Je kunt een investeringsplan en een financieringsplan opstellen
P19 en 20
1. Investeringen en financiering
Het investeringsplan:
• Hoe heb ik geïnvesteerd?
• Wat heb ik nodig voor mijn bedrijf?
Vaste activa: (Gaan langer dan één jaar mee)
Gebouwen
Computers en overige apparatuur
Inventaris
Transsportmiddelen
Vlottende activa: (korter dan één jaar)
Voorraad goederen
Liquide middelen (kas of bank)
Debiteuren
Het financieringsplan:
Hoe bekostig ik mijn investeringen?
• Eigen vermogen:
Eigen geld (privé) of aandelen
• Vreemd vermogen:
Kort vreemd vermogen (één jaar) – rekening, courantkrediet, crediteuren (schuldeisers)
Lang vreemd vermogen (langer) – hypothecaire lening
Je kunt een eenvoudige balans samenstellen aan de hand van een verzameling gegevens
P21
2. Balans
Een balans is altijd in evenwicht!
De balans:
Activa (Debet) Passiva (Credit)
Welke investeringen heb ik gedaan? Hoe zijn de investeringen gefinancierd?
Het totaal is altijd in evenwicht!
Balans: overzicht van de bezittingen (bedrijfsmiddelen) en schulden (geldmiddelen) van je bedrijf.
Ø Twee zijden:
Links: activa à bedrijfsmiddelen à debet
Rechts: passiva à geldmiddelen à credit
Ø Balans is altijd ‘in balans’: linker en rechterkant altijd identiek bedrag onder de streep.
, Ø Balans is altijd momentopname, altijd datum
Eenvoudige balans
Relatie eigen vermogen en winst
EV (eigen vermogen) neemt toe als er:
• Winst wordt gemaakt
• Privé geld in de onderneming wordt gestort
(bij grote bedrijven: nieuwe aandelen worden uitgegeven)
EV neemt af als er:
• Verlies wordt gemaakt
• Er voor privé gebruik geld of andere zaken uit de onderneming worden gehaald
Privé
Privé stortingen & Privé onttrekkingen bij eenmanszaak:
• Hebben invloed op de liquide middelen (kas/bank)
• Invloed op het eigen vermogen van de onderneming
• Tellen niet als winst of verlies (NB verlies & winst sowieso niet direct zichtbaar op balans),
maar…..
• Op de RR (resultaatrekening
Passiva à creditkant (schuld)
Eigen vermogen (EV):
• Aandelen
• Afkomstig van eigenaar onderneming
Vreemd vermogen lang (VVL):
• Hypothecaire lening
Vreemd vermogen kort (VVK):
• Geld op de bank (rekening courantkrediet)
• Crediteuren (schuldeisers)
• Nog te betalen belastingen
Je kan een balans ordenen en lezen
Je begrijpt de relatie tussen de balans en de resultatenrekening
Relatie tussen de balans en de resultatenrekening
Resultatenrekening (RR): Opbrengsten – Kosten = Winst (of verlies)