Hoofdstuk 14: de fysieke ontwikkeling in de
adolescentie
14.1 FYSIEKE RIJPING
14.1.5 HERSENONTWIKKELING EN DENKEN: DE OPMAAT VOOR COGNITIEVE GROEI
Adolescentie: brengt onafhankelijkheid met zich mee
-> = deels het gevolg van veranderingen in de hersenen
-> lichaam blijft ontwikkelen, dus hersenen ook
-> aantal neuronen blijft toenemen en onderlinge verbindingen worden
complexer
specifiek gebied dat zich sterk ontwikkeld tijdens de adolescentie = prefrontale cortex
-> = het deel van de hersenen waarmee mensen denken, oordelen en complexe
inschattingen maken zoals alleen mensen dat kunnen
-> ligt ten grondslag aan de steeds complexere intellectuele prestaties tijdens
adolescentie
-> steeds effectiever in de communicatie met andere hersengebieden
-> gevolg: breder en verfijnder communicatiesysteem, waardoor
hersengebieden info effectiever kunnen verwerken
-> pas volgroeid rond je 20j
Prefrontale cortex = ook gebied dat zorgt voor de beheersing van impulsen
-> volledig ontwikkeld: onderdrukt emoties als woede en het bijbehorend gedrag
-> adolescentie: nog niet volgroeid
-> zorgt voor risicovol en impulsief gedrag
-> onderzoek: adolescenten overschatten ook de beloning van dat gedrag
Onvolwassenheid prefrontale cortex: ook positieve uitwerking
-> kunnen bv blijk geven van emotionele intensiteit
-> leidt tot knuffelen, hartstochtelijk omarmen van idealen en verhoogde
creativiteit
Ontwikkeling hersenen: zorgt ook verandering in hersendelen die gevoelig zijn voor
dopamine en de aanmaak ervan
-> dopamine = een neurotransmitter die betrokken is bij de beloning van gedrag
(zorgt voor genot)
-> verandering in gevoeligheid voor dopamine: soms mindere gevoelig voor de
effecten voor alcohol (gevolg: hogere alcoholconsumptie)
-> kunnen ook stressgevoeliger worden (kan tot nog hogere alcoholconsumptie
leiden)
Slaapgebrek
Adolescenten: gaan later naar bed (doordat er steeds meer van hen wordt verwacht)
-> vooral oudere adolescenten
-> worden later moe
1
, -> maar: wel 9u slaap nodig om zich uitgerust te voelen (wel vroeg school)
-> gevolg: kunnen veel minder slaap krijgen dan hun lichaam nodig heeft
-> leven altijd in een soort jetlag
Onderzoek Vlaanderen: vooral jongeren die ’s avonds gamen, internetten of telefoon
gebruiken risico op slaaptekort
-> gaan later naar bed en liggen langer wakker
-> veel jongeren: halen slaap in in het weekend
Gevolgen slaapgebrek: lagere cijfers, vaker depressief en vaker last van
stemmingswisselingen
14.2 STRESS EN MANIEREN OM ERMEE OM TE GAAN
14.2.1 OORZAKEN EN GEVOLGEN VAN STRESS: DE UITDAGINGEN VAN HET LEVEN
Stress = de fysieke reactie op gebeurtenissen die ons bedreigen of uitdagen
-> leven van meeste mensen: vol met dat soort bedreigingen (= stressoren)
-> stressoren: niet altijd onplezierige gebeurtenissen (bv. afstuderen, toegelaten
zijn tot uni)
-> adolescenten: veel potentiële oorzaken van stress (bv. school, werk, ruzie,
geldproblemen, scheiding, dood van een naaste, druk van social media)
Slachtoffer zijn van pesten: ook grote bron van stress in deze fase
-> pesten: verschillende (meer of minder zichtbare) vormen
-> onderzoek Vlaanderen: iets minder dan 10% van 11-15j gepest
-> onderzoek Nederland: gelijksoortige gegevens
