1. Inleiding:
Anatomie: de wetenschap van de vorm en bouw. Waaronder cytologie en histologie.
• Macroscopische anatomie
• Microscopische anatomie
• Submicroscopische anatomie
o Hoofd, hals, romp en ledematen.
Fysiologie: de wetenschap die de normale werking en eigenschappen bestudeert.
- Werking organen
- Wijze waarop ze elkaar beïnvloeden
- Reacties lichaam op omgeving
o Verschillende organenstelsels waarbij de functie voorop staat.
2 categorieën:
1. Vegetatieve/ autonome/ onwillekeurige verrichtingen
a. Ademhaling
b. Opname voedsel
c. Stofwisseling (metabolisme)
d. Lichaamstemperatuur regeling
e. Excretie afvalstoffen
f. Transport via bloed
Autonoom zenuwstelsel & endocrien stelsel
2. Animale/ willekeurige verrichting
a. Voortplanting
b. Contact omgeving via zintuigen
c. Bewegingen
Centraal zenuwstelsel
Topografie:
I. Sagitaal: linker- en rechterdeel
II. Frontaal: voorste en achterste deel
III. Transversaal: bovenste en onderste deel
Ventraal Naar buikzijde, voor Craniaal Naar hoofd, boven
Dorsaal Naar rugzijde, achter Mediaal Naar midden
Proximaal Dichter bij romp Lateraal Naar zijvlakken
Distaal Verwijderd van romp Caudaal Naar bekken
Anterior Naar voor Superior Hoger
Posterior Naar achter Inferior Lager
Superficialis Oppervlakig
2. Het skelet:
Kraakbeenweefsel:
I. Kraakbeen: tussenstof is kraakbeenlijm (chondrine). De kraakbeencellen (chondrocyten) hebben
een kapsel of celhof. Het kraakbeen is omgeven door een kraakbeenvlies (vezelig bindweefsel).
A. Hyalien of lasachtig kraakbeen
B. Elastisch kraakbeen
C. Vezelig kraakbeen
1
, Functies:
- Steun
- Glijvlak
- Groei van lange beenderen
Beenweefsel:
Samenstelling:
a. Stamcellen gelegen op buitenbeenvlies/ periosteum en binnenbeenvlies/ endosteum. Uit
stamcellen ontwikkelen osteoblasten, osteoclasten en ostecyten
b. Osteoblasten = beenvormers: bouwen bot op & evolueren naar osteocyten.(collageen)
c. Osteoclasten = beenvreters (meerkernig): kan door lage pH collageen afbreken.
Beenweefsel: dynamisch weefsel; voortdurende beenopbouw en beenafbraak.
1 Activiteit osteoblasten > activiteit osteoclasten
10 Bot aanmaak per leeftijd
→ hormonen onderdrukken werking osteoclasten
2 Activiteit osteoblasten = activiteit osteoclasten
3 Activiteit osteoblasten < activiteit osteoclasten 5
1 2 3
Tekening: 0
0j 30 j 50 j 100 j
1. Epifyse (proximaal)
2. Diafyse
3. Epifyse (distaal)
4. Kraakbeen
5. Sponsachtige beenstructuur
6. Bloedvaten
7. Epifysaire groeischijf
> groeischijf dicht door hormonen
8. Beenmerg (aanmaak nieuwe bloedcellen)
9. Endosteum
10. Compacte beenstructuur
11. Periosteum
Functies:
A. Bescherming organen
B. Vormt aanhechting skeletspieren
C. Beweging
D. Opslagplaats mineralen
i. Calcium
II. Calcium
Calcium huishouding:
o Opname calcium → voeding
o Opname calcium bloedbaan vanuit darm
➢ Nieren → urine / darm → facies
➢ Beenweefsel
▪ Mineralisatie: te veel calcium dus opslag in bot
▪ Demineralisatie: te kort calcium naar bloedbaan vanuit bot
2
, Invloeden op calciumconcentratie in bloed:
Hormonen Organen
Parathormoon (PT) → Darm
(Vit. D3) → Bloed Bot (demineralisatie)
Calcitonine (CT) → Bot (mineralisatie)
→ Nieren
Hormonale regeling v/d calcium concentratie in het bloed:
Te lage calcium concentratie: Te hoge calcium concentratie:
Bijschildklier Schildklier >
> PT loslaten CT loslaten
Nieren Bot Darm Nieren Bot
Secretie Resorptie Secretie
verlagen
Demineralisatie
verhogen Mineralisatie
verhogen
Vorming
van vitamine D3:
Cholesterol (celmembraan) – (UV) → niet-actief Vit. D3 – (lever & nieren) → actief Vit. D3
+ Lood en sommige andere toxische stoffen: opname en afname door bot
zoals calcium.
