Wies Romon | Ugent | 2025
,De liberale partij
Doctrinen versus progressisten
o Belgische revolutie = resultaat van samenwerking van liberalen en
katholieken (Unionisme)
o 1839 : het verdrag van de 24 artikelen
= politieke geschillen tussen katholieken en liberalen kwamen
opnieuw aan het oppervlakte
België werd erkent als onafhankelijke staat antiklerikale
en Waalse groep die aansluiting willen bij Frankrijk (gaan
samensmelten en vinden een gemeenschappelijk programma
bij het antiklerikaal programma)
o Verbod van katholieke leden bij vrijmetselarij heel wat
katholieken verlieten de vrijmetselarij
Gevolg : de vrijmetselarij werd een belangrijke steunpilaar
voor het liberalisme
1 van de loges : L’Alliance (= werd door de Brusselse loges
als propagandaorgaan opgericht en lag aan de basis van het
eerste liberale congres)
o 6 april 1846 : eerste Congres Liberalen (door L’Alliance)
Uiteenlopende meningen over partijprogramma
(progressisten vs. Doctrinairen)
Consensus over minimaal programma blijft
partijprogramma tot aan grondwetsherziening (1893)
Centraal: onafhankelijkheid van de openbare macht (zo
weinig mogelijk overheidsinterventie)
Kloof doctrinairen en progressisten werd groter
(progressisten proberen nog een paar keer een Congres te
organiseren, zonder succes)
o 1900
Verzoening tussen beide strekkingen
Tot 1961 geen echte partijorganisatie
Electoraal : na invoering AES (1919) : liberalen op derde
plaats in partijhiërarchie
PAGE 1
,Na de tweede wereldoorlog
o ontredderd uit de oorlog (+ overlijden van een aantal
vooraanstaande politici)
o Studiecentrum voor de Hervorming van de Staat
Onder voorzitterschap van Maurice Lippens
Pleitte voor versterking van de koninklijke macht
Koningskwestie
o Politiek l’effacement
Koning werd gevraagd om zich te bekommeren over het
behoud van de monarchie en de nationale eenheid
Als compromispolitiek
o Waalse en Brusselse liberalen = heftige tegenstanders van een
terugkeer Leopold III
o Vlaamse liberalen = pro-Leopold terugkeer
De schoolstrijd (1954-1958) en de levensbeschouwelijke
pacificatie
o Unitaire christendemocraten : ‘als je voor ons stemt zorgen wij
ervoor dat Leopold III terugkomt’
Niet gelukt, dus beginnen inzetten op onderwijs
Wetsontwerpen zodat katholieke onderwijs meer middelen
zou krijgen (onder minister Pierre Harmel)
o 1950
CVP/PSC absolute meerderheid
Harmel = minister van onderwijs
o 1954
Christendemocratische familie verliest haar meerderheid
Regering Van-Acker komt tot stand
Klemtoon (rood-blauwe regering) : gemeenschappelojk
antiklerikaal programma
Collard = minister van onderwijs maatregelen van Harmel
gaan terugdraaien
PAGE 2
, o 1958 : schoolpact
Schoolpact levensbeschouwelijk pacificatie
Betekenis liberale partij : partij 1961 organisatorisch, begon
vorm te krijgen
PVV : ‘liberaal’ niet meer in de naam
Probeerden conservatieven bij PVV te krijgen
Een noodzaak tot heroriëntering
o Het wegvallen van een levensbeschouwelijke strijdpunt, bracht de
ideologische zwakheid van de partij aan het licht
o 1958
Nieuwe partijvoorzitter Roger Motz neemt initiatief tot
partijhervorming
Ideologische herbloei partij ideologisch congres (1959)
waar de verschuiving van het levensbeschouwelijke naat het
sociaaleconomische is gegaan
+ communautaire spanningen (talentelling)
De oprichting van de PVV/PLP in 1961 en de
succesformule van Vanaudenhove
o 1961 : oprichting PVV/PLP = ‘werkelijke politieke partij’
o Liberalen terug in de oppositie verhogen van druk om
ideologische en structurele hervormingen zo snel mogelijk te
realiseren
o Nieuwe voorzitter : Omer Vanaudenhove
Pleit voor nationale eenheid
Wil van de liberale partij een centrumpartij maken
Probleem: op communautair vlak blijft men nationale
kaarten trekken
PAGE 3
, Met conservatieve ideologie aantal
middenstandbewegingen overhalen om naar de liberale
partij over te stappen
o 1965 : grote electorale overwinning (rooms-rode regering werd
verdergezet)
De contestatie tegen partijvoorzitter Vanaudenhove
o 1965 : Vanaudenhove hield te weinig rekening met de politieke
realiteit
o 1966 : liberalen opnieuw in de regering met Vanden Boeynants als
premier en De Clerq als vicepremier
o Na 2 jaar viel de regering over Leuven-Vlaams
o Eind jaren 1960
Splitsing Leuvense universiteit op de agenda
Maatschappelijk transformaties binnen de universiteiten in
de richting van een vrijere, progressievere samenleving
Communautaire aspect = verkeerd ingeschat door
Vanaudenhove
Communaitaire spanningen in de partij
o Liberale mandatarissen in Vlaanderen waren Franstalig
Hoofdtaal LVV : positie van Vlaamsgezinde liberalen in de
Vlaamse kieskantons verdedigen
o Om uit communautaire impasse te komen nationaal Congres in
Luik (1966)
Compromis van Luik : Voerstreek opnieuw naar Luik,
taalmutatieklassen in Brussel opnieuw georganiseerd, aantal
gemeenten rond Brussel eventueel in tweetalig gebied
opnemen
PAGE 4
, Compromis veel Vlaamse toegevingen
Reactie : LVV onder leiding van Karel Poma = radicale
koers varen (+ Willemsfonds)
Congres van het slechte humeur (1968) : verwerpen
compromis van Luik en eiste dat Brussel tot 19
gemeenten beperkt zou blijven
Vlaamse hoek = inzetten op communautaire verhaal
Waalse zijde = klemtoon op sociale en economische benadelen
van Wallonië
De splitsing van de liberale partij
o 1e fase : uit elkaar vallen van de Brusselse federatie
Federatie kwam onder grote druk van het FDF te staan
(woog zeer zwaar door op de houding van een aantal
Franstalige liberalen)
Aanleiding : bepalen van de politieke lijn om de belangen
van Brussel optimaal te verdedigen
Ontstaan van 2 groepen :
1. Groep van Mundeleer : voorstander van een
toenadering tot de andere Franstalige partijen
Schreven een Manifest der 29 : zo groot mogelijke
uitbreiding van het Frans in de gemeenten rond Brussel
(olievlek)
2. Groep van Vanoffelen : opteerde voor een
evenwaardige positie van de Vlamingen in de federatie ,
voor een open dialoog met de PVV en voor het laten
primeren van de liberale ideologie boven het
communautair geflirt met de FDF
Handvest van de Eendracht
Resultaat : beide groepen zijn even sterk (discussie wordt
niet beslecht)
PAGE 5