TOXICOLOGIE
INLEIDING
Niet te kennen: toxische dosissen, uitzondering voor belangrijke antidoten ➔ atropine, vitamine K1 voor KHD.
Wel te kennen: giftige planten herkennen + Nederlandse en Latijnse naam kennen. Gastles = geen examen stof.
Leerpaden zijn niet verplicht, worden niet in de les besproken. Pathogenese zeer belangrijk.
• Taxus baccata = meest giftige plant (rechts)
o Acute intoxicatie ➔ hart
o Enkel vruchtvlees niet giftig
• Jacobskruid = chronische intoxicatie (links)
o Leverschade door accumulatie ➔ irreversibel
Het Belgisch Antigifcentrum ➔ zowel voor dieren als voor
mensen. Minder goed voor dieren, niet voor betaald.
TOXICO-EPIDEMIOLOGIE
Rode kader = gifstoffen die al lang verboden zijn
maar krijgen toch nog gevallen binnen. Zijn puur
zeer giftig, binnen 24u sterfte mogelijk ➔ gaan ze
toch nog bespreken.
Schapen heel gevoelig aan koper.
Varken in België ➔
specialiseren in analyse van
mycotoxines.
GESCHIEDENIS
“Alles is giftig zelfs water zolang de dosis maar hoog genoeg is.” DGK: unieke DS verschillen waardoor de quote
niet altijd geldig is ➔ lage dosis paracetamol al giftig voor de kat.
Interactie gifstoffen en levende organismen ➔ liefst in vitro, bv op een porciene cellijn. Ex vivo = bv een darm
nemen van een dier, opdelen in stukken en per stuk een gifstof bekijken. In vivo = aan levende dieren geven.
, 2
• Toxicon = pijl + boog ➔ pijlen ingesmeerd met gifstoffen voor doden prooi
• Vergiftiging waterbronnen voor vijanden te doden
o Arsenicum: vinden we in de bodem
▪ Op de dopinglijst bij paarden, GI etsend maar in lage dosis heel licht beschadiging
darmwand ➔ betere opname van voedingsstoffen + werkt een beetje zoals EPO
▪ Mithridatisatie = immunisatie reactie door dagelijks kleine hoeveelheden in te nemen
• Socrates dood: coniine ➔ tast het CZS aan
o Langzame verlammingen van ledematen tot herenen
• Middeleeuwen:
o Mislukken oogst door schimmels op graan ➔ mycotoxines
▪ Weefselnecrose door vaatspasme ➔ afsterven van tenen, voeten,…
o Hyoscamine = atropineachtige stof ➔ mydriasis, mooie grote donkere ogen
▪ Hallucinaties
• Renaissance
o Kennis van kruidentuin die medicinaal kunnen gebruikt worden
o Arsenicum
o Kwik zouten voor urineweg infecties
o Opium uit de planten
• 17 – 18de eeuw
de
o Cider ➔ lage pH, lood uit de drinkbekers in de vloeistof terecht
o Schoorsteenvegers ➔ PAK
HET BEGRIP TOXICITEIT
Niet uitsluitend bepaald door zijn fysisch-chemische eigenschappen maar ook door het biologische systeem.
Acute zoogdiertoxiciteit: LD50 = hoeveelheid van een stof die bij een éénmalige toediening sterfte veroorzaakt
bij 50% van de proefdieren. Op een kort tijdstip, ongeveer een dag. Bekijken is het oraal, dermaal, inhalatie ➔
apart bekeken.
ONTWIKKELING DIERGENEESMIDDEL
Duurt 10-12 jaar, maar enkele geraken op de markt. Moeten veel studies gebeuren. Toxiciteit testen zijn het
duurste. Meerdere generaties lang moet er onderzoek gedaan worden, ook milieu etc. moet bekeken worden.
