Inleiding
§1. Het wettelijk kader van het verbintenissenrecht
A. Oud en nieuw verbintenissenrecht
Verbintenissenrecht vóór 1/1/2023: Oud BW
MAAR: verouderd, inhoudelijk onvolledig, onoverzichtelijk en weinig toegankelijk
rechtszekerheid in het gedrang: geldend recht was niet meer ‘toegankelijk’ en
niet meer ‘voorspelbaar’
Oplossing: Boek 5
• 270 artikels: behandelen de bronnen van verbintenissen (rechtshandelingen +
rechtsfeiten) + het algemeen regime van de verbintenis (regels die gelden voor
alle verbintenissen, ongeacht hun bron):
• Maar zie ook bewijsrecht voor verbintenissen → in Boek 8 BW
• Maar zie ook buitencontractuele aansprakelijkheid → in Boek 6 BW
• Boek 5 is ook samen te lezen met Boek 1 ➔ Boek 1 bevat aantal algemene
bepalingen nauw verbonden met verbintenissenrecht
Overgangsrecht: oud BW blijft gelden naast het (nieuwe) BW
• Boek 5 is NIET van toepassing (tenzij andere afspraak tussen partijen):
- op ‘oude contracten’ (gesloten voor 1/1/2023);
- rechtsgevolgen van oude contracten die intreden na 1/1/2023
- rechtshandeling gesteld na 1/1/2023 maar die betrekking heeft op oud contract
• Boek 5 is WEL van toepassing:
- op contracten gesloten op of na 1/1/2023
‘cohabitation’ van oud en nieuw recht maar niet problematisch want Boek 5
1
,bevat grotendeels verduidelijking of modernisering van reeds gekende regels +
verankering van verworven nieuwigheden uit rechtspraak en rechtsleer
Verbintenissenrecht = onderdeel van vermogensrecht (onderdeel van
privaatrecht):
- regels van boek 5/6 zijn het gemeen recht voor verbintenissen:
geschreven voor vermogensrechtelijke verbintenissen maar kunnen analoog
op andere verbintenissen worden toegepast (tenzij wettelijk anders bepaald)
- verbintenissenrecht overstijgt het burgerlijk recht of het privaatrecht (zie art.
1.1 BW)
want:
o het heeft raakvlakken met het publiekrecht (vb.
overheidsaansprakelijkheid)
o nauw verweven met brede economisch recht
B. Doelstellingen en krachtlijnen van Boek 5
= modernisering van het verbintenissenrecht, voortbouwend op de evoluties in
de rechtspraak en rechtsleer
ontwikkelingen geïnterpreteerd, maar bijgestuurd, aangevuld en verfijnd
er is gewaakt over de herkenbaarheid van de nieuwe regels, zoveel mogelijk
aansluiting zoekend bij onze rechtstraditie
3 krachtlijnen:
1) het herstellen van de rechtszekerheid + meer voorspelbaarheid bieden:
recht uit RS en RL – de verworvenheden – wettelijk verankeren, maar ook door
geldend recht aan te vullen en te vernieuwen en discussies te beslechten waar
nodig.
2) het versterken van de toegankelijkheid:
o.a. door hoofding per artikel, inleidende overzichten, vereenvoudiging inhoud,
nieuwe structuur en moderne taal
3) het creëren van een nieuw evenwicht:
wilsautonomie vs bescherming zwakkere partij
Bv. Boek 5 = aanvullend recht, tenzij … (art. 5.3 BW).
Bv. buitengerechtelijke sancties, maar controle nadien door de rechter (art. 5.94
BW);
Bv. gedeeltelijke nietigheid (art. 5.63 BW); prijsvermindering (art. 5.97 BW)
§2. De verbintenis
A. Definitie
Verbintenis (art. 5.1 BW)
juridisch afdwingbaar
2
, SE kan beroep doen op rechter om uitvoering in natura af te dwingen (tenzij
onmogelijk/ abusief)
“indien nodig in rechte”= voor gedwongen uitvoering in geval v. niet nakoming
moet niet perse over rechterlijke uitspraak beschikt worden door SE, andere
uitvoerbare titel aanwenden is ook mogelijk (vb. notariële akte)
Natuurlijke verbintenis (art. 5.2 BW)
niet juridisch afdwingbaar
Restitutie is niet mogelijk voor een natuurlijke verbintenis die zonder
vergissing of
dwang werd nagekomen.