-> alle betrokkenen kunnen lijden, maar vooral bij slachtoffers zware gevolgen
-> gevolg: psychische problemen (bv. angst, depressie, verhoogd risico op
zelfdoding)
Effecten van stress
-> meest direct: biologische reactie
-> bijnieren scheiden bepaalde hormonen af waardoor hart sneller klopt,
bloeddruk stijgt, ademhaling versnelt en je meer gaat zweten
-> directe effecten soms voordeel: zorgen voor ‘noodreactie’ (bv bij enge
hond)
-> noodreactie = fight, flight or freeze
-> blootstelling aan stressoren op lange termijn: lichaam kan er minder goed mee
om gaan
-> voortdurend stressgerelateerde hormonen aangemaakt
-> gevolg: hart, bloedvaten en andere weefsels kunnen erop achteruitgaan
-> vatbaarder voor ziekten (want vermogen virussen/bacteriën af te weren
neemt af)
Samengevat: zowel acute stressoren (plotse, eenmalige gebeurtenis) als chronische
stressoren kunnen aanzienlijke fysiologische gevolgen hebben
-> bv. verzwakking van het immuunsysteem
2
,Langdurige stress: ook grote psychische en sociale impact
-> bv. onzekere gevoelens, snellere en hevigere reacties op angst, neerslachtige
gevoelens, prikkelbaarheid en verminderd sociaal leven
-> ook negatieve effecten van de fysieke slijtage
-> stressgerelateerde ziekten: bv. hoofdpijn, rugpijn, eczeem,
spijsverteringsproblemen, chronische vermoeidheid, slaapstoornissen en
zelfs verkoudheid
Stress: kan leiden tot psychosomatische aandoeningen
-> = medische problemen die worden veroorzaakt door interactie tussen
psychische, emotionele en fysieke problemen
-> bv. maagzweren, astma, artritis en hoge bloeddruk (veroorzaakt of verergerd
door stress)
Stress: kan ook ernstige, levensbedreigende ziekten veroorzaken
-> onderzoek: kans op ernstige ziekte groter als mens meer stressvolle
gebeurtenissen meemaakt
Maar: niet iedereen die stress heeft wordt ziek
-> impact stressoren verschillend per persoon
-> relatie stress ziekte kan ook andersom werken: je krijgt stress omdat je ziek
bent
14.2.2 OMGAAN MET STRESS
Coping = goed omgaan met stress
-> sommige mensen beter in dan andere
-> gaan op probleemgerichte manier om met stress: proberen stress te
beheersen door gelijk in te grijpen (gevolg: situatie wordt minder stressvol)
-> bv. vragen of deadline verschoven kan worden
Andere mensen: gaan op emotiegerichte manier om met stress: gaan emoties bewust
reguleren
-> bv. je mag je baas niet: ‘ik heb tenminste werk’
Omgaan met stress: makkelijker als er sociale steun is
-> anderen kunnen zowel emotionele steun bieden als praktische, tastbare steun
-> kunnen ook info leveren of specifiek advies geven hoe met stress om te gaan
-> ook via internet kunnen mensen van de ervaringen van anderen leren
Adolescenten: gebruiken onbewust mechanismen die stress helpen verminderen
-> bv. onbewust afweermechanisme om de ware aard van een situatie te
vervormen of ontkennen
-> kunnen ernst van bedreiging ontkennen, zich voorhouden dat
onvoldoende niet erg is
-> probleem: gaan voorbij aan de
realiteit en omzeilen/ontkennen het probleem
3
, 14.3 BEDREIGINGEN VOOR HET WELZIJN VAN ADOLESCENTEN
14.3.1 VOEDING EN BEWEGING: GEWICHTIGE ZAKEN
Toename in voedselconsumptie = normaal (door snelle lichamelijke groei)
-> vooral tijdens groeispurt
