industriële eigendomsrechten Auteursrecht s.l.
Merkenrecht Auteursrecht s.s.
Tekeningen- en modellenrecht Naburige rechten
Octrooirecht Bescherming computer-
programma’s
Kwekersrecht Databanken
chipsrecht
Benamingen oorsprong/
geografische aanduidingen/
herkomstaanduidingen
Handelsnaam
Gebruiksmodellen
PAS OP: geen IER:
– Bedrijfsgeheimen (=
know how)
– Domeinnamen (bv: .be/
.com)
want geven u geen exclusiviteit
(zie hieronder)
2
, Sl = sensu lato = in de brede zin
ss = sensu stricto = in de enge zin van woord
Als hij dit later niet meer uitlegt, kijk die eerste les dan terug!!!
- Wss zal hij dat wel doen
AFDELING 3: KENMERKEN VAN DE I.E.R.
- Monopolierechten of exclusieve rechten ( verbodsrechten)
o = je bent de enige die beslist wat ermee gebeurt
o Voor een ander is dat dan een verbodsrecht want die mag er
niks mee doen
- Aan éénieder tegenstelbaar
o = iedereen moet intellectuele rechten erkennen ook al weet je
niet af van het bestaan
o Bv: foto van internet op website gezet daar zit auteursrecht
op, die stuurt bericht met kosten als verdediging: hoe kon
die nu weten dat die foto auteursrechtelijk was? Maakt niet
uit
- Begrensde rechten
= het systeem vertrekt vanuit vrije mededinging = vrijheid van
kopie, je moet vrij zijn om het resultaat van een ander te kopiëren
bv een uitvinding namaken, een foto namaken is problematisch
als daar geen beperkingen op zijn (want dan zal er niemand meer
investeren in onderzoek) en die grenzen zijn de IER, die
beschermen uw inspanning, concurrenten kunnen dat niet zomaar
kopiëren maar dat doet afbreuk aan het beginsel van vrijheid, dus
daarom zijn de IER begrenst:
o Territoriale begrenzing
Bv uitvinding octrooi aanvragen in belgie geldt
enkel in belgie, dus de rest van de wereld mag uw
uitvinding kopieren dus je moet het overal aanvragen
als je overal bescherming wil
o Duur
Bv bij octrooi is dat 20 jaar, auteursrecht is tot 70 jaar na
overleiden, …
3
, o Beschermingsvoorwaarden
Hier zit de begrenzing in het feit dat je enkel een IER
krijgt als je aan Vw voldoet
Bv vr een octrooi heb je originaliteit nodig, …
- Voorwerp: ze beschermen een creatie van de geest
- Grote economische waarde
o Zijn zeer waardevol vr een onderneming
- Zijn ook grondrechten (art. 17, lid 2 Handvest grondrechten EU) (wel
geen absolute bescherming – afweging t.o.v. andere grondrechten
(bijv. vrijheid ondernemerschap, recht op persoonlijke levenssfeer))
Pas op
– Bestaan via optreden wetgever
– Geen begrensde categorie
Er zullen later nog nieuwe IER bijkomen
AFDELING 4: VERSCHILPUNTEN TUSSEN
AUTEURSRECHT EN INDUSTRIËLE
EIGENDOMSRECHTEN
wrm verschil maken? Omdat er verschilpunten zijn tussen de twee
opm.: de verschilpunten zijn relatief geworden
- Formaliteiten
- Nrml: bij auteursrechten moet je niks doen, gwn tekst
schrijven en je krijgt automatisch auteursrechten, bij bv
octrooien moet je dat aanvragen, … wel nuanceren want bv
de handelsnaam krijg je het ook automatisch, geen formaliteit
- Duur
- Auteursrecht vr een lange periode: 70 jaar na de dood
- Industrieel: korter
ook relativeren want soms oneindig verlengbaar
- De toegekende rechten
4