100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4.2 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting - Psychologie

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
92
Geüpload op
04-07-2025
Geschreven in
2024/2025

Uitgebreide en overzichtelijke samenvatting van het vak Psychologie. Bevat alle belangrijke theorieën, begrippen en modellen die aan bod komen tijdens de lessen en in het boek.












Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Documentinformatie

Geüpload op
4 juli 2025
Aantal pagina's
92
Geschreven in
2024/2025
Type
Samenvatting

Onderwerpen

Voorbeeld van de inhoud

Psychologie
H1: wat is psychologie

stimulus = prikkel ➔ gedrag = hoe wordt er op de
prikkel gereageerd

Een definitie van psychologie

Psychologie: De wetenschap die gedrag bestudeert,
waarbij gedragsevidentie wordt gebruikt om interne
processen te begrijpen die aan de basis liggen van dat gedrag.

Psychologen gaan gedrag observeren en proberen te begrijpen => theorieën opstellen

Het belang van biologische factoren

De biologie speelt op 4 manieren een rol bij psychologie:

1. Een goede werking van het centrale zenuwstelsel:
• Hersenletsels: Alle gedrag verloopt via het zenuwstelsel, dat bestaat uit de
hersenen, ruggenmerg en het perifere zenuwstelsel. Een stoornis is deze
structuur heeft dan ook psychologische gevolgen. Bv. bij een ongeval, bloeding,
… gaan delen van het brein minder goed functioneren.
• Algemene hersenaandoeningen: Algemene aantasting van de hersencellen bv.
Alzheimer
• Ondervoeding: tekort aan voeding tijdens de zwangerschap en de eerste
levensjaren kan leiden tot verminderde intellectuele vermogens
• Medicatie: symptomen van psychische stoornissen kunnen verlicht worden door
geneesmiddelen, stoffen die inwerken op de chemie van de hersenen
2. Invloed van het lichaam op de geest: De biologie kan de geest van het lichaam
beïnvloeden via processen die zich in het lichaam afspelen bv. honger, dorst,
seksualiteit, conditie lichaam, pijn, zwaarlijvigheid, aantal uren blootstellen aan de zon,
lichaamsbeweging, …
 Onderzoek: mensen verdelen in 2 groepen. 1 groep moest veel drinken. Gevolg: volle
blaas = onaangenaam gevoel. Beide groepen moesten dan taken doen. Neem je iets
kleins nu of iets groots later. Verschil tussen die 2 groepen. Mensen met een volle
blaas gingen voor een grote winst op LT. reden: mensen moesten al controle
uitoefenen op hun blaas waardoor ze ook langer wouden wachten
3. Erfelijkheid: Genen die een kind krijgt van zijn ouders bepalen niet alleen de lichamelijke
kenmerken van de kinderen maar ook in zekere mate hun intelligentie, hun
persoonlijkheid en de problemen die ze zullen ondervinden.
 Tweelingenonderzoek: Ze gingen intelligentietesten
doen op eeneiige tweeling, twee-eiige tweelingen,
siblings en niet-verwante mensen en de resultaten
gingen ze met elkaar vergelijken. => Een groot deel van
de intelligentie is erfelijk bepaald de omgeving is
minder belangrijk.

