HOOFDSTUK 1
• De ‘markt’ van Benetton: alle huidige/potentiële geïnteresseerden in het kopen
van nieuwe merkkledingstukken.
• Personen die elke twee jaar een nieuwe occasie kopen genereren iedere twee
jaar winst en omzet voor het bedrijf. Ook op het onderhoud kan zo verdiend
worden. à CLV ligt hoger dan bij mensen die één keer een nieuwe auto kopen,
want er zijn meer transacties
(maar: omzet/winst per klant hoogstwaarschijnlijk wat lager dan bij de klanten die
nieuwe auto’s kopen)
• Consumer generated marketing: consumenten denken mee over de marketing,
met name over het product en het merk.
• Non-profitorganisaties = organisaties met een maatschappelijk doel, die
financieel gezond moeten zijn maar geen winst nastreven (bv. ziekenhuizen,
musea, politie,…) à maken ook gebruik van marketing
• Een waardepropositie is het pakket aan voordelen dat je de beoogde klant biedt
en dat voorziet in zijn of haar behoefte.
• Door bij te dragen aan een goed doel, creëert een bedrijf waar voor al haar
klanten.
• De eisen van een goed geformuleerde missie: realistisch, specifiek, gebaseerd op
onderscheidende competenties en motiverend.
• Het productconcept gaat ervanuit dat consumenten de voorkeur geven aan
producten die de beste kwaliteit, prestatie en functies bieden.
• In de meeste markten overtreft het aanbod te vraag (m.a.w.: de meeste markten
zijn kopersmarkten). Kopers hebben meer macht en verkopers moeten meer
actieve marketing doen om hun spullen te verkopen en maken daarom ook meer
reclame.
• De essentie van marketing is waarde creëren en in ruil daarvoor waarde
ontvangen.
• Bedrijven kunnen niet in hun eentje waarde creëren. Ook toeleveranciers en
tussenverkopers zijn van groot belang. Ook concurrenten kunnen de prestaties
van een bedrijf beïnvloeden.
• Customer equity is vanuit marketingoogpunt een betere maatstaf voor de
prestaties van een bedrijf dan omzet/winst. Deze laatste twee zijn namelijk
eerder belangrijke cijfers voor AH’ers en financiers.
• De gepercipieerde waarde van een product hangt af van de beleving van de
consument. Als een product van een populair merk is, kan dit deze waarde sterk
doen stijgen.
,• Marketingmix vanuit consumentperspectief: de 4 C’s (customer needs and
wants, convenience, communication, cost-to-customer)
• Geïntegreed marketingprogramma = organisaties creëren voor de gekozen
doelgroep een waardepropositie waarbij de 4P’s (= de
marketingmixinstrumenten) op samenhangende wijze worden ingevuld.
• Van hoog naar laag: concern/onderneming > SBU/werkmaatschappij >
productgroep/markt
• Abell-diagram: 3 dimensies, nl. afnemersgroepen, -behoeften en alternatieve
oplossingen.
Geeft zicht op het business domain van een organisatie
• Accountability = het inzichtelijk maken en aantonen van de e`ecten van
marketinginspanningen.
• Klantengroepen:
Echte vrienden: mogelijk zeer rendabel, waarschijnlijk loyaal
Vlinders: mogelijk zeer rendabel, waarschijnlijk minder loyaal
Plakker: mogelijk minder rendabel, waarschijnlijk zeer loyaal
Vreemdelingen: mogelijk minder rendabel, waarschijnlijk minder loyaal
• Strategische planning: het proces waarin de aanpak van het bedrijf voortdurend
optimaal wordt afgestemd op veranderende marketingskansen, uitgaande van de
doelstellingen en capaciteiten van het bedrijf.
• CRM: het totale proces van het opbouwen en onderhouden van rendabele
relaties met klanten door klanttevredenheid te genereren en door middel van
superieure waarde voor de klant.
(dus niet enkel het doel om grote aantallen transacties af te sluiten)
• Online marketing groet het snelst.
• Door een uitgebreider aanbod kan een bedrijf een groter klantaandeel verkrijgen
en zo ook een hogere CLV.
• Banken als ING, Rabobank, ABN AMRO,… -> maatschappelijk marketingconcept:
spelen belangrijke rol in het welzijn van klanten en samenleving.
• Door extra opties, zoals foto’s maken met mobiele telefoon, toe te voegen aan
een product, wordt de gepercipieerde waarde van dit product verhoogd.
• Vraag ontstaat wanneer er voldoende koopkrach is om in wensen te voorzien.
Behoeften kunnen dan vervuld worden.
• Klanttevredenheid is er wanneer de prestaties van een product overeenkomen
met de verwachtingen van een klant (of deze zelfs overtre`en)
• Een missie formuleert de bestaansreden van een onderneming.
• Doel van transacties in een door marketingfilosofie geleid bedrijf: dat de klant
tevreden is over zijn aankoop en dat het bedrijf tevreden is over de opbrengst.
• Mondialisering: “de wereld wordt steeds kleiner” à afstanden worden korter en
internationale handel wordt gemakkelijker
, • Indien men een duidelijk beeld heeft gevormd over het type product, maar hier
nog niet het budget voor heeft, dan heeft men een wens
• De 4 P’s en C’s:
Product à Customer needs and wants
Prijs à Cost to the customer
Plaats à Convenience
Promotie à Communication
• Product: kwaliteit, verpakking, garantie
Prijs: reclame
Promotie: actiekorting, betalingstermijn
Plaats: distributie-intensiteit, voorraad, locatie, assortiment
HOOFDSTUK 2
• De micro-omgeving wordt gevormd door de krachten in het bedrijf zelf. Het gaat
om zaken die het bedrijf kan beheersen of beïnvloeden.
• Generatie X (geboren tussen 1965 en 1976) is relatief voorzichtig omdat ze een
langere periode van werkloosheid en economische stagnatie heeft meegemaakt.
Ze zijn opgegroeid in een tijd van economische recessie en zijn voorzichtig bij het
doen van aankopen. Vaak zoeken ze zekerheid.
Bovendien bestaat deze generatie uit kinderen van werkende ouders en hebben
ze zelf meer traditionele gezinnen gesticht. Ze maken zich zorgen om het milieu
en staan positief tegenover bedrijven met maatschappelijke
verantwoordelijkheid. Bedrijven die dus (naast winstgeneratie) ook willen werken
aan een rechtvaardige samenleving, zullen deze generatie dus aanspreken.
• Benchmarking is het proces waarin de producten en processen van een bedrijf
op regelmatige basis worden vergeleken met die van de concurrent of van
toonaangevende bedrijven in andere bedrijfstakken die op vergelijkbare aspecten
het beste presteren, met als doel om de kwaliteit en de prestaties te verbeteren.
• Een embargo is een volledig verbod op het importeren van bepaalde producten.
• De sociaal-culturele omgeving bestaat uit krachten die de elementaire waarden
en normen, de perceptie, de voorkeuren en het gedrag van de mensen in een
samenleving beïnvloeden.
• Producten die op het generieke concurrentieniveau met elkaar concurreren,
voorzien in eenzelfde behoefte van de consument.
• Bij omgevingsmanagement gaat een bedrijf actief publieksgroepen en krachten
in de marketingomgeving beïnvloeden. Er wordt dan gelobbyd en media worden
ingeschakeld. Soms worden zelfs rechtszaken gestart.
• Generatie Y bevat de mensen geboren tussen 1977 en 2000. Dit is de eerste
generatie die is opgegroeid met computers, mobiele telefoons,….