Biologische vraagstukken
Inleiding
→ we bekijken het algemeen mensbeeld
volgens 3 pijlers:
- Psychologie
- Sociologie
- Biologie
- agogiek: de leer van veranderen van gedrag van mensen
o bestudeert hoe mensen veranderen en aanwijzingen geeft over de manier
wrp deze veranderingsprocessen beïnvloed en begeleid kunnen worden
Nature – nurture → en/en: beide
hebben invloed op elkaar & op
menselijk gedrag
Bv. wnr je opstaat met keelpijn,
heeft dit invloed op je gedrag, want
mottig
- Crimineel gedrag = gedrag dat door strafrecht als strafbaar wordt beschouwd
1 Geschiedenis van de biocriminologie
- Biocriminologie: wetenschap die de relatie tss biologische en genetische
factoren en crimineel gedrag onderzoekt
o Subdiscipline van criminologie
o Vaak kritiek op → omdat het criminaliteit te reductionistisch zou bekijken
▪ = Men stelt dat criminaliteit niet kan verklaard worden vanuit
slechts 1 wet. oogpunt
1
,1.1 19e eeuw
1.1.1 Prichard (Engelse Psychiater – 1853)
- Moral insanity:
o Begrip om schokkende misdaden te verklaren die gepleegd werden door
schijnbaar gewetenloze, vaak impulsieve en veelal recidiverende
(hervallende) daders
o Werd later vervangen door:
- Moral savagery: criminaliteit wordt gezien als terugkeren naar een primitiever
menstype, een terugkeer in de evolutionaire ladders als het ware
1.1.2 Francis Gall (Weense anatoom)
- Grondlegger van frenologie: mate van ontwikkeling van mensen is af te leiden uit
de vorm van de schedel
o Criminaliteit: verklaard door de vorm vd schedel
o Misdadig gedrag toeschrijven aan ‘biologische’ kenmerken → misdadig
gedrag werd anders gestraft
o Visie op crimineel gedrag verandert: crimineel gedrag kan verminderd
worden door het reduceren van overontwikkelde en het vergroten van
onderontwikkelde hersenen door training en verbetering van levensstijl
1.1.3 Lombroso
- Criminele antropologie
- Geloofde in de ‘geboren misdadiger’ met aangeboren en onverbeterlijke drang tot
het stellen van crimineel gedrag
- In zijn theorie: geboren crimineel is minderwaardig + is herkenbaar door
kenmerken:
o Lage voorhoofden
o Zware doorgegroeide wenkbrauwen
o Snavelachtige neuzen
o Vlezige lippen
- Is racistisch en seksistisch:
o Racistisch: zwart – geel – blank
o Seksistisch:
▪ vrouwen inferieur aan man
▪ goede, slechte (crimineel & primitief), slechtste vrouwen
(prostituee
- Pleitte voor rehabilitatie van corrigeerbare criminelen
2
,1.1.4 Evolutionaire theorie
- 2 overheersende ideeën binnen de evolutionaire theorie:
o Sociaal Darwinisme:
▪ Crimineel is een lagere, minderwaardige levensvorm
▪ Stelt dat criminelen best niet geholpen worden → sterven dan
vanzelf uit → draagt bij tot verbetering vd m’pij
o Eugenetica:
▪ ~ Francis Galton (neef Darwin)
▪ Menselijk ras kan verbeterd worden door:
• ‘goede’ individuen moeten zich meer voortplanten
• ‘minderwaardige’ individuen moeten zich minder
voortplanten
o Bv. misdadigers
▪ → gedachtengoed komt terug in nazi-Duitsland
1.2 20e eeuw
1.2.1 Lage intelligentie en criminaliteit
- Eugenetisch gedachtengoed → gedwongen sterilisatie zwakbegaafde vrouwen →
om zo criminaliteit te doen minderen
- 10.000-en sterilisaties in nazi-Duitsland, Zweden, Canada….
