Reeks 1 (13/06)
1. Kanker incidentie in Europa en Noord Amerika
A) daalt bij meeste solide tumor door preventie
B) daalt significant voor sommige tumoren
C) blijft stabiel
D) stijgt voor alle solide tumoren
B: ‘koelkasthypothese’ bij maagcarcinoom (duidelijke afname van incidentie)
- Verandering van bewaar- en voedingsgewoonten als één van de mogelijke
verklaringen voor de dalende incidentie
o Minder conservering door roken of pekelen
o Verminderde opname van carcinogenen (nitraat, nitriet)
o Verminderde opname van bacteriën en schimmels (aflatoxine)
- Vereenvoudigde verklaring voor positieve trend
- Opm: incidentie (incidence rate) = aantal nieuwe diagnoses/100.000/ jaar
A: incidentie daalt bij sommige soliede tumoren door preventie, maar niet bij de meeste
- Primaire preventie: terugdringen van kankerincidentie
o Principe 1: vermijden v blootstelling aan risicofactoren (lifestyle, …)
o Principe 2: verhogen van weerstand tegen risicofactoren (vaccinatie HPV en
HBV) en eradicatie van bacteriën (Helicobacter)
o Principe 3: verwijderen van risico-organen
Preventieve chirurgie bij kankersyndromen
Thyroïdectomie bij kids met MEN
Preventieve mastectomie/ovariëctomie bij BRCA 1/2
- Secundaire preventie: vroegtijdige detectie
o Vroegere behandeling: meer effectief, hogere kans op genezing, vermijden van
consequenties
o Mammo screening, PSA, iFOBT
o Paradoxaal stijging in incidentie
o Verrassend weinig gevalideerde tests voor efficiënte vroege opsporing
C: incidentie sterk afhankelijk van tumorsoort, regio, leeftijd en leefstijl
- Leeftijd:
o Incidentie alle kankers = leeftijdsgebonden (piek 50-60 jaar)
o Daling incidentie vanaf 80 jaar
o Sommige kankers (bv sarcomen) over ganse leven (DUS niet gepaard met
leeftijd)
o Kinderen vnl: leukemie, hersentumoren, nefroblastoom
o Adolescenten/young adults: hematologisch, hersentumoren, melanomen,
testis-en cervixkanker
o Tumoren met hoogste incidentie: vnl in oudere leeftijdscategorie
- Toename incidentie door introductie sensitieve screeningstest (+/-) artefact
- Maagcarcinoom daalt significant bv
- Incidentie van invasieve tumoren (agressief) neemt toe!
D: nee, neemt niet voor alle soliede tumoren toe (bv maagcarcinoom)
- Incidentie van invasieve (agressieve) tumoren neemt toe!!
- Veroudering bevolking, toename RF (BMI, alcohol, roken),
betere detectie en screening
,2. Met welke plot kan je de respons van kanker NIET evalueren? (+ RECIST criteria)
A) Swimmer plot rapportering van respons en behandelingsduur van individuele pt (in
studieverband)
B) Bikini plot bestaat niet
C) Waterfall plot alternatieve manier van rapportering van responses (in studie verband); groei vs
afname van ziekte (figuur hieronder links)
D) Kaplan Meier rapportering van time-to-event eindpunten (in studieverband): PFS, OS (= kaplan
meier)(2 figuren rechts hierboven)
