Inleiding psychodiagnostiek
DEEL 1: VERKENNING VAN HET TERREIN
1.Inleiding: wat is psychodiagnostiek?
Psychodiagnostiek = de wetenschap die erop gericht is om op een gefundeerde
manier informatie ve persoon en zijn omgeving te verzamelen met oog op
nemen v verantwoorde beslissingen
1.1. Het verzamelen van informatie over een persoon
en zijn omgeving
Info over een persoon, vb. neerslachtig zijn, gelukkig zijn, drive hebben om tot
iets te komen, …
Info over zijn omgeving, vb. draagkracht ve gezin, weerstand, …
Weerspiegelt psychologische eigenschappen, vb. stemming, motivatie,
intelligentie, …
Psychologische eigenschappen, kunnen … zijn:
- Toestanden/states: fluctuerend
- Trekken/traits: stabiel, vb. persoonlijkheid, intelligentie, …
Kenmerkend vr psychologische eigenschappen = CONSTRUCTEN
- Synoniemen: denkbeelden, gedachteconstructies
= betekenisvol geheel v innerlijke en uiterlijke kenm. waarvan we denken dat
ze aanwezig zijn
Vb. iemand roept en zegt dat die gefrustreerd is = in construct: verbale
agressie
Vb. iemand scheldt maar heeft tics of Gilles de la Tourette = geen verbale
agressie
(!!) constructen zijn hypothetisch
- Want sommige zaken kennen we niet: innerlijke dimensie, vb. stemming,
motivatie, agressie, … = niet rechtstreeks waarneembaar
o Fysieke kenmerken, vb. lengte = wél waarneembaar
Constructen impliceren:
1. Uitspraken v constructen tentatieve formulering
a. Vb. Waarom begint Lotte sneller aan huiswerk dan Ans? Dan kan
motivatie ad basis liggen daarvan, maar zeker zijn we dat niet.
2. Psychologische eigenschappen op wetenschappelijk verantwoorde manier
meetbaar maken = operationaliseren
1
, 1.2. Gericht op het kunnen nemen van verantwoorde
beslissingen
Verzamelen v info = geen doel op zich
- Psychodiagnostiek gericht om uitspraken te doen op basis waarvan
bepaalde beslissingen kunnen genomen w
Vb. opstarten v medicatie, aanbieden v vaardigheidstraining of coachingstraject,
…
Doel v onderzoek op vier niveaus
1. Beschrijven
= in kaart brengen v bepaalde kenmerken ve persoon en omgeving
Vb. na verkeersaccident heeft Sama het steeds lastiger met plannen en
organiseren
Vb. er is geen open communicatie binnen dit gezin
Elke beschrijving kan leiden tot een beslissing
Vb. Sama is directiesecretaresse dus verder onderzoeken of zij obv
problemen misschien beter v dienst veranderd?
2. Ordenen (of classificeren)
= eigenschappen gereduceerd tot hanteerbare patronen
gevolg: tot klinisch beeld of diagnose komen
Gevolg: voorstel v best passende aanpak/behandeling
Vb. Kampt Gitte met een burn-out of sluimert er een depressie?
Vb. Wat zijn de ondersteunende krachten id omgeving v Mo?
Ordening aanbrengen dr classificatiesystemen
- Dimensioneel
o KOP-model: klachten, omstandigheden en persoonskenmerken w
opgenomen
Doel = deze vormen tot basis vr opstarten v kortdurende
behandeling
Focus: zelfredzaamheid vd cliënt
Naam cliënt: Mories (40j)
Klachten Slecht slapen, weinig kunnen genieten, weinig eetlust, …
Omstandighe Was tot voor kort gehuwd met Janne, ongewenst kinderloos,
den …
Persoon Groot verantwoordelijkheidsgevoel,
- Categoriaal
o DSM-V = biedt gedetailleerd overzicht v alle officieel erkende
mentale stoornissen + noodzakelijke vereisten om tot diagnose te
komen
o Voordeel? Helder en eenduidige registratie en communicatie
Kanttekening: weinig ruimte vr variatie en nuance
2
,Classificatiesysteem die gedrag niet ordenen volgens stoornis, wel obv
functioneren:
- ICF = international classification system of functioning, disabilities and
health
o Focus op hele fysieke en mentale functioneren ve persoon + wat
moeilijk én goed loopt
3. Verklaren
= zoeken nr mogelijke oorzaken v wat er binnen de persoon of omgeving omgaat
Vb. Waaraan kan het liggen dat Lou onderpresteert op het werk?