- Doel: ‘aangetaste’ genen verwijderen om afwijkend gedrag te voorkomen
- Onderliggende idee: menselijke eigenschappen uitsluitend door erfelijkheid
bepaald, met minimale invloed van omgevingsfactoren
1.2.2 Lichaamstypen – Sheldon
- Constitutionele theorie: oorzaak van criminaliteit = lichaamsbouw
- Volgens Sheldon: 3 lichaamstypes:
o Endomorf: rond en zacht
o Ectomorf: tenger en dun
o Mesomorf: gespierd en compact
▪ → zou samengaan met jeugdelijke delinquentie = criminaliteit
- → theorie klopt niet
1.2.3 nazi-biocriminologie
- nazi-biocriminologie:
o crimineel gedrag wordt bepaald door biologische kenmerken
o omgeving heeft geen invloed
o biologische kenmerken zijn genetisch bepaald + worden overgedragen
op de volgende generatie
o dit gedachtengoed heeft lang gedomineerd tot: 3
, - 1947: Sutherland (socioloog):
o Zwoer alles wat over biologische verklaringen van crimineel gedrag ging af
- Biocriminologie:
o Kent zwarte start
o Heeft desastreuze praktijken tot gevolg gehad
o Positieve effecten van deze zwarte start:
▪ Humanere kijk op criminelen
▪ Hervormingen van strafrecht
▪ Hervorming van verklaring van crimineel gedrag o.b.v. wet.
onderzoek
1.3 Hedendaagse biocriminologie
- Verschillende invalshoeken:
o Verworven biologisch letsel:
▪ Bv. Beschadiging aan hersenen → leidt tot ontwikkelen van
crimineel gedrag
o Cognitieve tekorten:
▪ Bv. mensen met cognitieve beperkingen hebben moeite met leren
uit straf en beloning, het richten van aandacht en moreel redeneren
o Neurobiologische factoren:
▪ Bv. emotieregulatie in de hersenen
o Evolutionaire theorieën:
▪ Meest controversieel
o Genetische verklaringen:
▪ Bv. tweeling- en adoptiestudies, gen-omgevingsinteractie
- Verschil huidige biocriminologie – oudere benaderingen:
o Criminaliteit wordt nooit nog gereduceerd tot puur biologie
1.3.1 Social neuroscience
- Onderzoekt biologische mechanismen in relatie tot sociale processen
- Richt zich op de hersenprocessen achter menselijk sociaal gedrag + het
verwerken van sociale info
4
Inleiding
→ we bekijken het algemeen mensbeeld
volgens 3 pijlers:
- Psychologie
- Sociologie
- Biologie
- agogiek: de leer van veranderen van gedrag van mensen
o bestudeert hoe mensen veranderen en aanwijzingen geeft over de manier
wrp deze veranderingsprocessen beïnvloed en begeleid kunnen worden
Nature – nurture → en/en: beide
hebben invloed op elkaar & op
menselijk gedrag
Bv. wnr je opstaat met keelpijn,
heeft dit invloed op je gedrag, want
mottig
- Crimineel gedrag = gedrag dat door strafrecht als strafbaar wordt beschouwd
1 Geschiedenis van de biocriminologie
- Biocriminologie: wetenschap die de relatie tss biologische en genetische
factoren en crimineel gedrag onderzoekt
o Subdiscipline van criminologie
o Vaak kritiek op → omdat het criminaliteit te reductionistisch zou bekijken
▪ = Men stelt dat criminaliteit niet kan verklaard worden vanuit
slechts 1 wet. oogpunt
1
,1.1 19e eeuw
1.1.1 Prichard (Engelse Psychiater – 1853)
- Moral insanity:
o Begrip om schokkende misdaden te verklaren die gepleegd werden door
schijnbaar gewetenloze, vaak impulsieve en veelal recidiverende
(hervallende) daders
o Werd later vervangen door:
- Moral savagery: criminaliteit wordt gezien als terugkeren naar een primitiever
menstype, een terugkeer in de evolutionaire ladders als het ware
1.1.2 Francis Gall (Weense anatoom)
- Grondlegger van frenologie: mate van ontwikkeling van mensen is af te leiden uit
de vorm van de schedel
o Criminaliteit: verklaard door de vorm vd schedel
o Misdadig gedrag toeschrijven aan ‘biologische’ kenmerken → misdadig
gedrag werd anders gestraft
