↑HEMA 3 :
genexpressie
hoofdstuk 1 :
eiwitsynthese
~ overzicht van de
eiwitsynthese bij prokaryoten en eukaryoten
erfelijke informatie in de basensequentie vih DNA- Fenotypisch Kenmerk
.
1 transcriptie I omzetting : DNA-amRNA bij eukaryoten :
15 splicing E sturken wegknippen premRNA mRNA
T
2 .
translatie =vertaling) : mRNA- eiwit (stranscriptie dus :
DNA-pre-mRNA)
mRNA =
Messenger-RNA
pre-mRNa precursor-mRNA =
bevat alle genetische info alle DNA-sequenties eencel rook DNA in cytoplast mitochondrium
genoom :
,
in
↓
transcriptoom : bevat al het RNA in een cel
gevormd via transcriptie
d
Proteoom :
geheel van alle
aanwezige eiwitten in een cel
gen =
sequentie van DNA-nucleotiden die Via transcriptie wordt omgezet naar RVA
-
genen die Lode bevatten om een eiwit aan te maken :
DNA-Sequentie DreRN r = Coderend DNA)
-
genen voor aanmaak andere typer RNA = Niet-Coderend DNA - ook DNA dat niet wordt omgezet via trans-
criptie
RNA-Kopie /transcript wordt via transcriptie enkel gemaakt van 3: 5 streng template streng
↳ RNA is anti-parallel 15-13) en complementair aan template streng
andere PNA-streng 15:31streng)
=
coderende streng - complementair +anti-parallel aan template streng
↳ komt overeen met nieuwgevormde RNA / + bij DNA-U bijRNAl
transcriptie altijd 5-3'-richting ! Sequentie van gen ook in die richting
codon-code met Bletterwoorden altijd lezen van 5-03%
aminozuurcodohr dat het overeenkomstige codon gelodeerd wordt
Zorgen ervoor
- :
o eerste Avo startcodon =
~
-
startcodon : AUG- dubbele functie -
volgende codeert voor aminzuur methionine
-
Stopcodon :
VAG UGA , VAA-a translatie wordt
, stop gezet
codonzon : Lees je van binnen naar buiten - toont welke aminozuren bij codons horen
ANA-codon :
bletterwoord met ACGT 1 =
thymine) af RNA-codon : bletterwoord met ACGU Furaci
gedegenereerd zijn Codons hetzelfde aminozuur
genetische Code is er verschillende voor
:
universeel : zelfde voor alle levende organismen op aarde
2 .
transcriptie en splicing in de eukaryote cel
-Vindt plaats in de celkern
TRAMSCRIPTIE
v. initiatie : meerdere eiwitten
,
de transcriptiefactoren, binden op de promotor vih gen -
enzym RNA-polymerase bindt
stranscriptiefactoren RNA-polymerase + = start complex
startcomplex
!
RNA-
D
polymerare
profor eukaryoot DNA
-
transcriptiefactoren
promotor RNA-polymerase
2
.
elongatie :
RNA-polymerale beweegt over het DNA ,
weg vid promotor >
enzym breekt de
-
H-bruggen tussen de complementaire bareh - RNA-polymerare maakt een complementaire
streng op de template streng : pre-mRNA RNA-polymerase schuift op , pre-mRNA streng
groeit ,
DNA achter enzym sluit tot dubbele helix nucleotide aan -uiteinde wordt
afbraak transport pre-mana
aangepast -
pre-mRNA Krijgt5-cap belangrijk tegen +
richting vid transcrinucleotiden
uit de celkern)
. Terminatie
3 :
transcriptie stopt na herkenning stopcodon o
pre-mRNA komt los van DNA enzymen voegen serie van
A-nucleotiden toe-poly-A-staart bescherming tegen afbraak
Spliceosoom /complex van eiwitten en ShRNA) knipt de introns weggeknipte sequenties weg hecht overblijvende
exons rovergebleven sequenties aan elkaar - mRNA-a verlaat celkern voor translatie
.
