AUTEURS
Smith & Smith
9th Edition
SAMENVATTING
Elements of Ecology
,Inhoud
Hoofdstuk 2 – Klimaat .......................................................................................................... 2
Hoofdstuk 4 – Landelijke omgeving ...................................................................................... 9
Hoofdstuk 6 – Aanpassing van planten aan het milieu ....................................................... 15
Hoofdstuk 7 – Aanpassingen van dieren aan de omgeving ................................................. 24
Hoofdstuk 16 – Structuur in de levensgemeenschap ......................................................... 30
Hoofdstuk 17 – Invloed van factoren op de levensgemeenschap ....................................... 39
Hoofdstuk 18 – Dynamiek binnen de levensgemeenschap................................................. 45
Hoofdstuk 20 – Ecosysteem energetica ............................................................................. 50
Hoofdstuk 21 - Decompositie en nutriëntenkringloop........................................................ 57
Hoofdstuk 22 – Biochemische kringlopen .......................................................................... 64
Hoofdstuk 23 – Ecosystemen op het land ........................................................................... 73
Hoofdstuk 26 - Grootschalige patronen van biologische diversiteit ................................... 80
Vragen om te oefenen ........................................................................................................ 83
,Hoofdstuk 2 – Klimaat
2.1 Netto straling
Zonne-energie is afkomstig van de zon in vorm van shortwave straling. Een deel reflecteert en
gaat terug de ruimte in. Dit kan direct in shortwave straling of het wordt eerst opgenomen en
gaat daarna terug de ruimte in via longwave straling. Een deel van de longwave straling w
geabsorbeerd door gassen in de atmosfeer en terug uitgestraald naar het aardopp
(broeikaseffect). Het verschil tussen shortwave straling en weggaande longwave straling is de
netto straling.
2.2 Seizoens straling
De hoeveelheid zonnestraling die door aarde w opgevangen, varieert met de breedtegraad
(latitude). Tropische gebieden nabij de evenaar ontvangen de grootste hoeveelheid
zonnestraling, terwijl hoge breedtegraden de minste ontvangen. Doordat aarde gekanteld is op
haar as en draait, he delen van de aarde seizoen verschillen. Er is wereldwijd temp verschil op
jaarbasis.
2.3 Circulatie in de atmosfeer
Van de evenaar tot aan de middelbare breedtegraden is er een jaarlijks overschot aan netto
straling, van middelbare breedtegraden tot aan de polen is er een tekort.
, Deze breedtegraad gradiënt voor netto straling zorgt voor wereldwijde (ww) patronen van
atmosferische circulatie. De draaiing van de aarde om haar as buigt lucht- en waterstromen af
naar rechts op het noordelijk halfrond en naar links op het zuidelijk halfrond. In elk halfrond
komen 3 cellen van ww luchtstroming voor.
2.4 Oceaan stroming
Het ww windpatroon en het Corolis-effect veroorzaken patronen in oceaanstroming. Elke
oceaan w gedomineerd door grote circulaire waterbewegingen, ofwel gyres. Deze gyres
bewegen met de klok mee op het noordelijk halfrond en tegen de klok in op het zuidelijk
halfrond.
Gyres: grote circulaire oceaanstromingen dei ontstaan door een combi van:
- Windpatronen (vooral passaatwinden en westerwinden)
- Het Corolis-effect (afbuiging van stroming door draai aarde)
- Ligging van continenten (die stroming omleiden).
Smith & Smith
9th Edition
SAMENVATTING
Elements of Ecology
,Inhoud
Hoofdstuk 2 – Klimaat .......................................................................................................... 2
Hoofdstuk 4 – Landelijke omgeving ...................................................................................... 9
Hoofdstuk 6 – Aanpassing van planten aan het milieu ....................................................... 15
Hoofdstuk 7 – Aanpassingen van dieren aan de omgeving ................................................. 24
Hoofdstuk 16 – Structuur in de levensgemeenschap ......................................................... 30
Hoofdstuk 17 – Invloed van factoren op de levensgemeenschap ....................................... 39
Hoofdstuk 18 – Dynamiek binnen de levensgemeenschap................................................. 45
Hoofdstuk 20 – Ecosysteem energetica ............................................................................. 50
Hoofdstuk 21 - Decompositie en nutriëntenkringloop........................................................ 57
Hoofdstuk 22 – Biochemische kringlopen .......................................................................... 64
Hoofdstuk 23 – Ecosystemen op het land ........................................................................... 73
Hoofdstuk 26 - Grootschalige patronen van biologische diversiteit ................................... 80
Vragen om te oefenen ........................................................................................................ 83
,Hoofdstuk 2 – Klimaat
2.1 Netto straling
Zonne-energie is afkomstig van de zon in vorm van shortwave straling. Een deel reflecteert en
gaat terug de ruimte in. Dit kan direct in shortwave straling of het wordt eerst opgenomen en
gaat daarna terug de ruimte in via longwave straling. Een deel van de longwave straling w
geabsorbeerd door gassen in de atmosfeer en terug uitgestraald naar het aardopp
(broeikaseffect). Het verschil tussen shortwave straling en weggaande longwave straling is de
netto straling.
2.2 Seizoens straling
De hoeveelheid zonnestraling die door aarde w opgevangen, varieert met de breedtegraad
(latitude). Tropische gebieden nabij de evenaar ontvangen de grootste hoeveelheid
zonnestraling, terwijl hoge breedtegraden de minste ontvangen. Doordat aarde gekanteld is op
haar as en draait, he delen van de aarde seizoen verschillen. Er is wereldwijd temp verschil op
jaarbasis.
2.3 Circulatie in de atmosfeer
Van de evenaar tot aan de middelbare breedtegraden is er een jaarlijks overschot aan netto
straling, van middelbare breedtegraden tot aan de polen is er een tekort.
, Deze breedtegraad gradiënt voor netto straling zorgt voor wereldwijde (ww) patronen van
atmosferische circulatie. De draaiing van de aarde om haar as buigt lucht- en waterstromen af
naar rechts op het noordelijk halfrond en naar links op het zuidelijk halfrond. In elk halfrond
komen 3 cellen van ww luchtstroming voor.
2.4 Oceaan stroming
Het ww windpatroon en het Corolis-effect veroorzaken patronen in oceaanstroming. Elke
oceaan w gedomineerd door grote circulaire waterbewegingen, ofwel gyres. Deze gyres
bewegen met de klok mee op het noordelijk halfrond en tegen de klok in op het zuidelijk
halfrond.
Gyres: grote circulaire oceaanstromingen dei ontstaan door een combi van:
- Windpatronen (vooral passaatwinden en westerwinden)
- Het Corolis-effect (afbuiging van stroming door draai aarde)
- Ligging van continenten (die stroming omleiden).