Hoofdstuk 1: De ontrafeling van de middeleeuwse orde
● ONTSTAAN KAPITALISME (rode draad)
1. Wetenschap & emancipatie van de politiek
● Leonardo Da Vinci
○ wou natuur observeren, liet zich niet leiden door zijn religie
○ onderzocht het kleine om het grote te begrijpen
○ 2 soorten aanpakken:
■ logische: bv. wiskunde
■ experimentele: dingen testen
○ verdeeld Italië → opkomende & groeiende stadstaten
○ mercantilisme: handel komt centraal te staan (nog geen kapitalisme)
→ er wordt weinig geproduceerd, enkel voor zichzelf, vorst moet
inkomen vd natie ontwikkelen door te steunen op groeiende macht
van handelaars
○ proces van secularisering, niet enkel in de economie ook in de politiek
○ stadstaten werden niet meer geleid door de Kerk of clerus, maar door
mannen met visie
● Nicollo Machiavelli
○ meer geïnteresseerd in hoe maatschappij concreet werd geregeerd en hoe
mensen zich gedroegen
○ een van de grondleggers van de politieke emancipatie
○ Il Principe
○ vond dat religie niet nodig was om te weten hoe je moest heersen
○ natuur van de mens is goed én slecht, maar voor politiek moet je er van uit
gaan dat ze slecht is
○ secularisering van de politiek: religie mocht geen invloed hebben op politiek
○ religie wel belangrijk voor sociale aspect van de maatschappij
○ La raison d'État: staat mag alles doen om doel te bereiken ⇒
eengemaakt Italië
○ wou volksleger, zonder huurlingen die enkel vochten voor geld
○ beschermen van privébezit
○ populair machiavellisme: basis = doel heiligt de middelen
● Thomas More
○ zeer christelijk
○ bekendste werk: Utopia
■ deel 1: beschrijving van de sociale en economische veranderingen in
Engeland (intrede kapitalisme, zonder term te gebruiken)
■ deel 2: beschrijving van de ideale samenleving (eiland), zonder geld,
privaat bezit was oorzaak van ellende
○ Utopisme
■ afwijzen van de bestaande, onrechtvaardige orde op basis van
religieuze en/of morele gronden, projectie van een ideaal in een
andere, denkbeeldige wereld
2. Het einde van de katholieke hegemonie: reformatie en contrareformatie
,● Luther
○ humanisten verzetten zich tegen scholastici
○ gaat op reis naar Rome ⇒ geschokt door pauselijke decadentie
○ 1517: Stellingen van toegeeflijkheid aan poort van Kerk ⇒ opstand
tegen decadentie van de Kerk
○ streefde naar religieuze bevrijding van de mens, het scheppen van een band
tussen individu en God zonder tussenkomst van de Kerk
○ religieus gezien is iedereen gelijk, politiek gezien niet (vrij wel)
○ wou sterke autoritaire staat
○ Thomas Müntzer → ook humanist, wou gelijkheid
● Calvijn
○ radicaliseerde Luthers visie ⇒ lot van de mens staat vast omdat het
Gods wil was, m.a.w. mens was voorbestemd voor hemel of hel
○ ging naar Genève om plaatselijke kerk te hervormen (werd toen al gezien als
leider van protestantisme
○ hardhandige aanpak ⇒ burgers wouden hem weg
○ keerde wel terug met aantal voorwaarden
○ nu ook politieke macht, niet meer enkel moreel
○ Genève was handelsstad
○ opkomende (vroegkapitalistische) economische orde
○ Calvijn verwierp het katholieke verbod op rente, meer regelde het gebruik van
rente door strenge ethische regels
○ theocratie: ministerie + consistorie
■ ministerie bestond uit groep protestanten die strenge leer Calvijn
verspreiden
■ consistorie: verantwoordelijk voor moraal in stad, soort rechtbank
○ iedereen gelijk voor de wet
○ geloof belangrijker dan sociale afkomst
3. Koloniale ontmoetingen: het dispuut van Valladolid
● vraag naar menselijkheid van de inheemse volkeren
● de Sepulveda vs de las Casas
○ de Sepulveda
■ filosoof
■ geweld toegestaan om inheemse volkeren te bekeren
■ beschouwde hen als ‘apen’ , waren van nature uit slaaf
○ de las Casas
■ bisschop
■ tegen geweld om hen te bekeren
■ uitnodigen tot christendom
■ oorlogen tegen ketters mocht, maar inheemse bevolkingen waren
geen ketters
● conquistadores (spaanse veroveraars)
● encomienda-systeem: slaven moesten werken voor spanjaarden en kregen in ruil
katholicisme en Spaanse taal en bescherming tegen aanvallen
● koning stond open voor argumenten van de las Casas
● dispuut eindigde zonder duidelijke winnaar, beide kampen zeiden dat ze hadden