-> adolescentie= meisje ca. 2200 en jongen ca. 2800 calorieën nodig
Niet alle calorieën zijn goede brandstoffen voor de groei
-> essentiële voedingsstoffen: calcium & ijzer
-> calcium (peulvruchten, noten, groente en melk): bevordert groei van
botten en kan op latere leeftijd osteoporose voorkomen
-> krijgt 25% van de vrouwen uiteindelijk mee te maken (vooral rond
overgang)
-> ook veel mannen
-> ijzer: voorkomt bloedarmoede (komt vaak voor bij tieners)
Meeste adolescenten: moeten er enkel op letten dat ze gezonde, evenwichtige voeding
binnenkrijgen
-> maar: grote groep voor wie voeding een bron van zorg en zelfs reële bedreiging
voor gezondheid kan zijn
-> meest voorkomende problemen: obesitas en eetstoornissen als anorexia
Obesitas
Body Mass Index (BMI): gebruikt om overwicht te bepalen
-> = gewicht : (lengte)²
-> BMI tussen 18,5 en 25: goed
-> BMI tussen 25 en 30: overgewicht
-> BMI 30: obesitas (= ernstig overgewicht)
Onderzoek Nederland (2017): 14% van 12-17j overgewicht
-> 11,8% matig overgewicht en 2,2% obesitas
Psychologische gevolgen obesitas in deze fase: kunnen ernstig zijn
-> mensen vinden het in deze periode vaak belangrijk hoe ze er uit zien
-> kan ook ernstige gevolgen hebben voor gezondheid
-> bv. belast bloedcirculatie waardoor kans op hoge bloeddruk en diabetes
toeneemt
-> ook 80% kans om als volwassene ook overgewicht te ontwikkelen
Verschillende redenen voor veelvuldig voorkomen van obesitas tijdens de adolescentie
-> bv. beschikbaarheid goedkope, calorierijke snacks met hoog vetgehalte, grotere
porties, groeiend gebruik van zoete en alcoholische dranken en dalende
consumptie van groente en fruit
4
adolescentie
14.1 FYSIEKE RIJPING
14.1.5 HERSENONTWIKKELING EN DENKEN: DE OPMAAT VOOR COGNITIEVE GROEI
Adolescentie: brengt onafhankelijkheid met zich mee
-> = deels het gevolg van veranderingen in de hersenen
-> lichaam blijft ontwikkelen, dus hersenen ook
-> aantal neuronen blijft toenemen en onderlinge verbindingen worden
complexer
specifiek gebied dat zich sterk ontwikkeld tijdens de adolescentie = prefrontale cortex
-> = het deel van de hersenen waarmee mensen denken, oordelen en complexe
inschattingen maken zoals alleen mensen dat kunnen
-> ligt ten grondslag aan de steeds complexere intellectuele prestaties tijdens
adolescentie
-> steeds effectiever in de communicatie met andere hersengebieden
-> gevolg: breder en verfijnder communicatiesysteem, waardoor
hersengebieden info effectiever kunnen verwerken
-> pas volgroeid rond je 20j
Prefrontale cortex = ook gebied dat zorgt voor de beheersing van impulsen
-> volledig ontwikkeld: onderdrukt emoties als woede en het bijbehorend gedrag
-> adolescentie: nog niet volgroeid
-> zorgt voor risicovol en impulsief gedrag
-> onderzoek: adolescenten overschatten ook de beloning van dat gedrag
Onvolwassenheid prefrontale cortex: ook positieve uitwerking
-> kunnen bv blijk geven van emotionele intensiteit
-> leidt tot knuffelen, hartstochtelijk omarmen van idealen en verhoogde
creativiteit
Ontwikkeling hersenen: zorgt ook verandering in hersendelen die gevoelig zijn voor
dopamine en de aanmaak ervan
-> dopamine = een neurotransmitter die betrokken is bij de beloning van gedrag
(zorgt voor genot)
