DIDACTISCH HANDELEN
HET DIDACTISCH MODEL
Doelen en beginsituatie vormen het vetrekpunt voor het opzetten van een krachte onderwijsleersituatie.
De leerinhoud, werkvormen en leermiddelen zijn de puzzelstukjes van de onderwijsleersituatie.
Evaluatie geeft richting aan de onderwijsleersituatie zodat de vooropgestelde doelen bereikt kunnen
worden. Vanuit evaluatie worden de beginsituatie en de doelen voor de volgende les opgesteld.
DOELEN
Doelen zijn een belangrijk vertrekpunt bij het opzetten van een krachtige leeromgeving. Ze geven
richting aan wat je als leeraar brengt en hoe je dit brengt. Wat wil je bereiken of nastreven in deze les.
Om de doelen te kunnen bepalen, moet je hun voorkennis weten.
Doelen helpen je bij het ontwerpen van je les en geven richting tijdens de les.
Ze zorgen dat je de juiste keuze maakt: Correct beslissen om langer bij iets stil
welke leerinhoud, werkvorm en leermiddelen? te staan en gericht feedback te geven.
= constructive aligment (alles op elkaar laten inspelen)
1 SOORTEN DOELEN
Wanneer we het over doelen hebben, maken we een onderscheid tussen onderwijsdoelen,
leerplandoelen en leerdoelen.
1.1 Onderwijsdoelen
Het zijn minimumdoelen opgesteld door de overheid die leerlingen moeten bereiken, ze omvatten
een minimum aan kennis, inzicht, vaardigheden en attitudes.
• In het kleuteronderwijs gelden ontwikkelingsdoelen: minimumdoelen die moeten worden
nagestreeft.
1
, • In het lager onderwijs gelden eindtermen: minimumdoelen die moeten bereikt worden.
Attitudinale doelen moeten niet bereikt worden, maar nagestreefd.
Eindtermen zijn leergebiedgebonden of leergebiedoverschrijdend.
• Lichamelijke Opvoeding • Leren leren
• Muzische Vorming • Sociale vaardigheden
• Mens en maatschappij
• Wiskunde
• Frans
• Wetenschappen en techniek
• Nederlands
1.2 Leerplandoelen
In een leerplan beschrijven de onderwijskoepels hoe ze de onderwijsdoelen proberen te bereiken.
Met het oog op het waarborgen van het onderwijskwaliteit keurt de Vlaamse Regering de leerplannen
goed door specifieke criteria en advies van de onderwijsinspectie.
Niet vergeten:
1.2.1 Leerplan GO!
2
,1.2.2 Leerplan ZILL
1.2.3 Leerplan OVSG
1.3 Leerdoelen
Leerdoelen worden opgesteld door de leraar en zijn een ‘vertaling’ van de leerplandoelen.
Leerdoelen bieden richting: hoe duidelijker je voor ogen hebt waar je de leerlingen wil krijgen, hoe
beter je kan aftoetsen waar ze nu al staan en welke de eerstvolgende haalbare stap is.
Het is relevant om de doelen aan de leerlingen mee te delen in het begin van de les.
Zo schep je de juiste verwachtingen.
Weten waarom je iets doet (leermotivatie)
Duidelijk aangeven welke leerdoelen bereikt of nagestreefd worden, zorgen voor actieve participatie
en betrokkenheid. Het maakt de les betekenisvol.
Als je de leerlingen meer zelfgestuurd gaan leren, dan is het noodzakelijk dat leerlingen zich
verbinden met de doelen. Het zorgt ervoor dat ze:
• De doelen begrijpen (inhoudelijke verbinding) en
• de beleving van de doelen bespreken (emotionele verbinding).
Waarom belangrijk?:
• de aandacht verschuift van taken afwerken, oefeningen maken naar leren en het doel bereiken;
• je creeërt openheid voor de leerlingen om na te denken over hun bijdrage om het doel te
bereiken;
• het heeft de kans om gerichter (tussentijds) te evalueren.
Zorg voor uitdagende en doelgerichte doelen.
Meer voldoening bij het Geeft structuur zodat leerlingen
bereiken van een doel zich richten op relevante info
3
, 1.3.1 Leerdoelen formuleren
In een leerdoel zit:
• de leerinhoud
kennis, vaardigheden of attitudes
• en de leeractiviteit.
iets kennen, kunnen of iets zijn
Als we een leerdoel opstellen, letten we op volgende afspraken:
o Heldere en positieve taal
o Duidelijke afbakening van de leerinhoud
o Concreet waarneembaar (kunnen nagaan of het doel behaald is ⇢ kennen, weten, beheersen, inzien)
o Enkelvoudig leerdoel (vermijd het woord 'en’)
o Nadruk op de leerinhoud (niet de werkvorm)
Een leerdoel begint met ‘ik …’ of ‘ik kan …’.
