Inleiding in de school- en pedagogische psychologie
1. Het contextueel referentiekader
1.1. Inleiding
1.2. Grondlegger van het contextueel gedachtegoed:
Böszorményi-Nagy
- Hongaarse psychiater
- Juristenfamilie
- Begeleiding vh individu: niet alleen gezin, ook bredere familiesysteem en
vorige generaties betrekken
Intergenerationele benadering = individuele problemen w begrepen uit zaken
die id lijn v generaties w doorgegeven
Sterk accent op:
- Geschiedenis ve gezin
- Manier waarop patronen zich dr de generaties heen herhalen
Contextueel genoemd omdat problemen id ‘context’ vd familiegeschiedenis
w geplaatst
Nagy combineert:
- Psychoanalytische ideeën
- Systeemtheoretische invalshoeken
Ingebed in een existentialistische filosofie met een ethische dimensie (overstijgt
psychologisch toetsbare theorievorming)
1.3. Uitgangspunten en basisbegrippen uit het contextueel
begeleiden
1.3.1. Vier dimensies
1.3.1.1. Eerste dimensie: de feiten
- Belangrijke feiten die iemands leven beïnvloeden
o Objectieve gegevens die echt waar zijn
Vb. echtscheiding, ziekte of gezondheid, …
o Soms een belangrijke verklaring vr het gedrag
o Geïnterpreteerd uit ieders eigen context gevolg: leidt tot gedrag
Sommige feiten hebben een beschadigend effect: onrecht
- Verdelend onrecht: onrecht waar niemand direct schuld heeft of
verantwoordelijk vr is
o Vb. Obe’s ouders zijn beide sinds hun geboorte doofstom. De
doofheid v beide ouders heeft zijn jeugd beïnvloed. Hij zegt: “Wij
zijn de oren v mijn ouders, maar dat kan ook niet anders.”
- Verdelgend onrecht : onrecht en leed dat mensen elkaar bewust of
onbewust aandoen, iemand is verantwoordelijk vr wat gebeurd is of
aangedaan
1
, o Vb. De vader van Julia heeft in een v zijn dronken buien een ernstig
auto-ongeval veroorzaakt. Als gevolg moet hij enkele maanden nr
de gevangenis.
1.3.1.2. Tweede dimensie: de psychologie
- Zuiver subjectief
- Doel = inzicht krijgen id wijze waarop iemand feiten verwerkt(e) én de
gevolgen daarvan vr persoonlijkheidsontwikkeling
- Karakter, persoonlijkheid, verlangens, behoeften, overlevingsmechanismen
horen hier thuis
- (!) noodzakelijke hulpbron = kennis vd (ontwikkelings)psychologie
Belangrijke vragen:
- Hoe heeft iemand feiten beleefd?
- Wat hebben deze met iemand gedaan?
- Hoe heeft iemand belangrijke gebeurtenissen verwerkt?
- Hoe denkt iemand over zichzelf, anderen en de wereld?
Vb. Zolang hij zich kan herinneren heeft Flor al last v
minderwaardigheidsgevoelens. Thuis, lagere en middelbare school en nu ook bij
hogere studies. Altijd voelt hij zich minder leuk, minder aardig en minder
bekwaam dan anderen.
Vb. Vader v Lou en Anna onderging 3 jaar geleden een geslachtverandering.
Wanneer ze daarop terugkijken vindt Lou het erg dapper en is ze trots op het
proces. Anna schaamde zich vroeger al en probeert nog steeds te vermijden dat
vrienden haar vader ontmoeten.
1.3.1.3. Derde dimensie: de interacties
- Centraal = interactie- en communicatiepatronen binnen gezinssysteem
- Interacties = patronen v waarneembaar gedrag, interactie en
communicatie, tss pers.:
o Gezinsstructuren
o Systeemregels
o Feedbackmechanismen
o Zondebokmechanismen
o Coalitievorming
o Machtsstructuren
Belangrijke vragen:
- Hoe gaat dit gezin met bepaalde feiten om?
- Hoe communiceren de betrokkenen met elkaar?
- Zijn emoties bespreekbaar?
- Wie bepaalt de regels en op welke manier?
- Hoe is de relatie ve kind met de papa? Met de mama?
Vb. Op vrijdagmiddag belt de school van Liam (16), hij is vr de 3 e keer binnen een
week uit de klas gezet. Zijn vader ontploft, terwijl z’n moeder probeert te sussen.
2
,Het lukt de ouders niet om samen over de situatie te praten. De rest vh weekend
is er een beladen sfeer thuis.