Vb. Hoe komt het dat Sander zijn aandacht verliest id klas?
4. Voorspellen
= kijken hoe het gedrag id toekomst zal evolueren
Vb. In hoeverre is Liam in staat om de studierichting v zijn keuze te
volgen?
Vb. Wat is de kans dat Anna opnieuw tot criminele feiten overgaat?
1.3. Op een gefundeerde manier
Enkel ‘grondige’ informatie verzamelen = niet voldoende (!)
- Bepaalde methodiek hanteren + wetenschappelijk onderbouwd zijn
1.3.1. Psychodiagnostische methoden
Twee dimensies:
1. Vooraf bepaalde structuur: vrij of gestructureerd
o Vrij = zelf bepalen hoe procedure loopt
Vb. informeel gesprek
o Gestructureerd = bestaand instrument gebruiken
Vb. intelligentietest
Maar ook veel tussenvormen (!)
2. Kwalitatief tot kwantitatief
o Kwantitatieve methoden: uitkomst in cijfers
o Kwalitatieve methoden: uitkomst in woorden en beschrijvend
Algemeen:
- Minder gestructureerde instrumenten vaker kwalitatieve methoden
- Gestructureerde instrumenten vaker kwantitatieve methoden
1.3.2. Wetenschappelijke onderbouwing
Inhoudelijk-theoretische aspect
Technisch-kwalitatieve eigenschappen
Methoden moeten voldoen aan bepaalde zaken: psychometrische kwaliteiten
- Betrouwbaarheid = standvastigheid vd meting
- Validiteit = meet je wat je beoogt te meten?
A = niet betrouwbaar, niet valide
B = betrouwbaar, niet valide
C = betrouwbaar en valide
3
, Validiteit is altijd betrouwbaar
Betrouwbaarheid wil niet zeggen dat het valide is
4
DEEL 1: VERKENNING VAN HET TERREIN
1.Inleiding: wat is psychodiagnostiek?
Psychodiagnostiek = de wetenschap die erop gericht is om op een gefundeerde
manier informatie ve persoon en zijn omgeving te verzamelen met oog op
nemen v verantwoorde beslissingen
1.1. Het verzamelen van informatie over een persoon
en zijn omgeving
Info over een persoon, vb. neerslachtig zijn, gelukkig zijn, drive hebben om tot
iets te komen, …
Info over zijn omgeving, vb. draagkracht ve gezin, weerstand, …
Weerspiegelt psychologische eigenschappen, vb. stemming, motivatie,
intelligentie, …
Psychologische eigenschappen, kunnen … zijn:
- Toestanden/states: fluctuerend
- Trekken/traits: stabiel, vb. persoonlijkheid, intelligentie, …
Kenmerkend vr psychologische eigenschappen = CONSTRUCTEN
- Synoniemen: denkbeelden, gedachteconstructies
= betekenisvol geheel v innerlijke en uiterlijke kenm. waarvan we denken dat
ze aanwezig zijn
Vb. iemand roept en zegt dat die gefrustreerd is = in construct: verbale
agressie
Vb. iemand scheldt maar heeft tics of Gilles de la Tourette = geen verbale
agressie
(!!) constructen zijn hypothetisch
- Want sommige zaken kennen we niet: innerlijke dimensie, vb. stemming,
motivatie, agressie, … = niet rechtstreeks waarneembaar
o Fysieke kenmerken, vb. lengte = wél waarneembaar
Constructen impliceren:
1. Uitspraken v constructen tentatieve formulering
a. Vb. Waarom begint Lotte sneller aan huiswerk dan Ans? Dan kan
motivatie ad basis liggen daarvan, maar zeker zijn we dat niet.
