HC Deontologie voor vroedvrouwen
04/04/2025
Ethiek in de praktijk?
Terminologie
Deontologie = verzameling van morele uitspraken
morele uitspraken = universaliseerbaar, overal en altijd geldig (normen)
Prescriptiviteit zegt ons hoe we moeten handelen
Bepaald soort redenen voor handelen worden aangehaald
Normen – waarden
Norm
Datgene waarmee men iets meet of vergelijkt
Uitgangspunt voor het handelen (vb. hoe zijn mensen in het verleden omgegaan met dit
dilemma?)
Duidelijk en concreet: in realiteit ui te voeren
Negatief geformuleerd: begrenzing van handelen (verbod, gij zult niet doden)
Waarde
Waarde voor iemand => ethisch van belang
Meestal positief geformuleerd (gij zult het leven respecteren)
Minder concreet en bijna niet ‘haalbaar’ (idealistisch)
Twee functies: motiveren en verantwoorden onze keuzes
Waarden zijn meer absoluut en tijdloos dan normen, die gelden in een specifieke
maatschappij en tijdsvlak
Normen worden idealiter afgeleid uit waarden
(vb. respect voor ouderen en het openbaar vervoer)
Norm: handschoenen dragen => waarde: gezondheid en veiligheid
Recht en ethiek
De wet als tijdelijke en cultuurgebonden praktische invulling van een ethisch systeem
Vaak wel raaklijn ethiek-recht:
Waar mensen samen leven moeten lijnen getrokken worden om conflict te vermeiden
Ethische discussie blijft voortgaan en kan wet (opnieuw) ter discussie stellen (vb.
euthanasiewetgeving)
Recht is afdwingbaar, geldt minder voor ethisch principe
Conflict mogelijk: vb. Koning Boudewijn & abortuswetgeving
Plichtethiek
Deontologische theorieën
Welke normen moeten gevolgd worden?
Als juist normen gevolgd worden, handelt men ethisch goed
Nadruk ligt op morele handeling en volgen van de regel
Kant, Immanuel
“Men moet altijd handelen volgend een regel waarvan men zou willen dat het een algemene
wet is”
Gulden regel microniveau: “doe niet aan anderen wat je niet wilt dat anderen aan jou doen”
Gulden regel macroniveau: “men moet altijd handelen volgens een regel waarvan men zou
willen dat het een algemene wet is”
Uitgangspunt: persoon handelt moreel goed als zijn intentie overeenkomt met correct motief,
maw de plicht
Gevolgen maken niets uit, een daad kan goed zijn ondanks slechte gevolgen
04/04/2025
Ethiek in de praktijk?
Terminologie
Deontologie = verzameling van morele uitspraken
morele uitspraken = universaliseerbaar, overal en altijd geldig (normen)
Prescriptiviteit zegt ons hoe we moeten handelen
Bepaald soort redenen voor handelen worden aangehaald
Normen – waarden
Norm
Datgene waarmee men iets meet of vergelijkt
Uitgangspunt voor het handelen (vb. hoe zijn mensen in het verleden omgegaan met dit
dilemma?)
Duidelijk en concreet: in realiteit ui te voeren
Negatief geformuleerd: begrenzing van handelen (verbod, gij zult niet doden)
Waarde
Waarde voor iemand => ethisch van belang
Meestal positief geformuleerd (gij zult het leven respecteren)
Minder concreet en bijna niet ‘haalbaar’ (idealistisch)
Twee functies: motiveren en verantwoorden onze keuzes
Waarden zijn meer absoluut en tijdloos dan normen, die gelden in een specifieke
maatschappij en tijdsvlak
Normen worden idealiter afgeleid uit waarden
(vb. respect voor ouderen en het openbaar vervoer)
Norm: handschoenen dragen => waarde: gezondheid en veiligheid
Recht en ethiek
De wet als tijdelijke en cultuurgebonden praktische invulling van een ethisch systeem
Vaak wel raaklijn ethiek-recht:
Waar mensen samen leven moeten lijnen getrokken worden om conflict te vermeiden
Ethische discussie blijft voortgaan en kan wet (opnieuw) ter discussie stellen (vb.
euthanasiewetgeving)
Recht is afdwingbaar, geldt minder voor ethisch principe
Conflict mogelijk: vb. Koning Boudewijn & abortuswetgeving
Plichtethiek
Deontologische theorieën
Welke normen moeten gevolgd worden?
Als juist normen gevolgd worden, handelt men ethisch goed
Nadruk ligt op morele handeling en volgen van de regel
Kant, Immanuel
“Men moet altijd handelen volgend een regel waarvan men zou willen dat het een algemene
wet is”
Gulden regel microniveau: “doe niet aan anderen wat je niet wilt dat anderen aan jou doen”
Gulden regel macroniveau: “men moet altijd handelen volgens een regel waarvan men zou
willen dat het een algemene wet is”
Uitgangspunt: persoon handelt moreel goed als zijn intentie overeenkomt met correct motief,
maw de plicht
Gevolgen maken niets uit, een daad kan goed zijn ondanks slechte gevolgen