Onderzoeksvaardigheden
HOOFDSTUK 1: BASISBEGRIPPEN
1.1. WETENSCHAPPELIJK VERANTWOORD ONDERZOEK
1.2. SOORTEN ONDERZOEK
1.2.1. Verschillende doelen: fundamenteel en praktijkgericht onderzoek
1.2.1.1. Fundamenteel onderzoek
1.2.1.2. Praktijkgericht onderzoek
1.2.2. Verschillende grondvormen: kwantitatief en kwalitatief onderzoek
1.2.2.1. Kwantitatief onderzoek
1.2.2.2. Kwalitatief onderzoek
1.2.3. Verschillende tijdsperspectieven
1.3. EISEN AAN ONDERZOEK
1.3.1. Wetenschappelijke eisen
1.3.2. Ethische eisen
1.3.3. Praktische eisen
1.4. HET ONDERZOEKSPROCES: FASEN IN EEN ONDERZOEK
1.5. LEERDOELEN
HOOFDSTUK 2: HET ONDERZOEKSPLAN
2.1. DE PROBLEEMSTELLING
2.1.1. De aanleiding
2.1.2. De doelstelling
2.1.3. De afbakening van het onderwerp en de doelgroep
2.1.4. De onderzoeksvragen
2.1.4.1. De centrale onderzoeksvraag en deelonderzoeksvragen
2.1.4.2. Eisen aan de formulering van onderzoeksvragen
2.1.4.3. Beschrijvende en verklarende onderzoeksvragen
2.1.4.4. De visuele voorstelling van verklarende onderzoeksvragen
2.2. BEPALEN VAN DE GRONDVORM: DE KEUZE VOOR KWANTITATIEVE OF KWALITATIEF ONDERZOEK
2.2.1. De keuze bij verklarende onderzoeksvragen
2.2.2. De keuze bij beschrijvende onderzoeksvragen
2.3. HET ONDERZOEKSONTWERP
2.3.1. Wat waarnemen? (kenmerken)
2.3.2. Wie waarnemen? (eenheden)
2.3.3. HOE WAARNEMEN? (METHODEN + INSTRUMENT)
2.4. LEERDOELEN
Onderzoeksvaardigheden 1
,HOOFSTUK 3: STEEKPROEFTREKKING
3.1. BASISBEGRIPPEN: ONDERZOEKSEENHEDEN, POPULATIE EN STEEKPROEF
3.2. ASELECTE STEEKPROEVEN
3.2.1. Principes
3.2.1.1 Representativiteit
3.2.2.Types
3.2.2.1. Enkelvoudig Aselecte Steekproef (EAS)
3.2.2.2. Systematisch Aselecte Steekproef
3.2.2.3. Clustersteekproef
3.2.2.4. Gestratificeerde steekproef
3.2.3. Externe validiteit
3.2.3.1. Fouten verbonden aan het steekproefkader
3.2.3.2. Fouten bij selectie van eenheden
3.2.3.3. Uitval van steekproefeenheden
3.2.4. Responsmaximalisatie
3.3. NIET-THEORETISCHE SELECTE STEEKPROEVEN
3.3.1. Principes
3.3.2. Types
3.3.2.1. Quotasteekproef
3.3.2.2. Vrijwillige steekproef op basis van zelfselectie
3.3.2.3. Willekeurige steekproef
3.3.2.4. Gemakssteekproef
3.3.3. Externe validiteit
3.4. THEORETISCHE SELECTE STEEKPROEVEN
3.4.1. Principes
3.4.2. Types
3.4.2.1. Sneeuwbalsteekproef (‘snowball scample’)
3.4.2.2. Doelgerichte steekproef
3.4.3. Externe validiteit
3.5. AAN DE SLAG
3.6. LEERDOELEN
HOOFDSTUK 4: KWANTITATIEF ONDERZOEK VIA ENQUÊTES?
