Thema 12 – diabetes
1. Wat is diabetes
Stofwisseling bij gezond individu
Vertering = koolhydraten worden omgezet in bloedsuiker
Insuline op celreceptor = sleutel om celdeur te openen
Koolhydraten = onmiddellijke bruikbare energie voor cellen
Overschot = glycogeen in leven en spier; omgezet in vet
= een stoornis is de stofwisseling van koolhydraten:
Pancreas produceert geen insuline (auto-immuunreactie van lichaam op Bèta-cellen)
type 1.
Pancreas produceert onvoldoende insuline (door ouderdom) ‘magere’ type 2
“celdeur” defect = insulineresistentie (door overgewicht) ‘zwaarlijvige’ type 2
2. Classificatie van diabetes
2.1. Type 1
2.2. Type 2
Oorzaken:
Vergrijzing
Teveel calorieën eten, sedentair
leven overgewicht, dikke buik
Inname bepaalde medicatie
(cortisone)
50% van wie
zwangerschapsdiabetes
doorgemaakt heeft
Erfelijke factor
Ontstaan type 2 uitstellen door
gezond te leven!
2.3. Zwangerschapsdiabetes
Stijging zwangerschapshormonen insulineresistentie zwangerschapsdiabetes.
Ontstaat tijdens de zwangerschap, na de bevalling 95% van de gevallen voorbij. 50% van de
vrouwen die zwangerschapsdiabetes meemaakten ontwikkelt later type 2.
Screening d.m.v. OGTT tss 24-28 weken
, Gevolgen:
Meer kans op miskraam
Meer kan op vroeggeboorte
Meer kans op intra-utrien overlijden
Te grote baby: >4,5 kg
Hypoglycemie: baby kreeg in
baarmoeder teveel glucose waardoor hij
teveel insuline aanmaakte. Vanaf de
geboorte een normale dosis glucose,
maar pancreas blijft teveel insuline
produceren.
3. Hoe vaststellen
Symptomen: slaperigheid, vlug moe zijn, droge mond, veel dorst, veel plassen,
gewichtsverlies.
Geen symptomen: “per toeval” vooral bij type 2.
Bloedonderzoek:
Glycemie (veneus of cappilair)
HemoglobineA1c = HbA1c : fast hemoglobine
Orale glucosetolerantietest (OGTT): bij grenswaarden in bloed en urine +geen
symptomen; bij vermoeden zwangerschapsdiabetes.
Urineonderzoek: suiker in urine kan ook door
nieraandoeningen)
3.1. Normaalwaarden glycemie
3.2. HemogobineA1c
HbA1c = hemoglobine van het type A1c.
Hemoglobine (eiwit) = onderdeel van RBC
transport van zuurstof + rode kleur van BC.
Het versuikert: hoe meer glucose in het bloed, hoe
meer glucose in hemoglobineA1c.
Inzicht in glucosewaarden van 8 tot 12 weken
geleden. Vaak controle om de 6 maanden.
Interpretatie bij diabetes:
Meerderheid diabetespatiënten heeft een te hoge
HbA1c.
4. Behandelen
Type 1 = niet te genezen
Type 2 door overgewicht = te genezen
Preventie acute complicaties door glycemiecontrole
Preventie invaliderende chronische complicaties = effect op de levenskwaliteit
o Fysisch
o Psychisch
o Integratie maatschappij
Frequentste oorzaak van:
Blindheid bij volwassenen (retinopathie = microangiopathie)
Nierinsufficiëntie (nefropathie = microangiopathie)
1. Wat is diabetes
Stofwisseling bij gezond individu
Vertering = koolhydraten worden omgezet in bloedsuiker
Insuline op celreceptor = sleutel om celdeur te openen
Koolhydraten = onmiddellijke bruikbare energie voor cellen
Overschot = glycogeen in leven en spier; omgezet in vet
= een stoornis is de stofwisseling van koolhydraten:
Pancreas produceert geen insuline (auto-immuunreactie van lichaam op Bèta-cellen)
type 1.
Pancreas produceert onvoldoende insuline (door ouderdom) ‘magere’ type 2
“celdeur” defect = insulineresistentie (door overgewicht) ‘zwaarlijvige’ type 2
2. Classificatie van diabetes
2.1. Type 1
2.2. Type 2
Oorzaken:
Vergrijzing
Teveel calorieën eten, sedentair
leven overgewicht, dikke buik
Inname bepaalde medicatie
(cortisone)
50% van wie
zwangerschapsdiabetes
doorgemaakt heeft
Erfelijke factor
Ontstaan type 2 uitstellen door
gezond te leven!
2.3. Zwangerschapsdiabetes
Stijging zwangerschapshormonen insulineresistentie zwangerschapsdiabetes.
Ontstaat tijdens de zwangerschap, na de bevalling 95% van de gevallen voorbij. 50% van de
vrouwen die zwangerschapsdiabetes meemaakten ontwikkelt later type 2.
Screening d.m.v. OGTT tss 24-28 weken
, Gevolgen:
Meer kans op miskraam
Meer kan op vroeggeboorte
Meer kans op intra-utrien overlijden
Te grote baby: >4,5 kg
Hypoglycemie: baby kreeg in
baarmoeder teveel glucose waardoor hij
teveel insuline aanmaakte. Vanaf de
geboorte een normale dosis glucose,
maar pancreas blijft teveel insuline
produceren.
3. Hoe vaststellen
Symptomen: slaperigheid, vlug moe zijn, droge mond, veel dorst, veel plassen,
gewichtsverlies.
Geen symptomen: “per toeval” vooral bij type 2.
Bloedonderzoek:
Glycemie (veneus of cappilair)
HemoglobineA1c = HbA1c : fast hemoglobine
Orale glucosetolerantietest (OGTT): bij grenswaarden in bloed en urine +geen
symptomen; bij vermoeden zwangerschapsdiabetes.
Urineonderzoek: suiker in urine kan ook door
nieraandoeningen)
3.1. Normaalwaarden glycemie
3.2. HemogobineA1c
HbA1c = hemoglobine van het type A1c.
Hemoglobine (eiwit) = onderdeel van RBC
transport van zuurstof + rode kleur van BC.
Het versuikert: hoe meer glucose in het bloed, hoe
meer glucose in hemoglobineA1c.
Inzicht in glucosewaarden van 8 tot 12 weken
geleden. Vaak controle om de 6 maanden.
Interpretatie bij diabetes:
Meerderheid diabetespatiënten heeft een te hoge
HbA1c.
4. Behandelen
Type 1 = niet te genezen
Type 2 door overgewicht = te genezen
Preventie acute complicaties door glycemiecontrole
Preventie invaliderende chronische complicaties = effect op de levenskwaliteit
o Fysisch
o Psychisch
o Integratie maatschappij
Frequentste oorzaak van:
Blindheid bij volwassenen (retinopathie = microangiopathie)
Nierinsufficiëntie (nefropathie = microangiopathie)