+ Radioactieve elementen: opname door bot → botkanker
+ Fluoride: opname bot → bevordert beenvorming
IV. Beenmerg
Rood beenmerg:
produceert rode bloedcellen, deel van witte bloedcellen en bloedplaatjes.
Geel beenmerg:
opslagplaats van vet.
*Beenmergpunctie → heup → platte beenstructuur
De wervelzuil:
Wervelkolom (columna vertebralis) vormt de basis van de stam van het
lichaam. Het is samengesteld uit 33-34 wervels (vertebrae) en
tussenwervelschijven (disci intervertebrales).
a: Halswervels (7 vertebrae cervicales)
b: Borstwervels (12 vertebrae thoracicae)
c: Lendenwervels (5 vertebrae lumbales)
d: Heiligbeen (os sacrum = 5 vergroeide vertebrae sacrales)
e: Staartbeen (os coccygis = 3 tot 5 vergroeide vertebrae coccygeae)
Tussen wervellichamen ligt kraakbenige tussenwervelschijven (discus intervertebralis) zorgt
voor buigbaarheid. In wervelkanaal (canalis vertebralis) is het ruggenmerg gelegen.
*Cerobrospinaal vocht afname → Lumbale wervels tss L3 en L4 omdat bij L1 ruggenmerg
stopt.
3
, a. Doornuitsteeksel (processus spinosus)
b. Paar dwarse uitsteeksels
c. Wervelkanaal
d. Wervelboog
e. Wervellichaam
f. Paar dwarse uitsteeksels
g. Paar dwarse uitsteeksels
h. Doornuitsteeksel
De ribben:
a Ware ribben e Lichaam (corpus)
b Valse ribben f Zwaardvormig uitsteeksel
(processus xiphoideus)
c Zwevende ribben g Borstbeen/sternum
d Handvat (manubrium) h Sleutelbeen
Functie:
Beschermt organen in borstholte en belangrijke rol bij
ademhaling.
Borstbeen (sternum):
Bevat veel rood beenmerg, ligt onder de huid dus makkelijk te
bereiken (beenmergpunctie).
Schoudergordel:
1. Sleutelbeen (cavicola)
2. Schouderblad (scapula)
3. Opperarm (humerus)
4. Ellepijp (ulna)
5. Handwortelbeentjes (carpals)
6. Middenhandsbeentjes (metocarpals)
7. Vingerkootjes (phalanges)
8. Spaakbeen (radius)
Bekkengordel (pelvis): darmbeen (os illium), zitbeen (os ischium),
schaambeen (os pubis)
Bestaat uit 2 heupbeenderen die verbonden zijn door een kraakbeenstuk en ligamenten.
2 heupbeenderen, heiligbeen en staartbeen = bekken (pelvis)
- Grote bekken (bovenste deel)
- Kleine bekken (onderste deel)
- Zwangerschap: ligamenten worden week door hoge
waarden hormonen.
Bekken instabiliteit → ligamenten herstellen zich niet na zwangerschap.
4