-> verandering in gevoeligheid voor dopamine: soms mindere gevoelig voor de
effecten voor alcohol (gevolg: hogere alcoholconsumptie)
-> kunnen ook stressgevoeliger worden (kan tot nog hogere alcoholconsumptie
leiden)
Slaapgebrek
Adolescenten: gaan later naar bed (doordat er steeds meer van hen wordt verwacht)
-> vooral oudere adolescenten
-> worden later moe
1
, -> maar: wel 9u slaap nodig om zich uitgerust te voelen (wel vroeg school)
-> gevolg: kunnen veel minder slaap krijgen dan hun lichaam nodig heeft
-> leven altijd in een soort jetlag
Onderzoek Vlaanderen: vooral jongeren die ’s avonds gamen, internetten of telefoon
gebruiken risico op slaaptekort
-> gaan later naar bed en liggen langer wakker
-> veel jongeren: halen slaap in in het weekend
Gevolgen slaapgebrek: lagere cijfers, vaker depressief en vaker last van
stemmingswisselingen
14.2 STRESS EN MANIEREN OM ERMEE OM TE GAAN
14.2.1 OORZAKEN EN GEVOLGEN VAN STRESS: DE UITDAGINGEN VAN HET LEVEN
Stress = de fysieke reactie op gebeurtenissen die ons bedreigen of uitdagen
-> leven van meeste mensen: vol met dat soort bedreigingen (= stressoren)
-> stressoren: niet altijd onplezierige gebeurtenissen (bv. afstuderen, toegelaten
zijn tot uni)
-> adolescenten: veel potentiële oorzaken van stress (bv. school, werk, ruzie,
geldproblemen, scheiding, dood van een naaste, druk van social media)
Slachtoffer zijn van pesten: ook grote bron van stress in deze fase
-> pesten: verschillende (meer of minder zichtbare) vormen
-> onderzoek Vlaanderen: iets minder dan 10% van 11-15j gepest
-> onderzoek Nederland: gelijksoortige gegevens
-> alle betrokkenen kunnen lijden, maar vooral bij slachtoffers zware gevolgen
-> gevolg: psychische problemen (bv. angst, depressie, verhoogd risico op
zelfdoding)
Effecten van stress
-> meest direct: biologische reactie
-> bijnieren scheiden bepaalde hormonen af waardoor hart sneller klopt,
bloeddruk stijgt, ademhaling versnelt en je meer gaat zweten
-> directe effecten soms voordeel: zorgen voor ‘noodreactie’ (bv bij enge
hond)
-> noodreactie = fight, flight or freeze
-> blootstelling aan stressoren op lange termijn: lichaam kan er minder goed mee
om gaan
-> voortdurend stressgerelateerde hormonen aangemaakt
-> gevolg: hart, bloedvaten en andere weefsels kunnen erop achteruitgaan
-> vatbaarder voor ziekten (want vermogen virussen/bacteriën af te weren
neemt af)
Samengevat: zowel acute stressoren (plotse, eenmalige gebeurtenis) als chronische
stressoren kunnen aanzienlijke fysiologische gevolgen hebben
-> bv. verzwakking van het immuunsysteem
2
,Langdurige stress: ook grote psychische en sociale impact
-> bv. onzekere gevoelens, snellere en hevigere reacties op angst, neerslachtige
gevoelens, prikkelbaarheid en verminderd sociaal leven
-> ook negatieve effecten van de fysieke slijtage
-> stressgerelateerde ziekten: bv. hoofdpijn, rugpijn, eczeem,
spijsverteringsproblemen, chronische vermoeidheid, slaapstoornissen en
zelfs verkoudheid
Stress: kan leiden tot psychosomatische aandoeningen
-> = medische problemen die worden veroorzaakt door interactie tussen
psychische, emotionele en fysieke problemen
-> bv. maagzweren, astma, artritis en hoge bloeddruk (veroorzaakt of verergerd
door stress)
