1 INLEIDING
Wetenschap is een stijl van denken en doen
- Onderscheid tussen het wetenschappelijke werk en de wetenschappelijke kennis
o Wetenschappelijk onderzoek start vaak met de realisatie dat de beschikbare kennis
om een probleem op te lossen of aan te pakken voldoende is
o Een deel van de achtergrond waarvan wetenschap groeit is ordinaire kennis en een
ander deel ervan is wetenschappelijke kennis
- Wat vandaag common sense is, is dat niet altijd geweest
o Wat vandaag common sense is, was het onderzoek van gisteren
o Zowel het common sense denken als het wetenschappelijk denken streven naar…
§ Rationaliteit: coherentie binnen het wetenschappelijk denken
§ Objectiviteit: de wetenschap moet met de feiten overeenkomen en mag
geen ongecontroleerde speculatie over de feiten zijn, geen ontkenning van
de feiten zijn en geen bewering zijn dat feiten sociale constructies zijn
• Langzaam opbouwen van patronen van kennis over de
maatschappelijke werkelijkheid (~ naturalisme)
Dia 4
“Science is like ordinary magic, but performed by academics.”
- We gaan zaken toetsen in de praktijk om te kijken of dingen zijn zoals we denken dat ze zijn
- We zitten met een vraag en die vraag gaan we toetsen o.b.v. methoden en technieken én
over de inhoudelijke bevindingen gaan we in gesprek met anderen
Dia 5
“Wetenschap is the cure for bullshit.”
- O.b.v. wetenschappelijk onderzoek kunnen we een onderscheid maken tussen wat kennis is
en wat ordinaire uitspraken zijn, die gebaseerd zijn op uit de lucht gegrepen vaststellingen
1
,Dia 6
Drie kenmerkende eigenschappen van wetenschap
- Het streven naar kennis
o De vorm van kennis waarnaar men streeft, kan verschillen per vakgebied en hangt af
van de uitgangspunten van criminologie die het wetenschappelijk onderzoek voeren
o De wetenschappelijke kennis kan worden ondergebracht in een theorie
§ = Een intern coherent samenhangend geheel van uitspraken over de
werkelijkheid, d.w.z. elke uitspraak krijgt pas zin en betekenis wanneer deze
in een breder netwerk van uitspraken geplaatst kan worden
§ We streven naar kennis die we voorheen nog niet hadden in een context
• We gaan ze daarna onderbrengen in een theorie
• We moeten het plaatsen in een breder geheel om een overzicht van
verklaringen te krijgen waarom bepaalde dingen zo zijn zoals ze zijn
o Doel: samenhangende feiten en stabiele patronen in de werkelijkheid ontdekken
§ Dit toetsen we d.m.v. kwantitatieve en kwalitatieve methoden en technieken
- Haar empirische karakter
o Wetenschappelijke uitspraken dienen gefundeerd te zijn op empirische uitspraken
§ = Uitspraken gebaseerd op waarnemingen die criminologen hebben gedaan
§ Waarnemingen kunnen zelf gedaan zijn (1e hand) of door anderen (2e hand)
o Reflecties kunnen een wetenschappelijk karakter hebben
§ Ze kunnen gelinkt worden aan systematische observaties of aan een stand
van zaken in een bepaald wetenschapsdomein
§ Opgeelet, want een wetenschapper die niet kritisch reflecteert over de eigen
uitgangspunten loopt het gevaar blind te worden voor kritiek
o Waarnemingen in de werkelijkheid
§ Zaken waarvan we veronderstellen dat ze zo zijn, zijn ook zo in de realiteit
- Haar systematische benadering
o Op dit punt onderscheiden we de wetenschap van een pseudowetenschap
§ = Vakgebied die de pretentie heeft wetenschappelijke standaarden na te
streven, maar tekort schiet in het gebruik van systematische methoden om
zich het label ‘wetenschappelijk’ te mogen toe-eigenen
o Toetsbaarheid of testbaarheid als eigenschap van een wetenschappelijke uitspraak