3 translatie in de eukaryote cel
>
- buiten de celkern
, -
voor eiwitten nodig in het cytoplarma : translatie door ribosomen in cytoplasma
eiwitten met andere translatie door ribosomen
-voor
bestemming :
gebonden aan RER
acceptorplaats
voor aminozuur
tRNA = transfer-RNA - binden op een mrNA-codon met juiste anticodon +
zorgen ervoor dat correcte
aminozuur wordt ingebouwd aminozuur
tRNAtsp
&
+ RNA
juiste aminozuur moet hechten aan 3-uiteinde
-
> tRNA-synthetare - trNA bruikbaar voor translatie I
↳ 'aminozuuractivatie
tRNA
tRNA-synthetare anticodon
ribosoom = rRNA + eiwitten
↳ kleine grote Subeenheid
P-plaats : aan 5-kant vih MRNAs A-plaats :
aan 13-kant /h MRNA
TRANSLATIE
.
1 initiatie : eiwitten betrokken in
Vorgin startcomplex-initiatiefactoren
initiatiefactor
Subeenheid bindt
kleine
ee kleine Subeenheid met ge- grote
subeen-
heid tRNAMet bonden tRNAM hecht aan >
-
vervolledigt startcomplex
dat overeen -
-Cap vih mRNA + Schuift tRNA in P-plaats - A-plaats vrij
komt met startcodon AUG over mRNA tot eerste AUG-
bindt op kleine subeenheid codon-- basenparing anticodon , startcodon
2 .
elongatie :
polypeptideketen wordt opgebouwd
tra +
juiste anticodon bindt enzym in grote Jubeenheid riboroom schuif 3 nucleotiden
herhaling proces
-
>
enzym
metzde codon Vin mRNA-o vormt peptidebinding tussen 15: 31 -1ste tRNA komt los hecht peptideketen telkens
op
-
bezet A-plaats aminozuur P-plaats/A-plaats tRNA met dipeptide op P-plaats op nieuwe aminozuur op de
>
-
dipeptide gebonden op
de >
-
A-plaats vrij A-plaats
. terminatie
3 :
stopcodon op A-plaats-> stopcodon bindt niet met tRNA maar
↓
met eiwit, release Factor a MRNA tRNA
,,
polypeptide ,
kleine Subeenheid , grote Subeenheid komen los
eiwit
> na terminatie nabewerking+ opvouwing polypeptide >
:
- -
polysoom = 1 MRNA met meerdere
aangehechte ribosomen
--
eiwitsynthese = anaboo proces waarby enzymen gebruikt worden
>
-
RNA-nucleotiden >
-
RNA-streng met RNA-polymerase
-aminozuren -
polypeptiden met trNA-synthetare +
enzym in grote subeenheid win ribosoom
posttranslationele modificatie =
nabewerking eiwittendan pas werkzaam
vb .
Vorming insuline +
C-peptide
1. pre-pro-insuline met Signaalpeptide) -
Signaalpeptide afgeknipt in RER
.
2 pro-insuline /A + B +G Keten met
zwavelbruggen --
Cpeptide wordt verwijderd in Golgi
3
. insuline = A-keten B-keten , , s-bruggen +
vrij C-peptide
hoofdstuk 2
gen regulatie
:
1
.
genregulatie bij prokaryoten Operator bindings-
plaats voor
promotor
regeleiwitten
genregulatie-regeling in welke cellen welk wur moet worden overgeschreven
,
gen ,
↳ startplaats
transcriptie genen
operon organisatie van 2 , meer onder controle van 1
promotor
=
gehen
> door operon kan groep gehen alsgeheel tot expressie komtals
nodigl promotor
-
operon
regulatorgen =codeert voor een
regeleiwit dat kan binden op DNA sequentie regulatorgen
die voor de
genen ligt f operator)
vb .
lac-operon in E coli
. 3 genen voor enzymen die nodig zijn bij lactosemetabolisme
-
lack :
codeert voor enzym dat lactose afbreekt tot glucose +
galactose
genexpressie
hoofdstuk 1 :
eiwitsynthese
~ overzicht van de
eiwitsynthese bij prokaryoten en eukaryoten
erfelijke informatie in de basensequentie vih DNA- Fenotypisch Kenmerk
.