3
, 1.3.1.4. Vierde dimensie: de relationele ethiek (existentieel-ethisch)
- Overstijgt gewone psychologie en psychotherapie
- Hoort bij ons ‘mens-zijn’: op loyale, betrouwbare manier met elkaar
omgaan
- Kinderen en ouders:
o Onverbrekelijk horend bij elkaar
o Loyaal
o Kinderen hebben ‘recht’ op zorg: existentieel bestaansrecht
o Ouders zijn verantwoordelijk vr hun kinderen
- Nagy: teveel therapieën te sterke focus op persoonlijke groei/zelfrealisatie
en te weinig oog vr ‘winst’ vh zorgen vr iemand anders
o Zorgen vr ander gevoel v eigenwaarde en welzijn stijgt
= winst in je ‘bestaan’ als mens
Contextuele interventies zijn geënt op:
- Rechtvaardigheid vd relatie
- Relationele evenwicht tss geven en ontvangen v gepaste zorg
o Loyaliteit
o Vertrouwen en betrouwbaarheid
o Verdienste en schuld
o Invloeden v vorige generaties gebruik vr eigen levensproject
invloed op komende generaties (=legaat)
Kern v elke relatie:
- = zoeken en instandhouden vh evenwicht tss geven en ontvangen
- 4e dimensie: belangrijkste leidraad vr contextuele hv
- 4 dimensies zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden
Vb. Obe heeft dr de doofheid v z’n ouders al v jongs af aan veel dingen
zelfstandig moeten regelen die eigenlijk nog te moeilijk waren vr hem. Daarbij
kreeg hij vaak niet de gepaste hulp die hij nodig had. Ook was hij vaak
spreekbuis of tolk tss ouders en buitenwereld. Nu beseft hij dat dit te zwaar en te
veel was vr een jongen v zijn leeftijd.
Begrippen 4de dimensie
- Loyaliteit
- Roulerende rekening en destructief recht
1.3.1.5. De samenhang tussen de vier dimensies
Als contextueel hv analyse maken vd 4 dimensies
- In gesprek met cl: 1ste 3 dimensies verkennen
- Nadien consequenties bekijken
Dimensie: relationele ethiek overkoepelt de andere 3
dimensies
4
1. Het contextueel referentiekader
1.1. Inleiding
1.2. Grondlegger van het contextueel gedachtegoed:
Böszorményi-Nagy
- Hongaarse psychiater
- Juristenfamilie
- Begeleiding vh individu: niet alleen gezin, ook bredere familiesysteem en
vorige generaties betrekken
Intergenerationele benadering = individuele problemen w begrepen uit zaken
die id lijn v generaties w doorgegeven
Sterk accent op:
- Geschiedenis ve gezin
- Manier waarop patronen zich dr de generaties heen herhalen
Contextueel genoemd omdat problemen id ‘context’ vd familiegeschiedenis
w geplaatst
Nagy combineert:
- Psychoanalytische ideeën
- Systeemtheoretische invalshoeken
Ingebed in een existentialistische filosofie met een ethische dimensie (overstijgt
psychologisch toetsbare theorievorming)
1.3. Uitgangspunten en basisbegrippen uit het contextueel
begeleiden
1.3.1. Vier dimensies
1.3.1.1. Eerste dimensie: de feiten
- Belangrijke feiten die iemands leven beïnvloeden
o Objectieve gegevens die echt waar zijn
Vb. echtscheiding, ziekte of gezondheid, …
o Soms een belangrijke verklaring vr het gedrag
o Geïnterpreteerd uit ieders eigen context gevolg: leidt tot gedrag
Sommige feiten hebben een beschadigend effect: onrecht
- Verdelend onrecht: onrecht waar niemand direct schuld heeft of
verantwoordelijk vr is
o Vb. Obe’s ouders zijn beide sinds hun geboorte doofstom. De
doofheid v beide ouders heeft zijn jeugd beïnvloed. Hij zegt: “Wij
zijn de oren v mijn ouders, maar dat kan ook niet anders.”
- Verdelgend onrecht : onrecht en leed dat mensen elkaar bewust of
onbewust aandoen, iemand is verantwoordelijk vr wat gebeurd is of
aangedaan
1
, o Vb. De vader van Julia heeft in een v zijn dronken buien een ernstig
auto-ongeval veroorzaakt. Als gevolg moet hij enkele maanden nr
de gevangenis.
