‘Initiatief is de juiste dingen doen zonder dat iemand je het zegt’, is een uitspraak van de Amerikaanse schrijver
Elbert Hubbard. Als je initiatief neemt, ben je geneigd om dingen uit jezelf te doen. Je kamer opruimen zonder dat je
ouders dit dagelijks hoeven te vragen, bijvoorbeeld. Het tegenovergestelde is afwachten. Wanneer je afwacht, begin
je pas aan een taak wanneer iemand zegt dat jij daaraan moet beginnen.
Als je ondernemend bent, neem je vaak het initiatief. Eigenlijk ga je al aan de slag voordat er iets moet gebeuren.
Niet iedereen toont evenveel initiatief, maar dit kun je jezelf wel aanleren. Dat ga je doen in deze opdracht. Je maakt
deze opdracht zelfstandig.
Kijk in de spiegel
Neem jij vaak initiatief? Dat ga je in deze opdracht onderzoeken.
1. Beantwoord de volgende vragen in een Word-document:
a. Hoeveel initiatief toon jij, vind je? Geef jezelf een cijfer tussen de 1 en de 10.
5
b. Noteer minimaal 3 voorbeelden uit je dagelijks leven waaruit blijkt dat je juist wel of geen initiatief
toont.
Op werk neem ik het initiatief om de afwas bij te houden, de mice-en-place lijst van de koude kant
bij te houden en te maken, het brood op tijd in de oven te gooien.
c. Bij welke beroepen denk je dat je veel initiatief moet nemen? Bedenk er minimaal 3, die te maken
hebben met jouw opleiding.
Kok, bediening, chef.
d. Leg per beroep uit op welke manier of in wat voor situatie je volgens jou initiatief moet nemen.
Kok: wanneer iets op gaat het melden of er voor zorgen dat het word aangevuld.
Bediening: het initiatief nemen om naar de gast te lopen en vragen of ze iets willen, hoe en wanneer.
Chef: het initiaitef nemen om mensen op te leiden, bestellingen te doen, mensen in te delen,
beslissingen te maken, weekend special te verzinnen.
e. Beschrijf een probleem waar je regelmatig tegenaan loopt, bijvoorbeeld op stage of werk.
Dat de chef mij het gevoel geeft dat ik niets waard ben en er geen tijd is voor praktijk opdrachten.
f. Op welke manier zou je dit probleem kunnen oplossen door initiatief te tonen? Gebruik ongeveer 50
woorden in je uitleg
Ik heb het eerste probleem al opgelost, omdat het me namelijk echt heel erg dwars zat. Om die reden heb ik mijn
stagebegeleider gemaild en gevraagd of hij op gesprek kon komen. Bij dit gesprek heb ik het aangekaart en verteld
hoe ik ben en waarom ik sommige dingen doe en hoe mijn chef erop reageert. Maar ook dat ik het er niet mee eens
ben en dat het niet werkt bij mij. Dat ik er extreem onzeker van word. Dus hebben we het uitgesproken en een
oplossing bedacht.
Lief dagboek
Een andere manier om te onderzoeken of je initiatief toont, is door jezelf een aantal dagen goed in de gaten te
houden. Dat ga je in dit deel van de opdracht doen.
2. Houd 3 dagen lang een dagboek bij, waarin je noteert op welke momenten je initiatief toonde en wanneer
niet. Het kan gaan om kleine dingen, zoals het doen van de vaat, of grote dingen, zoals het leiden van een
team op je sportclub. Je kunt het dagboek maken op papier, of bijvoorbeeld in een Word-document.
Bijvoorbeeld: Alina gaat op maandag naar haar studie. Hoewel ze de lesstof niet helemaal begrijpt, stelt ze
geen vragen. Dat schrijft ze op als voorbeeld van een moment waarop ze geen initiatief toonde.
‘s Avonds gaat Alina volleyballen. Tijdens de training staat ze altijd vooraan, en ze bedenkt zelf ook nieuwe
oefeningen. Dit is een moment waarop ze wel initiatief toont.
3. Heb je het dagboek 3 dagen bijgehouden? Maak dan een tabel in een Word-document met 3 kolommen. In
kolom 2 en 3 zet je ‘wel initiatief’ en ‘geen initiatief’. In de eerste kolom zet je alle activiteiten die je hebt
opgeschreven in je dagboek.