1 transcriptie I omzetting : DNA-amRNA bij eukaryoten :
15 splicing E sturken wegknippen premRNA mRNA
T
2 .
translatie =vertaling) : mRNA- eiwit (stranscriptie dus :
DNA-pre-mRNA)
mRNA =
Messenger-RNA
pre-mRNa precursor-mRNA =
bevat alle genetische info alle DNA-sequenties eencel rook DNA in cytoplast mitochondrium
genoom :
,
in
↓
transcriptoom : bevat al het RNA in een cel
gevormd via transcriptie
d
Proteoom :
geheel van alle
aanwezige eiwitten in een cel
gen =
sequentie van DNA-nucleotiden die Via transcriptie wordt omgezet naar RVA
-
genen die Lode bevatten om een eiwit aan te maken :
DNA-Sequentie DreRN r = Coderend DNA)
-
genen voor aanmaak andere typer RNA = Niet-Coderend DNA - ook DNA dat niet wordt omgezet via trans-
criptie
RNA-Kopie /transcript wordt via transcriptie enkel gemaakt van 3: 5 streng template streng
↳ RNA is anti-parallel 15-13) en complementair aan template streng
andere PNA-streng 15:31streng)
=
coderende streng - complementair +anti-parallel aan template streng
↳ komt overeen met nieuwgevormde RNA / + bij DNA-U bijRNAl
transcriptie altijd 5-3'-richting ! Sequentie van gen ook in die richting
codon-code met Bletterwoorden altijd lezen van 5-03%
aminozuurcodohr dat het overeenkomstige codon gelodeerd wordt
Zorgen ervoor
- :
o eerste Avo startcodon =
~
-
startcodon : AUG- dubbele functie -
volgende codeert voor aminzuur methionine
-
Stopcodon :
VAG UGA , VAA-a translatie wordt
, stop gezet
codonzon : Lees je van binnen naar buiten - toont welke aminozuren bij codons horen
ANA-codon :
bletterwoord met ACGT 1 =
thymine) af RNA-codon : bletterwoord met ACGU Furaci
gedegenereerd zijn Codons hetzelfde aminozuur
genetische Code is er verschillende voor
:
universeel : zelfde voor alle levende organismen op aarde
2 .
transcriptie en splicing in de eukaryote cel
-Vindt plaats in de celkern
TRAMSCRIPTIE
v. initiatie : meerdere eiwitten
,
de transcriptiefactoren, binden op de promotor vih gen -
enzym RNA-polymerase bindt
stranscriptiefactoren RNA-polymerase + = start complex
startcomplex
!
RNA-
D
polymerare
profor eukaryoot DNA
-
transcriptiefactoren
promotor RNA-polymerase
2
.
elongatie :
RNA-polymerale beweegt over het DNA ,
weg vid promotor >
enzym breekt de
-
H-bruggen tussen de complementaire bareh - RNA-polymerare maakt een complementaire
streng op de template streng : pre-mRNA RNA-polymerase schuift op , pre-mRNA streng
groeit ,
DNA achter enzym sluit tot dubbele helix nucleotide aan -uiteinde wordt
afbraak transport pre-mana
aangepast -
pre-mRNA Krijgt5-cap belangrijk tegen +
richting vid transcrinucleotiden
uit de celkern)
. Terminatie
3 :
transcriptie stopt na herkenning stopcodon o
pre-mRNA komt los van DNA enzymen voegen serie van
A-nucleotiden toe-poly-A-staart bescherming tegen afbraak
Spliceosoom /complex van eiwitten en ShRNA) knipt de introns weggeknipte sequenties weg hecht overblijvende
exons rovergebleven sequenties aan elkaar - mRNA-a verlaat celkern voor translatie
.
