Thema 4 – parameters i.v.m. de ademhaling
1. De normale ademhaling
1.1. De 2 fasen van de AH
Inspiratie = actief proces
Expiratie – passief proces
De expiratie duurt dubbel zolang als
de inspiratie.
1.2. AH-spieren
Het middenrif (diafragma),
tussenribspieren, buikspieren.
1.3. 2 AH-types
Abdominale type =
buikademhaling
Thoracale type = borstademhaling
Ook een mengvorm van de 2.
Het type is afhankelijk van:
Leeftijd (kinderen thoracaal, volwassenen abdominaal overdag (vooral bij mannen))
De houding (slapen: veelal thoracaal)
Kledij (bij kledij die spant t.h.v. de lenden zal eerder thoracaal zijn).
1.4. Kenmerken van normale AH
In rust:
Rustig
Regelmatig
Gelijkmatig (wel 2 à 3 diepe AH/min)
Geluidloos
Vergt geen inspanning of ’t gaat vanzelf
Ademhaling/min onder basale
AH-frequentie afhankelijk van: omstandigheden
Leeftijd (AH-freq is hoger bij kind dan bij
volwassene)
Arbeid
Bij rust hoe lager de AH-frequentie
Bij inspanning hoe hoger de AH-
frequentie
De verhouding AH-frequentie / pos-
frequentie = 1/5
Bij inspanning:
AH-frequentie stijgt
De ademhalingsdiepte stijgt
2. Oorzaken van O2-tekort in het
lichaam
Hoe raakt zuurstof effectief van de omgeving naar een cel van de grote teen?
Zuurstof die uit de omgeving wordt ingeademd gaat via de bloedbaan naar de cel in een
lichaamscel.
, 1 stoornis in 1 v/d opgenoemde domeinen kan leiden tot problemen met zuurstofaanbod
in de lichaamscellen.
3. Observatiepunten uitwendige AH
Observeren = kijken, luisteren, voelen, ruiken…
3.1. Symmetrie van de AH
Normaal: (goed kijken)
Uitzetting linker thoraxhelft = uitzetting rechter
thoraxhelft
Afwijkingen:
De zieke thoraxhelft vertoont mindere sterke bewegingen
tijdens de AH
Bij bv bloed tss de pleurabladen (= steeds pathologisch)
pleuraal vocht
Pneumo-thorax = lucht tss de pleurabladen
3.2. AH-frequentie
Normaal:
Volwassenen: 16 à 20 x/min
Anderen: >20 x/min
Afwijkingen:
Tachypnoe
o AH-preq > 24 x/min
o Fysiologisch en pathologisch
o Hyperventilatie
Een te snelle of een te diepe
ademhaling
Teveel koolzuur uitademen
CO2-gehalte in bloed daalt
Bloed wordt minder zuur
Lichamelijk en psychische klachten
Bradypnoe
o AH-freq ≤10 x/min
o Fysiologische en pathologisch (medicatie die AH-centrum verlagen: pijnverdovende
medicatie = morfine; hoestsiropen met codeïne).
Apnoe
o Tijdelijk niet ademen
o Steeds pathologisch
o Bv slaapapnoe
3.3. AH-ritme; AH-diepte en AH-types
Normaal AH-ritme en -diepte:
= regelmatig qua ritme + eerder oppervlakkig qua diepte
Afwijkingen:
Oppervlakkige, versnelde AH
o Bv pijn aan thorax / abdomen oppervlakkige en versnelde AH
Verdiepte en veelal vertraagde AH
o Bij verzuring van het lichaam
1. De normale ademhaling
1.1. De 2 fasen van de AH
Inspiratie = actief proces
Expiratie – passief proces
De expiratie duurt dubbel zolang als
de inspiratie.
1.2. AH-spieren
Het middenrif (diafragma),
tussenribspieren, buikspieren.
1.3. 2 AH-types
Abdominale type =
buikademhaling
Thoracale type = borstademhaling
Ook een mengvorm van de 2.
Het type is afhankelijk van:
Leeftijd (kinderen thoracaal, volwassenen abdominaal overdag (vooral bij mannen))
De houding (slapen: veelal thoracaal)
Kledij (bij kledij die spant t.h.v. de lenden zal eerder thoracaal zijn).
1.4. Kenmerken van normale AH
In rust:
Rustig
Regelmatig
Gelijkmatig (wel 2 à 3 diepe AH/min)
Geluidloos
Vergt geen inspanning of ’t gaat vanzelf
Ademhaling/min onder basale
AH-frequentie afhankelijk van: omstandigheden
Leeftijd (AH-freq is hoger bij kind dan bij
volwassene)
Arbeid
Bij rust hoe lager de AH-frequentie
Bij inspanning hoe hoger de AH-
frequentie
De verhouding AH-frequentie / pos-
frequentie = 1/5
Bij inspanning:
AH-frequentie stijgt
De ademhalingsdiepte stijgt
2. Oorzaken van O2-tekort in het
lichaam
Hoe raakt zuurstof effectief van de omgeving naar een cel van de grote teen?
Zuurstof die uit de omgeving wordt ingeademd gaat via de bloedbaan naar de cel in een
lichaamscel.
, 1 stoornis in 1 v/d opgenoemde domeinen kan leiden tot problemen met zuurstofaanbod
in de lichaamscellen.
3. Observatiepunten uitwendige AH
Observeren = kijken, luisteren, voelen, ruiken…
3.1. Symmetrie van de AH
Normaal: (goed kijken)
Uitzetting linker thoraxhelft = uitzetting rechter
thoraxhelft
Afwijkingen:
De zieke thoraxhelft vertoont mindere sterke bewegingen
tijdens de AH
Bij bv bloed tss de pleurabladen (= steeds pathologisch)
pleuraal vocht
Pneumo-thorax = lucht tss de pleurabladen
3.2. AH-frequentie
Normaal:
Volwassenen: 16 à 20 x/min
Anderen: >20 x/min
Afwijkingen:
Tachypnoe
o AH-preq > 24 x/min
o Fysiologisch en pathologisch
o Hyperventilatie
Een te snelle of een te diepe
ademhaling
Teveel koolzuur uitademen
CO2-gehalte in bloed daalt
Bloed wordt minder zuur
Lichamelijk en psychische klachten
Bradypnoe
o AH-freq ≤10 x/min
o Fysiologische en pathologisch (medicatie die AH-centrum verlagen: pijnverdovende
medicatie = morfine; hoestsiropen met codeïne).
Apnoe
o Tijdelijk niet ademen
o Steeds pathologisch
o Bv slaapapnoe
3.3. AH-ritme; AH-diepte en AH-types
Normaal AH-ritme en -diepte:
= regelmatig qua ritme + eerder oppervlakkig qua diepte
Afwijkingen:
Oppervlakkige, versnelde AH
o Bv pijn aan thorax / abdomen oppervlakkige en versnelde AH
Verdiepte en veelal vertraagde AH
o Bij verzuring van het lichaam