De erkenning, zonder vergissing of dwang, van een natuurlijke verbintenis doet
een
verbintenis ontstaan
Verbintenis
= een rechtsband tussen 2 of meer personen
- SE is gerechtigd prestatie te vorderen + SA is gehouden prestatie te leveren
- ontstaat uit een menselijk handelen (rechtshandeling/ een ander menselijk
gedrag) of uit de wet
- SE kan jegens SA aanspraken/eisen doen gelden:
in geld waardeerbaar
juridisch (en zo nodig in rechte) afdwingbaar
- bronnen van verbintenissen: art. 5.3 BW
Wederkerige verbintenis
= Wanneer er minstens 2 verbintenissen ontstaan: elke partij is SE én SA
vb. koop:
Verkoper is SE van betalingsverbintenis
Verkoper is SA van leveringsverbintenis
= wederzijds én samenhangend (= de ene verbintenis wordt aangegaan
o.w.v. de andere)
B. Kenmerken
I) EEN RECHTSBAND TUSSEN PERSONEN
- Verbintenissen/ persoonlijke rechten/ vorderingsrechten zakelijke rechten
MAAR onderscheid is te relativeren: beide behoren tot de vermogensrechten
a. intern bekeken onderscheid
- verbintenis/ persoonlijk recht = verhouding tussen minstens 2 personen
SE heeft aanspraak op een gedraging/prestatie van de SA
3
,- zakelijk recht = vestigt een rechtsbetrekking tussen één of meerdere personen
en een bepaald goed of geheel van goederen (art. 3.8, §1 BW)
titularis heeft zeggenschap over zaak/goed
Relativering onderscheid: een persoonlijk recht kan onrechtstreeks ook
betrekking hebben op een goed (vb. huurder heeft persoonlijk recht op het
ongestoord genot van het gehuurde goed) en een zakelijk recht kan ook een
rechtsband creëren tussen personen (vb. blote eigenaar en vruchtgebruiker van
een goed)
b. extern bekeken onderscheid
= vraag naar derdenwerking of tegenwerpelijkheid aan 3en:
- zakelijke rechten:
moeten door iedereen geëerbiedigd worden (vaak mits publicatie), erga omnes
numerus clausus in de wet
- persoonlijke rechten: opsplitsing: aanspraken tussen SE & SA en haar bestaan
als rechtsfeit in het rechtsverkeer:
- Aanspraken = relatief: enkel tussen betrokken partijen, enkel SE kan
afdwingen; enkel SA is iets verschuldigd, inter partes
- het bestaan = als rechtsfeit ‘tegenwerpelijk’ aan 3en en kan door 3en
ingeroepen
worden (meestal zonder publiciteit)
dus hier vergelijkbaar met zakel.R.: derden moeten een verbintenis
respecteren als feit
hoewel geringe publiciteitsvoorschriften: derde kan medeplichtig zijn aan
andermans contractbreuk wanneer hij bestaan kende/behoorde te kennen (art.
5.111 BW)
II) BRONNEN VAN VERBINTENISSEN
Art. 5.3. BW: Bronnen van verbintenissen en draagwijdte van de
bepalingen:
= ‘erkent’ de bronnen van verbintenissen: geeft verbintenis scheppende kracht
aan bepaalde gedragingen
2 categorieën:
1) de rechtshandelingen: menselijk gedrag dat rechtsgevolgen beoogt
twee- of meerzijdige rh. (art. 5.69 BW): wilsuiting van meerdere personen die
rechtsgevolgen beoogd
eenzijdige rh. (art. 5.125, lid 2 BW): wilsuiting van één persoon die
rechtsgevolgen beoogt, zonder aanvaarding door een wederpartij
2) de wet = aan bepaalde gedragingen van personen een verbintenis
scheppende/ obligatoire kracht
- foutief handelen/nalaten (art. 6.5 BW): rechtsgevolg (verbintenis tot
schadeloosstellen) werd niet beoogd door dader
4
,- oneigenlijke contracten (art. 5.127 BW): vb. zaakwaarneming,
ongerechtvaardigde verrijking,…
Is Art. 5.3 BW een “open lijst” van bronnen? gesloten systeem van zakelijke
rechten (art. 3.3 BW)
kan men dan als autonome bron nog toevoegen: het verwekken en nadien
beschamen van een rechtmatig vertrouwen (vertrouwensleer)?
• Bij schijnmandaat (ruimer gezien: meerpartijenrelaties +
meerpartijencontracten) JA
Maar daarbuiten (in 2-partijenrelaties): eerder geval van rechtsmisbruik
(Cass. 1 oktober 2010), zelfs als bijzonder criterium van rechtsmisbruik (Cass. 16
november 2023) bindend effect lastens verwekker van het vertrouwen
nog onzeker
dus: Niet als bron in art. 5.3 BW (owv. afbakeningsproblemen tov andere
rechtsfiguren zoals rechtsmisbruik), maar wetgever verbindt wel rechtsgevolgen
aan het gewekte rechtmatig vertrouwen (bv. art. 1.8, §5 , art. 5.198, tweede lid,
3° BW , art. 5.17 BW)
conclusie: eerder “open systeem”
III) VOORWERP VAN DE VERBINTENIS
Art. 5.46. BW: Voorwerp
1) iets te doen, 2) niet te doen, 3) iets te geven of 4) iets te garanderen.