4.1. KWANTITATIEVE ONDERZOEKSMETHODEN
4.1.1. Een korte omschrijving van de 5 methoden
4.1.2. De keuze tussen de methoden
4.2. OPERATIONALISEREN VAN KENMERKEN: VAN ONDERZOEKSVRAAG NAAR ENQUÊTE
4.2.1. Stap 1: Bepaal de variabelen in de onderzoeksvraag of hypothese
4.2.2. Stap 2: Definieer de variabelen
4.2.3. Stap 3: Bepaal welke componenten van de variabele die onderzocht zullen worden
4.2.4. Stap 4: Zet kenmerken of componenten om naar indicatoren
4.2.5. Stap 5: Zet indicatoren om naar vragen en antwoordmogelijkheden in een vragenlijst
4.3. EEN ENQUÊTE OPSTELLEN
4.3.1. Soorten enquêtevragen
4.3.2. Vragen stellen
4.3.3. Antwoordmogelijkheden formuleren
4.3.4. Opbouw vragenlijst
4.4. BETROUWBAARHEID EN VALIDITEIT VAN HET DATAVERZAMELINGSINSTRUMENT
4.5. AFNAME VAN ENQUÊTES
4.6. LEERDOELEN
Onderzoeksvaardigheden 2
,HOOFDSTUK 5: DATA-ANALYSE IN KWANTITATIEF ONDERZOEK
5.1. VOORBEREIDING VAN DE DATA-ANALYSE
5.1.1. Codering van blanco enquêtes
5.1.2. Een codeboek opstellen
5.1.3. Een datamatrix opstellen
5.1.4. Variabelen en hun meetniveaus
5.2. BESCHRIJVING VAN AFZONDERLIJKE VARIABELEN
5.2.1. Frequentietabellen
5.2.2. Grafieken
5.2.3. Centrum- en spreidingsmaten
5.2.3.1. Centrummaten
5.2.3.2. Spreidingsmaten
5.3. BESCHRIJVING VAN EEN COMBINATIE VAN VARIABELEN
5.3.1. Kruistabellen
5.3.1.1. Wat zijn kruistabellen
5.3.1.2. Complexe beschrijvende onderzoeksvragen beantwoorden aan de hand van kruistabellen
5.3.1.3. Verklarende onderzoeksvragen beantwoorden aan de hand van kruistabellen
5.3.1.4. Significatie bij kruistabellen
5.3.2. Correlatietabellen
5.3.2.1. Wat zijn correlatietabellen?
5.3.2.2. Onderzoeksvragen beantwoorden aan de hand van correlatietabellen
6.3.2.3.Significatie bij correlatietabellen
5.3.3. Regressieanalyse
5.3.3.1. Regressieanalyse: het basismodel
5.3.3.2. Regressieanalyse met meerdere onafhankelijke variabelen
5.3.3.3. Regressieanalyse met intermediaire effecten
5.4. OVERZICHTSSCHEMA DATA-ANALYSE
5.5. LEERDOELEN
HOOFDSTUK 6: KWALITATIEF ONDERZOEK VIA INTERVIEWS EN FOCUSGROEPEN
6.1. HET ONDERZOEKSPROCES IN KWALITATIEF ONDERZOEK
6.2. KWALITATIEF ONDERZOEKSMETHODEN
6.2.1. Een korte omschrijving van enkele methoden
6.2.1.1. Interviews
6.2.1.2. Focusgroepen
6.2.1.3. Observaties
6.2.1.4. Casestudy’s
6.2.2. De keuze tussen de methoden
6.3. INTERVIEWS
6.3.1. Soorten interviews
6.3.3.1. Het interviewschema en het topiclijst
6.3.3.2. Open interviews
6.3.3.3. Semigestructureerde interviews
6.3.2. Interviews voorbereiden
6.3.2.1. Van onderzoeksvraag naar interviewschema
6.5. LEERDOELEN
Onderzoeksvaardigheden 3
, Hoofdstuk 1: Basisbegrippen
1.1. Wetenschappelijk verantwoord onderzoek
Onderzoek is een doelgericht proces waarbij men op systematische wijze op basis van een
onderzoeksontwerp data verzamelt en analyseert, om op een betrouwbare en geldige wijze
onderzoeksvragen te beantwoorden die deel uitmaken van een probleemstelling.
