ORGAANPATHOLOGIE
INLEIDING
Histologie: moet je niet kunnen herkennen op foto's ➔ uitzondering (vooral voor de huid) , wel macroscopische
foto’s te kennen ➔ wordt zeker gevraagd op examen.
Focus lessen op hoe gaan we het letsel nemen
en interpreteren.
Stalen nemen voor histologisch onderzoek.
Macro en microscopie komen niet altijd
overeen. Histologie is een eventuele
bevestiging van wat er macroscopisch
zichtbaar is.
EXAMEN
Hoe groter het hoofdstuk, hoe meer vragen. Verbanden tussen orgaan stelsel: nier met allemaal kleine
etterhaarden in ➔ van waar vandaan, welke andere organen eventueel ook aangetast. 5 vragen opgemaakt
door studenten.
, 2
A
, 3
ADEMHALINGSSTELSEL
NEUSHOLTE EN SINUSSEN
ATRESIE CHOANEN
Choanen = openingen tussen neus en pharynx ➔ dieren
ademen via de neus. Atresie = niet aangelegd zijn, doorgang
is afgesloten ➔ gaan via de mond moeten ademen. Gaan
vaak snel spontaan sterven, kans op verslikkingspneumonie.
Komt heel zelden voor maar we zien het af en toe is bij
alpaca’s voorkomen.
Niet altijd zichtbaar: verzwakken, niet drinken,….
Rood = choanen
NEUSVLOEI EN RHINITIS
Secundair bacterieel ➔ mucopurulente
neusvloei.
Opgelet kan van dieper komen, neusvloei
niet perse locatie in de neus.
• sereus
o sereuze klieren zijn de eerste die gaan reageren
• catarraal (muceus)
o slijmbeker hyperplasie, meer muceus worden
• purulent
o komt weinig voor
o synoniem suppuratie
• mucopurulent
• hemorragisch
• lymfoplasmacytair ➔ allergische reactie, infiltratie dat continue
irritatie en inflammatie geeft van de neus mucosa
Niet enkel focussen op type van neusvloei maar ook is dieper gaan kijken.
Mucus = rood. Veel lymfocyten en plasmacellen met eosinofielen (blauw).
Zal van een paard zijn ➔ eosinofielen bevatten grote granules. Eosinofielen
zichtbaar op histologie ➔ aanwijzing allergie of parasitair.
, 4
• Fibrineuze/fibrinonecrotiserende rhinitis ➔ zien we weinig
• Vreemd voorwerp rhinitis
o Granulomateus ➔ niet altijd vvp maar wel prioritair
bij de neus
• Mycotische rhinitis
o Nasale aspergillose
o Mucupurulente neusvloei ➔ het is een chronische
probleem
o Ontstekingsreactie ➔ beschadiging aan de mucosa:
fibrinonecrotiserende en purulente rhinitis
▪ Conidio sporen kan je enkel zien bij contact
met lucht op histologie, in het weefsel
enkel de hyfen zichtbaar
▪ DDx tumoren, schimmels zitten meer
oppervlakkig
▪ Vaak ook sinussen mee betrokken, kan
beginnen uitbreiden
• Allergische rhinitis
o Vaak een chronische problemen met eosinofielen in het exsudaat
o Cytologie neusvloei ➔ eosinofielen massaal zichtbaar
o Kan van sereus tot cattaraal mucusproductie zijn
• Lymfoplasmacytaire rhinitis
o Kan verschillende oorzaken hebben
o Bilateraal
o Mucusproductie
o Behandelen met cortico
o Trilhaarcellen gaan zich omvormen ➔ meerlagig onverhoornd plaveiselepitheel = squameuze
metaplasie
• Verdere evolutie
o Squameuze metaplasie
o Atrofie epitheel & kliertjes
o Fibrose
o Ulceratie
o Nasofaryngeale poliep, zie groen
▪ Zien we vnl bij katten door chronische
inflammatoire reacties
▪ Poliep = uitstulpingen van weefsel omgeven door epitheel, in principe goedaardig
maar zou eventueel secundair inflammatie problemen kunnen geven
o Conchae destructie
o Neus deviatie
o Sinusitis
o Osteomyelitis
o Meningitis
o Otitis
o Depigmentatie
neusspiegel
▪ Typisch bij chronische problemen: neus uitvloei ➔ proteolytische enzymen die zorgen
voor beschadiging van melanocyten
o Epiphora ➔ verstoorde afvoer tranen