Elbert Hubbard. Als je initiatief neemt, ben je geneigd om dingen uit jezelf te doen. Je kamer opruimen zonder dat je
ouders dit dagelijks hoeven te vragen, bijvoorbeeld. Het tegenovergestelde is afwachten. Wanneer je afwacht, begin
je pas aan een taak wanneer iemand zegt dat jij daaraan moet beginnen.
Als je ondernemend bent, neem je vaak het initiatief. Eigenlijk ga je al aan de slag voordat er iets moet gebeuren.
Niet iedereen toont evenveel initiatief, maar dit kun je jezelf wel aanleren. Dat ga je doen in deze opdracht. Je maakt
deze opdracht zelfstandig.
Kijk in de spiegel
Neem jij vaak initiatief? Dat ga je in deze opdracht onderzoeken.
1. Beantwoord de volgende vragen in een Word-document:
a. Hoeveel initiatief toon jij, vind je? Geef jezelf een cijfer tussen de 1 en de 10.
5
b. Noteer minimaal 3 voorbeelden uit je dagelijks leven waaruit blijkt dat je juist wel of geen initiatief
toont.
Op werk neem ik het initiatief om de afwas bij te houden, de mice-en-place lijst van de koude kant
bij te houden en te maken, het brood op tijd in de oven te gooien.
c. Bij welke beroepen denk je dat je veel initiatief moet nemen? Bedenk er minimaal 3, die te maken
hebben met jouw opleiding.
Kok, bediening, chef.
d. Leg per beroep uit op welke manier of in wat voor situatie je volgens jou initiatief moet nemen.
Kok: wanneer iets op gaat het melden of er voor zorgen dat het word aangevuld.
Bediening: het initiatief nemen om naar de gast te lopen en vragen of ze iets willen, hoe en wanneer.
Chef: het initiaitef nemen om mensen op te leiden, bestellingen te doen, mensen in te delen,
beslissingen te maken, weekend special te verzinnen.
e. Beschrijf een probleem waar je regelmatig tegenaan loopt, bijvoorbeeld op stage of werk.
Dat de chef mij het gevoel geeft dat ik niets waard ben en er geen tijd is voor praktijk opdrachten.
f. Op welke manier zou je dit probleem kunnen oplossen door initiatief te tonen? Gebruik ongeveer 50
woorden in je uitleg
Ik heb het eerste probleem al opgelost, omdat het me namelijk echt heel erg dwars zat. Om die reden heb ik mijn
stagebegeleider gemaild en gevraagd of hij op gesprek kon komen. Bij dit gesprek heb ik het aangekaart en verteld
hoe ik ben en waarom ik sommige dingen doe en hoe mijn chef erop reageert. Maar ook dat ik het er niet mee eens
ben en dat het niet werkt bij mij. Dat ik er extreem onzeker van word. Dus hebben we het uitgesproken en een
oplossing bedacht.
Lief dagboek
Een andere manier om te onderzoeken of je initiatief toont, is door jezelf een aantal dagen goed in de gaten te
houden. Dat ga je in dit deel van de opdracht doen.
2. Houd 3 dagen lang een dagboek bij, waarin je noteert op welke momenten je initiatief toonde en wanneer
niet. Het kan gaan om kleine dingen, zoals het doen van de vaat, of grote dingen, zoals het leiden van een
team op je sportclub. Je kunt het dagboek maken op papier, of bijvoorbeeld in een Word-document.
Bijvoorbeeld: Alina gaat op maandag naar haar studie. Hoewel ze de lesstof niet helemaal begrijpt, stelt ze
geen vragen. Dat schrijft ze op als voorbeeld van een moment waarop ze geen initiatief toonde.
‘s Avonds gaat Alina volleyballen. Tijdens de training staat ze altijd vooraan, en ze bedenkt zelf ook nieuwe
oefeningen. Dit is een moment waarop ze wel initiatief toont.
3. Heb je het dagboek 3 dagen bijgehouden? Maak dan een tabel in een Word-document met 3 kolommen. In
kolom 2 en 3 zet je ‘wel initiatief’ en ‘geen initiatief’. In de eerste kolom zet je alle activiteiten die je hebt
opgeschreven in je dagboek.