Voorbeeld: burn-out bij hulpverleners – agressie bij schoolkinderen – schoolverzuim bij tieners
1.2. Soorten onderzoek
1.2.1. Verschillende doelen: fundamenteel en praktijkgericht onderzoek
1.2.1.1. Fundamenteel onderzoek
Doel: kennis vermeerdering, inzicht verwerven over iets. Puur om de wetenschap om een theorie op te
bouwen of te af te breken.
Voorbeeld: universiteitsonderzoek
1.2.1.2. Praktijkgericht onderzoek
Doel: in de praktijk waar nodig iets aan te passen op basis van de resultaten van het onderzoek om
eventueel een campagne op te zetten.
Voorbeeld: hogeschoolonderzoeken
1.2.2. Verschillende grondvormen: kwantitatief en kwalitatief onderzoek
1.2.2.1. Kwantitatief onderzoek
Tabellen en grafieken cijfermateriaal (oppervlakkig beeld)
Methode: enquête afnemen (veel respons nodig)
1.2.2.2. Kwalitatief onderzoek
Meer diepgang doordat men kan ingaan op antwoorden.
Anekdotes, samenvattende teksten taal
Methode: interview, observaties (veel respons is niet nodig)
1.2.3. Verschillende tijdsperspectieven
Cross-sectioneel versus longitudinaal
o Onderzoek op 1 moment
o Langlopend onderzoek met minstens 2 meetmomenten
vb. Studenten bevragen aan begin en eind van schooljaar
Trendonderzoek versus panelonderzoek
o Veranderende groep wordt gevolgd doorheen de tijd
Voorbeeld: Studenten in 2022 vergelijken met studenten in 2024
Onderzoeksvaardigheden 4
HOOFDSTUK 1: BASISBEGRIPPEN
1.1. WETENSCHAPPELIJK VERANTWOORD ONDERZOEK
1.2. SOORTEN ONDERZOEK
1.2.1. Verschillende doelen: fundamenteel en praktijkgericht onderzoek
1.2.1.1. Fundamenteel onderzoek
1.2.1.2. Praktijkgericht onderzoek
1.2.2. Verschillende grondvormen: kwantitatief en kwalitatief onderzoek
1.2.2.1. Kwantitatief onderzoek
1.2.2.2. Kwalitatief onderzoek
1.2.3. Verschillende tijdsperspectieven
1.3. EISEN AAN ONDERZOEK
1.3.1. Wetenschappelijke eisen
1.3.2. Ethische eisen
1.3.3. Praktische eisen
1.4. HET ONDERZOEKSPROCES: FASEN IN EEN ONDERZOEK
1.5. LEERDOELEN
HOOFDSTUK 2: HET ONDERZOEKSPLAN
2.1. DE PROBLEEMSTELLING
2.1.1. De aanleiding
2.1.2. De doelstelling
2.1.3. De afbakening van het onderwerp en de doelgroep
2.1.4. De onderzoeksvragen
2.1.4.1. De centrale onderzoeksvraag en deelonderzoeksvragen
2.1.4.2. Eisen aan de formulering van onderzoeksvragen
2.1.4.3. Beschrijvende en verklarende onderzoeksvragen
2.1.4.4. De visuele voorstelling van verklarende onderzoeksvragen
2.2. BEPALEN VAN DE GRONDVORM: DE KEUZE VOOR KWANTITATIEVE OF KWALITATIEF ONDERZOEK
2.2.1. De keuze bij verklarende onderzoeksvragen
2.2.2. De keuze bij beschrijvende onderzoeksvragen
2.3. HET ONDERZOEKSONTWERP
2.3.1. Wat waarnemen? (kenmerken)
2.3.2. Wie waarnemen? (eenheden)
2.3.3. HOE WAARNEMEN? (METHODEN + INSTRUMENT)
2.4. LEERDOELEN
Onderzoeksvaardigheden 1
,HOOFSTUK 3: STEEKPROEFTREKKING
3.1. BASISBEGRIPPEN: ONDERZOEKSEENHEDEN, POPULATIE EN STEEKPROEF
3.2. ASELECTE STEEKPROEVEN
3.2.1. Principes
3.2.1.1 Representativiteit
3.2.2.Types
3.2.2.1. Enkelvoudig Aselecte Steekproef (EAS)
3.2.2.2. Systematisch Aselecte Steekproef
3.2.2.3. Clustersteekproef
3.2.2.4. Gestratificeerde steekproef
3.2.3. Externe validiteit
3.2.3.1. Fouten verbonden aan het steekproefkader
3.2.3.2. Fouten bij selectie van eenheden
3.2.3.3. Uitval van steekproefeenheden
3.2.4. Responsmaximalisatie
3.3. NIET-THEORETISCHE SELECTE STEEKPROEVEN
3.3.1. Principes
3.3.2. Types
3.3.2.1. Quotasteekproef
3.3.2.2. Vrijwillige steekproef op basis van zelfselectie
3.3.2.3. Willekeurige steekproef
3.3.2.4. Gemakssteekproef
3.3.3. Externe validiteit
3.4. THEORETISCHE SELECTE STEEKPROEVEN
3.4.1. Principes
3.4.2. Types
3.4.2.1. Sneeuwbalsteekproef (‘snowball scample’)
3.4.2.2. Doelgerichte steekproef
3.4.3. Externe validiteit
3.5. AAN DE SLAG
3.6. LEERDOELEN
HOOFDSTUK 4: KWANTITATIEF ONDERZOEK VIA ENQUÊTES?