1.3.2 Terugblikken op leerdoelen
Vraag de leerlingen om kort aan te geven wat het leerdoel van de les was en of ze kunnen laten zien of
ze het leerdoel hebben gehaald. Laat hen ook reflecteren op de manier waarop ze hebben gewerkt. Je
activeert leerlingen om steeds zelfstandiger te gaan leren.
BEGINSITUATIE
1 INLEIDING
De beginsituatie is een geheel van persoonsgebonden en situationele contextfactoren die
Hoe breng je bepalend zijn voor de leerlingen hun leerproces. Door rekening te houden met wat de leerlingen al
leerlingen tot kennen en kunnen, wat hun interesses zijn,hoe de klassfeer is, … kan je een krachtige leeromgeving
leren: creeëren. Als je voldoende aandacht hebt voor de beginsituatie, heb je een leerlinggerichte
onderwijsvisie.
Als leerkracht heb je een onderzoekende houding en voldoende kennis. Je brengt de beginsituatie
vooraf in kaart en achterhaalt ook tijdens de les de beginsituatie door vragen te stellen en te
observeren. Een goede inschatting van de beginsituatie zorgt ervoor dat leerlingen maximale
ontwikkelingskansen krijgen.
1.1 De zone van de naaste ontwikkeling – Vygotsky
Vygotsky werd bekend met het concept van de ‘zone van de naaste
ontwikkeling’. Het geeft aan hoe belangrijk de voorkennis van een
leerling is.
De actuele beginsituatie slaat op wat een kind kan zonder hulp, de
toekomstige beginsituatie slaat op wat een kind onder begeleiding
kan en is een synoniem voor de zone van de naaste ontwikkeling.
Het komt er op neer dat leerlingen van een bepaalde leeftijd
uitgedaagd moeten worden door het niveau dat net boven hun
ontwikkelingsniveau ligt. Te gemakkelijke leerstof doet leerlingen hun
interesse verliezen, terwijl te moeilijke leerstof leerlingen frustreert en
doet afhaken. Als leerkracht beweeg je dus in de zone van naaste ontwikkeling.
4
HET DIDACTISCH MODEL
Doelen en beginsituatie vormen het vetrekpunt voor het opzetten van een krachte onderwijsleersituatie.
De leerinhoud, werkvormen en leermiddelen zijn de puzzelstukjes van de onderwijsleersituatie.
Evaluatie geeft richting aan de onderwijsleersituatie zodat de vooropgestelde doelen bereikt kunnen
worden. Vanuit evaluatie worden de beginsituatie en de doelen voor de volgende les opgesteld.
DOELEN
Doelen zijn een belangrijk vertrekpunt bij het opzetten van een krachtige leeromgeving. Ze geven
richting aan wat je als leeraar brengt en hoe je dit brengt. Wat wil je bereiken of nastreven in deze les.
Om de doelen te kunnen bepalen, moet je hun voorkennis weten.
Doelen helpen je bij het ontwerpen van je les en geven richting tijdens de les.
Ze zorgen dat je de juiste keuze maakt: Correct beslissen om langer bij iets stil
welke leerinhoud, werkvorm en leermiddelen? te staan en gericht feedback te geven.
= constructive aligment (alles op elkaar laten inspelen)
1 SOORTEN DOELEN
Wanneer we het over doelen hebben, maken we een onderscheid tussen onderwijsdoelen,
leerplandoelen en leerdoelen.
1.1 Onderwijsdoelen
Het zijn minimumdoelen opgesteld door de overheid die leerlingen moeten bereiken, ze omvatten
een minimum aan kennis, inzicht, vaardigheden en attitudes.
• In het kleuteronderwijs gelden ontwikkelingsdoelen: minimumdoelen die moeten worden
nagestreeft.
1
, • In het lager onderwijs gelden eindtermen: minimumdoelen die moeten bereikt worden.
Attitudinale doelen moeten niet bereikt worden, maar nagestreefd.
Eindtermen zijn leergebiedgebonden of leergebiedoverschrijdend.
• Lichamelijke Opvoeding • Leren leren
• Muzische Vorming • Sociale vaardigheden
• Mens en maatschappij
• Wiskunde
• Frans
• Wetenschappen en techniek
• Nederlands
1.2 Leerplandoelen
In een leerplan beschrijven de onderwijskoepels hoe ze de onderwijsdoelen proberen te bereiken.