1.3.1.2. Tweede dimensie: de psychologie
- Zuiver subjectief
- Doel = inzicht krijgen id wijze waarop iemand feiten verwerkt(e) én de
gevolgen daarvan vr persoonlijkheidsontwikkeling
- Karakter, persoonlijkheid, verlangens, behoeften, overlevingsmechanismen
horen hier thuis
- (!) noodzakelijke hulpbron = kennis vd (ontwikkelings)psychologie
Belangrijke vragen:
- Hoe heeft iemand feiten beleefd?
- Wat hebben deze met iemand gedaan?
- Hoe heeft iemand belangrijke gebeurtenissen verwerkt?
- Hoe denkt iemand over zichzelf, anderen en de wereld?
Vb. Zolang hij zich kan herinneren heeft Flor al last v
minderwaardigheidsgevoelens. Thuis, lagere en middelbare school en nu ook bij
hogere studies. Altijd voelt hij zich minder leuk, minder aardig en minder
bekwaam dan anderen.
Vb. Vader v Lou en Anna onderging 3 jaar geleden een geslachtverandering.
Wanneer ze daarop terugkijken vindt Lou het erg dapper en is ze trots op het
proces. Anna schaamde zich vroeger al en probeert nog steeds te vermijden dat
vrienden haar vader ontmoeten.
1.3.1.3. Derde dimensie: de interacties
- Centraal = interactie- en communicatiepatronen binnen gezinssysteem
- Interacties = patronen v waarneembaar gedrag, interactie en
communicatie, tss pers.:
o Gezinsstructuren
o Systeemregels
o Feedbackmechanismen
o Zondebokmechanismen
o Coalitievorming
o Machtsstructuren
Belangrijke vragen:
- Hoe gaat dit gezin met bepaalde feiten om?
- Hoe communiceren de betrokkenen met elkaar?
- Zijn emoties bespreekbaar?
- Wie bepaalt de regels en op welke manier?
- Hoe is de relatie ve kind met de papa? Met de mama?
Vb. Op vrijdagmiddag belt de school van Liam (16), hij is vr de 3 e keer binnen een
week uit de klas gezet. Zijn vader ontploft, terwijl z’n moeder probeert te sussen.
2
,Het lukt de ouders niet om samen over de situatie te praten. De rest vh weekend
is er een beladen sfeer thuis.
3
, 1.3.1.4. Vierde dimensie: de relationele ethiek (existentieel-ethisch)
- Overstijgt gewone psychologie en psychotherapie
- Hoort bij ons ‘mens-zijn’: op loyale, betrouwbare manier met elkaar
omgaan
- Kinderen en ouders:
o Onverbrekelijk horend bij elkaar
o Loyaal
o Kinderen hebben ‘recht’ op zorg: existentieel bestaansrecht
o Ouders zijn verantwoordelijk vr hun kinderen
- Nagy: teveel therapieën te sterke focus op persoonlijke groei/zelfrealisatie
en te weinig oog vr ‘winst’ vh zorgen vr iemand anders
o Zorgen vr ander gevoel v eigenwaarde en welzijn stijgt
= winst in je ‘bestaan’ als mens
Contextuele interventies zijn geënt op:
- Rechtvaardigheid vd relatie
- Relationele evenwicht tss geven en ontvangen v gepaste zorg
o Loyaliteit
o Vertrouwen en betrouwbaarheid
o Verdienste en schuld
o Invloeden v vorige generaties gebruik vr eigen levensproject
invloed op komende generaties (=legaat)
Kern v elke relatie:
- = zoeken en instandhouden vh evenwicht tss geven en ontvangen
- 4e dimensie: belangrijkste leidraad vr contextuele hv
- 4 dimensies zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden
Vb. Obe heeft dr de doofheid v z’n ouders al v jongs af aan veel dingen
zelfstandig moeten regelen die eigenlijk nog te moeilijk waren vr hem. Daarbij
kreeg hij vaak niet de gepaste hulp die hij nodig had. Ook was hij vaak
spreekbuis of tolk tss ouders en buitenwereld. Nu beseft hij dat dit te zwaar en te
veel was vr een jongen v zijn leeftijd.
Begrippen 4de dimensie
- Loyaliteit
- Roulerende rekening en destructief recht
1.3.1.5. De samenhang tussen de vier dimensies
Als contextueel hv analyse maken vd 4 dimensies
- In gesprek met cl: 1ste 3 dimensies verkennen
- Nadien consequenties bekijken
Dimensie: relationele ethiek overkoepelt de andere 3
dimensies
4