§ Het verdringen is een passe-partout voor alle uitspraken waarvan men niet
wil dat ze aan kritische toetsing onderworpen worden
2
, o We gaan volgens een procedure o.b.v. spelregels te werk
§ We hebben afspraken gemaakt in de wetenschap wat wij verstaan onder
bepaalde concepten en we moeten beschrijven hoe we die hebben gevolgd
§ Hierdoor is het toetsbaar en controleerbaar voor collega wetenschappers
2 TAXONOMIEËN VAN WETENSCHAPPELIJKE DISCIPLINES
Dia 7
Traditioneel worden de wetenschappen in twee grote groepen ingedeeld o.b.v. de methode
- Formele wetenschappen
o Bv. logica, wiskunde…
o Gebaseerd op axioma’s en deductie
o De wetenschappen leren op zichzelf iets over de werkelijkheid en ze verschaffen
symboolsystemen of vormen die bruikbaar zijn om die werkelijkheid uit te drukken
- Ervaringswetenschappen of feitwetenschappen
o Bv. fysica, sociologie, criminologie…
o Gebaseerd op empirie en inductie
o Exacte- of natuurlijke wetenschappen ↔ sociale- of culturele wetenschappen
§ Exacte- of natuurlijke wetenschappen
• Bv. fysica, chemie, biologie en psychologie
• Bestuderen waarom natuurlijke fenomenen doen wat ze doen
§ Sociale- of culturele wetenschappen
• Bv. psychologie, economie, politieke wetenschap en sociologie
• Bestuderen waarom mensen doen wat ze doen
Dia 8
Braeckman en Vermeersch: het onderscheid tussen natuur-, gedrag- en cultuurwetenschappen
- Natuurwetenschappen: bv. fysica en chemie
o Natuurkunde, scheikunde, biologie en geologie
- Gedragswetenschappen: bv. psychologie, sociologie en economie
o Het gedrag van de mens als individu of in groep wordt onderzocht
- Cultuurwetenschappen: bv. taalkunde, archeologie, geschiedenis…
3
, o Hebben de producten van menselijke creativiteit tot voorwerp
→ Maar is dit onderscheid zinvol?
- Geen vaste grenzen, dus kruisbestuiving is mogelijk en wenselijk
- Dit is een tendens naar interdisciplinariteit
- Bv. gedragsecologie in criminologie
William Dilthey: het onderscheid tussen Naturwissenschaften en Geisteswissenschaften
- Dit onderscheid is achterhaald en volledig van de pot gerukt
- De verouderde terminologie gebruikt door de wetenschappers die voorstander zijn van een
strikte scheiding tussen de Naturwissenschaften en de Geisteswissenschaften
o Etienne Vermeersch en Johan Braeckman stellen dat we moeten streven naar
exactheid waarbij een ondubbelzinnige taal dient te worden gebruikt
o De Babylonische spraakverwaring is het gevolg van het feit dat wetenschappers in
verschillende disciplines andere termen gebruiken voor gelijkaardige begrippen
Het onderscheid tussen zuivere wetenschappen en toegepaste wetenschappen
- Zuivere wetenschappen
o Hebben betrekking op het genereren van kennis
- Toegepaste wetenschappen
o Hebben betrekking op de manier hoe men wetenschappelijke gegevens en methodes
gebruikt om problemen op te lossen waar we in de praktijk tegen aanlopen
De term ‘positieve wetenschappen’
- 19e eeuwse betekenis: de wetenschappen die op gegevens berusten, m.a.w. de
ervaringswetenschappen, in tegenstelling tot de meer speculatieve denkwijzen
- Het positivisme was een stroming die failliet ging
o Ideeën: herkennen van patronen, de sociale wetenschappen de natuurlijke
wetenschappelijke methoden dient over te nemen en patchwork van correlaties
§ Theorievorming was niet de sterkste kant van de positivisten
o De liefde voor wetenschappelijke en objectiveerbare methoden bleef behouden
§ Positivisten werkten vooral met kwantitatieve methoden
3 DE CRIMINOLOGIE BLIJFT EEN MULTIDISCIPLINAIRE OBJECTWETENSCHAP
4