HC Lactatiek
02/12/2024
Borstontwikkeling
Embryonaal
o Primitieve melklijn (4 à 5 weken embryonaal)
o Klierknoppen (heksenmelk) → epitheliale takken - alveoli
Mammogenese – puberteit
o Leeftijd 10-12 jaar voor menses
Kanaalvorming in vetweefsel
Groeihormoon en oestrogeen
o Puberteit tot ongeveer 35 jaar
Hypothalamus-hypofyse-ovarium as
- Oestrogeen en progesteron
Alveolaire knoppen
- Primaire en secundaire (aftakkingen) kanalen
- Vorming van golf stick-vormige eindknoppen
Menstruatie = proliferatie
Mammogenese – zwangerschap
o Belangrijke hormonen:
Placentair lactogen, prolactine, progesteron, oestrogeen
o Borstomvang stijgt
o Tepel en areola: groter, erectieler, pigmentatie
Tepel: prolactine - ꬾ 16mm
Areola: placentair lactogen - ꬾ 64mm
o Melkkanalen: proliferatie en differentiatie = oestrogeen
o Alveoli, melklobben: groei = prolactine
Verandering borstvolume
, HC Lactatiek
02/12/2024
Borsten en tepels in soorten
Vorm en grootte
Veel verschillende vormen en groottes van borsten en tepels => baby’s kunnen van bijna
allemaal drinken
Soorten borsten
Asymmetrische borsten
Tubulaire borsten (smalle, vooruit stekende borsten)
Macromastie – grote borsten
Ammaire hypoplasie – borsten met weinig klierweefsel (=>brede ruimte tussen beide
borsten (+/- 4 cm)
Tepel
7 – 10 kanaalopeningen in tepel
Gladde spiervezels + zenuwuiteinden
Ingetrokken tepel (vooral bij eerstbarenden)
=> pinch-test (tepelhof samendrukken, als tepel verder naar binnen trekt is het echte
ingetrokken tepel)
Tepelhof (areola)
“mond vol borst” => niet enkel tepel, maar ook deel van tepelhof in de mond
Kliertjes van Montgomery => zorgen dat tepelhof gesmeerd wordt en er komt een
bepaalde geur vrij
=> tepels met water zuiver maken
Zorg dat de kolfschelp past => kolven mag geen pijn doen!
Inwendige kenmerken borst
Bindweefsel = steun
Ligament van Cooper = bindweefselbanden
Vetweefsel = vorm
Bezenuwing borst
Zenuwen = nodig voor aanzetten tot melksynthese en vrijgave (moeilijkheden na operatie
thv borst)
4e, 5e en 6e intercostale zenuw
Tepel en tepelhof = samengesteld uit autonome en sensorische zenuwen
Bloedvoorziening borst
Transport van eiwitten, vetten, suikers en andere substanties naar cel voor melkproductie
Arteria subclavia
Lymfeklieren
Absorberen van teveel aan bloedtoevoer => terugvoeren naar hart
Lymfeknopen filteren en vangen bacteriën en voeren cellen af
Zwelling van lymfeknoop = mogelijk infectie van borst, arm of hand
Klierweefsel en melkkanalen
Functionele deel van borst
Melkproductie in alveoli (acini)
o Lactocytes = melkcellen
o lobuli
Hormonen
o Melkaanmaak: prolactine (komt vrij door stimulatie van tepel)
o Toeschietreflex: oxytocine (komt vrij door prikkeling, denken aan baby of baby horen
huilen)
Tail of Spence
o Borstweefsel dat uitloopt in oksel
Myo epitheelcellen melkblaasje/alveool =>
o Oiv oxytocine zorgen spiertjes voor samentrekking van melkblaasje,
zodat melk door kanalen naar buiten wordt gevoerd
02/12/2024
Borstontwikkeling
Embryonaal
o Primitieve melklijn (4 à 5 weken embryonaal)
o Klierknoppen (heksenmelk) → epitheliale takken - alveoli
Mammogenese – puberteit
o Leeftijd 10-12 jaar voor menses
Kanaalvorming in vetweefsel
Groeihormoon en oestrogeen
o Puberteit tot ongeveer 35 jaar
Hypothalamus-hypofyse-ovarium as
- Oestrogeen en progesteron
Alveolaire knoppen
- Primaire en secundaire (aftakkingen) kanalen
- Vorming van golf stick-vormige eindknoppen
Menstruatie = proliferatie
Mammogenese – zwangerschap
o Belangrijke hormonen:
Placentair lactogen, prolactine, progesteron, oestrogeen
o Borstomvang stijgt
o Tepel en areola: groter, erectieler, pigmentatie
Tepel: prolactine - ꬾ 16mm
Areola: placentair lactogen - ꬾ 64mm
o Melkkanalen: proliferatie en differentiatie = oestrogeen
o Alveoli, melklobben: groei = prolactine
Verandering borstvolume
, HC Lactatiek
02/12/2024
Borsten en tepels in soorten
Vorm en grootte
Veel verschillende vormen en groottes van borsten en tepels => baby’s kunnen van bijna
allemaal drinken
Soorten borsten
Asymmetrische borsten
Tubulaire borsten (smalle, vooruit stekende borsten)
Macromastie – grote borsten
Ammaire hypoplasie – borsten met weinig klierweefsel (=>brede ruimte tussen beide
borsten (+/- 4 cm)
Tepel
7 – 10 kanaalopeningen in tepel
Gladde spiervezels + zenuwuiteinden
Ingetrokken tepel (vooral bij eerstbarenden)
=> pinch-test (tepelhof samendrukken, als tepel verder naar binnen trekt is het echte
ingetrokken tepel)
Tepelhof (areola)
“mond vol borst” => niet enkel tepel, maar ook deel van tepelhof in de mond
Kliertjes van Montgomery => zorgen dat tepelhof gesmeerd wordt en er komt een
bepaalde geur vrij
=> tepels met water zuiver maken
Zorg dat de kolfschelp past => kolven mag geen pijn doen!
Inwendige kenmerken borst
Bindweefsel = steun
Ligament van Cooper = bindweefselbanden
Vetweefsel = vorm
Bezenuwing borst
Zenuwen = nodig voor aanzetten tot melksynthese en vrijgave (moeilijkheden na operatie
thv borst)
4e, 5e en 6e intercostale zenuw
Tepel en tepelhof = samengesteld uit autonome en sensorische zenuwen
Bloedvoorziening borst
Transport van eiwitten, vetten, suikers en andere substanties naar cel voor melkproductie
Arteria subclavia
Lymfeklieren
Absorberen van teveel aan bloedtoevoer => terugvoeren naar hart
Lymfeknopen filteren en vangen bacteriën en voeren cellen af
Zwelling van lymfeknoop = mogelijk infectie van borst, arm of hand
Klierweefsel en melkkanalen
Functionele deel van borst
Melkproductie in alveoli (acini)
o Lactocytes = melkcellen
o lobuli
Hormonen
o Melkaanmaak: prolactine (komt vrij door stimulatie van tepel)
o Toeschietreflex: oxytocine (komt vrij door prikkeling, denken aan baby of baby horen
huilen)
Tail of Spence
o Borstweefsel dat uitloopt in oksel
Myo epitheelcellen melkblaasje/alveool =>
o Oiv oxytocine zorgen spiertjes voor samentrekking van melkblaasje,
zodat melk door kanalen naar buiten wordt gevoerd