maandag 26 mei 2025
16:28
Thema 1: wat is sociale filosofie?
Wat is (sociale) filosofie? En bespreek deze omschrijving.
Filosofie is verwondering, fundamentele vragen stellen, antwoorden op basis van argumenten en
steeds openstaan voor nieuwe kritiek. Het is op basis van argumenten kritisch reflecteren.
Het onderwerp van filosofie is het onzichtbare. Hetgeen wat we niet kunnen waarnemen met onze
zintuigen, maar wel waarde aan heffen zoals onze normen en waarden. Hetgeen wat als 'normaal'
gezien wordt in onze samenleving.
Waarom moet een Sociaal Werker (ook) een filosoof zijn?
Wat is het 'normale' aan de eigen cultuur, en welke filosofische reflectie hebben we daarbij
gemaakt?
Binnen iedere cultuur zijn er normen en waarden die erin heersen. Deze worden dan gezien als de na
te streven normen en vormen dan ook hetgeen die als normaal gezien wordt binnen die cultuur.
Duid de sociaal filosofische concepten aan in de internationale definitie van het Sociaal Werk.
Bespreek waarom deze filosofische concepten zijn.
"Sociaal werk is een praktijkgerichte professie en een academische discipline die sociale
verandering en ontwikkeling, sociale cohesie, 'empowerment' en emancipatie van mensen
bevordert. Principes van sociale rechtvaardigheid, mensenrechten, collectieve
verantwoordelijkheid en respect voor diversiteit staan centraal in het Sociaal Werk.
Onderbouwd door sociaalwerktheorieën, sociale wetenschappen, menswetenschappen en
inheemse kennis engageert sociaal werk mensen en structuren om de uitdagingen van het
leven aan te pakken en het welzijn te bevorderen."
Thema 2: het (on)afhankelijke individu
Waarom is Descartes een 'breukfiguur' (breken met traditie), en waarom is het belangrijk om als
Sociaal Werker hiervan kennis te hebben?
Descartes brak los van de traditie waarbij men vertrok vanuit het geloof of de traditie als men
nadacht over zaken. Hij moedigde aan om zelf na te denken over zaken en er zelf uit te leren.
Hij was een rationalist. Hij probeerde de waarheid te halen uit ons eigen denken.
Descartes was ook een antropocentrist. Hij zette de mens centraal en niet meer God. Hij zag de mens
als de heerser van de natuur. In de opbouw van zijn filosofie heeft hij God niet nodig gehad. Dit was
opnieuw een gevaarlijke breuk die hij maakte met de tradities.
Als sociaal werker is dit enorm belangrijk om te onthouden. Wij moeten erop inzetten om in de
begeleiding van onze toekomstige cliënten hun aan te zetten tot het vergroten van hun eigen
vaardigheden. Dit kunnen ze niet als wij altijd de antwoorden voor hun klaarleggen. Ze moeten
, aangemoedigd worden om zelf te leren en ontdekken uit hun fouten en situaties. Zo zullen ze de
kennis die ze opdoen beter begrijpen en waarschijnlijk ook beter onthouden. Dit verhoogt ook hun
zelfvertrouwen en zelfredzaamheid.
Bespreek Descartes' twijfelexperiment en leg uit waarom dit belangrijk was/ waartegen was het
individualisme een reactie?
Descartes begon aan alles te twijfelen. Hij was namelijk op zoek naar een zekerheid om uit te
vertrekken. Dit is hoe alle andere wetenschappen vertrokken. Ze gebruikten een zekerheid (zoals de
zwaartekracht in de fysica) om daaruit andere onzekerheden uit te klaren. Hiervoor begon hij alles
rondom hem in twijfel te trekken. Hij twijfelde aan zijn zintuiglijke waarneming, de traditionele
kennis van die tijd dus ook God, hij twijfelde zelf aan zijn eigen ideeën aangezien sommige ideeën
van mensen, waanideeën zijn.
Het enigste wat hij zeker kon stellen, was dat hij aan het denken was. Hiervan komt het gezegde: ik
denk, dus besta/ben ik. Na zijn experiment is hij langzaamaan de zekerheden weer gaan opbouwen.
Hij ging terug geloven in de zintuiglijke kennis, de traditionele kennis enz.
Het individualisme zette zich af tegen de traditionele kennis van die tijd. Men mocht in die tijd niet
ingaan tegen hetgeen dat gezien werd als God's wil. Mensen konden niet vrij hun mening uiten. Het
geloof en de traditie waren het fundament van al het denken en doen.
Bespreek 'individualisme' als filosofische stroming, en leg uit waarom 'universalisme' er makkelijk
uit volgt.
Bij het individualisme is de centrale vraag: wie ben ik, wie geeft er inhoud aan mezelf?
Het dominante antwoord hierop is telkens dat je dit zelf bent, je onafhankelijke ik.
In de filosofie staat het individualisme los van de waardengeladen betekenis. Deze waardengeladen
betekenis van het individualisme in ons dagelijks taalgebruik is meestal negatief. We vergelijken dit
met egoïsme, iemand die geen rekening houdt met anderen.
In de filosofie zien we dit niet zo, we gebruiken een neutrale betekenis. Het gaat over het nemen van
onafhankelijke beslissingen. Je kan zowel egoïstische als niet-egoïstische beslissingen nemen. Je kan
vooral kiezen of je een beslissing maakt uit eigenbelang of uit een sociale keuze.
Het individu staat eerst en vooral op zichzelf, sociale relaties komen daarna.
Universalisme is de opvatting dat waarden en normen gelden voor iedereen, over de hele wereld.
Alle mensen zijn gelijkwaardig. Denken maakt zich los van de cultuur en historische bepaaldheid en
zou zo dan voor iedereen tot hetzelfde resultaat moeten leiden. Een bekend voorbeeld hiervan is de
discussie over de hoofddoek. Als mensen voor zichzelf mogen kiezen wat ze willen doen, waarom
moeten ze dan voor anderen een hoofddoek dragen? Mogen ze zelf niet kiezen om deze af te doen.
Maar voor veel mensen die een hoofddoek dragen, is dit een keuze die ze wel zelf gemaakt hebben.
We zagen veel kritiek op het individualisme; welke argumenten zagen we om het toch te
verdedigen?
Het individualisme lag aan de oorzaak van het ontstaan van onze mensenrechten. Mensen moesten
beschermd worden om zelf te mogen denken en te mogen uiten.
Verbind volgende begrippen: individualisme, universalisme en Christelijk messianisme.