3 translatie in de eukaryote cel
>
- buiten de celkern
, -
voor eiwitten nodig in het cytoplarma : translatie door ribosomen in cytoplasma
eiwitten met andere translatie door ribosomen
-voor
bestemming :
gebonden aan RER
acceptorplaats
voor aminozuur
tRNA = transfer-RNA - binden op een mrNA-codon met juiste anticodon +
zorgen ervoor dat correcte
aminozuur wordt ingebouwd aminozuur
tRNAtsp
&
+ RNA
juiste aminozuur moet hechten aan 3-uiteinde
-
> tRNA-synthetare - trNA bruikbaar voor translatie I
↳ 'aminozuuractivatie
tRNA
tRNA-synthetare anticodon
ribosoom = rRNA + eiwitten
↳ kleine grote Subeenheid
P-plaats : aan 5-kant vih MRNAs A-plaats :
aan 13-kant /h MRNA
TRANSLATIE
.
1 initiatie : eiwitten betrokken in
Vorgin startcomplex-initiatiefactoren
initiatiefactor
Subeenheid bindt
kleine
ee kleine Subeenheid met ge- grote
subeen-
heid tRNAMet bonden tRNAM hecht aan >
-
vervolledigt startcomplex
dat overeen -
-Cap vih mRNA + Schuift tRNA in P-plaats - A-plaats vrij
komt met startcodon AUG over mRNA tot eerste AUG-
bindt op kleine subeenheid codon-- basenparing anticodon , startcodon
2 .
elongatie :
polypeptideketen wordt opgebouwd
tra +
juiste anticodon bindt enzym in grote Jubeenheid riboroom schuif 3 nucleotiden
herhaling proces
-
>
enzym
metzde codon Vin mRNA-o vormt peptidebinding tussen 15: 31 -1ste tRNA komt los hecht peptideketen telkens
op
-
bezet A-plaats aminozuur P-plaats/A-plaats tRNA met dipeptide op P-plaats op nieuwe aminozuur op de
>
-
dipeptide gebonden op
de >
-
A-plaats vrij A-plaats
. terminatie
3 :
stopcodon op A-plaats-> stopcodon bindt niet met tRNA maar
↓
met eiwit, release Factor a MRNA tRNA
,,
polypeptide ,
kleine Subeenheid , grote Subeenheid komen los
eiwit
> na terminatie nabewerking+ opvouwing polypeptide >
:
- -
polysoom = 1 MRNA met meerdere
aangehechte ribosomen
--
eiwitsynthese = anaboo proces waarby enzymen gebruikt worden
>
-
RNA-nucleotiden >
-
RNA-streng met RNA-polymerase
-aminozuren -
polypeptiden met trNA-synthetare +
enzym in grote subeenheid win ribosoom
posttranslationele modificatie =
nabewerking eiwittendan pas werkzaam
vb .
Vorming insuline +
C-peptide
1. pre-pro-insuline met Signaalpeptide) -
Signaalpeptide afgeknipt in RER
.
2 pro-insuline /A + B +G Keten met
zwavelbruggen --
Cpeptide wordt verwijderd in Golgi
3
. insuline = A-keten B-keten , , s-bruggen +
vrij C-peptide
hoofdstuk 2
gen regulatie
:
1
.
genregulatie bij prokaryoten Operator bindings-
plaats voor
promotor
regeleiwitten
genregulatie-regeling in welke cellen welk wur moet worden overgeschreven
,
gen ,
↳ startplaats
transcriptie genen
operon organisatie van 2 , meer onder controle van 1
promotor
=
gehen
> door operon kan groep gehen alsgeheel tot expressie komtals
nodigl promotor
-
operon
regulatorgen =codeert voor een
regeleiwit dat kan binden op DNA sequentie regulatorgen
die voor de
genen ligt f operator)
vb .
lac-operon in E coli
. 3 genen voor enzymen die nodig zijn bij lactosemetabolisme
-
lack :
codeert voor enzym dat lactose afbreekt tot glucose +
galactose