Een verbintenis tot geven = overdracht van een recht of tot de vestiging van
een zakelijk recht op een roerend of onroerend goed
4) is nieuw vb. een verzekeraar garandeert een som te betalen bij overlijden
van de verzekerde; de bank garandeert een betaling als documenten door een
derde worden aangeleverd in een ‘documentair krediet’
a. klassieke opdeling werd aangevuld
- iets doen = bv. aanneming, diensten, patiënt behandelen
- iets niet te doen = bv. niet concurreren, niet openbaren
- iets geven = bv. Eigendomsrecht bij verkoop
Let op! Bij koop verschil tussen specifieke zaak >< generieke- of
soortzaak is nuttig voor:
• Eigendomsovergang
• Risico-overgang (in de regel tegelijkertijd als eigendomsovergang (art. 5.80
BW)
Eigendom van een species (specifieke zaak) gaat over bij de consensus
Eigendom van een genus (soortzaak) gaat over bij de afzondering of
specificatie, meestal bij
aflevering
= art. 3.14, §2 en 5.79 BW
5
,- iets garanderen (bv. verzekeraar of bank, borg)
b. moderne opdeling (art. 5.72 BW)
- resultaatsverbintenis = verbintenis die de schuldenaar ervan verplicht om
een bepaald resultaat te bereiken. Indien resultaat niet wordt bereikt, wordt de
fout van de schuldenaar vermoed, tenzij overmacht wordt aangetoond (vb.
advocaat moet binnen wettelijke termijn hoger beroep aantekenen)
als resultaat niet is bereikt: de fout wordt vermoed bewijslast op SA:
enkel bewijs van overmacht bevrijdt SA van aansprakelijkheid (SE moet alleen
bewijs aantonen bestaan verbintenis en schade door niet-nakoming)
- inspanningsverbintenis = verbintenis die de schuldenaar verplicht om alle
zorg te verstrekken die eigen is aan een voorzichtig en redelijk persoon om een
bepaald resultaat te bereiken (vb. verbintenis van de notaris om raad te geven
aan elke partij)
als resultaat niet is bereikt: bewijslast op SE: onvoldoende inspanningen
geleverd door SA
Kanttekeningen!
1° moderne opdeling doorkruist de klassieke (geven, doen, niet doen,
garantie)
2° de moderne opvatting is nuttig bij verbintenis om iets te doen (=
grootste categorie):
kan zowel inspannings- als resultaatsverbintenis zijn
verbintenis om iets te geven/iets niet te doen: doorgaans resultaatsverbintenis
3° uit één contract vloeien vaak beide soorten voort
4° partijen kunnen zelf bepalen wat voorwerp is (bv. van een
resultaatsverb. maken
zij een inspanningsverb.)
5° bij discussie is het de rechter die interpreteert: kijkt naar bedoeling
van partijen én naar het zekere of onzeker (aleatoir) karakter van
beoogde resultaat
bv. arts had laten uitschijnen dat sterilisatie routinematig was en resultaat
zeker bereikt zou zijn ➔ dergelijke ingreep is dan resultaatsverb., terwijl complexe
medische ingreep normaal enkel verbindt tot inspanningsverb.
6° tweedeling kent nuanceringen/gradaties in de praktijk.
Bv. men spreekt ook van “een garantieverbintenis / “versterkte
resultaatsverbintenis” (= wanneer de SA zich verbindt om ook in te staan bij
overmacht)
Bv. Astra-Zenecacontract ( “grootste redelijke inspanningen” versterkte
inspanningsverb.