o Visie op crimineel gedrag verandert: crimineel gedrag kan verminderd
worden door het reduceren van overontwikkelde en het vergroten van
onderontwikkelde hersenen door training en verbetering van levensstijl
1.1.3 Lombroso
- Criminele antropologie
- Geloofde in de ‘geboren misdadiger’ met aangeboren en onverbeterlijke drang tot
het stellen van crimineel gedrag
- In zijn theorie: geboren crimineel is minderwaardig + is herkenbaar door
kenmerken:
o Lage voorhoofden
o Zware doorgegroeide wenkbrauwen
o Snavelachtige neuzen
o Vlezige lippen
- Is racistisch en seksistisch:
o Racistisch: zwart – geel – blank
o Seksistisch:
▪ vrouwen inferieur aan man
▪ goede, slechte (crimineel & primitief), slechtste vrouwen
(prostituee
- Pleitte voor rehabilitatie van corrigeerbare criminelen
2
,1.1.4 Evolutionaire theorie
- 2 overheersende ideeën binnen de evolutionaire theorie:
o Sociaal Darwinisme:
▪ Crimineel is een lagere, minderwaardige levensvorm
▪ Stelt dat criminelen best niet geholpen worden → sterven dan
vanzelf uit → draagt bij tot verbetering vd m’pij
o Eugenetica:
▪ ~ Francis Galton (neef Darwin)
▪ Menselijk ras kan verbeterd worden door:
• ‘goede’ individuen moeten zich meer voortplanten
• ‘minderwaardige’ individuen moeten zich minder
voortplanten
o Bv. misdadigers
▪ → gedachtengoed komt terug in nazi-Duitsland
1.2 20e eeuw
1.2.1 Lage intelligentie en criminaliteit
- Eugenetisch gedachtengoed → gedwongen sterilisatie zwakbegaafde vrouwen →
om zo criminaliteit te doen minderen
- 10.000-en sterilisaties in nazi-Duitsland, Zweden, Canada….
- Doel: ‘aangetaste’ genen verwijderen om afwijkend gedrag te voorkomen
- Onderliggende idee: menselijke eigenschappen uitsluitend door erfelijkheid
bepaald, met minimale invloed van omgevingsfactoren
1.2.2 Lichaamstypen – Sheldon
- Constitutionele theorie: oorzaak van criminaliteit = lichaamsbouw
- Volgens Sheldon: 3 lichaamstypes:
o Endomorf: rond en zacht
o Ectomorf: tenger en dun
o Mesomorf: gespierd en compact
▪ → zou samengaan met jeugdelijke delinquentie = criminaliteit
- → theorie klopt niet
1.2.3 nazi-biocriminologie
- nazi-biocriminologie:
o crimineel gedrag wordt bepaald door biologische kenmerken
o omgeving heeft geen invloed
o biologische kenmerken zijn genetisch bepaald + worden overgedragen
op de volgende generatie
o dit gedachtengoed heeft lang gedomineerd tot: 3
, - 1947: Sutherland (socioloog):
o Zwoer alles wat over biologische verklaringen van crimineel gedrag ging af
- Biocriminologie:
o Kent zwarte start
o Heeft desastreuze praktijken tot gevolg gehad
o Positieve effecten van deze zwarte start:
▪ Humanere kijk op criminelen
▪ Hervormingen van strafrecht
▪ Hervorming van verklaring van crimineel gedrag o.b.v. wet.
onderzoek
1.3 Hedendaagse biocriminologie
- Verschillende invalshoeken:
o Verworven biologisch letsel:
▪ Bv. Beschadiging aan hersenen → leidt tot ontwikkelen van
crimineel gedrag
o Cognitieve tekorten:
▪ Bv. mensen met cognitieve beperkingen hebben moeite met leren
uit straf en beloning, het richten van aandacht en moreel redeneren
o Neurobiologische factoren:
▪ Bv. emotieregulatie in de hersenen
o Evolutionaire theorieën:
▪ Meest controversieel
o Genetische verklaringen:
▪ Bv. tweeling- en adoptiestudies, gen-omgevingsinteractie
- Verschil huidige biocriminologie – oudere benaderingen:
o Criminaliteit wordt nooit nog gereduceerd tot puur biologie
1.3.1 Social neuroscience
- Onderzoekt biologische mechanismen in relatie tot sociale processen
- Richt zich op de hersenprocessen achter menselijk sociaal gedrag + het
verwerken van sociale info
4