4.1. KWANTITATIEVE ONDERZOEKSMETHODEN
4.1.1. Een korte omschrijving van de 5 methoden
4.1.2. De keuze tussen de methoden
4.2. OPERATIONALISEREN VAN KENMERKEN: VAN ONDERZOEKSVRAAG NAAR ENQUÊTE
4.2.1. Stap 1: Bepaal de variabelen in de onderzoeksvraag of hypothese
4.2.2. Stap 2: Definieer de variabelen
4.2.3. Stap 3: Bepaal welke componenten van de variabele die onderzocht zullen worden
4.2.4. Stap 4: Zet kenmerken of componenten om naar indicatoren
4.2.5. Stap 5: Zet indicatoren om naar vragen en antwoordmogelijkheden in een vragenlijst
4.3. EEN ENQUÊTE OPSTELLEN
4.3.1. Soorten enquêtevragen
4.3.2. Vragen stellen
4.3.3. Antwoordmogelijkheden formuleren
4.3.4. Opbouw vragenlijst
4.4. BETROUWBAARHEID EN VALIDITEIT VAN HET DATAVERZAMELINGSINSTRUMENT
4.5. AFNAME VAN ENQUÊTES
4.6. LEERDOELEN
Onderzoeksvaardigheden 2
,HOOFDSTUK 5: DATA-ANALYSE IN KWANTITATIEF ONDERZOEK
5.1. VOORBEREIDING VAN DE DATA-ANALYSE
5.1.1. Codering van blanco enquêtes
5.1.2. Een codeboek opstellen
5.1.3. Een datamatrix opstellen
5.1.4. Variabelen en hun meetniveaus
5.2. BESCHRIJVING VAN AFZONDERLIJKE VARIABELEN
5.2.1. Frequentietabellen
5.2.2. Grafieken
5.2.3. Centrum- en spreidingsmaten
5.2.3.1. Centrummaten
5.2.3.2. Spreidingsmaten
5.3. BESCHRIJVING VAN EEN COMBINATIE VAN VARIABELEN
5.3.1. Kruistabellen
5.3.1.1. Wat zijn kruistabellen
5.3.1.2. Complexe beschrijvende onderzoeksvragen beantwoorden aan de hand van kruistabellen
5.3.1.3. Verklarende onderzoeksvragen beantwoorden aan de hand van kruistabellen
5.3.1.4. Significatie bij kruistabellen
5.3.2. Correlatietabellen
5.3.2.1. Wat zijn correlatietabellen?
5.3.2.2. Onderzoeksvragen beantwoorden aan de hand van correlatietabellen
6.3.2.3.Significatie bij correlatietabellen
5.3.3. Regressieanalyse
5.3.3.1. Regressieanalyse: het basismodel
5.3.3.2. Regressieanalyse met meerdere onafhankelijke variabelen
5.3.3.3. Regressieanalyse met intermediaire effecten
5.4. OVERZICHTSSCHEMA DATA-ANALYSE
5.5. LEERDOELEN
HOOFDSTUK 6: KWALITATIEF ONDERZOEK VIA INTERVIEWS EN FOCUSGROEPEN
6.1. HET ONDERZOEKSPROCES IN KWALITATIEF ONDERZOEK
6.2. KWALITATIEF ONDERZOEKSMETHODEN