3. Vrouw met DM, RA en veel andere problemen (leek op ACD). Wat is JUIST?
A) Ferritine laag hepcidine verhoogd
B) Ferritine verhoogd hepcidine verhoogd
C) Ferritine laag, hepcidine verlaagd
beeld van ferriprieve anemie (+ ↑ serumtransferrine, ↓ transferrinesaturatie)
D) Ferritine verhoogd, hepcidine laag
beeld van thalassemie intermedia/major
ACD (p 95) (milde/matige anemie door systemische inflammatie of chronische ziekte)
- Hypoproductieve anemie + verminderde levensduur van erytrocyten
- Meest frequente vorm van anemie wereldwijd samen met ferriprieve anemie
- Vooral oudere popu
- Pathogenese
o Inflammatoire cytokines verstoren de normale regulatie van de erytropoëse en de
normale werking van EPO
o Bij infectie: aanmaak door IS van cytokines: IFN a, TNF a, IL-6 … hematopoëse
verschuift deels van erytropoëse naar granulopoëse
shift voorziet in acute vraag naar kortlevende granulocyten + lange levensduur
van RBC laat toe om interval van tijdelijk ↓ erytropoëse te overbruggen
o IL-6: sterke prikkel voor hepatische productie van hepcidine ↑
↓ biologische beschikbaarheid van serumijzer (ondanks voldoende ijzerreserves in
lever en reticulo-endotheliaal stelsel)
Functioneel ijzertekort
o Overleving RBC ↓ in inflammatoire context draagt ook bij tot anemie van
chronische ziekte
, Shift naar granulopoiese
Gedaalde erythropoëse
cytokines
↓ijzerbeschikbaarheid
Verkorte RBC levensduur
Macrofagenactivatie
- LABO
o Hb: 7-12 g/dl (= milde/matige anemie)
o MCV nl
o MCHC: laag nl - licht ↓
o Absolute reticulocytenaantal: niet verhoogd
o Serumijzer: ↓
o Hepcidine: ↑ (bij geïsoleerde ACD; niet beschikbaar als diagnostische labotest: andere indicatoren nodig)
o Ferritine: nl / ↑ (acute faseparameter)
o Serumtransferrine (= ijzerbindingscapaciteit) : ↓
o Beenmergonderzoek
Weinig ijzer in de erytroblasten door ↓ beschikbaarheid
Wel nog ruime ijzerreserves in de MF in het beenmerg
- Behandeling:
o Behandelen onderliggende aandoening
o Geen rhEPO (respons op EPO niet adequaat in inflammatoire context)
o Andere mogelijke oorzaken van anemie overwegen
ACD vooral bij oudere popu (comorb, antiaggreg, antico)
bv concomitant ijzertekort mogelijk, MAAR biochem moeilijk te bewijzen
opsporen mogelijke bronnen van bloedverlies (bv GI iFOB)
proeftherapie met ijzer
kanker: foliumzuurbehoeftes ↑
Uitleg: Anemie bij chronische ziekte = functioneel ijzertekort
- IL-6: cytokine bij ontstekingsreacties = centrale speler
- Ferroportine-1: specifieke en unieke ijzertransporter: vrijgave van Fe 3+ uit
enterocyten, cellen van reticulo-endotheliaal stelsel en hepatocyten (+ opname uit
de darm?)
- Hepcidine:
o klein peptidehormoon
o aangemaakt door lever
o reguleert vrijzetting van Fe 3+ via ferroportine
o dirigent van de biologische beschikbaarheid van ijzer
o = INHIBEERT ijzertransport en vrijgave van ijzer via ferroportine 1
o Serumconc heel dynamisch afh van beschikbare ijzer
- ‘controle: serumijzerafhankelijk’: lever = sensor voor transferrinegebonden Fe3+
o Fe 3+ te kort: inhibitie hepcidine (= daling hep productie) inhibitie op
ferroportine valt weg ijzer wordt vrijgezet
o Fe 3+ te veel: stimulatie van hepcidine inhibitie ferroportine geen vrijzetting
van ijzer uit voorraden
o Voorkomen ijzeroverbelasting
, - Sommige situaties: aanmaak hepcidine gestuurd door stimuli onafhankelijk van
serumijzer
o IL-6: sterke stimulans voor productie hepcidine ( inhibitie ijzervrijzetting)
o Inflammatie daling biologische beschikbaarheid van ijzer
o Sepsis veelvoud toename van hepcidine in serum acute daling van serumijzer
o Nuttig: ijzer versterkt het pathogene vermogen van gramnegatieve bact!!
Bij inflammatie: verminderde biologische beschikbaarheid van Fe 3+ = beschermt
tegen bacteriële infecties
o Maar indien inflammatie chronisch hypoferremie (door functioneel ijzertekort)
draagt bij tot ontstaan van inflammatoire anemie of anemie van chronische ziekte
ERFE: erytroferrone, Fpn: ferroportine
D: ꞵ-thalassemie (intermedia/major) (ijzerstapeling kort uitgelegd)
- Ineffectieve erytropoëse (veel voorlopers aanmaken, maar weinig circulerende
mature cellen door globinedefecten; destructie van voorlopers door stapeling van
defecte globineketens in voorlopers) + hemolyse (verkorte levensduur van
circulerende RBC) anemie
- Door anemie EPO ↑
o stimulatie erytroferrone (ERFE)
o Erytropoëse
- ↑ ERFE (lichaam maakt zich klaar om veel RBC aan te maken en heeft hiervoor
adequaat ijzer nodig)
o ↓ hepcidine toegenomen vrijzetting en absorptie van ijzer uit darm
Ijzerstapeling ferritine ↑
• Gereduceerde productie van α- of β-globine
• Gedaald HbA1 (α2β2): microcytaire
anemie met targetcellen
• Overwicht van ander keten (α vs β)
leidt tot precipitatie van ketens in
overmaat
• Verkorte levensduur RBC
• Destructie van ery
precursors
• EPO >> compensatoire erytroïde hyperplasie
• IJzerbelading
• Absorptie
• transfusie