,  Adoptiestudie: Hier gingen onderzoekers kijken of adoptiekinderen waarvan de
biologische ouder(s) zelfmoord heeft/hebben gepleegd vaker zelf ook zelfmoord
plegen => resultaat: ja, deze kinderen plegen vaker ook zelfmoord
 Stamboomonderzoek: Onderzoekers gaan een bepaalde eigenschap bekijken
doorheen generaties. Als jezelf de stoornis hebt heeft je kind 50% op de stoornis. Als
je kind de stoornis niet krijgt heeft zijn kind maar 25% kans (denk aan bio dominante
en recessieve kenmerken)
4. Invloeden vanuit de menselijke evolutie:
• Aangeboren eigenschappen bij dieren: Sommige genetische eigenschappen
verhogen de kans op nakomelingen en worden doorgegeven aan de volgende
generaties. Andere verminderen de kans op nakomelingen en verdwijnen
uiteindelijk (= selectie van de genetische eigenschappen die invloed uitoefenen
op het gedrag bv. muizen hebben een aangeboren angst voor de geur van ratten)
• Aangeboren eigenschappen bij mensen: bv. bijna iedereen heeft een instinctieve
voorkeur voor zoete waren (die in de natuur calorierijk zijn) en een instinctieve
afkeer voor bittere substanties (die van nature giftig zijn). Bv. pasgeboren baby’s
lachen als ze blij zijn (zowel blinden als welziende baby’s) => aangeboren
• Evolutiepsychologie: een belangrijk deel van het menselijk gedrag valt te
begrijpen vanuit de evolutieleer. Natuurlijke selectie speelt hier in eerste plaats
een belangrijke rol in (aangeboren behoefte om bij een groep te horen omdat je
vroeger een hogere overlevingskans had in groep). Evolutionaire factoren spelen
ook, een belangrijke rol bij de partnerkeuze. Fysieke aantrekkelijkheid kan
bijvoorbeeld wijzen op gezondheid en genetische kwaliteit.
• Ouderlijke investering: De theorie van ouderlijke investering van Robert Trivers
stelt dat het geslacht dat het meest investeert in de opvoeding van nakomelingen
(meestal vrouwen bij zoogdieren) selectiever is in partnerkeuze. Dit komt
doordat deze investering kostbaar is in termen van tijd en middelen. Trivers'
theorie verklaart waarom:
- Vrouwen vaker kiezen voor partners met goede genen, middelen of stabiliteit,
omdat hun investering (zwangerschap, borstvoeding, opvoeding) groot is.
- Mannen meestal minder investeren en dus meer concurrentie hebben om
toegang tot vruchtbare partners.

De onmisbaarheid van cognities

Mensen en dieren verwerken informatie en leren uit ervaringen. Hun gedrag verandert obv wat ze
hebben meegemaakt.

Vroeger: behaviorisme

Niet iedereen die dezelfde stimulus krijgt geeft
dezelfde respons. Bij dezelfde prikkel geven
verschillende mensen met verschillende
ervaringen verschillende antwoorden. Bv. het
woord ‘advocaat’ is zowel een soort rechter en
een ingrediënt van bv. Amaretto

,Redenen waarom stimulus-respons-connecties fout zijn en organisme wel degelijk een rol
spelen:

• Een cognitieve kaart is een mentale voorstelling van een omgeving of route. Het helpt
mensen en dieren zich te oriënteren en makkelijker de weg te vinden. Bv. ratten in
doolhof (zie boek)
• Machines en computers kunnen net als mensen, niet alleen reageren op prikkels (S-R-
connecties), maar ook informatie verwerken en aanpassen op basis van feedback. Dit
inzicht komt uit de cognitieve psychologie (en de cybernetica), waaruit bleek dat
doelgericht gedrag ontstaat door informatiefeedback. Dit betekent dat een systeem
(mens of machine) continu leert en bijstuurt op basis van eerdere acties en resultaten.

➔ Cognitieve psychologie: de overtuiging dat men menselijk gedrag niet kan begrijpen en
voorspellen zonder beroep te doen op informatieverwerkende (cognitieve) processen die zich
afspelen in de hersenen.

De mens maakt deel uit van een groep

Sociale netwerken: iedereen is met elkaar verbonden. Mensen zijn sociale wezens die een groot
deel van hun tijd doorbrengen in de nabijheid van anderen. Volgens Stanley Milgram zijn mensen
met gemiddeld 6 kennissen van kennissen verbonden met iedereen ter wereld.

Culturele verschillen:

De meeste contacten van mensen gebeuren echter niet met een willekeurig persoon. Mensen
vormen groepen waarmee ze heel nauwe contacten onderhouden en waardoor ze sterk
beïnvloed worden. De gedragingen en de waarden van een groep worden op hun beurt bepaald
door de sociale en culturele context waarin ze voorkomen. Daardoor zullen mensen in
verschillende sociale groepen en culturen op een andere manier met elkaar omgaan.