Stress: kan ook ernstige, levensbedreigende ziekten veroorzaken
-> onderzoek: kans op ernstige ziekte groter als mens meer stressvolle
gebeurtenissen meemaakt
Maar: niet iedereen die stress heeft wordt ziek
-> impact stressoren verschillend per persoon
-> relatie stress ziekte kan ook andersom werken: je krijgt stress omdat je ziek
bent
14.2.2 OMGAAN MET STRESS
Coping = goed omgaan met stress
-> sommige mensen beter in dan andere
-> gaan op probleemgerichte manier om met stress: proberen stress te
beheersen door gelijk in te grijpen (gevolg: situatie wordt minder stressvol)
-> bv. vragen of deadline verschoven kan worden
Andere mensen: gaan op emotiegerichte manier om met stress: gaan emoties bewust
reguleren
-> bv. je mag je baas niet: ‘ik heb tenminste werk’
Omgaan met stress: makkelijker als er sociale steun is
-> anderen kunnen zowel emotionele steun bieden als praktische, tastbare steun
-> kunnen ook info leveren of specifiek advies geven hoe met stress om te gaan
-> ook via internet kunnen mensen van de ervaringen van anderen leren
Adolescenten: gebruiken onbewust mechanismen die stress helpen verminderen
-> bv. onbewust afweermechanisme om de ware aard van een situatie te
vervormen of ontkennen
-> kunnen ernst van bedreiging ontkennen, zich voorhouden dat
onvoldoende niet erg is
-> probleem: gaan voorbij aan de
realiteit en omzeilen/ontkennen het probleem
3
, 14.3 BEDREIGINGEN VOOR HET WELZIJN VAN ADOLESCENTEN
14.3.1 VOEDING EN BEWEGING: GEWICHTIGE ZAKEN
Toename in voedselconsumptie = normaal (door snelle lichamelijke groei)
-> vooral tijdens groeispurt
-> adolescentie= meisje ca. 2200 en jongen ca. 2800 calorieën nodig
Niet alle calorieën zijn goede brandstoffen voor de groei
-> essentiële voedingsstoffen: calcium & ijzer
-> calcium (peulvruchten, noten, groente en melk): bevordert groei van
botten en kan op latere leeftijd osteoporose voorkomen
-> krijgt 25% van de vrouwen uiteindelijk mee te maken (vooral rond
overgang)
-> ook veel mannen
-> ijzer: voorkomt bloedarmoede (komt vaak voor bij tieners)
Meeste adolescenten: moeten er enkel op letten dat ze gezonde, evenwichtige voeding
binnenkrijgen
-> maar: grote groep voor wie voeding een bron van zorg en zelfs reële bedreiging
voor gezondheid kan zijn
-> meest voorkomende problemen: obesitas en eetstoornissen als anorexia
Obesitas
Body Mass Index (BMI): gebruikt om overwicht te bepalen
-> = gewicht : (lengte)²
-> BMI tussen 18,5 en 25: goed
-> BMI tussen 25 en 30: overgewicht
-> BMI 30: obesitas (= ernstig overgewicht)
Onderzoek Nederland (2017): 14% van 12-17j overgewicht
-> 11,8% matig overgewicht en 2,2% obesitas
Psychologische gevolgen obesitas in deze fase: kunnen ernstig zijn
-> mensen vinden het in deze periode vaak belangrijk hoe ze er uit zien
-> kan ook ernstige gevolgen hebben voor gezondheid
-> bv. belast bloedcirculatie waardoor kans op hoge bloeddruk en diabetes
toeneemt
-> ook 80% kans om als volwassene ook overgewicht te ontwikkelen
Verschillende redenen voor veelvuldig voorkomen van obesitas tijdens de adolescentie
-> bv. beschikbaarheid goedkope, calorierijke snacks met hoog vetgehalte, grotere
porties, groeiend gebruik van zoete en alcoholische dranken en dalende
consumptie van groente en fruit
4