IV) AFDWINGBAARHEID VAN DE VERBINTENIS
Indien een schuldenaar zijn verbintenis niet vrijwillig uitvoert, kan de schuldeiser
hem hiertoe, zo nodig, in rechte, dwingen
6
, er zijn meerdere sancties die SE (buiten)gerechtelijk kan aanwenden bij niet-
nakoming (art. 5.83 + 5.224 BW)
- SE heeft in de eerste plaats recht op nakoming van de beloofde prestatie zelf =
uitvoering in natura
bij niet nakoming kan SE de SA in gebreke stellen (1 e fase) kan vervolgens
overgaan tot vragen om gedwongen uitvoering (2e fase) aan rechter, vaak in
de vorm van een dwangsom wanneer SA geen gevolg geeft aan rechterlijk
bevel kan SE de rechterlijke uitspraak doen naleven met dwangmiddelen, zoals
beslag of uithuiszetting (= dwanguitvoering = gedwongen buitvoering van
de uitvoerbare titel) (derde fase)
Art. 5.234, tweede lid BW: verbod op uitoefening v dwang op schuldenaar indien
zij in strijd is met de menselijke waardigheid
- Ondanks de beperkingen, zijn uitvoering in natura en dwanguitvoering vaak
mogelijk hangt vnl. af van voorwerp van de verbintenis:
1° geven van species zaak opeisen en beslag laten leggen
2° iets doen of niet doen
- via een dwangsom: bijkomende veroordeling tot betaling van een geldsom
voor het geval dat aan de hoofdveroordeling niet wordt voldaan (art. 1385bis Ger.
W.) = vooral oplossing bij verbintenissen intuiti personae
- Wanneer het niet gaat om een intuiti personae verbintenis: via gerechtelijke en
(bij contracten)
buitengerechtelijke vervanging (art. 5.235 en 5.85 BW): uitvoering in natura
door een 3e
- Wanneer SA in gebreke blijft een beslissing te nemen/ mee te werken aan
opmaak van akte plaatsvervangende akte via rechter
- wanneer uitvoering in natura onmogelijk is geworden: herstel van de schade
(vaak pecuniair SV, maar herstel in natura kan soms ook: voorrang op pecuniair
bij buitencontractuele aansprakelijkheid)
De afdwingbaarheid helpt om juridische verbintenissen te onderscheiden van
niet-juridische verbintenissen, die niet juridisch kunnen worden afgedwongen:
1° Rechtens vrijblijvende afspraak is geldig, maar is geen ‘verbintenis’:
mondaine, beleefdheids- en vriendschappelijke afspraken: uit hun aard niet
afdwingbaar in rechte
➔ partijen bepalen in beginsel zelf of ze al dan niet een afdwingbare verbintenis
beogen (bv. ‘gentlemen’s agreement’)
2° Morele verbintenissen:
kennen vele variaties van afdwingen en gaan van bindend tot niet-bindend of
louter moreel, afhankelijk van woordgebruik/vorm e.a.
➔ vb. Letters of intent + letters of comfort (= patronaatsverklaringen); amicale of
sociale afspraken
3° Natuurlijke verbintenissen (art. 5.2 BW):
7
, niet afdwingbaar, maar als ze vrijwillig wordt nageleefd: geen restitutie
mogelijk
➔ als SA de verbintenis “erkent” zonder dwang of vergissing: omzetting in
afdwingbare (juridische) verbintenis
Hoofdstuk 1: begrip en soorten contracten
Afdeling 1: begripsbepaling
§1 het begrip contract
Art. 5.4. BW: Definitie van het contract (= overeenkomst)
- een meerzijdige rechtshandeling (zie art. 1.3, lid 1 BW),
- consensus of wilsovereenstemming (zie art. 5.27, 1° BW),
- die gericht is op:
i) aangaan van juridisch bindende verbintenissen (wanneer contract bron van
verbintenissen is)
ii) andere rechtsgevolgen (bv. overdragen, wijzigen of tenietdoen van bestaand
contract/ verbintenis, vestigen van een zakelijk recht)
- het aangaan van verbintenis door een consensus van minstens 2 personen
volstaat. Dus:
! Steeds minstens twee wilsuitingen!
1 verbintenis uit contract volstaat (art. 5.6 BW)
§2 kenmerken van een vermogensrechtelijk contract
B. HET CONTRACT WORDT GESLOTEN TUSSEN 2 OF MEER
PERSONEN
Definitie contract: “Tussen twee of meer personen” ➔ elke partij richt haar
wilsuiting tot de andere persoon met wie zij wil contracteren. Consensus volgt uit
aanbod en aanvaarding.
Art. 5.12 BW: Meerpartijencontract
= contract door meer dan twee personen aangegaan.
alle partijen moeten een op elkaar gerichte toestemming geven
iedere partij zal haar toestemming slechts geven onder voorwaarde dat de
anderen zich ook
verbinden. (Bv. Kredietconsortium of samenwerkingscontract)
1 meerpartijencontract i.p.v. afzonderlijke tweepartijencontracten is voor de
partijen vaak voordeliger: partijen kunnen tegenover elkaar gemakkelijker
verweer inroepen, ook i.v.m. een verbintenis van een andere partij als de
verbintenissen verknocht zijn.
8