2. Psychologische eigenschappen op wetenschappelijk verantwoorde manier
meetbaar maken = operationaliseren
1
, 1.2. Gericht op het kunnen nemen van verantwoorde
beslissingen
Verzamelen v info = geen doel op zich
- Psychodiagnostiek gericht om uitspraken te doen op basis waarvan
bepaalde beslissingen kunnen genomen w
Vb. opstarten v medicatie, aanbieden v vaardigheidstraining of coachingstraject,
…
Doel v onderzoek op vier niveaus
1. Beschrijven
= in kaart brengen v bepaalde kenmerken ve persoon en omgeving
Vb. na verkeersaccident heeft Sama het steeds lastiger met plannen en
organiseren
Vb. er is geen open communicatie binnen dit gezin
Elke beschrijving kan leiden tot een beslissing
Vb. Sama is directiesecretaresse dus verder onderzoeken of zij obv
problemen misschien beter v dienst veranderd?
2. Ordenen (of classificeren)
= eigenschappen gereduceerd tot hanteerbare patronen
gevolg: tot klinisch beeld of diagnose komen
Gevolg: voorstel v best passende aanpak/behandeling
Vb. Kampt Gitte met een burn-out of sluimert er een depressie?
Vb. Wat zijn de ondersteunende krachten id omgeving v Mo?
Ordening aanbrengen dr classificatiesystemen
- Dimensioneel
o KOP-model: klachten, omstandigheden en persoonskenmerken w
opgenomen
Doel = deze vormen tot basis vr opstarten v kortdurende
behandeling
Focus: zelfredzaamheid vd cliënt
Naam cliënt: Mories (40j)
Klachten Slecht slapen, weinig kunnen genieten, weinig eetlust, …
Omstandighe Was tot voor kort gehuwd met Janne, ongewenst kinderloos,
den …
Persoon Groot verantwoordelijkheidsgevoel,
- Categoriaal
o DSM-V = biedt gedetailleerd overzicht v alle officieel erkende
mentale stoornissen + noodzakelijke vereisten om tot diagnose te
komen
o Voordeel? Helder en eenduidige registratie en communicatie
Kanttekening: weinig ruimte vr variatie en nuance
2
,Classificatiesysteem die gedrag niet ordenen volgens stoornis, wel obv
functioneren:
- ICF = international classification system of functioning, disabilities and
health
o Focus op hele fysieke en mentale functioneren ve persoon + wat
moeilijk én goed loopt
3. Verklaren
= zoeken nr mogelijke oorzaken v wat er binnen de persoon of omgeving omgaat
Vb. Waaraan kan het liggen dat Lou onderpresteert op het werk?
Vb. Hoe komt het dat Sander zijn aandacht verliest id klas?
4. Voorspellen
= kijken hoe het gedrag id toekomst zal evolueren
Vb. In hoeverre is Liam in staat om de studierichting v zijn keuze te
volgen?
Vb. Wat is de kans dat Anna opnieuw tot criminele feiten overgaat?
1.3. Op een gefundeerde manier
Enkel ‘grondige’ informatie verzamelen = niet voldoende (!)
- Bepaalde methodiek hanteren + wetenschappelijk onderbouwd zijn
1.3.1. Psychodiagnostische methoden
Twee dimensies:
1. Vooraf bepaalde structuur: vrij of gestructureerd
o Vrij = zelf bepalen hoe procedure loopt
Vb. informeel gesprek
o Gestructureerd = bestaand instrument gebruiken
Vb. intelligentietest
Maar ook veel tussenvormen (!)
2. Kwalitatief tot kwantitatief
o Kwantitatieve methoden: uitkomst in cijfers
o Kwalitatieve methoden: uitkomst in woorden en beschrijvend
Algemeen:
- Minder gestructureerde instrumenten vaker kwalitatieve methoden
- Gestructureerde instrumenten vaker kwantitatieve methoden
1.3.2. Wetenschappelijke onderbouwing
Inhoudelijk-theoretische aspect
Technisch-kwalitatieve eigenschappen
Methoden moeten voldoen aan bepaalde zaken: psychometrische kwaliteiten
- Betrouwbaarheid = standvastigheid vd meting
- Validiteit = meet je wat je beoogt te meten?
A = niet betrouwbaar, niet valide
B = betrouwbaar, niet valide
C = betrouwbaar en valide
3
, Validiteit is altijd betrouwbaar
Betrouwbaarheid wil niet zeggen dat het valide is
4