6.2.1. Een korte omschrijving van enkele methoden
6.2.1.1. Interviews
6.2.1.2. Focusgroepen
6.2.1.3. Observaties
6.2.1.4. Casestudy’s
6.2.2. De keuze tussen de methoden
6.3. INTERVIEWS
6.3.1. Soorten interviews
6.3.3.1. Het interviewschema en het topiclijst
6.3.3.2. Open interviews
6.3.3.3. Semigestructureerde interviews
6.3.2. Interviews voorbereiden
6.3.2.1. Van onderzoeksvraag naar interviewschema
6.5. LEERDOELEN
Onderzoeksvaardigheden 3
, Hoofdstuk 1: Basisbegrippen
1.1. Wetenschappelijk verantwoord onderzoek
Onderzoek is een doelgericht proces waarbij men op systematische wijze op basis van een
onderzoeksontwerp data verzamelt en analyseert, om op een betrouwbare en geldige wijze
onderzoeksvragen te beantwoorden die deel uitmaken van een probleemstelling.
Voorbeeld: burn-out bij hulpverleners – agressie bij schoolkinderen – schoolverzuim bij tieners
1.2. Soorten onderzoek
1.2.1. Verschillende doelen: fundamenteel en praktijkgericht onderzoek
1.2.1.1. Fundamenteel onderzoek
Doel: kennis vermeerdering, inzicht verwerven over iets. Puur om de wetenschap om een theorie op te
bouwen of te af te breken.
Voorbeeld: universiteitsonderzoek
1.2.1.2. Praktijkgericht onderzoek
Doel: in de praktijk waar nodig iets aan te passen op basis van de resultaten van het onderzoek om
eventueel een campagne op te zetten.
Voorbeeld: hogeschoolonderzoeken
1.2.2. Verschillende grondvormen: kwantitatief en kwalitatief onderzoek
1.2.2.1. Kwantitatief onderzoek
Tabellen en grafieken cijfermateriaal (oppervlakkig beeld)
Methode: enquête afnemen (veel respons nodig)
1.2.2.2. Kwalitatief onderzoek
Meer diepgang doordat men kan ingaan op antwoorden.
Anekdotes, samenvattende teksten taal
Methode: interview, observaties (veel respons is niet nodig)
1.2.3. Verschillende tijdsperspectieven
Cross-sectioneel versus longitudinaal
o Onderzoek op 1 moment
o Langlopend onderzoek met minstens 2 meetmomenten
vb. Studenten bevragen aan begin en eind van schooljaar
Trendonderzoek versus panelonderzoek
o Veranderende groep wordt gevolgd doorheen de tijd
Voorbeeld: Studenten in 2022 vergelijken met studenten in 2024
Onderzoeksvaardigheden 4