HC1+2: marktwerking en elasticiteiten
Micro-economie: prijsstijgingen van goederen, loonstijgingen, ..
Vrijemarktsysteem van Adam Smith:
Als de prijs stijgt, krijg je een beweging langs de curves
Onzichtbare hand: Als mensen voor hun eigen voordeel
werken, dragen ze onbewust bij aan het welzijn van de hele
samenleving. Of individuele rationaliteit leidt tot collectieve
rationaliteit.
Vrije marksysteem leidt tot maximale welvaart (op
een perfect competitieve markt)
Prijsbepalingen via marktvraag = marktaanbod
= horizontale som van de individuele vraag en
aanbodfuncties
Welvaart micro-economisch meten:
In een vrije markt (zonder overheid): welvaart = CS +PS
Vraag = f(prijs, inkomen, smaak, alternatieven, ...)
Betalingsbereidheid of reservatieprijs (maximale prijs die de
consumenten willen betalen) = Marginale Private Baat (MPB)
(extra voordeel van het kopen van 1 extra eenheid)
Consumenten zijn in het CS bereid meer te betalen dan dat ze
moeten betalen (effectieve prijs) waardoor ze een voordeel
hebben.
Aanbod = f(prijs, kosten, technologie, ...)
Minimale gewenste ontvangsten = Marginale Private Kost (MPK)
In het PS hebben de producten die aan een lagere prijs kunnen aanbieden een
voordeel aangezien zij meer krijgen (effectieve prijs) dan ze eigenlijk zouden
willen hebben om hun kosten te dekken (minimale gewenste ontvangsten)
Marktvraag = marktaanbod (MPB = MPK)
- Geen permanent overschot of tekort
- Maximale welvaart (elke andere p of q zorgt voor welvaartsverlies)
- Pareto efficiënt: niemand kan zichzelf nog verbeteren zonder iemand
anders te benadelen
Afwijkingen marktuitkomst:
Vermindering welvaart (niet Pareto-efficiënt)
Producenten brengen minder op de markt aan een hoger prijs =>
CS<PS + verlies van welvaart
,Producten verhogen PS door CS te vangen.
Prijsaanpassingen:
Prijzen veranderen om tot een evenwicht te komen, maar dit gebeurt niet altijd
op dezelfde manier en niet altijd met dezelfde snelheid.
Soorten prijzen:
Flexibele prijzen of veilingmarkten:
- Oliemarkten, grondstofmarkten (goud, koper,…), fruit, aandelen,…
- Voorwaarde: veel kopers en verkopers + weinig vaste prijsafspraken
Vaste of administratieve prijzen
- Meeste consumptiegoederen en diensten bv. kleding, elektronica
- Aanbieder bepaalt de prijs: “ take it or leave it at this price”
- Prijsveranderingen:
o soms niet altijd zichtbaar (krimpflatie = zelfde prijs maar minder
stuks/hoeveelheid)
o vertraging in de tijd is mogelijk: soms worden koststijgingen pas
later doorgerekend
Gemengde prijzen:
- Vaste prijzen met marge = verkoper hanteert een richtprijs maar er is
ruimte voor onderhandeling bv. auto, huis
Als jouw product net iets anders is dan jouw concurrent kun je een andere prijs
vragen => hierdoor krijg je marktmacht bv. tandpasta van colgate en oral B
Voorwaarden perfecte marktwerking:
veel vragers en veel aanbieders => geen marktmacht
homogeen product
vrij toe- en uittreden
geen overheidsinmenging
Elasticiteiten:
Wet(ten) van vraag en aanbod geven aan in welke richting p en q wijzigen ten
gevolge van een wijziging in een van de determinanten, maar niet de grootte van
de wijziging.
concept prijselasticiteit (ε of η): Elasticiteit ε of η = meeteenheid waarmee
wordt aangegeven in welke MATE een bepaalde variabele (meestal
hoeveelheid) reageert op een wijziging in een andere variabele (meestal
de prijs).
Soorten elasticiteiten:
Prijselasticiteit εp
Inkomenselasticiteit εY
Kruis(prijs)elasticiteit εxy : de prijs van product A wijzigt, hoe wijzigt de
hoeveelheid van product B
Prijselasticiteit van de vraag
,De kennis rond prijselasticiteit is het belangrijkste voor de producent omdat die
wil weten “Als ik de prijs verhoog ga ik dan veel minder verkopen (positieve of
negatief effect op de omzet)?”
Prijselasticiteit = met hoeveel procent wijzigt de gevraagde hoeveelheid van een
product ten gevolge van een procentuele verandering van de prijs van het
product zelf = maatstaf voor de prijsgevoeligheid van de consument
d % ∆q
εp=
%∆p
I>1I = prijsongevoelig of prijsinelastisch
I< 1I= prijsgevoelig of prijselastisch
0 = perfect inelastisch (vraagcurve verticaal)(bv. insuline voor diabetici,
als jij dat nodig hebt zul je het blijven kopen ongeacht de prijs)
∞ = perfect elastisch (vraagcurve horizontaal dus consumenten
aanvaarden maar 1 prijs)
1 = unitair elastisch
De waarde van het getal van de elasticiteit is belangrijker dan het teken.
Gewoon goed: εdp negatief (tussen -∞ en 0) door de negatieve helling van
de vraag
Uitzonderlijke goederen met een positieve prijselasticiteit vb. giffen
goederen, snobgoederen, prijs-kwaliteit (een te lage prijs kan soms een
teken zijn van een lage kwaliteit)
Factoren die de prijselasticiteit van de vraag beïnvloeden:
Beschikbaarheid van substituten & grootte productgroep
- Een product met veel en sterke substituten heeft een (grote
vervangbaarheid) meer elastische vraag, en omgekeerd.
- Een breed gedefinieerde productgroep (weinig substituten) (bv.
frisdrank of een auto) is minder elastisch dan een eng gedefinieerd
product (bv. Pepsi en Volkswagen golf), en omgekeerd.
Dringendheid van het goed: Een product met een minder dringend
karakter is elastischer, dan een goed met een dringend karakter.
Tijdshorizon: Bij veel producten is de prijselasticiteit op lange termijn
groter dan op korte termijn. Dus op de lange termijn reageren
consumenten sterker op prijsveranderingen dan op de korte termijn.
, =>Zowel de helling van de curve als de locatie op de curve van invloed zijn op
de elasticiteit.
De vraagcurve D2 is steiler tov de p-as, wat betekent dat een kleine
prijsverandering leidt tot een relatief grotere verandering in de gevraagde
hoeveelheid en andersom voor D1.
Verband tussen de prijselasticiteit
en omzet producten (of uitgaven
consumenten):
Als je wil dat je omzet stijgt zul je
rekening moeten houden met de
prijselasticiteit.