• Algemene toxiciteit
o Acute toxiciteit: NOEL, LD50, LD100
▪ NOEL (no observed effect level) = hoogste dosis zonder een afwijking zichtbaar
▪ Invloed van een éénmalige of herhaalde dosis over een korte tijdsperiode (gewoonlijk
max. 24u) – routes: oraal, dermaal, inhalatie, …
❖ 3 alternatieve testen (3 R’s of 3 V’s): vervanging, vermindering en verfijning
▪ LD50 is verboden ➔ niet meer oké om te testen met sterfte als eindpunt
o Subacute of semi-chronische toxiciteit: +/- 90 dagen
▪ Invloed van een herhaalde dosis over een lange periode
o Chronische of lange-termijn toxiciteit: 2 jaar
• Specifieke toxiciteit
o Reproductieve toxiciteit en teratogeniciteit Groen = komt verderop
▪ Softenon ➔ thalidomide terug in de cursus.
o Genotoxiciteit
o Mutageniciteit: Ames test (1971)
o Carcinogeniciteit
, 3
Ames test:
Petrischaal met salmonella laten opgroeien, mag geen histidine in de
voedingsbodem zitten. Gebruik makend van een GGO salmonella die histidine
afhankelijk geworden is. Geen histidine = geen groei ➔ controle groep.
Salmonella groei ➔ terug muteren naar salmonella onafhankelijk (= wild type).
Mutagene stof aanwezig.
LD50
LD50 = 1malige blootstelling, zegt enkel iets over de acute toxiciteit maar niks over de chronische toxiciteit.
EXAMEN: getallen niet kennen.
TD50 / ED50 = therapeutische index ➔ vanaf wanneer werkzaam en vanaf wanneer toxisch. Vormt de
veiligheidsmarge.
DEFICIENTIE EN INTOXICATIE METALEN
Essentiële metalen = ijzer ➔ curve B. Lood = niet essentieel ➔ curve A. Verband
tussen lood en ijzer verschuift. Lood: hoe hoger de concentratie = hoe hoger de
toxiciteit (boven de stippellijn). Ijzer: aan de linkerkant ➔ hoe lager = ook toxisch
worden, deficiëntie ziekte. Niet in deze cursus besproken, enkel de hoge
concentratie toxiciteit.
WANNEER KAN INTOXICATIE OPTREDEN
• 1 klontje suiker = 6 g
o In 0,6 liter ➔ 1% of 1 g/100 g (of ml)
o In 6 liter ➔ 1 ‰ of 1 g/kg (of l)
o In 6000 liter 1 ppm of 1 mg/kg (µg/g of /ml) ➔ GM concentratie
o In 6 miljoen liter 1 ppb of 1 µg/kg (ng/g of /ml) ➔ residu niveau = MRL
o In 6 miljard liter 1 ppt or 1 ng/kg (pg/g of /ml) ➔ milieu contaminanten in voeder
Groen = bespreken in deze cursus.
, 4
GIFTIGE PLANTEN
Planten hebben veel inhoudsstoffen ook giftige. Systeem tegen insecten vraat. Gebruik makend van herbicide
voor giftige planten bestrijden kan overwaaien en problemen geven.
• Plant stevige celwand met cellulose en lignine
o Dierlijke cel: celmembraan met fosfolipiden en lipoproteine
• Grote vacuole in planten cel ➔ opslagplaats
o Dierlijke cel: meerdere kleine vacuole
• Minder lysosomen in planten cel ➔ afbraak
o Dierlijke cel: meer lysosomen
• Chloroplasten in de plant zorgen voor energieproductie ➔ fotosynthese
o Dierlijke cel doet niet aan fotosynthese
FOTOSYNTHESE
Herbicide: fotosynthese stil leggen ➔ plant sterft af. Lichtenergie omgezet naar chemische energie in de
chloroplasten (met chlorofyl) via redoxreacties. Gebruik van CO2 overdag oiv lichtenergie, zorgt voor
zuurstofproductie + chemische energie (ATP en NADPH) productie. AH gebruikt zuurstof en produceert CO2 en
H2O ➔ in de nacht.
PLANTENSYSTEMATIEK
Specifieke soort naam ➔ vaak kenmerk van
de plant. Nigrum: verwijst naar zwarte bessen.
Perennis = heel jaar doorgroeien.