gewonnen
4. De Glorieuze Revolutie
,● kapitalistische veranderingen in Engeland → politiek en grondwettelijk
conflict
● conflict tussen parlement en koningshuis dat uitmondde in burgeroorlog met
religieuze inslag
● Grand Remonstrance: opmerkingen van parlement over politiek & financieel beleid
van koningshuis
● parlement koos kant van de puriteinen (Engelse protestanten die Anglicaanse Kerk
wouden ipv Rooms-Katholieke)
● Olivier Cromwell: leider van de puriteinen
○ New Models Army: leger zonder huurlingen, ze stonden allemaal achter hem
● The Levellers
○ tegen parlement en tegen koning en tegen Cromwell
○ verweten hem dat hij tirannie van koning had vervangen door nieuwe tirannie
die niet beter was
○ tegen geïnstitutionaliseerde kerk
○ soevereiniteit ligt bij het volk ⇒ verkiezingen zijn nodig en
uitbreiding stemrecht (veralgemeend stemrecht, enkel selecte
groep mannen)
○ conflict tussen arm en rijk was grootste maatschappelijke breuklijn
○ privébezit ook belangrijk
● Diggers
○ nog radicaler
○ willen economische gelijkheid voor iedereen
○ Mary Astell vond dat vrouw niet ondergeschikt was aan man (binnen
protestantisme waren man en vrouw gelijk volgens God)
● wetenschappelijke ontwikkelingen en nieuwe inzichten
○ waarneming en experiment als basis van kennis ⇒ Bacon (kennis is
macht)
● Thomas Hobbes
○ autoritair staatsgezag
○ Engelse burgeroorlog had hem getraumatiseerd
○ geen voorstander van natuurstaat
○ mens is van nature een wolf (slecht)
○ homo-homini-lupus samenleving: elk individu is strijdvaardig en in de greep
van angst voor de macht van een ander en de dood
○ hij stelde voor om vrijheid op te geven
○ staat zal verantwoordelijkheid opnemen voor de commonwealth (algemeen
belang van het volk)
○ Leviathan = onbetwiste leider die alle soevereiniteit had
○ godsdienst = staatsgodsdienst
○ onvoorwaardelijk contract tussen burger & koning
● de Spinoza
○ rationalist (voorganger was Descartes)
○ breuk met middeleeuwse filosofie ⇒ ‘Bijbel is geen wetenschappelijk
werk maar verzameling van historische verhalen’
○ egoïsme van de mens kan alleen door liefde voor God opgegeven worden,
niet door een sociaal contract
○ tegenstrijdig met Hobbes
, ○ democratie enige goede staatsvorm (macht niet in handen van 1 persoon)
Hoofdstuk 2: De Europese Verlichting en het tijdperk van revoluties
1. De politieke oorsprong van de burgerlijke samenleving
● John Locke
○ Two treatises of Government
○ mens is van nature gelijk (vrij geboren)
■ iedereen heeft recht op leven ⇒ voedsel, onderdak, kleding
vrij krijgen
○ mens is eigenaar van de arbeid van zijn lichaam en werk van zijn handen
(mens = voornamelijk mannen)
○ ontstaan geld ⇒ spelregels veranderen: iemand kan arbeid kopen
van een ander
○ opdeling arbeider – ondernemer was niet strijdig met natuurrecht
○ ongelijkheid was natuurlijk gevolg ⇒ staat moest oplossing zoeken
daarvoor
○ civil society & freemen
■ civil society = ondernemers
■ freemen = gegoede burgerij
○ werklozen, bedelaars,... waren geen lid van de gemeenschap volgens Locke
○ neutraliteit van de staat, monopolie van geweld
○ rol van godsdienst = mensen in positie van maatschappij houden, functioneel
instrument in dienst van politiek systeem (zodat onderkant van maatschappij
niet in opstand zou komen)
○ voorstander van scheiding der machten
○ godlike prince ⇒ leider van het volk (monarch) (dienen in belang vh
volk)
○ freemen moesten koning in de gaten houden
○ behoud en uitbreiding privaat bezit
○ als vorst verplichtingen niet deed, mocht er een opstand komen
○ ‘vader van het liberalisme’
○ geen kritiek op slavernij
2. Verlichting
● Frans rationalisme
● rede → vooruitgang → geluk (mens komt centraal te staan in het denken,
de rede)
● houding t.a.v. menselijke diversiteit
○ ⇒ verschillende visies over ‘ras’;
■ polygenetische strekking
● wereld kent verschillende rassen die vergelijkbaar zijn met
elkaar, ze waren hiërarchisch geordend
● Voltaire (zwarten zijn overgangsras tussen mens en aap,
geboren om tot slaaf gemaakt te worden) Hume
■ monogenisten
● er bestaat maar 1 menselijk ras maar huidskleur is wel
belangrijk voor rangschikking