5 dimensies van culturele verschillen:

• Individualisme vs. collectivisme: de mate waarin de cultuur de klemtoon legt op het
individu of op de groep.
• Grote vs. kleine machtsafstand: Culturen met een grote machtsafstand ontwikkelen
regels, mechanismen en rituelen die de statusverschillen tussen de leden in stand
houden en versterken. Bv. dictator
• Lage vs. hoge onzekerheidsvermijding: de mate waarin mensen in een samenleving zich
ongemakkelijk voelen bij onzekerheid en risico’s nemen.
 Lage onzekerheidsvermijding: Mensen zijn flexibel, open voor nieuwe ideeën en
risico’s. Regels en structuren zijn minder strikt.
 Hoge onzekerheidsvermijding: Mensen houden van zekerheid, voorspelbaarheid en
duidelijke regels. Risico’s worden zoveel mogelijk vermeden. Bv. België
• Masculien vs. feminien: de mate waarin de traditionele rolverdeling tussen mannen en
vrouwen wordt beklemtoond.
• KTgerichtheid vs. LTgerichtheid:
 Korte termijn = snel resultaat & tradities
 Lange termijn = toekomstgericht & aanpassingsvermogen

➔ Nederland en België liggen op veel van deze dimensies ver uit elkaar. België sluit eerder aan
bij Frankrijk en Nederland bij Scandinavië.

, Het merendeel van psychologisch onderzoek wordt gedaan op WEIRD (Western Educated
Industrialized Rich Democratic) people waardoor de resultaten ook vaak enkel betrekking
hebben op witte, westerse mensen.

Culturele of biologische verschillen:

• Nature vs. nurture:
- Nature: aangeboren, genetische karakteristieken
- Nurture: ervaringen die je hebt meegemaakt in je omgeving
• Mannen vs. vrouwen:
- Biologische verschillen: Dit zijn aangeboren, fysieke en genetische
verschillen, zoals hormonen (testosteron vs. oestrogeen), spiermassa,
voortplantingsorganen en gemiddeld verschillende hersenstructuren.
- Culturele verschillen: Dit zijn door de samenleving bepaalde verwachtingen
en rollen. Deze verschillen zijn niet aangeboren maar aangeleerd en variëren
per cultuur.

H3: gewaarwording

Gewaarwording vs. waarneming

Gewaarwording: de opname van stimulatie uit de omgeving en het omzetten van deze stimulatie
in elektrochemische neuronale signalen die naar de hersenen gestuurd kunnen worden en daar
vertaald worden in beelden, klanken, geuren, smaken, …
Waarneming: het organiseren, interpreteren en begrijpen van gewaarwordingen
Bv. het geluid detecteren van een drumstok die op een drum wordt geslagen (gewaarwording),
het identificeren van de noten als een bekende melodie (waarneming)

 Je gewaarwording is bij iedereen hetzelfde maar de waarneming kan verschillend
afhankelijk van je kennis en ervaringen

Je gewaarwording werkt zoals altijd, je ogen sturen info door naar je hersenen over
welke stukken uit deze afbeelding zwart en welke wit zijn. Toch was die info
onsamenhangend, omdat je perceptuele processen niet in staat waren een
organisatie te vinden in de chaos van inktvlekken.

Hoeveel zintuigen zijn er?

Traditioneel 5 zintuigen gericht op de buitenwereld: het gezicht, het gehoor, de smaak, de reuk
en de tast. Dit zijn de zintuigen die ons informeren over wat er zich in de buitenwereld bevindt.

5 (of 6) bijkomende zintuigen (informeren over de toestand van
ons lichaam):

 Definitie zintuig: elk zintuig moet een eigen reeks van
receptoren hebben dat deze prikkels in een apart deel van de
hersenen verwerkt.
Interoceptie: wat je voelt in je lichaam bv. honger, hartslag, …
€10,49
Krijg toegang tot het volledige document:

100% tevredenheidsgarantie
Direct beschikbaar na je betaling
Lees online óf als PDF
Geen vaste maandelijkse kosten

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
laurapenders2006

Ook beschikbaar in voordeelbundel

Thumbnail
Voordeelbundel
Samenvatting - Groepsdymanica Psychologie
-
2 2025
€ 14,48 Meer info

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
laurapenders2006 Universiteit Hasselt
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
2
Lid sinds
6 maanden
Aantal volgers
0
Documenten
15
Laatst verkocht
1 maand geleden

0,0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen