MC1: Wat is het hoofddoel van effleurages binnen de myofasciale therapie?
A. Verhogen van spierspanning
B. Bevorderen van hyperaemie
C. Verlagen van bloeddruk
D. Stimuleren van spiercontractie
MC2: Welke van de onderstaande is een absoluut contra-indicatie voor myofasciale therapie?
A. Spasme
B. Tumor buiten het te behandelen gebied
C. Koorts
D. Hypertensie
MC3: Wat is een typische indicatie voor het toepassen van mobilisaties?
A. Irreversibele ankylose
B. Reversibele kapsulaire beperking
C. Septische artritis
D. Actieve bloeding
MC4: Wat is het primaire doel van een huidroltechniek?
A. Ontspanning van het zenuwstelsel
B. Verbetering van spierkracht
C. Losmaken van verklevingen in de fascia
D. Tonisering van onderliggende spieren
MC5: Wat is de juiste volgorde van fasen bij bindweefselherstel?
A. Remodellering - Bloedingsfase - Proliferatiefase - Inflammatiefase
B. Inflammatiefase - Proliferatiefase - Remodellering - Bloedingsfase
C. Bloedingsfase - Inflammatiefase - Proliferatiefase - Remodellering
D. Proliferatiefase - Remodellering - Bloedingsfase - Inflammatiefase
, MC6: Welke uitspraak over triggerpunten is correct?
A. Ze zijn altijd zichtbaar als zwelling
B. Ze veroorzaken zelden uitstralingspijn
C. Ze veroorzaken bewegingsbeperking en spierzwakte
D. Ze bevinden zich uitsluitend in fascia
MC7: Wat is het effect van passieve mobilisatie tijdens de proliferatiefase?
A. Vertraagt wondheling
B. Kan adhesievorming bevorderen
C. Verbetert collageenproductie
D. Is altijd contra-geïndiceerd
MC8: Welke van onderstaande technieken behoort tot de passieve mobilisatievormen?
A. Pendeloefeningen
B. Actief met passief aandringen
C. Slingeroefeningen
D. Mechanische postuur
MC9: Wat is de functie van het toepassen van contractie van antagonisten van verkorte spieren?
A. Bevordert co-contractie
B. Faciliteert de stretch-reflex
C. Zorgt voor reciproke inhibitie
D. Verhoogt de bloeddruk lokaal
MC10: Welke mobilisatierichting is correct bij een palmairflexiebeperking van de pols met ulna als
mobiliserend botstuk?
A. Rol naar palmair - glijdt naar palmair
B. Rol naar palmair - glijdt naar dorsaal
C. Rol naar dorsaal - glijdt naar palmair
D. Rol naar dorsaal - glijdt naar dorsaal
A. Verhogen van spierspanning
B. Bevorderen van hyperaemie
C. Verlagen van bloeddruk
D. Stimuleren van spiercontractie
MC2: Welke van de onderstaande is een absoluut contra-indicatie voor myofasciale therapie?
A. Spasme
B. Tumor buiten het te behandelen gebied
C. Koorts
D. Hypertensie
MC3: Wat is een typische indicatie voor het toepassen van mobilisaties?
A. Irreversibele ankylose
B. Reversibele kapsulaire beperking
C. Septische artritis
D. Actieve bloeding
MC4: Wat is het primaire doel van een huidroltechniek?
A. Ontspanning van het zenuwstelsel
B. Verbetering van spierkracht
C. Losmaken van verklevingen in de fascia
D. Tonisering van onderliggende spieren
MC5: Wat is de juiste volgorde van fasen bij bindweefselherstel?
A. Remodellering - Bloedingsfase - Proliferatiefase - Inflammatiefase
B. Inflammatiefase - Proliferatiefase - Remodellering - Bloedingsfase
C. Bloedingsfase - Inflammatiefase - Proliferatiefase - Remodellering
D. Proliferatiefase - Remodellering - Bloedingsfase - Inflammatiefase
, MC6: Welke uitspraak over triggerpunten is correct?
A. Ze zijn altijd zichtbaar als zwelling
B. Ze veroorzaken zelden uitstralingspijn
C. Ze veroorzaken bewegingsbeperking en spierzwakte
D. Ze bevinden zich uitsluitend in fascia
MC7: Wat is het effect van passieve mobilisatie tijdens de proliferatiefase?
A. Vertraagt wondheling
B. Kan adhesievorming bevorderen
C. Verbetert collageenproductie
D. Is altijd contra-geïndiceerd
MC8: Welke van onderstaande technieken behoort tot de passieve mobilisatievormen?
A. Pendeloefeningen
B. Actief met passief aandringen
C. Slingeroefeningen
D. Mechanische postuur
MC9: Wat is de functie van het toepassen van contractie van antagonisten van verkorte spieren?
A. Bevordert co-contractie
B. Faciliteert de stretch-reflex
C. Zorgt voor reciproke inhibitie
D. Verhoogt de bloeddruk lokaal
MC10: Welke mobilisatierichting is correct bij een palmairflexiebeperking van de pols met ulna als
mobiliserend botstuk?
A. Rol naar palmair - glijdt naar palmair
B. Rol naar palmair - glijdt naar dorsaal
C. Rol naar dorsaal - glijdt naar palmair
D. Rol naar dorsaal - glijdt naar dorsaal