Met het oog op het waarborgen van het onderwijskwaliteit keurt de Vlaamse Regering de leerplannen
goed door specifieke criteria en advies van de onderwijsinspectie.
Niet vergeten:
1.2.1 Leerplan GO!
2
,1.2.2 Leerplan ZILL
1.2.3 Leerplan OVSG
1.3 Leerdoelen
Leerdoelen worden opgesteld door de leraar en zijn een ‘vertaling’ van de leerplandoelen.
Leerdoelen bieden richting: hoe duidelijker je voor ogen hebt waar je de leerlingen wil krijgen, hoe
beter je kan aftoetsen waar ze nu al staan en welke de eerstvolgende haalbare stap is.
Het is relevant om de doelen aan de leerlingen mee te delen in het begin van de les.
Zo schep je de juiste verwachtingen.
Weten waarom je iets doet (leermotivatie)
Duidelijk aangeven welke leerdoelen bereikt of nagestreefd worden, zorgen voor actieve participatie
en betrokkenheid. Het maakt de les betekenisvol.
Als je de leerlingen meer zelfgestuurd gaan leren, dan is het noodzakelijk dat leerlingen zich
verbinden met de doelen. Het zorgt ervoor dat ze:
• De doelen begrijpen (inhoudelijke verbinding) en
• de beleving van de doelen bespreken (emotionele verbinding).
Waarom belangrijk?:
• de aandacht verschuift van taken afwerken, oefeningen maken naar leren en het doel bereiken;
• je creeërt openheid voor de leerlingen om na te denken over hun bijdrage om het doel te
bereiken;
• het heeft de kans om gerichter (tussentijds) te evalueren.
Zorg voor uitdagende en doelgerichte doelen.
Meer voldoening bij het Geeft structuur zodat leerlingen
bereiken van een doel zich richten op relevante info
3
, 1.3.1 Leerdoelen formuleren
In een leerdoel zit:
• de leerinhoud
kennis, vaardigheden of attitudes
• en de leeractiviteit.
iets kennen, kunnen of iets zijn
Als we een leerdoel opstellen, letten we op volgende afspraken:
o Heldere en positieve taal
o Duidelijke afbakening van de leerinhoud
o Concreet waarneembaar (kunnen nagaan of het doel behaald is ⇢ kennen, weten, beheersen, inzien)
o Enkelvoudig leerdoel (vermijd het woord 'en’)
o Nadruk op de leerinhoud (niet de werkvorm)
Een leerdoel begint met ‘ik …’ of ‘ik kan …’.
1.3.2 Terugblikken op leerdoelen
Vraag de leerlingen om kort aan te geven wat het leerdoel van de les was en of ze kunnen laten zien of
ze het leerdoel hebben gehaald. Laat hen ook reflecteren op de manier waarop ze hebben gewerkt. Je
activeert leerlingen om steeds zelfstandiger te gaan leren.
BEGINSITUATIE
1 INLEIDING
De beginsituatie is een geheel van persoonsgebonden en situationele contextfactoren die
Hoe breng je bepalend zijn voor de leerlingen hun leerproces. Door rekening te houden met wat de leerlingen al
leerlingen tot kennen en kunnen, wat hun interesses zijn,hoe de klassfeer is, … kan je een krachtige leeromgeving
leren: creeëren. Als je voldoende aandacht hebt voor de beginsituatie, heb je een leerlinggerichte
onderwijsvisie.
Als leerkracht heb je een onderzoekende houding en voldoende kennis. Je brengt de beginsituatie
vooraf in kaart en achterhaalt ook tijdens de les de beginsituatie door vragen te stellen en te
observeren. Een goede inschatting van de beginsituatie zorgt ervoor dat leerlingen maximale
ontwikkelingskansen krijgen.
1.1 De zone van de naaste ontwikkeling – Vygotsky
Vygotsky werd bekend met het concept van de ‘zone van de naaste
ontwikkeling’. Het geeft aan hoe belangrijk de voorkennis van een
leerling is.
De actuele beginsituatie slaat op wat een kind kan zonder hulp, de
toekomstige beginsituatie slaat op wat een kind onder begeleiding
kan en is een synoniem voor de zone van de naaste ontwikkeling.
Het komt er op neer dat leerlingen van een bepaalde leeftijd
uitgedaagd moeten worden door het niveau dat net boven hun
ontwikkelingsniveau ligt. Te gemakkelijke leerstof doet leerlingen hun
interesse verliezen, terwijl te moeilijke leerstof leerlingen frustreert en
doet afhaken. Als leerkracht beweeg je dus in de zone van naaste ontwikkeling.
4